Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 127

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 127

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 11 NOVEMBER 1977

3

Dr. Gerben Heitink promoveerde op 'Pastoraat als

hulpverlening'

Bepaalde vormen van geloof werken nogal neurotiserend Sinds de twintiger jaren zqn in de gereformeerde kerken geloofsleer en geloofsbeleving sterk uit elkaar gegroeid. Geloof werd het aannemen van een aantal waarheden. 'Waar blijven we als dat en dat ook al niet meer waar is,' zo roepen tegenwoordig sommige trouwe gereformeerde kerkmensen vertwijfeld uit. Het geloof is hier een geloof in een uiterlijke autoriteit buiten de mens geworden. Er is hier te weinig persoonlijke geloofservaring. Door die sterke nadruk op het dogma, dat de geloofservaring overheerst is onder de gereformeerden veel nood ontstaan. Ik geloof, dat veel verontrusting hiermee samenhangt. Aan het woord is Gerben Heitink, die een paar weken geleden aan de VU promoveerde op het proefschrift "Pastoraat als hulpverlening'. De verschijning van zijn proefschrift is volgens drs. K. A. Schippers in het Centraal weekblad van historische betekenis voor de gereformeerde kerken. De laatste samenvattende studie over pastoraat en gereformeerde theologie dateert uit 1955 toen prof. G. Brillenburg Wurth een handboek over het pastoraat onder de titel 'Christelijke zielszorg in het licht der moderne psychologie' het licht deed zien. Met zijn 'pastoraat als hulpverlening' pakte Heitink de draad weer op, die twintig jaar was blijven liggen. Een groot verschil met Brillenburg Wurth, Heitinks leermeester, is echter, dat Heitink bij de mens begint en bij de kerk eindigt terwijl zijn leermeester het net andersom deed. Heitink: Al's je het omkeert en bij de kerk begint is de mens bij voorbaat kerkmens en dan vraag je je af, of je gewoon de mens in zijn ervaringswereld wel voldoende recht doet. 'In de gereformeerde kerken is een heleboel ellende veroorzaakt doordat we de mens ziJn kwtjt geraakt. In de twintiger jaren is die aandacht voor de mens zelf op een gegeven moment ondergesneeuwd. Daarvóór zag je bü iemand als Herman Bavinck wel de sterke verwevenheid van theologie en psychologie. Bavinck kon bijvoorbeeld het fenomeen bekering niet los zien van de psychologische ontwikkeling, waarbinnen die bekering plaats vindt. De (geloofs)ervaring vindt Bavinck erg belangrijk. Hij vindt dat er in de wetenschap een eenheid moet bestaan tussen kennis, wijsheid en ervaring. De wijsheid des levens noemt hy de grondslag van alle wetenschap. Het psychologisch gezichtspunt vond Bavinck zo belangrijk, dat hij zelfs in 1910 zijn hele dogmatische bibliotheek verkocht om zich de laatste tien jaar van zijn leven met psychologie en pedagogie bezig te houden. En een leerling van hem. Geelkerken (bekend van de 'slang') promoveerde bij hem op een godsdienstpsychologisch onderwerp.

Angst Hoe komt het nu, dat die lijn op een bepaald moment werd losgelaten en de nadruk zo sterk op de leer, het dogma kwam te liggen? Heitink: 'De oorzaak daarvan is onder andere gelegen in angst. De breedheid van het denken van Bavinck was te bedreigend. En hy doelt dan op de brede verbanden, die Bavinck legde tussen theologie, kuituur en psychologie. Opmerkelijk vindt Heitink het, dat die breuk tussen dogma en psychologie juist op het moment komt, dat de emancipatie van de gereformeerden in de sfeer van de bereikte doelen komt te liggen (zoals de socioloog Jan Hendriks het uitdrukt). Omstreeks 1920 zijn de gereformeerden zo ongeveer 'binnen'. Ze gaan het bereikte consolideren en het eigen erf verdedigen, Heitink: 'Men is satisfait, de openheid gaat eruit en de parade der mannenbroeders gaat beginnen. In die tijd wordt ook het antithetisch denken verheven tot dogma. De zaak slibt dicht. Het gereformeerde volk sluit de rijen en vereert haar leiders. Men wordt bang voor veranderingen. (De eterk opkomende werkloosheid in de crisisjaren versterkt wellicht nog die neiging tot consolidatie en eng conservatisme j.k.)

Door Jaap Kamerling Pas na de oorlog zie je bij o.a. een gereformeerd theoloog als Brillenburg Wurth weer een bredere oriëntatie. 'Hij gaf een stuk ruimte, het was altijd enerzijds anderzijds, nooit: zo moet je denken. Dat was voor sommigen wel bedreigend.

De mens

vertrekpunt

Zoals gezegd had ook Brillenburg Wurth belangstelling voor de psychologische beleving van het geloof maar hij vertrok toch nog altijd van het instituut van de kerk. Bil Heitink (en ook bij mensen als Kuitert) zie je nu een wendir^. Hij vertrekt by het pastoraat vanuit de mens. Ecclesiologie wordt vervangen door antropologie. Daarbij erkent Heitink ook als theo-

Sommigen opgejaagd door geloof: 'Je moet zoveel en je mag zo weinig' loog heel duidelijk het belang van andere invalshoeken in de hulpverlening aan de mens naast de pastorale zoals het maatschappelijk werk, de psychotherapie, de wijkverpleegkunde etc. Nu deze disciplines meer ziJn geprof esionaliseerd kost het de kerk minder moeite deze invalshoeken te erkennen en ermee samen te werken. Het geestelijke sec bestaat niet begint men te beseffen. Het gaat om de hele mens en elke invalshoek kan in de hulpverlening aan de hele mens een bijdrage leveren. Zo kunnen ze elkaar aanvuUen. Dr. Heitink is optimistisch over de toenemende erkenning bij artsen, maatschappelijk werkers, psychotherapeuten en andere werkers van de religieuze dimensie van menselijke nood. In veel plaatsen draaien pastores al mee in zogenaamde 'hometeams' van huisartsen, wijkverpleegsters en maatschappelijk werkers. Ook werken er al pastores en instellingen van geestelijke gezondheidszorg.

het eerst. Wat je ook vaak tegenkomt is een patroon van sterke afhankelijkheid. Afhankelijkheid, die door het geloof wordt toegedekt: je moet worden als een kind. Bepaalde prediking ('God is alles en de mens is niks') kan die afhankelijkheidspatrouen versterken. Heitink meent, dat sommige godsdienstige patronen dan ook nog al op gespannen voet staan met de geestelijke gezondheid.

Religie gezond? Daarmee komen we op de vraag of religie in het algemeen eigenlijk een gezonde zaak is. In de Freudiaanse religiekritiek is religie neurose. Bij Jung echter zien we een heel positieve benadering van religie. Hij ziet religie als een gezonde wijze van omgaan met de 'archetypen' (oerbeelden in het collectieve onbewuste, van elke mens in alle tijden en culturen zoals de moeder, de tovenaar, de held, het vuur). Én de Nederlandse psycholoog Bümcke ziet ongeloof zelfs als een ontwikkelingsstoornis. Volgens Heitink heeft elke mens een religieuze 'infrastructuur'. Iedere mens heeft een antenne om God te ontmoeten. In de antropologie van de psychotherapie zie je ook een grote openheid voor religie en een positieve waardering ervan.

Golfbeweging in Kuituur Bij een man als Ei'ich Fromm zie je echter een meer negatieve waardering. Hij ziet geloof meer als uiting van angst voor de vrijheid, voor het op eigen benen staan. Promm geeft volgens Heitink wel inzicht in bepaalde (ongezonde) vormen van religie. Maar dat biedt ook de kans om het geloof te ontkorsten en van zijn belemmeringen te ontdoen. Heitink heeft zelf een supervisieopleiding gehad bij de ontwikkelingspsycholoog Andriessen in Nijmegen, die een leerling is van de bekende Han Portmann, die in boeken als 'Als ziende de Onzienlijke' 'Heel de mens' en 'Oosterse Renaissance' heel positief staat tegenover het geloof, oók in deze tijd. Volgens Portman was de kerkvader Augustinus na zijn

-y^^^Äv^" ^^^^^B ^

bekering misschien wel neurotischer maar ook gezonder en 'heler'. Heitink gelooft, dat men de laatste jaren weer gevoeliger wordt voor religie. Er is volgens hem sprake van een soort golfbeweging in de kuituur. Je hebt golven van 'persoonlijke groei' en 'sociale verandering'. De maatschappijkritische golf van 'social change', die in de zestiger jaren om zich heen greep hebben we nu wat gehad. De ervaring is echter geweest, dat de structuren, die moesten veranderen (demokratisering) weerbarstiger zijn dan we aanvankelijk dachten. 'Wil je echt gewapend zijn en er tegen kunnen dan moet er ook sprake zijn van verdieping van de persoonlijkheid. De mens wordt immers weer op zichzelf en zijn machteloosheid ' teruggeworpen. Daardoor krijgen nu de religie, ook de oosterse religie en transcendentale meditatie weer meer aandacht. Heel duidelijk zie je deze

Nog geen besluit over plannen DNA-recombinantie-onderzoek UvA

Dwangmatigheid

De universiteitsraad van de Universiteit van Amsterdam heeft vorige week besloten pas op ZZ november verder te praten over het al dan niet uitvoeren van DNArecombinantie-experimenten (erf elijkheidsonderzoek). Inzet was een ontwerp-besluit van het college van bestuur over de voorwaarden waaronder deze zouden kunnen worden begonnen.

Als we ons nu even bepalen tot de pastorale invalshoek bü die hulpverlening, bestaan er dan typen van neurose, die in verband staan met het geloof? Heitink: 'Ik heb het in mijn proefschrift over ecclesiogene neurose. Met name binnen de gereformeerde gezindte krijgt men nogal eens problemen vanuit een bepaalde geloofservaring. Je ziet dan vaak nogal dwangmatige patronen. Sommige mensen worden door hun godsdienstigheid nogal opgejaagd. Dit moet en dat moet. En dat wordt een soort heilig moeten. Deze vorm van spiritualiteit versterkt dwangmatige patronen. En daar kun je nogal neurotisch van worden: je moet zoveel en je mag zo weinig. Het geloof maakt dan onvrij. Overigens kunnen oorzaken ook buiten het geloof liggen. Dat is soms moeilijk uit te maken: een kip of ei-kwestie, wat was er

Samen met de raadsfrakties van de ASVA (studenten) en Progressief Personeel en het buiten-universitaire raadslid dr. Coen Kleisen (microbioloog) was er een verandering aangebracht in het al veel langer bestaande ontwerpbesluit: alleen experimenten die in de laagste twee van de vier risicoklassen volgens 'de richtlijnen van de KNAW-commissie vallen zullen kunnen worden to^estaan. Daarmee komt men tegemoet aan het regeringsstandpunt 'de grootst mc^eUjke terughoudendheid' te betrachten. Bovendien neemt het CvB in het ontwerpbesluit nu zelf de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van de veiligheidseisen en de kontrole daarop op zich. Daarmee wijkt het af van de procedure, zoals die door de commissie belast met het toezicht op de genetische manipulatie van de Kon. Ned.

Akademie van Wetenschappen (KNAW) is voorgesteld en die wel door de VU is gevolgd. Zoals bekend kunnen met deze commissie, in afwachting van een wettelijke regeling, vrijwillig kontrakten worden afgesloten door onderzoekers en de universiteit of het bedrijf waarvoor zij aan het werk zijn. De ASVA en PP-fraktie en het raadslid Kleisen stonden aAviJzend tegenover deze procedure omdat de KNAW-commi^ie zowel adviserende, kontrolerende als uitvoerende bevoegdheden heeft ten aanzien van het genetisch onderzoek. Volgens het ontwerp-^besluit zal er een gekozen veiligheidscommissie worden ingesteld, bestaande uit laDoratoriumpersoneel. De universiteitsraad wilde niet over de DNA-recombinantie-onderzoekspiannen diskussiëren gezien het juist bekend geworden standpunt van de Industriebond N W . De bond vindt dat de regering op korte termijn de in de laboratoria van Gist-Brocades in Delft en van Unilever in Vlaardingen voorgenomen experimenten moet verbieden, zolang er nog geen wettelijke reeling is. ASVA en PP-fraktie zijn het met het standpxmt van de Industriebond eens. (Bed.)

Gerben (39 jaar) groeide op in een Arnhems gezin, waarin de vader de gelders hervormde en irenisch-ethiese spiritualiteit inbracht en de moeder als fries gereformeerde de spiritualiteit in de lijn van Kuyper. Beide heel verschillende werelden spraken hem aan en hij wist ze te integreren toen hij opgroeide. Zijn vader werd overigens ook gereformeerd. Nu heeft Gerben Heitink zelf een gezin met twee kinderen. golfbeweging bij mensen als Harvey Cox en Dorothé Solle. Cox kwam in de zestiger jaren met zijn maatschappij-kritische 'Stad van de mens' maar later begon hij ook het belang in te zien van de antropologische pendant. Hij bepleitte, dat de kerk meer zou gaan inspelen op het speelse aspekt van het bestaan. In zijn 'Narrenfeest' is dat terug te vinden. Dorothé Solle kwam in de zestiger jaren met haar sterk struktureel georiënteerde politieke avondgebed. Nu geeft 'iij in haar laatste boek, het zeer mystiek-spiritueel geschrift 'Die Hinreise' de weg van de religieuze ervaring aan. De mens sterft aan brood alleen, zegt zü nu. Hij raakt verzadigd aan de welvaart en gaat ontdekken, dat er nog andere waarden zijn. In de kerken wordt gesproken over een nieuwe levensstijl. Dat soort dingen zijn volgens Heitink nog erg marginaal. Hier en daar zijn er geloofstrainingen en ontmoetingsgroepen. De kerk heeft echter wel geweldige kansen en mogelijkheden naar zijn mening. Hij is niet pessimistisch.

Herzuiling Tenslotte komt ons gesprek op de herzuiling, die de laatste tijd optreedt op allerlei gebied. Je ziet het in het onderwijs (gereformeerde sociale academie, christelijke kunstacademie etc.) de omroep en de pers (EO, de sterke groei van het Reformatorisch dagbla|d) en de politiek (het CDA). Heitink over christelijke organisaties: 'Het levensbeschouwelijke zit me erg noog maar hoe je dat organiseert is 'n vrij pragmatische beslissing. Ik ben geen principieel voorstander van christelijke organisaties, ben niet voor verkerkelij king van de samenleving. Maar ik ben ook niet voor veralgemening ervan. Je moet gewoon in de praktijk kijken wat de beste mogelijkheden zijn. Als je naar het diaconale werk van de kerk kijkt dan kun je constateren, dat de armenverzorging is overgenomen door de overheid.

Vervolg op pag. 8

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's

Ad Valvas 1977-1978 - pagina 127

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Ad Valvas | 468 Pagina's