Ad Valvas 1977-1978 - pagina 71
AD VALVAS — 30 SEPTEMBER 1977
11
Registratie en toestemming vereist bij afwijking van regel
Elk universitair personeelslid personeelslic moet in moet in principe aanwezig 2zijn Universitair personeel moet op de geldende werktijden aanwezig zijn en speciale toestemming verkrqgen om in die tyd elders te vertoeven. Dat is het uitgangspunt van een regeling die bij het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen in de maak is.
bepleit weliswaar staatssecretarissen uit eigen kring naast minister Jos van Kemenade. Maar het kamerlid Hermes (KVP), die getipt werd als staatssecretaris, voelt daar bijzonder weinig voor.
venwerkzaamheden door universitair personeel. Daarvoor zijn in een departementale nota hoofdlijnen aangegeven, waarop door de instellingen positief is gereageerd. Een werkgroep, waarin ook de instellingen zitting hebben, legt de laatste hand aan de verdere uitwerking van die hoofdlijnen.
Hij zit liever in de Tsank van de Tweede Kamer om Van Kemenade enig tegenspel te geven in
In de begroting voor het nieuwe parlementaire jaar staat dat 'in het kader van de bevordering van een zo verantv/oord mogelijke taakvervulling door het universitaire personeel in overleg met de instellingen een model is ontwikkeld voor een uitvoerbaar en beheersbaar systeem voor effectieve besteding van de geldende werktijden.' In principe zal iedereen aanwezig moeten zijn. Afwijking van deze regel is alleen mogelijk als er toestemming voor is gegeven en als dat wordt geregistreerd. De instellingen zullen zelf de regels ten aanzien van de aan- en afwezigheid moeten opstellen. Maar de regels zullen in het vervolg aan het model van het ministerie worden getoetst. De begroting schrijft daarover: 'Zy zullen ten minrte gelijke waarborgen tot beheersing van de aan- afwezigheidsproblematiek bij de instellingen als het model moeten bevatten.'
plaats van naast deze doortastende minister. Een andere mogelijke kandidaat is de CHU'er Van Leijenhorst, maar deze heeft in het verleden zo hevig met Van Kemenade gebakkeleid dat het weinig aannemelijk lijkt om deze keuze te verwachten.
Bernhard en Claus ais proefpersoon
Klein die nu weer in de Tweede Kamer zit, heeft overigens met opzet geen afscheid genomen van zijn ambtenaren op het ministerie. Hü vindt het overbodig om eerst afscheid te nemen en dan weer terug te komen als staatssecretaris. (Quod Novum, GUPD)
De hoogleraar Duitse letterkunde aan de Amsterdamse universiteit prof. dr. A. H. Touber is het gelukt prins Bernhard en prins Claus als proefpersoon te werven voor zyn onderzoek naar Nederlands taalgebruik door Duitstaligen. Prins Bernhard komt op 29 september naar het Duits seminarium in Amsterdam en prins Claus komt op 13 oktober. Beide prinsen werken gratis mee, wat prof. Touber wel goed zal uitkomen want hy is zyn onderzoek al begonnen zonder te weten of de universiteit het wil financieren. Zowel de faculteitsraad van de Letterenfaculteit als de UR hebben de subsidieaativraag afgewezen omdat Touber weigert zyn onderwerp voor advies aan het vakgroepsbestuur voor te leggen omdat hij dat als onwettig beschouwt.
Ook met een aantal maatregelen ten aanzien van de ambtelijke rangen van wetenschappelijk personeel, wil de regering haast maken. Ex-staatssecretaris Klein heeft nog maar eventjes geleden een nota Slanke Lijn uitgegeven, waarin die maatregelen worden aangekondigd. De bedoeling is het topzware wetenschappelijk corps af te slanken door voorlopig geen medewerkers meer in vaste-dienst aan te stellen en door de top af te romen. De drempel van medewerker naar het hoofdmedewerkerschap zal worden verhoogd, en de top van de lectores en hoogleraren zal worden ingekrompen. Die maatregelen zullen al per 1 januari a.s. moeten ingaan, zo meldt de begroting.
Tot nu toe hebben ongeveer honderd proefpersonen gratis medewerking voor het onderzoek-Touber toegezegd, maar de hoogleraar wil daar nog enkele honderden by hebben, merendeels uit het oosten van het land. Hy zal hen voor hun medewerking moeten betalen. Prof. Touber heeft tegenover het universiteitsblad Polia Civitatis verklaard, dat hy prins Bernhard en prins Claus niet als zomaar twee proefpersonen beschouwt. 'Voor mij is het vooral van belang dat ik niet alleen hun spreken nü kan bestuderen maar dat ook veel geluidsmateriaal uit de voorafgaande periode beschikbaar is zodat het mogeiyk is een ontwikkeling te volgen.'
Bijbaantjes Volgend jaar al wordt de regeling op bijbaantjes door universitair personeel van kracht, i n de begroting wordt meegedeeld dat 'er een beheersbare en sluitende regeling' moet komen met betrekking tot het verrichten van ne-
Vervolg van pagina 5 die je op een zodanige wijze iets vertelt dat je er kwaad door wordt en die dan achteraf doodleuk opmerkt dat het maar een grap was. Ik heb het gevoel dat wat ik met dit voorbeeld tracht te omschrijven voor ouderen — wetenschappelijk personeel maar ook leden van het technisch en administratief personeel — het contact met studenten ook vaak zo moeilijk maakt. Wij nemen ze serieus en dat willen ze ook, maar ze doorspekken het tegelijkertijd ook met allerlei ludieke elementen. Maar het indienen van een motie kan doorgaans toch moeilijk als een ludieke activiteit omschreven worden. Het gebeurt vaak met bittere ernst. Zo wordt het gebracht, maar ik heb toch sterk het gevoel dat het indienen van een motie, het in de wandelgangen erover discussiëren en het aanbrengen van wijzigingen een heel duidelijk spelelement in zich heeft. Vooral als op een motie wat paniekerig en kwaad wordt gereageerd, dan lykt het me een menselijke eigenschap om er juist dan mee door te gaan; met het gevaar dat men uit het oog verliest waarover het eigenlijk gaat. En dan kan er op zo'n avond niet alleen over en weer irritatie ontstaan, maar kan ook dat wantrouwen, die argwaan, weer toenemen.
Adviesorgaan Meer terughoudendheid en daarom speelt u met de gedachte om van de universiteitsraad een adviesorgaan te maken. Moet deze raad nu volgens u al haar beslissende bevoegdheden inleveren? Dat staat me nog niet precies voor ogen. Het enige dat ik er mee wil zeggen is, dat ik het me heel goed kan voorstellen dat de adviserende taak verreweg het grootste deel van de taken van een universiteitsraad zal uitmaken. Naar mijn gevoel wordt het verschil tussen beslissen en adviseren sterk overdreven. Een raad die vertrouwen heeft en met goed onderbouwde adviezen komt, beslist in feite. Ik vind het jammer dat het nu altijd
Klein nam geen afscheid In Haagse aangenomen krijgt in het beleid voort
kringen wordt wel dat Klein de kans nieuwe kabinet zijn te zetten. Het CDA
in de vorm van een beslissing moet worden gegoten. Dat is niet nodig, want nu het besluitvormingsproces open en bloot voor iedereen toegankelijk is, zal een College van Bestuur heus wel beseffen dat men ernstig rekening heeft te houden met wat in een gekozen adviesorgaan in het openbaar wordt gezegd. Men kan zich niet veroorloven om daar wezenlijk vanaf te wijken. Het zou ook wel eens kunnen blijken dat de colleges van bestuur dan minder moeite zullen hebben om tot goede beslissingen te komen. De situatie die zich nu nogal eens voordoet, dat men een besluit van een universiteitsraad niet uitvoert en het aan hogere instanties ter beoordeling voorlegt is natuurlijk ook een bron van moeilijkheden. Daar moet dan weer extra over vergaderd worden. De wet wordt er bij gehaald en die wordt dan weer tot op het bot ontleed en afgekloven en dat werkt natuurlijk niet gunstig. Het vele discussiëren over interpretaties van de WUB is op zich zelf geen gezond verschijnsel. Van een jurist zou je misschien verwachten dat hij dat bar interessant vindt, maar nee, als men een wet zo uit en te na bespreekt en men zo veel interpretaties kent, dan vind ik dat een zeer bedenkelijk verschijnsel. U siet in de openbaarheid voldoende garantie, dat een advies veel invloed zal hebben, de vraag is evenwel of informatie alleen voldoende is. Het kan zeer frustrerend zijn om, tot op de details geïnformeerd aan de zijlijn te moeten toekijken hoe het spel verder verloopt. Zo'n universiteitsraad is in wezen afhankelijk van de goedwillendheid van het college van bestuur. Dat is men nu ook, alleen worden er nu allerlei vernietigingen over de universiteiten heen gegooid. De werkelijke macht blijft natuurlijk by de centrale overheid liggen en terecht. Nogmaals: ik zie niet zo'n groot verschil tussen een beslissing en een inhoudelijk goed doorkneed advies. Ik heb zelf in een aantal adviesorganen gezeten en ik heb daar de ervaring opgedaan dat een kwalitatief goed advies veel invloed kan uitoefenen. De WUB-commissie is daar een goed voorbeeld van. Wij hebben bepaald niet te klagen gehad over de follow-up van onze adviezen. Ik heb
zelf ook nooit enige behoefte gevoeld, dat onze commissie ook maar iets te beslissen kreeg. Daar hebben we uiteindelijk een regering en een parlement voor. Als de situatie zich echter voordoet dat een college van bestuur een nagenoeg unaniem advies van de universiteitsraad niet opvolgt, kan een minister of het parlement daar ook weinig aan doen, want in de wet staat omschreven dat het college van bestuur beslist en dat de universiteitsraad slechts adviseert. Men is vrij om adviezen niet op te volgen. De universiteitsraad kan dan slechts knarsentandend toezien. Dat ^eet ik wel, maar nogmaals het is allemaal in de openbaarheid gebeurd. Iedereen heeft er kennis van kunnen nemen, niet alleen in de universiteit, maar ook daar buiten en je mag aannemen dat zo'n meerderheidsadvies op een bepaald moment wel zijn invloed zal hebben op de beoordeling van een college van bestuur die zich zo veel vrijheid meent te kunnen veroorloven. Je kunt het niet al te vaak permitteren om tegen een meerderheid in te gaan. Een college van bestuur zal met argumenten moeten komen. Je kunt niet zo maar zeggen: zo is het, punt uit! En als het een onderwerp betreft waarover uiteindelijk de beslissing bij de minister van O W ligt, dan kan die er ook rekening mee houden en zeggen: dit besluit van het college van bestuur kan mijn sanctie niet verkrijgen want ik weet dat de universitaire gemeenschap het er in meerderheid niet mee eens is. Verder is er natuurlijk ook nog altijd het parlement dat over zo'n situatie vragen aan de minister kan stellen. Een ander aspect van het huidige functioneren, zo u wil, het niet volledig functioneren van de WUB, waaraan in het rapport veel aandacht wordt besteed, is de samenstelling van benoemingscommissies voor hoogleraren en lectoren. Uit het inventarisatierapport blijkt dat nog veel commissies door het toelaten van studenten in strijd met de wet zijn samengesteld. Uw commissie tilt daar nogal zwaar aan, getuige de aanbeveling dat de colleges van bestuur dat kritisch en nauwlettend in de gaten moeten houden en daarbij niet voor mogelijkhe-
den als ter schorsing of ter vernietiging voordragen, moeten terugschrikken. Wij vinden dat die benoemingscommissies louter uit deskundigen moeten bestaan en dat hoge uitzonderingen daargelaten, studenten aan die kwalificatie niet voldoen. Zo is ons oordeel over de WUB zoals die vandaag de dag moet worden geïnterpreteerd.
Gemotiveerd De recente wijzigingen laten evenwel uitdrukkelijk de mogelijkheid open, dat "bij gemotiveerd besluit" een student in zo'n commissie zitting kan nemen. Dat "bij hoge uitzondering" is toch een andere formulering dan "bij gemotiveerd besluit". Ja, maar de eis van gemotiveerd besluit zal er volgens mij op neerkomen dat het by hoge uitzonderingen zal biyven. Studenten zijn doorgaans niet deskundig. Men zal uiteindeiyk op hoger niveau, in laatste instantie de minister, moeten beoordelen of bij voorbeeld student A wel deskundig genoeg is. Ik denk dat men wel met een heel sterke motivatie zal moeten komen, want hoe gaat het meestal? Een student wordt veelal niet aangewezen omdat hy deskundig is, nee, hy wordt meestal gewoon door de studentenvertegenwoordiging gekozen. We hebben het in de commissie altyd zeer betreurd dat men m dit opzicht zo duideiyk tegen de wet inging, maar ik wil aan de andere kant graag de mogehjkheid openhouden dat we by het opstellen van de nieuwe wet tot een andere systeem overgaan. Je moet hier een verschil maken tussen de uitleg van de huidige wet en wat we met de nieuwe wet willen. Ik acht het mogeiyk dat degenen die met studenten in benoemingscommissie gewerkt hebben, kunnen vertellen welke voordelen daaraan verbonden zyn. Die zullen dan misschien uit ons evaluatie-onderzoek biyken. Is dat het geval, dan gaan we misschien wel overstag. Het is helemaal niet zo, dat wy blind zijn voor bepaalde voordelen van deelname van studenten in dergelijke commissies, maar dat zal dan wel moeten bhjken. Ik kan me heel goed voorstellen waarom de wetgever de studenten er in principe niet in heeft willen heb-
ben, maar zitten we eenmaal met de situatie dat veel studenten al jaren tegen de wet in toch aan die commissies hebben deelgenomen en als dan toch biykt dat het niet eens zo slecht heeft gefunctioneerd, nou dan moeten we daar rekening mee houden. Daar is op zich toch niets geks aan? Dan ben ik de eerste om te zeggen, dat we dan kenneiyk aan een ander systeem moeten denken. Ik kan me by voorbeeld, weer over die argwaan gesproken, best voorstellen, dat enkel en alleen de aanwezigheid van een student in een benoemingscommissie voor de studentengeleding in een faculteit gusntig heeft gewerkt en dan in die zin dat het wantrouwen wat is verminderd al heeft die student dan ook nauweiyks kunnen meepraten. Maar op dit moment telt voor my de wet zoals die nu is en die kent aan de studenten doorgaans geen deskundigheid toe. Als we nu al uw kritiek bij elkaar optellen, de vergaderwoede, de argwaan, het gebrek aan terughoudendheid, het gemis aan slagvaardigheid, de benoemingscommissies en daar uw verlangen naar een adviserende universiteitsraad aan toevoegen, dan ontstaat makkelijk de indruk dat u met de huidige wet eigenlijk niet zo tevreden bent. Ik zou het liefst de WUB in grote lynen willen handhaven, maar we moeten het er toch over eens zyn dat de praktyk heeft uitgewezen dat die wet niet goed is uitgevoerd. Ik denk dat ook uit het meningenonderzoek zal biyken dat echte enthousiaste voorstanders van de WUB — en dan niet van de wet zoals hy in het Staatsblad staat, maar zoals hy werkt — maar weinig gevonden zullen worden. Ik vind de wet zelf in essentie goed, behoudens op enkele onderdelen die verbeterd kunnen worden, ik heb u bij voorbeeld de taakstelling van de universiteitsraad genoemd, maar hij' wordt slecht uitgevoerd. En dan kun je wel steeds bhjven roepen "mensen wordt toch wat verstandiger," maar als dat niet lukt, dan moet je in 1982 proberen om met behoud van de essentie van de WUB op kleine onderdelen tot wyziging overgaan. Die andere taakstelling van de universiteitsraad moet u ook in dit licht zien. (Folia Civitatis, GUPD)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977
Ad Valvas | 468 Pagina's