Ad Valvas 1978-1979 - pagina 275
3
VU-personeel vrij tevreden over werk, salaris en collega's De VU heeft een over het algemeen redelijk tevreden personeel, 's Morgens gaat het meestal met een zeker plezier naar zgn werk en 's avonds is het doorgaans nog voldoende in staat om iets voor zichzelf te doen. Het werk bevalt het personeel tamelijk goed en men is redelijk op de hoogte van wat er zo op de afdeling waar men werkt omgaat. Men kan vrij goed op.schieten met de mensen met wie men .samenwerkt, ook met z'n direkte chef. Onderlinge spanningen op de afdeling komen niet veel voor. Over het salaris is men ook aardig te spreken. Alleen als het gaat over ontwikkelings- en promotievooruitzichten blqkt dat de tevredenheid van het VUpersoneel wat minder groot is, maar van zichtbare ontevredenheid is geen sprake. Dit alles is het resultaat van een klein steekproef-onderzoek naar de „werkbeleving" van VU-medewerkers, dat precies een jaar geleden door de doctoraal-student psychologie Reggy Tan als onderdeel van zijn scriptie over arbeidsbeleving in het algemeen werd gehouden. Van de vijfhonderd willekeurig gekozen personeelsleden die een enquête-formulier kregen toegezonden (vierhonderd leden van het technisch en administratief én honderd van het wetenschappelijk personeel, d.i. een zesde van het totale VU-personeel) deden er 265 mee. Een score van 53 procent, wat voor een post-enquête geen gek resultaat is, maar overigens wel aanleiding is het onderzoeksresultaat wat te relativeren, aldus Reggy Tan. Het onderzoek, dat onder auspiciën van de vakgroep arbeids- en organisatiespychologie werd verricht en waaraan de dienst personeelszaken medewerking verleende, had ook ten doel na te gaan of het gebruikte instrument van een (anonieme) post-enquête met verschillende typen vragen acceptabel is. Na een voorafgaand literatuuronderzoek werd eerst een proef-enquête gehouden onder een aantal personeelsleden, die kommentaar konden leveren en suggesties doen, aan de hand waarvan de definitieve enquête-versie werd opgesteld. Oudere personeelsleden lijken iets minder tevreden met hun werksituatie dan jongere, konstateerde Reggy Tan. Verder noemt hij het opmerkelijk dat de respondenten tussen de 21 en 30 jaar (33,7 procent van het totaal) wat minder op de hoogte zijn van de verschillende werkzaamheden op hun afdeling. Mannen, zo luidt een ander onder-
J a n van der
Veen
zoeksresultaat, zijn niet meer of minder tevreden dan vrouwen. Tweederde van de respondenten waren mannelijke personeelsleden, een derde bestond uit vrouwen. „Opmerkelijk, hoewel toch ook niet verrassend'" was de gesignaleerde nauwe samenhang tussen de ken-
Minder tevredenheid over ontwikkelingsen promotiekansen merken geslacht, opleiding, al dan niet leidinggevend en salarisschaal. Mannelijke personeelsleden hebben in het algemeen meer opleiding genoten, hebben vaker een leidinggevende funktie en een hoger salaris, terwijl ze zich ook positiever dan vrouwelijke personeelsleden uitlaten over gestelde vragen als „Het werk dat ik doe is interessant", „Mijn werk biedt de gelegenheid om mijn bekwaamheden steeds verder te ontwikkelen", „Ik heb hier goede vooruitzichten op promotie", enz.
•'^»»' De psychologiestudent Reggy Tan die de enquête hield. (Foto Mark van Dorp) Personeelsleden in hogere funkties — meer opleiding en hoger gesalarieerd — komen vermoeider van hun dagelijkse werk vandaan dan hun collega's in lagere funkties. Ze voelen zich minder in staat om 's avonds nog veel voor zichzelf te doen en hebben het gevoel dat er veel van hen wordt gevergd overdag. Ook lijken hogere funktionarissen zich in een geïsoleerdere positie te bevinden ten opzichte van hun werkomgeving dan lager personeel, te oordelen naar de minder positieve antwoorden op de vraag „Ik kan altijd een beroep op een collega doen wanneer ik ergens mee zit". Verschillen tussen afdelingen wa-
ren nauwelijks te konstateren, mede doordat, zoals Reggy Tan ervoer, de respondenten niet in een juiste verhouding over de verschillende afdelingen of fakulteiten waren verdeeld. Toch meent hij globaal gezien wel de voorzichtige konklusie te kunnen trekken dat het erop lijkt dat men binnen de centrale diensten wat minder positief denkt als het om de werkbeleving in het algemeen, ontwikkelingsmogelijkheden en salaris gaat dan elders. Binnen de centrale diensten lijkt zich een zelfde tendens voor te doen tussen enerzijds de dienst gebouwen, installatie, terreinen, en overige materiële voorzieningen (GITM), de interne beheersdienst en de technische dienst en anderzijds personeelszaken en financieel economische zaken. De eerstgenoemde lijken positiever dan de laatste. Tan baseert zijn voorzichtigheid bij de bovengenoemde konklusie, zo blijkt even verderop, met name ook op het feit dat het percentage hogere salarissen/opleidingsniveaus in de fakulteiten hoger ligt dan in de
§
Grobbink was te laat op zijn middagspreekuur. Hoewel hij doorkneed was in alle trucs om snel zijn weg te vinden in de jungle der VU-kantine, waren de obstakels hem vandaag te machtig. Allereerst waren de loempia's op. „Waren al om 12.00 uur uitverkocht mijnheer". „Ik dacht dat de keuken om half twaalf open ging" gromde Grobbink. Vervolgens was er een Calvijn congres: de meeste deelnemers waren zich reeds voor het eind van de ochtendzitting bewust geworden van het feit dat bij brood alleen niet te leven is en poogden zich zo'n heerlijke snack van afbreekbaar plastic te verwerven; niet bekend met het programma van de looplijnen in de kantine versperden zij doeltreffend elke doorgang.
Grobbink moest nog onder stoom komen en begon dus uiteen te zetten dat het helemaal niet zo simpel in elkaar zat. Zo begon hij wel vaker; gelukkig had hij tientallen stoplappen beschikbaar om dat aan te geven. Vervolgens legde hij uit
Respons TAS dan bij WP
lager
Verder was het respons-percentage bij het wetenschappelijk personeel met 70,2 procent aanzienlijk hoger dan dat bij het technisch en administratief personeel, waar het op 47,8 procent lag. Volgens Reggy
Vervolg op pagina 5
Uit deze serie gezichtjes, oplopend van een diepe somberheid naar een maximale voldoening, konden de geënquêteerden kiezen voor de beantwoording van een aantal vragen. Resultaat: een gemiddelde gelaatsuitdrukking, liggend tuisen 4 en 5.
Mees wil trouwen...
Tenslotte, toen Grobbink nog maar vijf calvinisten van de kassa verwijderd was, doken er zeventien in het geel gehulde dames op die vóór mochten; in de kantine waren nog twee plaatsen vrij, gereserveerd voor de voedingsdienst. Dit alles was zelfs voor de gestaalde zenuwen van Grobbink te veel en hij besloot zich enige tijd terug te trekken in de hortus. Het was trouwens toch al een pechdag want hij was die ochtend gezakt voor zijn rijexamen. Zou hij maar niet lievei Chinees gaan studeren? Het genezingsproces nam wat meet tijd dan gewoonlijk en dus kon Grobbink eerst ruim ria aanvang van het spreekuur zijn eerste klanten uitnodigen plaats te nemen op zijn nieuwe twee-zitsbank. Daar was Mees Uil die zijn hem vergezellende vriendin voorstelde ah Merel. Verbijsterd door de ornithologische concentratie van dit bezoek vergat Grobbink naar haar achternaam te vragen (de werkelijkheid is altijd gekker dan je kunt bedenken). Mees was zesdejaarsbioloog en had een contróleformulier voor militaire dienst ontvangen. Hij dacht dat hij wel verder uitstel kon krijgen, maar wilde liever van „die hele hap" af en overwoog een zgn. Vredelinghuwelijk met zijn Merel.
centrale diensten, wat binnen deze diensten zelf idem zo is tussen GITM, IBD en T D aan de ene kant en P Z en F E Z aan de andere kant. Met andere woorden: een hoger salaris/opleiding zal een personeelslid waarschijnlijk eerder doen zeggen dat hij of zij zich algemeen prettig voelt in de werksituatie dan wanneer dat lager is. Tweederde van de respondenten was jonger dan 40 jaar: 33,7 procent zoals hierboven al gezegd was tussen 21-30 jaar oud en 33,3 tussen 31-40 jaar. De meeste respondenten kwamen uit de medische fakulteit (ruim 25 procent), wat aannemelijk was gezien het feit dat 143 van de 500 enquête-formulieren (28,6 procent) naar die fakulteit waren verstuurd (van de willekeurig gekozen personeelsleden bleken er dus 143 tot die fakulteit te behoren). Naar verhouding bleken de respons-percentages van personeelszaken en de fakulteit der sociale wetenschappen van resp. 72,2 en 70 procent ver uit te steken boven het gemiddelde respons-percentage van 53 procent.
al voor de aanvang van de studie in dienst zijn geweest. Het kwam er allemaal nogal soepel uit en Mees kreeg niet de indruk dat Grobbink aan het onrecht kapot ging. Mees bracht handig naar voren dat als hij, getrouwd en wel, geen uilstel vroeg en „het er op aan liet komen" hij automatisch irt de vrijstellingsregeling terecht zou komen. „Nee", waarschuwde Grobbink, „je moet eerst je gewone studieuitstel uitzitten". Dat was een tegenvaller. Grobbink maakte van de gevallen stilte gebruik aan Merel, die onderwijzeres was, te vragen of zij wel zo graag ophield met werken; hij had de indruk dat
ri^^^C^^t.^TC^^t^^l.^'K^^t^^t^ït.^^t.^^l.^^C^^C^V.^K^^t^^^^ït.^Tt^-K^V.^Ï^V.
§
De Merkwaardige Lotgevallen van de Familie Uil I X
dat wanneer een getrouwde man in dienst moet, de overheid vrouw en eventuele kinderen in leven moet houden indien die geen of onvoldoende eigen inkomsten hebben. Dat gebeurt dan door een kostwinnersvergoeding omdat de man die kost niet zelf kan winnen. Een paar jaar geleden is besloten de meeste voor zo'n vergoeding in aanmerking komende militairen eenvoudig vrijstelling te geven: er zijn toch genoeg dienstplichtigen en de overheid spaart de kostwinnersvergoeding uit. Dat is natuurlijk een vervelende discriminatie van niet-studerende jongeren, van ongehuwde studenten en van hen die
|
dit probleemgebied onbetreden was. „Geen probleem", zei Mees. Grobbink bleef op Merels reactie wachten, maar deze bleef in solidariteit met Mees steken. Grobbink was blij dat ze voor die vrijstelling althans niet met Mees hoefde te trouwen en hoopte dat ze snel zou ontdekken dat hij niet alle vragen voor haar behoefde te beantwoorden. Bedrukt liet hij het tweetal uit; hij had zin om naar huis te gaan. PS: De volgende keer komt er een veelgevraagd onderwerp aan de orde: promotieuitstel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's