Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 494

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 494

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 29 JUNI 1979

VU voorop bij rapportage toegankelijkheid gebouwen voor gehandicapten Vorige maand heeft de werkgroep „Voorzieningen Geliandicapten Vrije Universiteit aan 't CvB 'n rapport aangeboden over de toegankelijkheid van de VU-gebouwen. De VU is, de eerste universiteit in ons land die met zo'n rapport komt. Het rapport omvat de inventarisatie van bouwtechnische voorzieningen, die getroffen dienen te worden ter verbetering van de toegankelijkheid voor gehandicapten van de gebouwen van de VU. Met het totaal van de in het rapport voorgestelde voorzieningen zal een bedrage van ruim vier miljoen gulden zijn gemoeid. Geen kleinigheid, maar de samenstellers denken dan ook niet in termen van vandaag op morgen, al gaan zij er wel van uit, dat het gehele pakket van voorzieningen en aanpassingen voor 1995 gerealiseerd moet zijn, wil' men tenminste kunnen spreken van een beleid ten aanzien van het toegankelijk maken van de universiteit. De werkgroep werd in januari 1978 door het College van Bestuur geïn-' stalleerd met als eerste opdracht voor het gehele VU-complex, inclusief Uilenstede en de panden in de binnenstad, een inventarisatie te maken op basis waarvan bouwkundige voorzieningen kunnen worden gerealiseerd teneinde de gebouwen en terreinen ook voor de gehandicapten toegankelijk en bruikbaar te maken. De instelling van een dergelijke werkgroep aan de VU was een gevolg van het feit, dat men in Nederland tot het inzicht begon te komen dat gehandicapte studenten en medewerkers van universiteiten en hogescholen daar nog maar al te vaak stuiten op omstandigheden waardoor zij belemmerd worden in hun functioneren en in hun ontplooiingsmogelijkheden. Het was de Rijksuniversiteit te Groningen, die als eerste gericht aandacht ging besteden aan deze problematiek en in 1977 het initiatief nam een interuniversitair overleg op gang te brengen. Dit resulteerde in de oprichting van een landelijke werkgroep. De doelstelling van deze werkgroep is als volgt geformuleerd: „Het beleid aan de universiteiten en hogescholen moet principieel gericht zijn op het streven naar en het scheppen van zodanige mogelijkheden, dat zintuigelijk, lichamelijk en/ of geestelijk gehandicapte personen optimaal kunnen functioneren binnen de universitaire en hogeschoolgemeenschappen, opdat zij in vergelijkbare posities komen met niet gehandicapte personen." Binnen bijna alle doelstellingen voor wetenschappelijk onderwijs zijn inmiddels, naar Gronings voorbeeld, plaatselijke werkgroepen opgericht. Die van de VU staat onder voorzitterschap van de heer P. Ouwehand, hoofd van de Bedrijfsgeneeskundige Dienst.

Werkwijze Bij haar werkzaamheden voor het opstellen van een eindrapport heeft de werkgroep zich georiënteerd aan de indeling in groepen functiestoornissen, zoals die landelijk wordt gehanteerd. Te onderscheiden vallen merlsen die een rolstoel gebruiken, zij die met een stok lopen, visueel gehandicapten en auditief gehandicapten. Vervolgens werd bezien, welke beoordelingspunten in grote trekken zouden moeten gelden. Men kwam uit op obstakels, niveauverschillen, 'vloerafwerking en onvolkomenheden in de algemene voorzieningen. De volgende stap was het opstellen van een beoordelingsstaat volgens welke alle VU-gebouwen zouden worden bekeken. Daarna kon het eigenlijke werk een aanvang nemen.

Elk VU-gebouw werd van buiten naar binnen volgens de door de werkgroep vastgestelde normen onder de loupe genomen. Van buiten naar binnen houdt in, dat eerst de openbare weg werd beoordeeld, want belangrijk is dat een VU-gebouw bereikbaar is. Daarna kwam het terrein rondom het gebouw aan de orde. Zijn er bijvoorbeeld voldoende gereserveerde plaatsen voor gehandicapte automobilisten? En belangrijk is dan, dat men op zo'n parkeerplaats voldoende ruimte heeft om met een rolstoel te kunnen manoeuvreren. Vervolgens werd de entree van het gebouw bekeken. Een hoge stoep vormt meteen al een fikse barrière.. Een slechtziende struikelt over de treden, iemand die zich met een stok voortbeweegt zal er ook veel moeite mee hebben en een rolstoelberijder hoeft er niet eens aan te beginnen. In zo'n situatie kan een niet steil oplopende helling uitkomst bieden. Na de entree kwamen aan de orde zaken als hallen, gangen, garderobes, toiletten, werkkamers, trappen, liften, e.d. Bij een trap verdient het aanbeveling de leuning iets verder door te laten

Dr. M. Broekmeijer

De laatst genoemde voorbeelden zijn gemakkelijk en goedkoop te verwezenlijken. Het aanpassen^ van deuren, het aanleggen van helfingbanen, terreinwijzigingen en de constructie van hefplateaus zijn zaken die een steviger aanpak vereisen, zowel financieel als organisatorisch.

Het rapport van de werkgroep is in eerste instantie bedoeld als leidraad voor de besturende colleges en de beheerders van de gebouwen. Op hen zal in eerste instantie een beroep worden gedaan de aangedragen voorstellen nader uit te werken. De zorg voor elkaar en dus zeker voor de gehandicapten reikt naar het oordeel van de werkgroep echter verder dan een bepaalde vorm van beheer en een zak met geld. Zij vereist een mentaliteitsverandering zowel bij de gezonde als bij de gehandicapte mens. Nog een paar voorbeelden: In collegezaal 2A-00 in het hoofdgebouw een aantal gereserveerde plaatsen voor rolstoelgebruikers georganiseerd. Die plaatsen bevinden zich links vooraan bij het raam. Maar bevalt dat? Is de lichtinval goed en is er voldoende manoeu-

A'dam):

'Bij economie VU is 't mal(kelijl( promoveren' Dr. M. Broekmeijer, medewerker A'dam, schrijft ons: „In Vrij Nederland van 14 april jl. schreef ik een betrekkelijk kritisch artikel over de dissertatie van dr. P. van den Bovenkamp „Regionaal beleid in de Sovjetunie". Daarin heb ik, met nauwkeurige opgave van plaats, bladzijde en argument, tientallen onjuistheden en komische fouten aangeduid, voorzover die althans betrekking hadden op de beweringen van Van den Bovenkamp over de Sovjetunie. Omdat ik uitdrukkelijk had geschreven mij niet competent te achten op het gebied van de economie, de regionale economie of de theorieën van ene Friedman, heb ik mij wat dat betreft alleen gebaseerd op wat terzake letterlijk door de leden van de economische faculteit tijdens de promotieplechtigheid als kritiek naar voren was gebracht. De daar aanwezigen zullen zich ongetwijfeld herinneren dat de arme promovendus op geen van de hem serieus gestelde vragen — de aangevers, mos

^ „EUROMED" é Medische Instrumenten Praktijkinrichtingen voor artsen. Roerstraat 46 — Telefoon 020-736195 — 1078 LR

Amsterdam

Medische instrumenten, Diagnostische apparatuur van Heine en Welch — Allyn, Bloeddrukmeters, Stethoscopen voor gebruik bij volwassene ook speciale stethoscopen voor gebruik in de kindergeneeskunde. Studenten speciale korting.

vreerruimte? De werkgroep heeft in die zaal een aantal formulieren neergelegd, die door de rolstoelgebruiker kunnen worden ingevuld. Ook zullen alle studenten, die zich voor het collegejaar 1979/1980 laten inschrijven een enquête-formulier ontvangen waarop kan worden aangegeven of er sprake is van een functiestoornis en wat de te verwachten of reeds ondervonden problemen zijn. Daaraan heeft het Bu-

Kinderen

De adressen zijn: * Secretariaat Werkgroep „Voorzieningen Gehandicapten Vrije Universiteit" Hoofdgebouw, kamer ID04 (t.a.v. J. van der Hoeden), tel: (020-548)2671. * Informatiecentrum VU Hoofdgebouw, kamer lD-03, tel.: (020-548) 3711.

nemen?

Nogmaals de VU-créche

Mentaliteits verandering

(Oost-Europa-Inst.

Advertentie

Praktijkinrichtingen.

lopen dan tot en met de laatste trede en in een lift zouden de cijfers op de liftknoppen en telefoons in braille aangebracht moeten worden. In het rapport worden de voorgestelde voorzieningen in kostencategorieën gebundeld.

reau Studentenadministratie spontaan medewerking verleend. En natuurlijk is verder iedereen welkom die de werkgroep iets te vragen of te zeggen heeft. In het Informatiecentrum van de VU (in het hoofdgebouw) is een hoekje ingeruimd, waar lectuur over het onderwerp voorhanden is. Daarnaast zal de werkgroep de universitaire gemeenschap op de hoogte houden van de verbeteringen en aanpassingen, die in de nabije of verdere toekomst worden gerealiseerd. • -

aan het Oost-Europa-lnstituut

in

trouwens, van de eerste opponent, kunnen we gevoeglijk buiten beschouwing laten — een bevredigend antwoord wist te formuleren. Zo niet, dan lees ik t.z.t. wel van dr. Keyzer, dr. Huisman en dr. Knol of zij wèl bevredigd waren door het antwoord op de door hen gestelde vragen. Dat zie ik hen nog niet opschrijven. Op grond nu van de fouten, misinterpretaties en enormiteiten van dit proefschrift concludeerde ik dat a) de promovendus zich vertild had aan het probleem, te werk was gegaan op een gebied dat hem wezensvreemd was en dus. beunhaasde en b) dat de promotor, dr. P. Nijkamp, dit dekte, d.w.z. zijn fiat gaf aan iets waarvoor hij niet competent was een fiat te geven, derhalve ook beunhaasde en dat hij, door niet strengere maatstaven aan te leggen, zijn plicht had verzaakt en zowel promovendus als economische faculteit daarmede een slechte dienst had bewezen, „in discrediet bracht", zoals dr. Nijkamp dat zelf zo treffend uitdrukt. Goed. Twee maanden later komt Ad Valvas — zij die geloven haasten niet, zullen we maar zeggen, — met bijna drie bladzijden tekst over dit proefschrift, de kritiek erop en het promoveren als instituut. Dat is heel wat ruimte, maar blijkbaar ioch nog te weinig om eens één geadstrueerd voorbeeld te geven —- een paar had ook wel gemogen — van mijn kritiek. Evenmin kon de promotor ook maar één van mijn bezwaren weerleggen. Ja, hij zei wel dat ik „feiten verdraai", „emotioneel vooringenomen" ben en „onzorgvuldig lees". Verder had

Geert Jan Hartman en Margreet Onrust schrijven ons het volgende: „Het instituut voor Toegepast Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek (ITSWO) aan de VU is bekend van een vragenlijst over de universitaire bestuursvorm waarin een belangrijk deel der vragen logisch gezien onbeantwoordbaar was. Al eerder werd een enquête gehouden naar Ad Valvas waarvan de vragen zodanig waren geformuleerd dat ook wie het blad nog nooit onder ogen had gekregen wel tot een min of meer gunstig oordeel moest komen. Ditmaal'peilt men de behoefte aan een crèche. De gevolgde verspreidingsprocedure is op zichzelf merkwaardig. Personeelsleden en studenten van de VU krijgen een briefje toegestuurd (AZVU-personeelsleden niet) dat vermeldt waar enquêteformulieren kunnen worden opgehaald. Waarom niet de formulieren zelf opgestuurd? De reden hiervoor zal ongetwflfeld het voorkomen van papierverspilling zijn. Mocht men (weer) eens een enquête houden waarop men het liefst een niet te hoog responsiepercentage zou zien dan kunnen wij aanraden de formulieren in Zwolle te laten afhalen. Voor ontvangst moet worden getekend en naam, adres en werkplek moeten worden vermeld. In zijn repliek aan wat geërgerde voorstanik „beledigingen" geuit en was Vrij Nederland niet het geëigende medium om een wetenschappelijke diskussie te voeren. Wel wilde hij nog zeggen dat intern alles degelijk was bekeken, dat een interne lijst van vermeende fouten was opgesteld en dat ik in 4 van de 80 gevallen van kritiek gelijk had. Ik tart dr. Nijkamp deze lijst openbaar te maken. Maar was het ook onjuist wat ik schreef? Dat nu, vermijdt dr. Nijkamp zorgvuldig te zeggen, en dat is héél verstandig van hem. Welnu, dit ben ik zo vrij te interpreteren als: wij houden het deksel op onze promotieput; bemoei je er niet mee; Vrij Nederland daar schrijf ik niet in, dat is mij te min. Door kritiek ben ik „beledigd", daar hoef ik dus niet op te reageren. Vroeger, zo weet men, kon zo'n houding van de zaak binnenskamers houden, niet reageren, blijf in je ivoren toren zitten, wat kan jou zo'n „ondeskundige" schelen, hier en daar nog wel eens indruk maken. Tegenwoordig ook wel, maar dan heel anders. Toch is dat een niet zo verstandige houding van een promotor en van een gepromoveerde die beiden heel goed weten dat zij nadrukkelijk gewaarschuwd waren, en die op aanladen van een op het gebied van de regionale economie ondeskundige op eerste afroep bereid waren een hoofdstuk uit het proefschrift te laten vallen, een hoofdstuk dat, het zij gezegd, inderdaad alles sloeg wat in de wèl gedrukte tekst nog in overvloed aanwezig was.

ders (AV 15 juni) stelt de direkteur van het ITSWO ineens dat dat ook per telefoon had gekund. Dat zal wel van de schrik zijn. Ten aanzien van de persoonlijke gegevens is men allerminst terughoudend. De enquête is niet anoniem. Registratienummers moeten worden ingevuld. Gehuwd of samenwonend? (ook alleenstaanden willen nog wel eens kinderen krijgen. Niemand weet hoe). Het ITSWO kent geen terughoudendheid. Dit alles terwille van de betrouwbaarheidskontrole en voorkoming van dubbeltelling. De enquête moest in deze vorm gehouden worden, leggen De Jonge en Westra geduldig uit, omdat anders onbekend zou zijn hoeveel kinderbedjes, bekertjes en andere materialen moeten worden aangeschaft. Dat worden dan zeker gegraveerde bekertjes. De gebelgde voorstandsters wezen erop dat een vraag naar de huidige opvang voor de kinderen als selektiekriterium zou kunnen gaan dienen. Het ITSWO repliceert bij monde van zijn direkteur puntig dat „eventuele toelatingskriteria gehanteerd zullen worden door het bevoegd gezag, op basis van door dit gezag via de inschrijving verkregen gegevens". Betreft het hier een weinig uitdrukkelijke toezegging van het ITSWO dat de enquêtegegevens met naam en toenaam niet aan het bevoegd gezag ter inzage worden gegeven, of hebben we hier te doen met bureaucratie op Vijn slechtst: bereid tot alles, en voor de consequentie;, doorverwijzend naar „het bevoegJ gezag"? Er is één categorie die per definitie in het verhaal niet voorkomt, namelijk diegenen die door onvoldoende

Vervolg op pagina 9

(En de economische faculteit nu maar intern aan dr. Nijkamp vragen wat dat nu weer te betekenen heeft). Tenslotte dit: het blijft jammer voor de honderdduizenden lezers van mijn artikel in Vrij Nederland dat zij nooit zullen weten hoe zij om de tuin zijn geleid met mijn bespreking van dit proefschrift dat, zoals Nijkamp het uitdrukt, in de promotiecommissie „rimpelloos is besproken". Nijkamp, ja! Dat promoveert lekker weg! Promovendi! Op naar dr. Nijkamp en de economische faculteit. Daar valt wat te halen."

Redaktle-adres: De Boelelaan 1105 of Postbus 716' Amsterdam, telefoon 020-5484330. B.g.g 4586930. Kamer OD-01, Hfdgeb.

Redaktle:

Jan van der Veen (hoofdredakteur), Jaap Kamerling, Mattiilde van Amstel (redaktle-assistente).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 494

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's