Ad Valvas 1978-1979 - pagina 219
AD VALVAS — 12 JANUARI 1979
'Derde wereld niet gebaat bij verdere integratie buidige Europese ontwiidcelingsbeieid' „Als wg er Tannit gaan dat het ontwikkelingsbeleid gericht dient te zqn op de bevordering van de sociaalekonomiese positie van de derde wereld, de armste groepen moet verheffen uit hun positie van honger en absolnte armoede en de afhankelijkheidsrelaties tussen Noord en Zuid moet door breken, dan is naar mijn mening een verdere integratie van het europese ontwikkelingsbeleid eerder een stap achteruit dan vooruit. De derde we reld is er niet bij gebaat en daarom is een verdere integratie niet gewenst Dat is in het kort mijn verhaal." Aan het woord is de kersverse doctor in de economische wetenschappen, Gerrit Faber. Hij doet deze uitspraak tijdens een perskonferentie naar aanleiding van zijn proefschrift „De Europese Gemeenschap en Ontwik kelingssamenwerking: praktgk, motieven en perspektieven voor integratie". Om tot deze belangwekkende slot som te komen is Faber niet over een nacht ijs gegaan. Zijn onder zoek is begonnen in 1976, in het kader van de werkgroep Polemolo gie aan de VU. In deze werkgroep bestudeert men de voorwaarden voor een duurzame en vreedzame wereldsamenleving. Het voornaam ste uitgangspunt hierbij is dat alleen dan een duurzame wereldvrede ge realiseerd kan worden, als er sprake IS van rechtvaardige strukturen tus sen de verschillende landen. Fabers studie aangaande de beteke nis van een gemeenschappelijk (EEG) ontwikkelingsbeleid voor de ontvwkkeling van de derde wereld en daarmee voor de vrede en vei ligheid in de wereld is binnen dat kader een deelprojekt. In de eerste plaats wordt in het proefschrift na gegaan in hoeverre er nu al sprake is van een echt gemeenschappelijk ontwikkelingsbeleid en wat daar van de kenmerken zijn. Daarna gaat Faber na waardoor het beleid in de afzonderUjke lidstaten wordt ge kenmerkt. Op basis van deze ge gevens wordt een model ontwikkeld dat weergeeft hoe een volledig ge inlegreerd ontwikkelingsbeleid er uit zal gaan zien.
Voor wat hoort
wat
Een samenwerkingsverband tussen de EEGlanden en 53 ontwikke lingslanden (meestal vroegere ko lonies, voor het merendeel in Afri ka gelegen) is tot nu toe het voor naamste direkte instrument voor een gemeenschappeUjk ontwikke lingsbeleid. Dit zgn. associatiebeleid kenmerkt zich door de filosofie „voor wat hoort wat", aldus Faber. De tegenprestatie voor Europese irnlp bestaat meestal uit garanties voor afzet op de markten van de geassocieerde ontwikkelingslanden. Na 1975 ligt de nadruk echter meer op bescherming en bevordering van buitenlandse investeringen (multina tionale ondernemingen, dus) in die geassocieerde landen. Het voor naamste doel is het veilig stellen van de aanvoer van grondstoffen uit die landen.
I
Bepaald geen ontwikkelingen die de afhankelijkheidsrelaties tussen de derde wereld en Europa zullen doorbreken. Bovendien toonde Fa ber zich tijdens de perskonferentie niet erg enthousiast over de bete kenis van multinationals voor het ontwikkelingsproces van de derde wereld. Voor optimisme over een verande rende ontwikkelingsfilosofie ten gunste van een geëmancipeerd ont wikkelingsproces in de derde we reld geeft een verdergaande inte gratie van het ontwikkelingsbeleid geen aanleiding. In de verschillende lidstaten van de EEG bUjken de motieven voor het ontwikkelingsbeleid en de uitwer king ervan dermate te verschillen dat deze geen hechte basis kunnen vormen voor een gemeenschappe lijk beleid. Zo hanteert bijv. de Bondsrepu bliek een sterk liberaal getinte ont wikkelingsfilosofie, het heil ver wachtend van direkte investeringen van (Duitse) ondernemingen in ont wikkelingslanden, terwijl Frankrijks belangrijkste motief is het uitdragen van de Franse, blijkbaar zeer emi nente, taal en kuituur. Het Nederlandse ontwikkelingsbe leid daarentegen hanteert als expli ciete doelstellingen het helpen van de armste groepen in de derde we
Hans de Boer reld en het doorbreken van de af hankelijkheidsrelaties. De enige punten waarover geen al te grote politieke meningsverschil len zouden ontstaan tussen de ver schillende EEGstaten en die dus de basis zullen gaan vormen van een volledig geïntegreerd ontwikke lingsbeleid zijn volgens Faber de zgn. „nevendoelstellingen". Deze behelzen vooral de bevordering van de Europese export en de bevorde ring van de partikuliere investe ringen in het buitenland. Na het voorgaande behoeft het wei nig betoog dat Faber dit soort van beleid verwerpt In de eerste plaats omdat het de sociaalekonomiese positie van de derde wereld niet
zal verbeteren en ten tweede omdat het voortbestaan van onrechtvaar dige strukturen op wereldschaal de wereldvrede in de weg staat
Toch een beleid?
Europees
Ondanks zijn vernietigend oordeel over het gangbare EEGontwikke lingsbeleid en de waarschijnlijke vorm ervan in de toekomst, is Fa ber toch geen voorstander van het afhaken van de Nederlandse wagon van de EEGontwikkelingsexpres (c.q. boemeltrein). Als Nederland zich binnen de EEG sterk maakt voor een andere ont wikkelingskonseptie, samen met bv. de gelijkgezinde Belgen en de De nen, dan ziet hij toch wel perspek tieven voor een gunstige verande ring in het EEGontwikkelingsbe leid. Eén gevaar moet men hierbij niet uit het oog verliezen: doordat de integratie van het ontwikke lingsgebied op tal van kleine ge biedjes gewoon doorgaat, bestaat, aldus Faber, het risiko dat men ta melijk ongemerkt afkoerst op een volledige integratie van het ont wikkelingsbeleid zonder dat sprake is van een adekwate ontwikkelings filosofie.
Dr. Gerrit Faber tegen de aditargnnd vim bovea föfea, de «dgmde via
Vietnam, feiten en vragen... Vietnam is weer volop in het nieuws, net als in 1974 en 1975, doch nu is de teneur van de berichten heel anders. Na de dertigjarige periode van oorlog waaraan in 1975 een eind kwam, had iedereen te doen met het geteisterde land dat slachtoffer was gewor den, eerst van de Franse koloniale politiek, daarna van de meedogenloze Amerikaanse oorlogsvoering, waartegen ook in de Westerse landen in de zeventiger jaren protest werd aangetekend. Er was bijna niemand meer te vinden die op grond van welke anticommunistische ideologie dan ook zo'n afschuwelijke oorlog nog aanvaardbaar vond. Nu lijkt de politieke opinie om te slaan. Men leest over het leed van vluch telingen, hoort over mensen in kampen, over gedwongen verplaat singen van grote groepen uit de steden naar het platteland. Chine zen lijken te worden gediskrimi neerd. Cambodja wordt door Viet nam aangevallen. In de manier waarop deze berichten gebracht worden vindt men vaak de mening weerspiegeld dat nu de ware aard van het communisme ook in Viet nam boven komt. De eerste jaren merkte je daar niet zo veel van, maar nu blijkt pas dat Vietnam agressief en expansionistisch is en heel IndoChina wil overheersen. Ziet men af van alle geruchten, halve waarheden en tegenstrijdige berichten, dan blijven in ieder ge val twee niet te miskennen gege vens overeind staan, namelijk het massale, menselijke drama van de vluchtelingen die in erbarmelijke toestand in kleine en grote boten over de zee aan komen zwerven en de grensoorlog tussen Vietnam en Cambodja, door beide partijen — ieder op eigen wijze — toegegeven, maar waar niemand een heldere kijk op kan krijgen. Het is gewenst bij de beoordeling van deze gegevens enkele feiten uit het verleden niet te vergeten.
Enkele
feiten
1) Toen op 30 april 1975 het re giem van Thieu ineenstortte en de Amerikanen zich terug trokken uit een oorlog tegen het revolutionaire Vietnamese leger die niet meer vol te houden was, bleef er een berooid en verwoest land achter. a) Er waren miljoenen doden ge vallen. Tienduizenden invaliden moesten geholpen worden. Er heersten ernstige epidemieën, met name van tuberculose, malaria en geslachtsziekten. b) Door de verwoestingen was de landbouw zo kapotgemaakt dat het land zelf niet voldoende voedsel kon produceren voor zijn 52 mil joen inwoners. De steden zaten vol met vluchtelingen van het platte land. Saigon bevatte vier miljoen
inwoners tegen vroeger slechts één miljoen. c) De buitenlandse hulp viel prak tisch weg. Tot aan april 1975 pompten de V.S. jaarlijks acht mil jard dollar in ZuidVietnam. d) In ZuidVietnam bestond een grote klasse van handelaren en pro fiteurs, die tijdens de oorlog een re latief grote welvaart hadden be reikt en aan een westerse manier van leven gewend waren geraakt. Daarnaast had zich vooral in Sai gon een proletariaat gevormd, zoals dat in overbevolkte stedelijke con centraties in westerse landen ook bestaat. Hier heerste prostitutie en verslaving aan drugs, vooral door de aanwezigheid van het Ameri kaanse leger gevoed en in stand ge houden. 2) In de afgelopen drie jaar werd Vietnam nog extra getroffen door twee grote natuurrampen, die de voedselpositie verder verslechter den: In 1977 trad een grote droogte op en in 1978 vonden er in grote delen van Noord en ZuidVietnam overstromingen plaats, evenals in India. Beide rampen verwoestten een groot deel van de toch al te magere oogst. 3) Na 30 april 1975 was de situatie in Vietnam veel erger dan die van Europa na 5 mei 1945: a) De landbouw was veel erger ge troffen dan in Europa. b) De opbouw van WestEuropa werd sterk gestimuleerd door het Marshall plan. Vietnam moet vrij wel op eigen kracht uit zijn gigan tische problemen komen.
Vragen In het licht van deze feiten moet men zich niet verbazen dat diep ingrijpende maatregelen werden ge nomen, alleen al om het schaarse voedsel zo goed mogelijk te verde len, de zwarte handel tegen te gaan, en de landbouwcapaciteit weer op te voeren. Hiervan zijn be kend geworden de beperking van de vrije handel en de pressie op de bevolking in de steden om te mi greren naar de nieuwe economische
0
zones. Vooral voor de grote en kleine handelaren en de ambtena ren van het voormalige Thieure giem moet dit een zware slag ajn geweest Voor hun besef valt de bodem uit hun bestaan w ^ . Zij zien hun situatie als uitzichtsloos en proberen weg te komen met be hulp van de laatste middelen die zij nog hebben. Dat klinkt tenmins te door in de interviews met vluch telingen. Zij geven de schuld aan het nieuwe regiem. De Commissie VU voor Vietnam zal binnenkort; in een uitvoeriger artikel verder op de situatie ingaan. Wij willen nn alleen, zonder h ^ drama van de vluchtelingen ook maar enigszins te bagateifiserm.
Wetenschi ; IsHl
ZOB
CCB I t g J M g (<XA '
ciNiiiBiniisfisdw!) de Vidmm fcBnnen bcsiigdai, zond^ ipgßgpeade eoHMHinsdw maatrcge IcB en zonder c ^ bdcid, dat stok door de overlieïd woidt beheost? # Is de hoidige sïiiurticm Vietnam een gevolg van het cmnmnnistiscfae regiem ot van de 3 ^ j a i ^ omrlog die het land achter de mg heeft? 0 Zon kriHA die voor ecu groot ded gdnseerd is vf imvoidoende kenoB van zaken en bevotnoor dedde ideeën over socialistisdie famden mca zin hdbben voor de bevoiläng van Vietnam dan daad w o f c d ^ c hn^p in gdd « in natu ra? H. J. van Aalderen Joh. Blok
11x^1 I I I ;
gaan vereniging oprichten Onlangs bepleitte het Nederiands orgaan voor de bevoidcrii^ t formatieverzorging (Nobin) in een advies van nnnister P^ncm (we lenschapsbeleid) dat alle studenten die wctensdnqipdgk onderzoek«' wil len worden het vak wetenschappelijke infomudieoveidiachl in hnn palket dienen op te nemen. De Nobin acht een goede schtAi^ in het ovodiagen van wetenschappelijke informatie onontberarlgk, zeker nn naar de veifcor^ ting van de studieduur wordt gestreefd. Het antwomd van minister P ^ nenburg is nog niet bekend maar inmiddels B een parfnEa' inWiatirf onder academici ontwikkeld dat het Nolnn welEcht zal bdmgen. Op 26 januari vindt in Utrecht de oprichtin^vcigadamg plaats van de Neder landse Vereni^ng van Wef^ischapscinre^iHrienicn ^TVW). Zo'n 250 akademici of bijnaakade mici zijn voor deze bijeenkomst uit genodigd. De aangeschrevenen zijn (ex)deelnemers van de kursussen wetenschapscorrespondentie die al geruime tijd aan de universiteit van Amsterdam (instituut voor perswe tenschap) en sinds enkele jaren aan de rijksuniversiteiten van Gronin gen en Utrecht worden gehouden. Enkele docenten van de school voor journalistiek in Utrecht alsmede enkele wetenschapsjournalisten ge ven de deelnemers van de kursus onderricht in journalistieke vaar digheden opdat deze op een heldere manier over hun vakgebied kunnen schrijven voor een breed publiek. Nu hebben twee exdeelnemers van de Amsterdamse kursus Karel Mom en lona Oberski met steun van de dienst wetenschapsvoorlichting van de Koninklijke Nederlandse Akade mie van Wetenschappen het initia tief genomen tot de oprichting van een vereniging waardoor het onder
ling kontakt tussen de exkursisten een stevige basis zal krijgen. Zo'n vereniging kan het ook gemakke lijker maken om kontakt te leggen tussen publiek en wetenschaps correspondenten, direkt, of via we tenschapsjoumalisteiL, voorlichters en media, indirekt Het ligt in de bedoeling een leden administratie aan te l^gen waarin bij elk lid zijn specifieke vakg^ bied vermeld staat Idealiter zou op deze manier een netwerk van wetenschapscorrespondenten opge bouwd kunnen worden met be hulp waarvan het gemakkelijk wordt de juiste correspondent op te roepen wanneer een publikatie van zijn hand gewenst wordt De oprichtingsvergadeiing is open baar en vindt plaats op 26 januari a.s. om 13.00 uur precies in één van de zalen van de R.U. Utrecht, Bootlistraat 6. H ^ voorlopig secre taiiaatsadres is postbus 4395, Am sterdam, teL 02(^930951. (BM.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's