Ad Valvas 1977-1978 - pagina 263
3
AD VALVAS — 17 FEBRUARI 1978
Studentendekanen
signaleren dreigende
ontwikkeling
Studiebegeleiders als alibi voor docenten om het bij onderwijs te laten Voor de studie- en studentenbegeleiders dreigt het gevaar van isolement. Het gevaar een alibi te worden voor onderwysgevenden om de b^eleiding van studenten te verwaarlozen. Het gevaar dat wederzijdse beïnvloeding van onderwijs en studentenwelzijnszorg onmogelijk wordt. Problemen, die voortvloeien uit de explosieve groei van het wetenschappelijk onderwqs. Door de Wet Herstnikturering komen deze en andere problemen nu extra naar voren, hoewel ze ook zonder die wet aan de orde zouden zqn — in feite: aan de orde zqn. Het is hard nodig ons te bezinnen op de relatie tussen begeleiding en onderwijs. Dit wordt naar voren gebracht in het jaarverslag van de studentendekanen over 1976/77, dat afgelopen maandag door de RSA is besproken. Hoe is bovengenoemde ontwikkeling tot nu toe verlopen? In de jaren vijftig was het nog gewoonte dat studenten met studie- (en daarmee verbonden persoonlijke) problemen naar een docent toestapten. Maar de onderwijslast van die docent nam toe, er kwamen steeds meer studenten en de problemen werden ingewikkelder. Heel vaak is, bijv., 'studiefinanciering' niet alleen een financieel maar ook een persoonlUk of studieprobleem. De studentendekaan deed zijn intree. De docent bepaalde zich meer en meer tot het onderwijs. Maar de ontwikkellr^ ging verder. Naast de dekanen ontstonden psychologen. En er kwamen meer dekanen, die onderling taken verdeelden en zich enigszins specialiseerden. Aan de fakulteiten werd de funktie van studiebegeleider geschapen. De afsplitsing van studenten- en studiebegeleiding (op resp. universiteits- en fakulteitsniveau) heeft duidelijk zichtbare voor- en nadelen. Enerzijds werd voortgaande professionalisering makkelijk gemaakt. Anderzijds kon de aanwezigheid van aparte 'begeleiders' als alibi voor docenten gelden. Beïnvloeding van het onderwijssysteem door die 'begeleiders' werd steeds moeUijker vanwege een strukturele barrière. Het behoort echter wel degelijk tot hun opdracht. Het jaarverslag biedt voorts en in de eerste plaats een systematisch overzicht van de werkzaamheden van de dekanen. Evenals van de grotere en kleinere moeilijkheden, die ze daarbij tegenkomen. De werkzaamheden vallen in twee groepen uiteen. Ten eerste het geven van inlichtingen, raad en bijstand aan studenten (oo de spreekuren; d.i. de individueelkuratieve zaak). Ten tweede het traceren en zo mogelijk verhelpen
Vervolg op pagina 2 een eerder stadium binnen de VU ter tafel zijn gebracht. De grote vraag bij dit alles is, wat precies onder 'gehandicapt' verstaan dient te worden en welke normen daarbij moeten worden aangelegd. Om welke problemen gaat het en waar liggen exact de knelpunten.
Oproep Teneinde ook op dit punt goed te kunnen inventariseren zal de werkgroep het zeer op prijs stellen wanneer regelmatige gebruikers van VU-gebouwen en -terreinen willen kenbaar maken of zij zich op enigerlei wijze 'gehandicapt' voelen. Het secretariaat van de werkgroep is gevestigd in het hoofdgebouw van de VU, De Boelelaan 1105, kamer lD-04. De leden van de werkgroep zijn: drs. P. Ouwehand (hfd. Bedrijfs Geneeskundige Dienst), leider werkgroep; mevr. J. Bosman (med. faculteit/afd. revalidatie); mevr. J. Dijkstra (studente/bestuurslid Ned. Studenten Sanatorium); F. van Duyn (Ned. Studenten Sanatorium) ; J. Klous (dienst GITM/ bouwzaken); mevr. drs. J. G. Westra (dienst personeelszaken/personeelsbegeleiding); mevr. A. J. V. d. Lustgraaf (bedrijfsmaatschappelijk werk); J. van der Hoeden (dienst Pers en Voorlichting), secretaris werkgroep.
van welzijnsverstorende faktoren in de onderwijssituatie (koUektief-strukturele taak). Voor het laatste is naast kontakt met studiebegeleiders, onderwijsen examenkommissies de registratie van spreekuurgegevens belangrijk. Voorts houden de vijf dekanen zich bezig met voorlichting (van a.s. studenten en hun ouders), sociale introduktie, studentengezondheidszorg en -huisvesting.
Objectief en persoonlijk Circa 2500 studenten zijn vorig jaar één of meermalen langs geweest. Ongeveer evenveel als het jaar daarvoor. Opvallend is de toename in het aantal verwijzingen naar studie-adviseurs. Mogelijk hangt dit samen met de groei van het aantal studieproblemen in vergelijking met andere problemen. De dekanen verwachten dat de invoering van de Wet Herstrukturering een verdere toename tot gevolg zal hebben. Om daar wat aan te doen wordt gedacht aan een projekt studievaardigheden. Omdat in de geherstruktureerde studie extra nadruk op het propaedeusejaar zal komen te liggen (de inschrijvingsduur is beperkt en de fakulteit is verplicht na één jaar een studieadvies uit te brengen), is het van belang te weten wat voor eerstejaars de meestvoorkomende problemen zijn. Studieproblemen blijken op de eerte plaats te komen: 42.4%. Dat is veel meer dan bij ouderejaars. De dekanen vinden dat hulp bij de studiekeuze (op het VWO) en de begeleiding van eerstelaars beter moet. Overigens hebben eerstejaars het minder moeiliik met hun financiën dan ouderejaars. Als verklaring daarvoor wordt genoemd dat het verschil tussen hun verwachtingen en de realiteit minder groot is. In het algemeen komen moeilijkheden rond financiën, militaire dienst en studie het meest voor. Niet meer dan 2,6 procent van degenen die langskomen waagt het met persoonlijke en sociale problemen in huis te vallen. Liever beginnen ze met een wat 'objektiever' probleem. Pas later in het gesprek komt dan de meer persoonlijke problematiek daaromheen aan de orde. Dan blijkt het aantal drie tot vier keer zo groot te zijn. De strukturele werkkomponent van de dekaan bestaat voor een groot gedeelte uit vergaderen. Gemiddeld ruim 130 dagdelen per dekaan per jaar. Aan de VU zijn ze o.a. betrokken bij huisvesting, ziektekostenverzekering. overleg met andere welzijnsfimktionarissen en met fakulteiten.
Wetsartikelen zwaar op de maag Vooral de wetsartikelen 24 bis 3 en 77 ter. van de gewijzigde wet op het wetenschappelijk onderwijs liggen de dekanen zwaar op de maag. Het eerste artikel bepaalt dat een fakulteit aan het eind van het propaedeusejaar de student advies moet (moet!) uitbrengen over het voortzetten van zijn studie. Er zijn dan grofweg vijf mogelijkheden: doorgaan in dezelfde studierichting aan de imiversiteit, of in het HBO, of overgaan op een andere richting aan de universiteit, of in het HBO, of stoppen met studeren. Alleen voor het uitbrengen van het eer-
ste advies is een fakulteit deskundig genoeg. Konidusie? Art. 24 bis 3 w.w.o. is onuitvoerbaar. Wat heb je aan zo'n konklusie. Niets, meende men op het bureau studentendekanen. Op het ogenblik wordt dan ook overlegd over een proefjaar bü wiskunde en lichamelijke opvoeding, waarin met de uitvoering van 24 bis 3 kan worden geëxperimenteerd. Ook de studentenpsychologen en de afdeling onderwijsresearch zijn erbij betrokken. En 77 ter? Dat noemt de reden voor verlenging van studieduur. Volgens de wet: verandering van studie vöör het eüid van het tweede inschrijvingsjaar, overmacht (gezien vanuit het onderwijs), en persoonlijke omstandigheden. Dat zijn: werkstudentschap in volledige dagtaak, gezinsomstandigheden van vrouwelijke studenten, lidmaatschap van door de minister aangewezen bestuursorganen van de universiteit. Andere persoonlijke omstandigheden zijn er niet. Volgens de wet. Volgens de dekanen echter wel: Ziekte, huisvrouw zijn, of gedeeltelijk werkstudentschap, of het lidmaatschap van niet door de minister aangewezen universitaire bestuursorganen. In een brief van 6 april 1977 aan het CvB bepleiten zij dat de instellingen onderling tot overeenstemming proberen te komen over de toepassing van de normen. Ook wordt daarin voorgesteld een kommissie verlenging inschrijvingsduur in het leven te roepen, die het CvB zou moeten adviseren en daarbij ter dege reltening houdt met het advies van de dekanen.
VL VU-doorstromers De studentendekanen wijzen op de hindernissen voor studenten die na een nieuwe lerarenopleiding (NLO) willen doorstuderen. Dat mogen ze alleen maar aan de instelling waarmee de desbetreffende NLO is gelieerd. Wijsbegeerte en algemene taalwetenschappen
OSKfi^tJ
wPCÄwi(Se\«wpß ^
v^v
<^
-v
iV
JU
J
Lßtopi?. sreeps nifiodd- iwvLOeo öP Her ó»/Deftui^S. mag niet, tenzij ze eerst nog een kandidaatsdiploma halen. Ten derde: uitstel van militaire dienst, voortzetting van de studietoelage etc. levert meer moeilijkheden op dan voor 'normale' studenten. Er komen steeds meer doorstromers. Vorig jaar waren het er 44 (van de 83 afgestudeerde VLVU'ers). Nog meer brieven aan het CvB. Het jaarverslag meldt dat de dekanen 5 februari vorig jaar het kollege schriftelijk vroegen om ee.n behoorlijke recht^ang te waarborgen voor studenten die in beroep bij de fakulteitsraad gaan tegen hun behandeling tijdens het afleggen van een examen/tentamen dan wel tegen de beoordeling daarvan. Het CvB kwam met een voorstel aan de UR waarin de opmerkingen van de dekanen waren verwerkt. Ruim een maand later. 10 maart, ging een andere brief de deur uit. Over de registratie van studentengegevens. De dekanen zijn er
niet van overtuigd dat de noodzakelijke privacy van de studenten voldoende is gewaarborgd. Het CvB stuurde bericht terug dat ze eerst het rapport informatiebeleid wilde afwachten. Dat rapport — inmiddels verschenen — gaat geheel voorbij aan de genoemde punten van kritiek. Inmiddels is door het CvB een nieuwe werkgroep Studentensystemen ingesteld, waar ook één van de dekanen lid van is. Het jaarverslag: 'Studentendekanen blijven ter zake attent'. Voorts maakt het verslag nog melding van de stand van zaken rond studiefinanciering, ziektekostenverzekering en huisvesting van studenten. Ook hier tal van onvolkomenheden. En enkele lichtpuntjes. Onvolkomenheden, waarvan de meeste wel weer in het volgende jaarverslag vermeld zullen worden. Met andere lichtpuntjes . . . (J. d. G.)
'Moeder' Weevers - sinds '75 officieel studiebegeleidster twintig jaar bij subfakulleit psychologie
-
"Mijn ervaring is dat elke student een keertje in de rode fase terecht komt" 'Mijn ervaring is dat iedere student, wie dat ook is, een keertje in de rode fase terechtkomt. Dat heeft volgens mij met zijn persoonlijke ontwikkeling als mens te maken. Studenten zijn bezig mens te worden. Bij de een gaat dat gemakkelijker dan bij de ander. Je hebt studenten die de eerste drie jaar van de kandidaatsfase konstant van de rails af zijn, terwijl ze in de doktoraalfase als een paddestoel omhoog schieten. Je zegt dan: had ik nooit gedacht. Dat betekent dat je altijd moet zeergen: nooit wanhopen.' Aan het woord is mevr. H. E. H. WeeversMeijer (53), 'moeder" Weevers voor nog altijd veel studenten aan de subfaculteit psychologie, waar ze nu twintig jaar werkt. Als studiesekretaresse hielp ze studenten bij het oplossen van hun problemen, hoewel dat buiten haar eigenlijke taak viel. Dat ging vanzelf. Ze bleek er gevoel voor te hebben. 'Moeder" Weevers was het toen. Sinds januari 1975 is ze officieel studiebegeleidster. Een aparte funktie: de kleine 'Studentenfamilie' groeide in de loop der jaren tot meer dan duizend leden. 'Ik ben indertijd begonnen bij prof. Wijngaarden. Als sekretaresse. Mijn zus had me attent gemaakt op de baan bij de VU. Ze vroegen iemand voor iets heel ingewikkelds, dacht ik, toen ik de advertentie las. Misschien moest je er wel minstens voor zijn afgestudeerd. Je was niet alleen sekretaresse. Je moest ook de boekhouding van de studenten bijhouden en bovendien was je bibliothecaresse. Maar ik vond het wel een leuke kombinatie.' En zo begon ze bü de psychologen, die samen met de pedagogen toen nog onderdeel van de medische fakulteit waren. 'Je boekte de cijfers van de tentamens in die studenten hadden afgelegd. Ik leerde daaruit dat sommigen het goed deden en regel-
matige lijsten hadden. Maar af en toe zag je opeens bijvoorbeeld een aantal vieren achter elkaar. Ik dacht: wat is hier aan de hand? Ik kwam er achter dat er vanuit de subfakulteit eigenlijk nooit bij stilgestaan werd. Prof. Wijngaarden zei: vraag het aan de studenten zelf. En ik riep dus de studenten op. Soms waren ze ziek geweest of hadden in tijdnood gezeten, maar er waren ook ernstiger dingen aan de hand. Studenten die het helemaal niet meer zagen zitten, geestelijk in de knoop zaten. Dan ging ik weer naar prof. V/ijngaarden als hoofd van het studiesekretariaat toe en zei: daar moet wat aan gedaan worden. En dat gebeurde dan ook.' 'In het begin lachte men wel om me. Daar heb je 'moeder' Weevers
weer. Maar zo moederlijk ben ik helemaal niet. Misschien was het meer nieuwsgierigheid die me dreef, hoewel: ik ben erg in mensen geïnteresseerd.' 'De subfakulteit vond het wel aardig dat ik er studiebegeleiding büdeed, maar had er eigenlijk geen aparte 'kop' (personeelsplaats) voor over. Zolang het te kombineren is met het administratieve werk, is er geen bezwaar, was de gedachte. Toen kwam er een tijd waarin dat niet meer kon. Anderhalf jaar gebeurde er niets. Van studentenzijde kwam toen het verzoek aan de subfakulteit om toch weer wat aan studiebegeleiding te doen. Er is toen onderzocht of het studiesekretariaat kon worden uitgebreid. De konklusie was dat de zaak onderbemand was. Zo ben ik studiebegeleidster geworden. Halftime. Het studiesekretariaat bestaat verder uit een onderwijskoordinator, een studiesekretaresse en een assistente.'
Drie soorten 'probleemstudenten' 'Sindsdien heeft de studiebegeleiding wat vorm gekregen. Uit een onderzoek naar de oorzaken van studie-achterstand, dat we met ons
Vervolg op pagina 4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's