Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 295

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 295

11 minuten leestijd

11

AD VALVAS — 23 FEBRUARI 1979

Prof. Bootsma: 'Het is wel gelukt darmcel van een kikker'

een kikkervisje

te krijgen

uit een

'Voor het klonen bezitten we nog niet de Icennis' Een typerend intermezzo. Als prof. Bootsma tijdens iiet vraaggesprek over DNA recombinant wordt weggeroepen voor een telefoontje uit Noorwegen, valt in een onderonsje met de fotograaf het woord „reageerbuisbaby" in onze lekepraat over het geknutsel met de erfelgkheid. Zodra hg terugkeert, haakt prof. Bootstra daar meteen fel op in: „Zie je wel, al die dingen worden er altijd zomaar bijgehaald. Wat stellen jullie je eigenlijk bij een reageerbuisbaby voor. Dat is gewoon een bevruchting van de eicel buiten de baarmoeder. Van een ingrijpen in de erfelijke informatie is daarbij geen sprake. Trouwens we kunnen leren van de natuur die zelf ook steeds vervormt, als gevolg waarvan er één op de twintig misgeborenen zijn. We weten dan ook dat een hele kleine verandering in het DNA, de drager van de erfelijke informatie, tot desastreuze gevolgen kan leiden. Het ingrijpen in het DNA, de cellulaire computer van ons organisme, is levensgevaarlijk. Afgezien nog van de vraag of je aan een embryo mag zitten." Het is duidelijk: prof. Bootsma ergert zich aan de science fictionverhalen over de genetische manipulatie en laat niet af om de beperkingen en begrenzingen aan te geven. Een ander voorbeeld: een Amerikaanse wetenschapper beschrijft in zijn bestseller hoe het hem gelukt zou zijn een „kloon" te maken, een kind naar het volmaakte evenbeeld van de vader, van wie uit een lichaamsdeel de erfelijke eigenschappen in een bevruchte eicel zijn overgebracht. „Oplichterij", verklaart prof. Bootsma gedecideerd. „Dat boek deugt niet. Wat daar beschreven wordt, dat kan helemaal niet, daar hebben we de kennis nog niet voor. Het is ooit wel eens gelukt om een kikkervisje te krijgen uit een darmcel van een kikker, maar dat kan nog niet bij hogere organismen." Prof. Bootsma legt in één adem uit waarop die verhalen zich baseren en wat in feite de essentie is van die genetische manipulatie: „Je moet goed begrijpen, al onze cellen hebben in principe al onze erfelijke eigenschappen. De computer met de informatie is dus in iedere cel aanwezig. Maar slechts een deel van de band wordt per functie afgespeeld. Dat is nu precies één van de belangrijkste vraagstellingen waar we ons mee bezighouden: waarom specialiseert een cel zich, hoe wordt het in de juiste volgorde afspelen van de delen van de band gestuurd en welke invloeden van buiten de cel spelen hierbij een rol? Daar weten we nog zo weinig van. Via de techniek van het recombinant-DNA is het nu mogelijk geworden zo'n gedeelte uit de band af te zonderen, over te brengen in een veel simpeler organisme en daarin te „klonteren".

Kopiëren Maar om uit één cel met alle erfelijke informatie een compleet mens te „kopiëren", dat lukt nog lang niet. Dan zou je het „bandjp" in de cellulaire computer moeten herprogrammeren, en dat gaat niet. De experimenten in die richting zijn dan ook gestopt." Toch blijft de wetenschap zich de vraag stellen hoe dat proces van differentiatie verloopt en de DNAtechniek biedt nieuwe mogelijkheden om daar achter te komen. — Waarom willen wetenschappers dit onderzoek graag doorzetten, terwijl velen de risico's vrezen omdat het zo diep ingrijpt in het wezen van de mens? „Wetenschappelijke onderzoekers worden gedreven door nieuwsgierigheid, daaruit leiden zij hun doelstelling af. Het onderzoek naar DNA houdt zich bezig met een van de meest fundamentele vraagstellingen, de master-molecule die alle processen in de cel bestuurt. Men is nu zo bang dat als je inzicht krijgt in dat mechanisme, dat kan leiden tot toepassing op het centrale gebeuren in ons lichaam. En samenhangend daarmee zou je de erfelijke eigenschappen van het nageslacht kunnen manipuleren. Maar ik sta niet achter dat soort generalisaties. De fundamentele onderzoeker wil meer kennis vergaren, zonder daarbij gericht te zijn op toepassingen. Dat wil overigens nog niet zeggen dat hij die toepassingen uit het oog moet verliezen. Dit is echter een andere blikrichting, die in de nat,upfweten,-,

door Cor

Klaasse

schappen niet hoeft samen te vallen met het onderzoek van de natuur zelf. In het recombinant-DNAonderzoek zijn we nog ver weg van toepassingen in de sfeer van manipulatie met de erfelijke eigenschappen van de mens.

Vrijheid Aanvankelijk zijn volgens vele deskundigen de gevaren en risico's van het DNA-onderzoek overschat en is er alle aanleiding om de normen iets te versoepelen. Anderen daarentegen houden vol dat er te weinig zicht is op de risico's en dat de gevolgen van een „ongelukje" zo desastreus kunnen zijn dat er eigenlijk geen enkel risico mag worden genomen. Vandaar dat zij pleiten voor een stopzetten van het onderzoek. Prof. Bootsma is daar uitgesproken tegen: Ik geloof niet in de mogelijkheid en in de wenselijkheid van het blokkeren van wetenschappelijk onderzoek. Dat gaat in tegen een van de grootste waarden van onze samenleving, de vrijheid van denken. Dat proces kan je niet stoppen, hooguit kan je het afremmen. Daar komt bij, de risico's, maar ook het nut van dit soort onderzoek, zijn enorm moeilijk van tevoren af te wegen. Het is inherent aan wetenschappelijk onderzoek dat het in principe onvoorspelbaar is, het gaat om onverwachte dingen. Als de afweging van het nut één van de belangrijkste factoren zou worden, dan sluiten we belangrijke wegen voor het onderzoek af." Het recombinant-DNA-onderzoek tot nu toe heeft aangetoond dat de veronderstelde risico's te hoog zijn ingeschat. De versoepeling van de richtlijnen is daarom gebaseerd op feiten en niet op veronderstellingen. De speurtocht naar het DNA, hoe omstreden ook, is al verder dan het stadium van louter fundamenteel onderzoek. In industriële laboratoria wordt de techniek van het recombinant-DNA al gebruikt en in Amerika worden bijvoorbeeld met behulp van deze techniek groeihormonen en insuline voor suikerpatiënten gemaakt. Prof. Bootsma is best bereid zijn eigen motivatie te geven waarom hij een voorstander is van het onderzoek naar DNA en daaruit blijkt hoezeer dit onderzoek ook voor de gezondheidszorg belangrijke gevolgen kan hebben: „Op onze afdeling houden wij ons, met prof. Galj aard, bezig met de prenatale diagnostiek. Wij zijn in staat cellen te kweken uit het vruchtwater, waaruit we kunnen aflezen of er afwijkingen in de vrucht zijn opgetreden. Een verandering in het DNA heeft dan geleid tot een afwijking, die wij constateren. Maar dat is in zekere zin een beperking. Als je rechtstreeks naar het DNA zou kunnen kijken, dan zit je bij de bron, die de afwijking produceert, en niet bij het produkt, zoals nu, en zou je veel meer erfelijke ziekten op deze wijze in het prenatale onderzoek kunnen betrekken. Om die reden zou ik gebruik willen maken van deze techniek." In Engeland en de VS is men begonnen de techniek van het recombinant-DNA j tos te passen in ^e^,

prenatale diagnostiek, en daar heeft men er hoge verwachtingen van. In Nederland is het nog niet zover. In het proces van besluitvormin, waarin ook regering en parlement intensief zijn gemoeid, moet worden afgewogen in hoeverre dit onderzoek zal worden toegestaan, in welke risico-klasse en waar het onderzoek mag worden gedaan. Volgens prof. Bootsma is de publieke discussie al ver buiten de oevers van een wetenschappelijk debat getreden:

Angst „I^fijn indruk is dat deze discussie over DNA veel te maken heeft met de besluitvorming in bet wetenschapsbeleid. In feite wordt het als testcase gebruikt om een groter probleem op te lossen, namelijk wie de zeggenschap heeft over de wetenschap. Dit onderwerp leent zich daar goed voor omdat het de mensen zo aanspreekt, vooral ook tegen de achtergrond van een algemeen aanwezige angst voor de technologie." — Maar kunt u zich dan voorstellen dat mensen tegen dit onderzoek zijn juist omdat het zo diep ingrijpt in het menselijk bestaan, bijvoorbeeld op religieuze gronden? „Ik kan me dat wel voorstellen, maar dan denk ik dat die mensen onvoldoende zijn geïnformeerd.

Wij hebben de plicht om het publiek optimaal te informeren, en als we dat doen dan geloof ik dat men zal accepteren dat het toch doorgaat." Zelf is prof. Bootsma ook godsdienstig, zo bekent hij ongevraagd, en bij wijze van anekdote vertelt hij dat de Schepping in zeven dagen is voltooid, maar dat de wetenschap werkt op de achtste dag: „Wij zijn bezig de dingen namen te geven." Het moeilijke in de discussie over DNA IS niet alleen dat de wetenschappelijke en politieke argumentatie door elkaar loopt, maar ook dat het gaat om hypothetische gevaren. Een experiment is nu juist zo boeiend omdat je niet van te voren weet wat er uitkomt. Maar als een experiment een uitkomst oplevert, die achteraf „gevaarlijk" blijkt te zijn, dan is het al te ver. De po-

litieke besluitvorming gaat dan ook vooral over de vraag of men zich nog langer moet wagen aan de experimenten, om eventuele gevaarlijke uitkomsten te voorkomen.

Grote moeite

mee

Prof. Bootsma geeft grif toe dat het voor wetenschappers wel even wennen is om in zo'n politieke besluitvorming te worden meegesleept: „Ik durf best te bekennen dat ik er grote moeite mee heb. Ik hou eerlijk gezegd mijn hart vast welke initiatieven de politici zullen nemen." Desondanks vindt de Rotterdamse celbioloog van Friese origine — die op de fakulteit bekend staat als een stoere zeiler met de

Vervolg op iMigina 12

Over vijfjaar is liet 1984 Over vijf jaar is het 1984, het magische en gevreesde jaar waarin de toekomst definitief aanbreekt volgens de veelgelezen schrijver George Orwell, die in zijn al klassiek geworden toekomstvisioen „19ß4" beschrijft hoe bet er dan met de mensheid zal uitzien. Angstaanjarend is Orwell's fantasie over de kweek van kinderen in speciale laboratoria, die dankzij manipulatie van erfelijkheidsfactoren „geschikt" worden gemaakt voor het verrichten van bepaalde taken in de samenleving. Over vijf jaar is het 1984, en in werkelijkheid wordt nu een felle publieke discussie gevoerd over de manipulatie van erfelijkheidsfactoren. Kenwoord in die discussie is het „recombinant-DNA", een techniek die het mogelijk maakt om in de reageerbuis met erfelijk materiaal te experimenteren en stukjes informatie te kloneren (ofwel te kopiëren). Tegenstanders herinneren aan de angstvisioenen ä la Orwell en „The Brave New World" van Aldous Huxley. Zij vrezen de experimenten niet alleen vanwege de mogelijkheden tot manipulatie, maar ook en vooral vanwege de nog ongekende risico's die tijdens de experimenten kunnen ontstaan. Voorstanders wijzen vooral op de positieve kanten van dit genetisch onderzoek, dat bijvoorbeeld een grote rol zou kunnen spelen in het voorkomen van erfelijke afwijkingen en in het kankeronderzoek. Zij onderkennen de hypothetische risico's, maar menen dat die middels strenge beveiliging in toom kunnen worden gehouden. Waarschijnlijk is nog zelden zo'n felle en vooral openbare discussie losgebarsten over een wetenschappelijk issue als in dit geval met „Recombinant-DNA". Een

nieuwe dimensie in het debat is dat het niet langer een zaak van louter wetenschappers is: ook burgers, pressiegroepen als de vakbeweging en vooral de politiek bemoeien zich er intensief mee. Uiteraard beperkt de discussie zich niet tot Nederland. Al in 1974 legden in Amerika betrokken wetenschappers een verklaring af waarin zij opriepen om vanwege de potentiële gevaren bepaalde biochemische experimenten voorlopig te staken. Sindsdien is in Amerika de ontwikkeling toch doorgegaan en vindt de techniek van het DNA-recombinant zelfs industriële toepassing. En ook in Europa staat de wetenschap niet stil. In Heidelberg is aan het Europees Moleculair-biologisch Laboratorium een afdeling toegevoegd, waar experimenten tot in de hoogste risico-klasse zullen mogen worden uitgevoerd. In Nederland is 't nog niet zover. In de afgelopen twee jaar heeft de regering enkele malen opgeroepen tot de grootst mogelyke terughoudendheid met dit soort experimenten. Onderzoek moet beperkt blijven tot de laagste twee risicoklassen, terwijl overwogen wordt een speciaal laboratorium in klasse drie te bouwen. De hoogste risico-klasse blijft aangewezen op Heidelberg. Al in november 1976 werden in de Tweede Kamer verontruste vragen gesteld. Vorig jaar antwoordde de regering op maar liefst 65 Kamervragen over dit onderwerp en bepaalde daarmee haar voorlopig standpunt. In december 1978 organiseerde de Vaste Kamercommissie voor Wetenschapsbeleid een hoorzitting en op 19 maart zal de Kamercommissie zich andermaal beraden, dit keer over de voorgestelde instelling van twee commissies, die respec-

tievelijk de concrete veiligheidsmaatregelen en de ethische en maatschappelijke aspecten zullen bestuderen. Nederland zou volgens sommigen een achterstand oplopen als gevolg van de trage besluitvorming. Vooral de industrie vreest zich uit de markt te prijzen als het onderzoek geen doorgang kan vinden. Een woordvoerder van Gist-Brocades zei op een forum over DNA van de Dienst Wetenschapsvoorlichting: „Het is voor onze onderneming van levensbelang, wil zij haar vooraanstaande plaats handhaven, dat geen belangrijke technologische innovatiemogelijkheden worden gemist." De betrokken wetenschappers in Nederland benadrukken bij voortduring dat zij zelf de discussie hebben aangezwengeld en het publieke debat dus niet schuwen. Een jaar of vier geleden werd een ad hoc commissie van de Koninklijke Akademie voor wetenschappen ingesteld, waarna een Commissie volgde die werd belast met het toezicht op genetische manipulatie. Die Commissie vaardigde ook richtlijnen uit om de grootst mogelijke veiligheid te waarborgen. Van de kant van de wetenschappers wordt vooral aangedrongen op duidelijkheid en snelle besluitvorming. Zij willen weten waar ze aan toe zijn. Dat is ook de mening van prof. dr. D. Bootsma, hoogleraar in de genetica aan de medische fakulteit in Rotterdam, die als voorzitter is opgetreden van de eerdergenoemde commissies van de KNAW, Cor Klaasse van ons zusterblad Quod Novum van de Erasmus Universiteit sprak met hem over het hoe en het waarom van het DNA-onderzoek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 295

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's