Ad Valvas 1978-1979 - pagina 175
3
AD VALVAS — 1 DECEMBER 1978
Vooral nadruk op geven van basisinformatie;
Weinig
verslaglegging
Eerste Sociaal Jaarverslag van de VU: weinig verslaglegging maar wel veel basisinformatie Deze week verscheen het Sociaal Jaarverslag over het jaar 1977. Het verslag, in de vorm van een krant, gaat vooral in op het beleid zoals dat gevoerd wordt door de centrale instanties (College van Bestuur en Personeelszaken). De bedoeling van een Sociaal Jaarverslag is „informatie te geven over het personeelsbeleid van het afgelopen jaar en de voornemens voor het in de komende tgd te voeren beleid", zo staat in de inleiding te lezen. Informatie wordt er inderdaad gegeven in dit verslag, echter niet of nauwelijks over het gevoerde sociale beleid. Wat dat betreft is het woord verslag misschien minder juist gekozen. De samenstellers hebben dit wel beseft. In de inleiding staat dan ook te lezen: „Over een aantal onderwerpen wordt veel informatie gegeven, die niet direct op de gebeurtenissen in 1977 betrekking heeft. Het leek gewenst in een eerste verslag een hoeveelheid basisinformatie te geven." De auteurs verzekeren echter dat in de volgende jaarverslagen meer de nadruk zal liggen op de voortgang die in het verslagjaar is gemaakt in het sociale beleid. Waarom is er nu een Sociaal Jaarverslag over 1977 verschenen dat niet helemaal aan de eisen voldoet? Wij vroegen het aan de heren H. J. Hees, hoofd Algemene Zaken en H. Klamer, beiden nauw betrokken bij de samenstelling van het verslag. „Dit is het eerste Sociale Jaarverslag van het College van Bestuur en Personeelszaken. Bovendien het eerste, dat ooit door een universiteit is uitgebracht. We hebben heel bewust beleidsvoornemens op de achtergrond gehouden, omdat we door middel van het geven van basisinformatie allereerst een platform willen scheppen om dat later te kunnen uitbouwen. Daarnaast speelt een stukje bescheidenheid een rol. We wilden niet al te pretentieus zijn. Dat komt ook tot uiting in de vorm: een krant."
VU-primeur Als eerste universiteit in ons land is de VU gekomen met een Sociaal Jaarverslag (over 1977). Ook al ligt het zwaartepunt in dit eerste jaarverslag meer op het bieden van basisinformatie over sociale regelingen dan echte verslaglegging van het sociaal beleid, het initiatief is zeker de moeite waard. De presentatie, in de vorm van een krantje, verlucht met illustraties van Arend van Dam is ook aardig. Behandeling van sociale knelpunten zal men in het verslag nauwelijks aantreffen. In het volgende jaarverslag (over 1978) mogen we die wel verwachten. Verwees immers niet het CvB naar dit jaarverslag toen in de universiteitsraad de nota sociaal beleid en welzijn aan de orde was en de raad in die nota knelpunten als het beleid t.a.v. „zwakke" groepen (schoonmaakpersoneel, personeel voedingsdienst) node miste? Toch staan ook in het jaarverslag 1977 interessante feiten over salarisopbouw, inkomensverdeling bij mannen en vrouwen, woonplaatsverdeling etc. Wie het jaarverslag niet heeft gekregen kan er een halen bij het informatiecentrum (lD-03). (J.K.)
door Cok de Zwart Met andere woorden: de bedoeling van dit verslag is het geven van algemene informatie, opdat men in den vervolge bij de behandeling van de volgende sociale jaarverslagen wete waarover men praat. Daarom vinden de heren Klamer en Hees de late verschijningsdatum van het jaarverslag niet bezwaarlijk. Zij beschouwen het zeker niet als „mosterd na de maaltijd".
Laat
verschenen
Het late verschijnen heeft verschillende oorzaken. Klamer: „In de eerste plaats hadden we nog geen systematische gegevens en ten tweede hadden we te kampen met een gebrek aan mankracht." Het feit dat het jaarverslag pas laat in 1978 is geschreven is impliciet ook een reden waarom men voorzichtigheid heeft betracht bij het beschrijven van het toekomstig beleid. Hees: „Het is lastig om over
worden gedaan, evenals over de wflze van invoering. De begeleiding van het personeel komt in het Sociaal Jaarverslag verder nog naar voren in enkele kanttekeningen betreffende de vorming en opleiding van personeelsleden, de Bedrijfsgeneeskundige Dienst (BGD) en het Bedrijfsmaatschappelijk werk. Op organisatorisch terrein hebben zich, aldus het Sociaal Jaarverslag, enkele ontwikkelingen voorgedaan, die in de toekomst van groot belang kunnen zijn. In het verslag wordt met name een verandering in de personeels/salarisadministratie genoemd. Vanaf 1972 wordt gewerkt aan een integratie van de gegevens door middel van een nieuw computerprogramma. In het Sociaal Jaarverslag wordt verder niet ingegaan op het organisatorische probleem van de automatisering. Hees: „We hebben alleen maar gesignaleerd dat er iets bezig is. In 1977 vormde de automatisering echter geen knelpunt. Dat wordt misschien pas in 1978 een probleem. Maar de vraag of arbeidsplaatsen overbodig werden was op dat moment, in 1977 niet aan de orde." Op onze vraag of hierover dan iets zal staan in het Sociaal Jaarverslag over 1978, valt op dit moment nog niets te zeggen volgens de heer Hees. Een probleem dat in het verslag over 1977 wèl aan de orde komt is bet vraagstuk van een herschikking van de beschikbare middelen.
'Onmogelijk om aktief promotie- en mutatiebeleid te voeren' beleidsvoornemens, die in 1977 genomen zijn te schrijven in een periode waarin je al weet hoe die voornemens zijn uitgevallen." Naast een ideële dus ook nog een praktische reden om het verslag wat vaag te houden. In het Sociaal Jaarverslag komen onder meer aan de orde: personeelsbegeleiding, organisatie- en salarisbeleid, arbeidsvoorwaarden en rechtspositie van de personeelsleden. Het aantrekken van personeel stuit nogal eens op moeilijkheden, zo staat in het Sociaal Jaarverslag te lezen. Over de redenen tast men in het duister. Hoe dit ook zij, in 1977 zijn in ieder geval ongeveer 600 nieuwe medewerkers aangetrokken ter vervulling van vakatures, die waren ontstaan door uitbreiding van de formatieplaatsen en natuurlijk verloop. Hoewel vakatures bg voorkeur dienen te worden opgevuld door personeelsleden die reeds op de YUwerkzaam zijn, is het om verschillende redenen niet mogelijk een aktief promotie- en mutatiebeleid te voeren. Als redenen noemt het verslag het specifiek karakter van vele funkties, het te geringe aantal vakatures en het centraal ontbreken van informatie over wensen, capaciteit en potentieel van medewerkers. Voorlopig moet het accent daarom nog liggen op het eigen initiatief van een medewerker om xqn belangstelling voor een bepaalde tunktie kenbaar te maken. De invoering van het nieuwe personeelsbeoordeiingssysteem zal echter zorg kunnen dragen voor een aktiever mutatiebeleid. De beoordeling levert immers gegevens over het funktioneren, de capaciteiten en wensen van medewerkers.
Personeelsbeoordeling De experimenten die in 1977 met dit nieuwe beoordelingssysteem zgn uitgevoerd werden in het algemeen als zinvol ervaren. Op grond van de er\'aringen in de „proefgebieden" zullen dit jaar definitieve voorstellen over de personeelsbeoordeling
De sterke groei van het personeelsbestand in de afgelopen jaren is immers afgenomen. Voor de faculteiten betekent dit een herverdeling van de formatieplaatsen. In 1977 is aan de faculteiten informatie gevraagd over de verwachte ontwikkelingen in onderwijs en onderzoek en de personele gevolgen daarvan. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de nota „Gegevens voor een ontwikkelingsplan 19801983". Op grond hiervan kan een meerjarenafspraak worden gemaakt tussen de minister van onderwijs en wetenschappen en de VU.
Salarisbeleid Op het gebied van het salarisbeleid heeft de VU, zo zq dit zou willen weinig speelruimte. Voor de salariëring van het VU-personeel gelden overheidsrichtiynen. De materiële arbeidsvoorwaarden aan de VU (als bijzondere instelling)
Toch doet het vreemd aan wanneer men ziet dat er vrij veel aandacht is besteed aan het thema „vorming en opleiding", maar dat het probleem „ziekteverzuim" wordt afgedaan met de mededeling dat vanwege de onvolledigheid van de gegevens geen nadere analyse is te maken van de oorzaken van het ziekteverzuim. De heer Hees; „De problematiek van het ziekteverzuim hebben we bewust weggelaten. Cijfers over het ziekteverzuim bij het TAS-personeel zijn redelijk betrouwbaar, echter niet bij het wetenschappelijk personeel. Cijfers alleen geven een verkeerd beeld, het constateren alleen is niet voldoende. Er moet eerst inhoudelijk meer over bekend zijn. Wanneer bijvoorbeeld het ziekteverzuim bij. een afdeling hoger is dan elders, kan men dat niet alleen toewijzen aan de aard van het werk." Maar, zo verzekerde de heer Hees, het feit dat bepaalde knelpunten zijn weggelaten, betekent niet dat de problemen worden miskend.
Per 31 december 1977 waren er bij de VU 4156 personen in dienst, onderverdeeld in wetenschappelijk personeel 1760 (42,3%), technisch- en administratief personeel 1688 (40,6%) en student-assistenten 708 (17%). Geneeskunde is met een kwart van het totale personeelsbestand de grootste faculteit. Wanneer de student-assistenten buiten beschouwing worden gelaten, behoort 74,4% van het personeelsbestand tot het mannelijk en 25,5% tot het vrouwelijk geslacht (respectievelijk 2568 en 880 personen). Hierbü valt op dat er bij het TAS-personeel drie maal zoveel vrouwen zijn als bg het wetenschappelijk personeel (resp. 35,8% en 12,2%). Het aantal medewerkers dat een part-time functie heeft bedraagt 799 (22,6% van het personeelsbestand). Bgna de helft (44,1%) van de vrouwelijke medewerkers werkt deeltijds; bij de mannen is dit slechts 11,2%. In 1977 had de VU de beschikking over 302 miljoen gulden. Het personeelsbudget maakte hiervan 69% uit, te weten 207 miljoen gulden. Overigens worden uit deze post niet alle salarissen betaald. Het schoonmaak- en kantinepersoneel wordt betaald uit het budget Overige Lasten, dat 12 miljoen gulden groot was. De verdeling van de jaarinkomens van VU-medewerkers was per 31 december 1977 als volgt: Tot modaal (25.850 gulden): mannen 6%, vrouwen 21,2%, mannen en vrouwen 8,8%; Eén tot twee maal modaal: mannen 47,1%, vrouwen 64,0%, mannen en vrouwen 50,3%; Twee tot vier maal modaal: mannen 39,5%, vrouwen 13,8%, mannen en vrouwen 34,7%; Boven vier maal modaal: mannen 7,4%, vrouwen 1%, mannen en vrouwen 6,2%. Het personeelsverloop is op de VU in 1977 niet bijzonder verontrustend geweest. In totaal 423 personen (12,7% van het personeelsbestand) beëindigden het dienstverband. De belangrijkste ontslagreden was beëindiging van een tijdelijk dienstverband (154 gevallen). 600 nieuwe medewerkers zijn in 1977 aangetrokken. Aan wervlngs- en sollicitatiekosten werd 2,2 miljoen gulden uitgegeven (ƒ 3600 per persoon).
In het algemeen vinden de heren Klamer en Hees het bijzonder moeilijk in te schatten wat men nu van een Sociaal Jaarverslag verwacht: „Het verslag zal wel veel kritiek ondervinden: dat er over elke categorie te weinig instaat, dat
het droog is enzovoort". In ieder geval hoopt men op Personeelszaken veel reakties binnen te krygen, die bij het schrijven van de volgende jaarverslagen nutiig kunnen zijn.
inogen niet gunstiger zijn dan aan de Rijksuniversiteiten. Voor de nietmateriële arbeidsvoorwaarden bestaat echter enige ruimte. Hees: „In het algemeen geldt dat de arbeidsvoorwaarden bij bijzondere instellingen niet beter mogen zijn dan die, welke bij de overheid van toepassing zijn. Maar op dit moment is er een discussie gaande over de vraag hoe dit geïnterpreteerd moet worden. Betekent het dat de voorwaarden op geen enkel punt beter mogen zijn of op sommige punten wel en op andere dan minder?" Zo heet de VU als bijzondere instelling de mogelijkheid om op het vlak van de immateriële arbeidsvoorwaarden regelingen te treffen, waarin het rijk niet voorziet, en bestaande rijksregelingen aan te passen. De heer Hees wijst op de ruimere toepassing van het begrip buitengewoon verlof op de VU, de vergoeding van dienstreizen en het personeelsbeoordelingssysteem.
Bewust veel
weggelaten
Bij het schrijven van het Sociaal Jaarverslag is er, aldus de heer Hees meer gelet op 'feen evenredige verdeling van de gegevens dan op de aard en de inhoud van de problemen. Hees: „Er is bewust veel weggelaten. Over heel veel knelpunten, zoals de reallokatie en de doorstroming zijn op zich heel veel verhalen te houden."
Afrikaanse functionarissen te gast bij Nederlandse instituten internationaal onderwijs Op uitnodiging van de Netherlands Universities Foundation For International Cooperation (NUFFIC) in Den Haag maken vertegenwoordigers van enkele Afrikaanse landen momenteel een reis langs de instellingen van internationaal onderwijs in Nederland. Deze functionarissen uit Kenya, Soedan, Tanzania en Zambia spelen een belangrgke rol bg de werving en selectie van kadidaten die in aamerking komen om één van de cursussen van het internationaal onderwys te volgen. Zeventien instituten voor Internationaal Onderwijs in Nederland verzorgen jaarlijks zo'n zestig cursussen voor meer dan 1600 cursisten uit ontwikkelingslanden. Voertaal daarbij is Engels en de opleidingen zijn sterk op de praktijk van de Derde Wereld gericht. Dit internationaal onderwijs maakt deel uit van het Nederlandse Ont-
Enkele cijfers uit jaarverslag
wikkelingsprogramma, dat ook een post voor beurzen kent. In overleg met de afdeling beurzen van het ministerie voor ontwikkelingssamenwerking heeft de NUFFIC het initiatief genomen om de Afrikaanse functionarissen, die zich bezighouden met opleidings- en personeelsvraagstukken, zich ter plaatse te laten oriënteren «ver de vele mo-
gelijkheden van het internationaal onderwijs. Dit bezoek, zo is de verwachting, zal zeker de kwaliteit van de werving en selectie ten goede komen. De Nederlandse onderwijsinstellingen kunnen op hun beurt kennis nemen van de verlangens en behoeften die aan Afrikaanse zijde leven. Daarbij zal ook nagegaan worden welke trainingsfaciliteiten door het Nederlandse Internationaal Onderwijs beter in Afrika zélf geboden kunnen worden. Advertentie
Denk eraan: mededelingen in tweevoud inleveren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's