Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 97

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 97

11 minuten leestijd

AD VÄL.>ä^ÄS'-^-f3 OKTOBER 1978'

Han Groenendaal

5

in proef schrift over kinderen

met^t

leerproblemen:

Dat Han de rol van ouders en buurt belangrijk vindt blijkt ook uit zijn voornemen om in de komende tijd zich vooral te gaan werpen op omgevingsfactoren bij de ontwikkeling van het kind. Hij wil nu de gezinnen in en interaktie-patronen tussen ouders en kind gaan bestuderen. Hij wil erachter zien te komen wat verrijkende en wat verarmende omgevingskenmerken zijn. Je weet dan beter waar je moet ingrijpen.

Sokratische dialoog met 'zwaicf unictionerende Ideuter' akfunktionerende kleuter' in kompensatie-programma succesvoller dan droppen van Het droppen van kompensatie-leerprogramma's op de kleuterschool door de Ideuterleidster speciaal gericht op zwak funktionerende kleuters blykt nauwelijks positieve effecten op te leveren. In kombinatie met individuele extra hulp door speciaal getrainde taakléidsters in de vorm van intensieve gesprekjes met het kind, waarbq geheel wordt uitgegaan van de eigen leef- en denkwereld van het kind, wordt daarentegen wél succes geboekt. Tot die konklusie is Han Groenendaal (in het proefschrift, waarop hU vorige week promoveeerde) gekomen na zes jaar onderzoek op het gebied van de „vroegtgdige hulpverlening aan zwakfunktionerende kleuters" als onderdeel van het projekt „Vroegtijdige herkenning van en hulp aan kinderen (van 4 tot 8 jaar), die op enigerlei wijze vastlopen in het onderwijs". Het doel van het projekt was instrumenten, methoden en technieken te ontwikkelen voor de vroegtijdige diagnose en behandeling van die kinderen met (potentiële) leermoeilijkheden. Han werkte zes jaar op kleuterscholen in arbeidersbuurten en saneringswijken in Den Bo^ch. Een medewerker van het Pedologisch Instituut, waarmee de vakgroep ontwikkelingspsychologie van de VU nauw is verbonden kende de directeur van de Schooladviesdienst van Den Bosch en had gehoord over de problemen, die de kleuterleidsters daar hadden met het onderwijs aan kinderen in de arbeidersbuurten. De leidsters zuchtten in die tijd onder het zogeheten Sitramleerprogramma, dat zij als een veel te strak keurslijf voor hun onderwijs ervoeren. Han besloot, samen met een jaargenoot van hem bij het Nederlands Instituut voor Preventieve Geneeskunde, een gooi te doen naar een subsidie van het SVO en begon het projekt in 1972. Het projekt kreeg twee poten: één voor de vroegtijdige onderkenning van leerproblemen (waaraan het NIPG zich ging wijden) en één voor de vroegtijdige hulpverlening door middel van een meer effectieve wijze van onderwijzen. Met het laatste ging de VU bezig. Toen het projekt op volle toeren draaide waren er zo'n dertien medewerkers verbonden aan het VU-gedeelte: drie VU-mensen, 4 SVO-medewerkers en enkele projektassistenten. In de reeks projekten voor kompensatorisch onderwijs (het innovatieprojekt van Co van Calcar, het Leidse milieubegeleidingsprojekt van Jan Brands, het Geon-projekt, het projekt van Rupp etc.) een middelgroot projekt. Hoewel Han Groenendaal bij de kleuterleidsters van zijn projekt geen fundamentele gedragsverandeimg kon ontdekken bij evaluatie van het projekt, heeft dit toch wel degelijk gefungeerd als een „eye-opener". Het was voor de kleuterleidsters een openbaring, dat de niet-geprogrammeerde één-één leergesprekjes met de kleuters volgens de „Sokratische" methode effectiever bleken dan het droppen van categorieën van volwassenen, zoals in de bestaande programmaatjes veelal geschiedt. Ze vonden, dat dat eigenlijk gevolgen zou moeten hebben voor de opleiding van kleuterleidsters. De metode van die individuele leergesprekjes werd pas na twee jaar ingevoerd, toen de scholen de beschikking kregen over vier taakléidsters, die door minister van Kemenade ter beschikking werden gesteld in het kader van zijn stimuleringsbeleid voor kinderen in achterstandssituaties. Deze taakléidsters kregen de gelegenheid één-één-gesprekjes te houden met kinderen, die hiervoor geselecteerd werden met de „Leidse toets", in kombinatie met een door de kleuterleidsters gehanteerde gedragstest en hun eigen intuïtie. Uit die testen rolden dan kinderen, die óf heel druk zijn, óf erg teruggetrokken, een korte aandachtsspanne hebben, veel missen in klassegesprekken en op allerlei vragen niet Jogisch reageren. De taakléidsters werden nu getraind om met deze kinderen die af en toe voor twintig minuten uit de klas werden gehaald gesprekjes op te zetten, die je als diagnostiserend onderwijs zou kunnen typeren: het stellen van vragen aan de kinderen, signaleren waar de denkontwikkeling hapert en daarover met het kind verder praten. Gedurende de eerste twee jaar van

door Jaap

Nog 'n dissertatie Hoe gaat het nu verder met het Bossche projekt? Han: „Dat is nu afgesloten maar één VU-medewerker heeft er nog intensief kontakt mee. Over een half jaar komt er nog een dissertatie over dit projekt, dat de taakleidsters-kant helemaal als onderwerp heeft: de opzet en het evalueren van trainingen voor deze leidsters en hun funktioneren. Het zes-jarige projekt heeft in elk geval als resultaat gehad, dat nu alle kleuterleidsters in Den Bosch in aanmerking kunnen komen voor training van leidsters met prioriteit voor de scholen in achterstandssituaties. De ideeën uit het projekt worden ook verder verspreid in Den Bosch de komende tijd.

Kamerling

het projekt ontbrak deze aanpak. Jn die tijd werd met de kleuterleidsters een programma voor abstract denken uitgewerkt, werden zij getraind in onderwijsvaardigheid en werd er een begeleidingsmodel gecreëerd. Zoals gezegd leidde deze training nauwelijks tot resultaten bij de kinderen. Alleen in kombinatie met de intensieve leergesprekjes van de taakléidsters in de één-één leersituatie (daarvóór ging het klassikaal) boekten de kleuters vooruitgang in hun cognitief (denk-)funktioneren. Overigens bleek, dat deze resulta-

Dr. H. J. Groenendaal heeft gericht op de belangrijke rol, die het ouderlijk milieu en de woonbuurt spelen bij de ontwikkeling van het kind en wel in heel sterke mate het arbeiderskind. Han vindt die rol ook erg belangrijk en hij is door dit projekt zelfs in die overtuiging gesterkt, maar hij heeft om louter praktische redenen zich beperkt tot de school zelf. Uit bv. het projekt van Rupp is wel geble-

Op basisschool vondmen kritisch geworden landeten maar 'lastig' ten later weer voor een groot deel verdwenen maar dat hangt samen met de moeilijke situatie, waarin de taakléidsters zich bevonden. Met z'n vieren begeleidden ze vijf scholen en ze waren in dienst van de schoolbesturen (dus niet in dienst van de schooladviesdienst). Het laatste leidde er weer toe, dat de leidsters op een gegeven moment ook oneigenlijk werk werd opge dragen zoals het invallen voor zieke kleuterleidsters. Waardoor er weer ziekteverzuim onder de taakléidsters ontstond etc. Een aardig neveneffect van de leergesprekjes met de kleuters was verder nog, dat naderhand de onderv/ijzers op de basisschool deze kinderen maar „lastig" vonden. Ze stelden veel te kritische vragen, meenden de leerkrachten Han Groenendaal vindt dit effect echter een pluspunt. Je zou hieruit misschien ook kunnen afleiden, dat de effecten van extra hulp, ook al lijken ze aanvankelijk te verdwijnen, later opeens weer kunnen opduiken. Dat is ook gebleken bij de effecten van kompensatieprogramma's. Pas veel later blijken die soms toch weer effect gesorteerd te hebben. Han vindt, dat, ook al komt men een beetje terug van kompensatieprogramma's in het onderwijs, je daar toch mee moet doorgaan. Ze verhogen namelijk hoe dan ook de kwaliteit van het onderwijs. In ons land hebben we gewoon een aantal van dit soort projekten nodig, vindt hij.

Liever

deelstudies

Wel is hij z'n geloof in groots opgezette onderwysbegeleidingsprojekten met een heel ruime vraagstelling en beïnvloeding op alle fronten verloren. Je weet dan niet aan welke experimentele factor je de effecten moet toeschreven. Han is meer gaan geloven in kleinere deelprojektjes, die in een serie iforden uitgevoerd, zodat je toch heel wat kunt bereiken. Die deelstudies moeten dan een heel scherpe probleemstelling hebben en een hechte verbinding met de theorie. Die voorkeur voor een heel gerichte beperkte aanpak blijkt ook nu al uit het feit, dat hij in dit projekt zich betrekkelijk weinig

ken, dat, als je milieu- en ouderbcïnvloeding centraal stelt, je dat heel intensief moet doen, wil je succes boeken, zegt hij. Als we dat er ook nog bij hadden moeten doen, hadden we het niet gered. We moesten een keuze maken.

Overigens zijn er wel kontakten met de ouders gelegd om ontmoediging door hen van het werk van de taakléidsters te voorkomen. De ouders konden op die manier voorbereid zijn op „kritische' vragen van hun kleuters, die ze dan niet meteen zouden moeten afbreken, zodat er een beetje continuïteit met de school zou ontstaan. Ook is er een inventarisatie gemaakt van alle buurtinstanties, een soort sociale kaart dus. Han is in principe voorstander van een gefaseerde hulpverlening. Voordat de kinderen op de kleuterschool komen moet je al bij de ouders zijn om ze te leren hoe een dialoog met hun kinderen op te zetten. De zo gelegde basis moet dan worden voortgezet op de kleuterschool en de basisschool, zodat er continuïteit ontstaat. Wat je op school doet moet worden opgenomen bij de onderkant. „Dat is bij ons dus niet gebeurd maar dat was een bewuste keuze."

I Marleen heeft geen geld

1

Marleen Uil zat nu twee weken op haar ellendige kamertje en dat beviel haar best. Niet de kamer natuurlijk, maar wel de vrijheid. Ze kon nu ongestoord de koektrommel achter elkaar leegeten zonder dat iemand haar er op wees dat dit, zeker voor een tandarts in hope, geen pas gaf. Marleen was echter — laat daar geen misverstand over ontstaan — geen zorgeloos wezen. Het geld dat ze in de vakantie had verdiend raakte op en van haar rijksstudietoelage hoorde ze maar niets. Het vervelende moment waarop de bodem van de koektrommel voor langere tijd zichtbaar zou blyven, naderde snel. Marleen ging dus maar weer eens naar het spreekuur van de studentendecaan; hij had haar weliswaar niet aan een kamer kunnen helpen, maar het leek wel een praktische man.

VU herdenkt 98e dies natalis Vrijdag 20 oktober wordt om 15.30 uur pree es in de VU-aula weer de dies natalis van de VU gehouden (98e). De rector magnificus prof. D. M. Schenkeveld zal een rede houden onder de titel „De eerste zinnen." De plechtigheid wordt opgeluisterd door het VU-koor. Na afloop is er gelegenheid tot gelukwensen. Om 13 uur wordt in de aula de gebedsdienst gehouden, waarin ds. S. A. Boonstra zal voorgaan. Ewald Kooiman bespeelt het orgel. In afwijking van wat gebruikelijk was krijgen de VU-m ede werkers slechts het tweede deel van de middag, t.w. vanaf 15 uur, vrijaf. Het CvB stelt het echter op prijs als men de plechtigheid bijwoont. In het bijzonder wordt de aanwezigheid van het wetenschappelijk personeel gewaardeerd.

rijksstudietoelage verwachten. Dat was een tegenvaller. Je gaat aan het begin van het jaar zo snel door je geld en je kunt toch niet blijven opbellen naar Grijpskerk voor wéér een girootje. Dat vond Grobblink ook en hij gaf Marleen een voorschot uit het noodfonds studentendecanen, terug te betalen bü uitbetaling van de eerste termijn van haar rijksstudietoelage. Vergenoegd en dankbaar ging Marleen de deur uit. Ze ging direct door naar de kantoorboekhandel om een ordner te kopen om haar paperassen ordelijk te kunnen bewaren. Ook zonder in het bezit te zijn van een HEAO-diploma moet je je aan de universiteit kunnen handhaven. (Wordt vervolgd).

De studentendecaan — we noemen hem Grobbink want hij komt uit het Oosten des lands en was vroeger bestuursambtenaar op Nieuw Guinea — informeerde of Marleen wel de papieren bij zich had die op de aanvraag betrekking hadden, bv de beschikking waarop stond hoeveel ze zou krijgen onder voorbehoud van slagen voor het eindexamen. Dat had Marleen in Grijpskerk laten liggen. Dan werd het wel moeilijk, vond Grobbink, want hij moest toch op zijn minst haar correspondentienummer bij rijksstudietoelagen weten. Er waren momenten waarop Marleen het betreurde dat ze geen HEAO had gedaan; dit was er een. Grobbink zag haar versomberen. Voor tandheelkunde heb je moeten loten, sprak hij, en op je plaatsingsbewijs staat hetzelfde correspondentienummer als op je toelagepapieren; ik zal eens informeren bij de studentenadministratie. Zo kon Grobbink toch nog naar Groningen bellen en wat hij verwacht had, bleek te kloppen: Marleen had geen copie van haar cijferlijst opgestuurd aan de Centrale

Directie Studiefinanciering (CDS). Nu, ze wist zeker dat ze dat wel had gedaan. Maar naar allebei de Groningse adressen. Plaatsingsbureau en CDS?, vroeg Grobbink. Vast wel, zei Marleen, maar zeker wist ze het niet, want het was een rommelige tijd geweest na haar eindexamen. Toch nog maar een copie sturen aan CDS, zei Grobbink, dan kon ze over een paar weken wel de eerste termijn van haar

Dit was dan de tweede aflevering van het door de studentendecanen aan de VU ontdekte manuscript, waarin de problemen waar zij mee te maken hebben helder worden behandeld en veel vragen van studenten aan de hand van de praktijk worden beantwoord. De eerste aflevering werd gepubliceerd in Ad Valvas van 29 september. Tip van de redactie: knip ze uit en stop ze in een ordner...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 97

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's