Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 439

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 439

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 16 JUNI 1978

Coördinator

samenwerkingsprojejtten

in Indonesië

drs. Theo

Veenkamp:

'Samenwerking met Gadjah Mada baseren op onafhankelijkheid en dienst aan samenleving' Dinsdag zal de universiteitsraad zich uitspreken over het al of niet g:oedkeuring verlenen aan de samenwerkingsovereenkomsten van de W met de universiteiten van Botswana, Lesotho en Swaziland (Zuidelijk Afrika) en, samen met andere Nederlandse universiteiten, met de Gadjah Hada Universiteit (UGM) te Yogyalcarta (Indonesië). Het gaat om een ratificatie van de raamovereenkomsten die op grond van een UBbesluit juni 1976 zyn voorbereid. De Gadjah Mada-universiteit kwam eind februari in het nieuws toen het leger ingreep tijdens anti-Soehartodemonstraties van studenten op de campus van deze op midden-Java gelegen universiteit. Alle onderwijsactiviteiten werden gedurende een week gestopt. Behalve de UB van de VU moeten de Hogeschoolraad van Wageovereenkomst met de UGM belcrachtigen. De instemming van de VU is essentieel omdat het coördinatiepunt in Nederland bij de VU ligt. Van Indonesische züde is men akkoord gegaan. We spreken met drs. Theo Veeniiamp, die als coördinator in Indonesië van de verschillende Projekten zal optreden over de politieke 'gevoeligheid' van het samenwerkingsverband, de aard van de Projekten, zijn coördinerende rol en zijn motivatie. Veenkamp is geen onbekende aan de VU. Van 1968 tot eind 1972 is h^ wetenschappelijk medewerker bestuurskunde geweest by prof. Brasz. Daarna tot begin dit jaar was hy werkzaam by de gemeente Amsterdam als secretaris stadsvernieuwing. In maart is hg aangetrokken als coördinator in Indonesië voor het samenwerkmgsprogramma met de UGM. Wat zfln z'n verwachtingen van de komende UB-vergadering? 'De zaak zal wel niet van een leien dakje gaan. Ik denk dat er stevig gediscussieerd zal worden over de zan van het aangaan van een samenwerkingsverband gezien de informatie die de studenten zelf ontvangen hebben over wat er gaande is in Indonesië. Maar ik verwacht ook wel dat de UR zich door de kwaliteit en het geheel van de Projekten zal laten lelden en er voor zal zyn. Het gaat hier om een goed voorbeeld van universitaire ontwikkelingssamenwerking, waar je als universiteit echt achter kimt staan, ook al kun je vraagtekens zetten. Veenkamp loopt vooruit op mogeI^ke kritiek op het samenwerkingsverband in de raad: 'Je zou kunnen zeggen dat één van de voorwaarden van samenwerking is dat een universiteit naar haar eigen aard kan functioneren en voor mij is het een wezenskenmerk dat aan een universiteit onafhankeiyk en dienstbaar aan de samenleving kan worden gewerkt en gedacht. Als er op een gegeven moment een zodanige situatie zich zou voordoen dat daar nauweiyks meer sprake van is, dan is hel niet anvol van Nederlandse kant die samenwerking voort te zetten. Stel dat Gadjah Mada biyvend onder militair bestuur geplaatst zou worden, dan zou dat naar myn oordeel stryden met het karakter van een universiteit. Maar daar is geen sprake van op dit moment. De periode dat de universiteit door militairen bezet is geweest heeft maar zeer kort geduurd, nog geen week. Natuuriyk zyn er spanningen gebleven maar ik heb toch de mdruk dat zowel staf als studenten van Gadjah Mada er tot nu toe goed in geslaagd zyn om de Idealen van onafhankeiykheid en dienstbaarheid aan de samenleving in hun werk zo goed mogeiyk overeind te houden. Daarom vind Ik de samenwerking verantwoord. Voor elke vorm van kennisoverdracht geldt het risico dat die kennis op verschillende manieren aangewend kan worden. Je hebt niet de garantie dat die kennis altyd volledig dienstbaar gemaakt Wordt aan de armste groepen van äe Indonesische samenleving. Je moet bovendien geen maatstaven opleggen, die je zelf in eigen land ook niet volledig waar kan maken. Want ook hier kun je niet waar maken dat al het werk van de umversiteit gericht wordt op de kwetsbaarste groepen in de samenleving en alle studenten zich daarnaar zullen gedragen. Afgestudeerde rechtenstudenten kunnen byvoorbeeld een Willem van Bennekom worden, die zich inzet voor vluchtelingenwerk maar ook een advocaat, die huisjesmelkers >n oude buurten rechtskundig bystaat. Als je met elkaar discussieert in de UR over de zin van niversitaire ontwikkelingssamenerking moet je dat goed in het

door Bart

Muysson

oog houden, maar dat ontslaat je natuuriyk niet van de plicht voorwaarden te scheppen voor een zo goed mogeiyke maatschappeiyk gerichte ontwikkelingssamenwerking.' Tussen de VU en Gadjah Mada, die één van de kwalitatief allerbeste van de 80 staatsuniversiteiten is met ca. 16.000 studenten is, bestaat al sinds 1971 een relatie voor een aantal Projekten. De eerste fase van het nu geplande samenwerkingsverband met Gadjah Mada heeft een looptyd van drie jaar en behelst Projekten, die op het terrein van plattelandsontwikkeling en exacte vakken liggen. De samenwerking is ontstaan op Initiatief van de Indonesische universiteit, die bezig is met een 'up grading' programma, het voor een aantal disciplines op een hoger peil brengen van onderwys en onderzoek. Veenkamp: 'Vooral de ervaring die in de samenwerking is opgedaan met de aardwetenschappen heeft geleid tot de conclusie dat men on een te beperkte wyze bezig was met een belangryk stuk problematiek op midden-Java, nameiyk de dreigende erosie en de gevolgen die dit heeft voor de plattelandsontwikkeling. By Gadjah Mada heerste de overtuiging dat als je nou werkeiyk vanuit de universiteit goed aan het probleem wil werken dan moeten er andere disciplines by betrokken worden: sociale geografie, niet-westerse socialogie, gezondheidszorg, boshuishoudkunde en natuurbeheer. De andere helft van het samenwerkingsverband betreft de 'basic sciences' natuur- en scheikunde. Hierin ligt ook een taak voor Gadjah Mada als voedster voor andere universiteiten om haar kennis op haar beurt over te dragen.' De kosten van de drie eerste jaren van het samenwerldngsverband zullen ongeveer vier niUjoen gulden bedragen. Het is één van de laatste Projekten die nog door minister Pronk zijn goedgekeurd. De financiering die plaats vindt via het Nuffic, de stichting van Nederlandse universiteiten en hogescholen voor internationale samenwerking, omvat de salarissen en bijkomende kosten van uitzending van de Nederlanders, de materiaalkosten die in Indonesië nodig zijn (boeken, laboratoria, auto's VOO veldwerk etc.) en de kosten voor studie in Nederland van Indonesische docenten. Gadjah Mada brengt zelf ook geld in (lopende kosten en een deel van de materiaalkosten). In de komende drie jaar zullen acht langverbanders (gedurende twee jaar), onder wie vier VU mensen, en twintig kortverbanders (een aantal maanden) uitgezonden worden. De bydrage van de VU ligt voornameiyk op het terrein van natuurkunde, aardwetenschappen en medisch-sociologische gezondheidszorg. Ook zullen een aantal Indonesiers naar Nederland komen, stafleden van Gadjah Mada, d;e hier aan een proefschrift verder kunnen werken om uiteindelijk te promoveren in Indonesië of

om specialistische kennis op te doen. Hoe stelt Veenkamp zich zijn coordinerende rol in Indonesië voor? 'Myn algemene taak is het stelselmatig bevorderen dat de nogal moeihjke doeleinden, die we met het samenwerkingsverband nastreven — onderwys en onderzoek by Gadjah Mada op een hoger peil brengen — de aandacht houden. Dat betekent dat je voortdurend met elkaar de voortgang bespreekt. Daarvoor zal ik initiatieven ontplooien. Het constant evalueren van het effect van wat we daar aan het doen zyn zal moeten voorkomen dat een aantal Nederlanders daar hun hobbie gaan uitleven. We zitten daar op verzoek van Indonesië en moeten daar produktie leveren. Wat ik er my van voorstel is niet dat we streven naar een fraai ge-

ïntegreerd model of theorie van plattelandsontwikkeling maar veel meer naar een training en schoUng voor de deelnemers om vanuit verschillende invalshoeken een probleem zo praktisch mogeiyk te analyseren, op te lossen. Indonesië heeft behoefte aan afgestudeerde mensen, die gewend zyn aan interdisciplinair werk. Het is nog altyd gemakkeiyker je eigen veld af te bakenen en je daar lekker in te verdiepen dan ergens geïntegreerd aan te werken. Voorts moeten we de ervaringen die we by het plattelandsprojekt opdoen terugploegen in het curriculum van alle participerende faculteiten en instellingen. De ervaringen moeten niet éénmalig zyn maar neergeslagen worden In de onderwysprogramma's, opdat zoveel mogeiyk studenten er de vruchten van kunnen plukken.

Begin dit jaar heeft Veenkamp met een Nederlandse delegatie de afrondende gesprekken in Indonesië gevoerd. Hy is zeer te spreken over de gevoerde besprekingen. 'We kwamen onder de indruk van de enorme energie bq Gadjah Mada voor het uitbouwen van de betrokken vakken. Ik vond het prettig dat men van Indonesische zijde ons te verstaan gaf dat van ons geen hobbyisme wordt verwacht maar kwaliteit. Tussen de regels door werd tegen ons gezegd dat als je de salarissen van de Nederlanders vergelijkt met die van de Indonesiërs dat daarvoor ook hard gewerkt moet worden. Van ons wordt verwacht dat wy hun mogeiykheden om zelf aan de problemen te werken moeten verg.'-oten. UGM kwam eind vorog jaar byvoorbeeld met het verzoek om bosbouw (Wageningen!) in het programma op te nemen, speciaal met het oog op de ontwikkeling van die van herbebossingstechnieken, die het tevens mogelyk maken dat boeren hun Inkomstenbronnen kunnen vergroten.' Veenkamp tenslotte over zyn motivatie om met zyn gezin naar een ontwikkelingsland voor een periode van minstens drie jaar te vertrekken: 'In myn doctoraal afstudeerpakket had ik al niet-westerse sociologie opgenomen. Ik heb altyd de hoop gehad in een ontwikkelingsland te kunnen werken. Dat is tydens myn medewerkerschap bestuurskimde niet gelukt. By my leefde sterk het gevoel dat als je inzicht in het vak bestuurskunde wilde krygen, dat je dan in de praktyk moet gaan. Toen die kans zich voordeed ben ik by de gemeente Amsterdam coördinator stadsvernieuwing geworden. Daar heb ik gedurende meer dan vyf jaar veel ervaring opgedaan by het op een procesmatige manier veranderen van het functioneren van een omvangryk apparaat. Ik had al byna dat ideaal van het werken in een ontwikkelingsland bygezet in de kast van niet-vervulde idealen totdat tot grote verrassing deze mogeiykheid opdook. Er werd iemand gevraagd die een niet al te specifiek wetenschappelyke ervaring had opgedaan op onderwys en onderzoeksgebied en anderzyds iemand die management en coördinatieervaring had opgedaan. Die beide kenmerken zyn in my verenigd.' Op 26 juni zal Veenkamp naar Indonesië vertrekken om de voorbereidingen van het samenwerkingsprogramma af te ronden.

Vele Argentijnse studenten verdwenen of gearresteerd Tussen de militaire coup in maart 1976 en juli 1977 zijn in Argentinië grote aantallen studenten gearresteerd of verdwenen. Dezer dagen heeft Amnesty International een lijst gepubliceerd van 80 studenten, die slachtoffer zijn geworden van de schendingen van de mensenrechten in dat land. De lijst is echter verre van volledig, omdat, aldus Amnesty International, 'in vele gevallen de ouders van verdwenen studenten weigerden de zaak openbaar te maken, omdat ze bang zijn, dat publiciteit het leven van hun kinderen in gevaar kan brengen'. Amnesty International heeft alle Nederlandse Universiteiten en Hogescholen een exemplaar van het rapport toegestuurd met het verzoek om by de autoriteiten in Argentinië te protesteren tegen de arrestaties en oi^voeringen van studenten w ^ e n s hun politieke overtufeing of aktiviteiten. Uit het rapport bUjkt, dat ook buitenlandse studenten niet gevrywaard zyn van willekeurige repressie in Argentinië. Op de lyst vermisten staan een Chüeen, een Paraguayaan, een Pool, een Zweed, een Zwitser, een Braziliaan en enkele West-Duitsers. Elisabeth Käseman werd naar alle waarschyniykheid door de veiligheidspolitie in een geheim detentiecentrum dooi^eschoten. Op 9 maart, enkele weken na haar inschryvüig aan de universiteit van Bueno^ Aires, werd zy gearresteerd. Ondanks pogingen op hoc^ niveau van het West-Duitse ministerie van buitenlandse zaken volgden pas op 1 juni nadere be-

richten over het lot van Elisabeth. Op die dag vermeldde een legercommunique, dat een week eerder '16 linkse guerilla's waren gedood tydens een operatie van op 14 mei 1977 in Argentinië, om een bezoek te brengen aan bevriende vluchtelingen in dat land. Twee dagen later werd, hy gearresteerd, zyn vrouw werd op 3 juni 1977 door een anoniem tehet leger in Monte Grande'. Onder de gedoden was een zekere 'Isabel Kasemann, een buitenlandse'. Dagmar Hagelin is een 17 jaar oude studente met een dubbele (Argentyns-Zweedse) nationaliteit, zy werd op 27 januari 1977 neergeschoten, toen zy een vriendin bezocht, die mogeiyke connecties met linkse kringen heeft. Sinds die dag is er niets meer van haar vernomen. De 25-jarige Zwitserse student Alexei Jaccard-Siegler arriveerde lefoontje van de ontvoering van haar man op de hoogte gebracht.

Sindsdien is niets meer van hem vernomen. Klaus Zieschank (24) komt uit een Duits gezin in Argentinië. Hy studeerde in München en ging naar Ai^entinie terug om enkele maanden by zyn famUie te zyn. By het verlaten van de auto-fabriek, waar hy een vakantiebaantje had genomen, werd Inj op 26 maart 1976 door vier militairen met een auto opgevangen. Hy werd meegenomen naar het huis van zyn familie. Daar werd huiszoeking gehouden en werden veel persooniyke zaken in beslag genomen. De militairen weigerden enige verklaring voor hun optreden te geven. Klaus werd me^enomen en is sindsdien spoorloos verdwenen. Amnesty International voert op dit moment een internationale actie, die een betere toepassing van de mensenrechten in Argentinië ten doel heeft. In Nederland zyn ongeveer 150 Amnesty-groepen actief in het kader van deze campagne. Verscheidene personen en organisaties hebben op verzoek van Amnesty International geprotesteerd tegen de situatie, waarin hun beroepsgenoten zich in Argentinië bevinden. Het betreft tot nu toe o.a. journalisten, juristen, medici en vakbondsmensen. (GÜPD, UK Groningen)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 439

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's