Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 143

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 143

12 minuten leestijd

AD VALVAS — 10 NOVEMBER 1978

Praktijk: steeds meer taak als

beleidsmedewerker

nderwi jscoördinator een uitstervende funktie „Als onderwgskoördinator of -advisenr (ik ben adviseur) ga je bij dit soort zaken altijd uit van het onderwijsprogramnia. Dat is een typische opstelling, die je eigenlijk met niemand anders binnen de subfakulteit gemeen hebt Iedereen gaat van andere standpunten, belangen uit. Yan de yakgroep, de subfakulteit of van politieke ideeën. Dat werkt zelfs in onderwqskommissies door." „Omdat je per slot de enige bent die toch bezig is vanuit een meer integraal gezichtspunt tot een visie te komen waren myn ideeën dan ook doorslaggevend uiteindelijk. Het kon toch niemand anders schelen die er zich in die mate mee bezig hield en omdat men verder zo verdeeld was als wat kun je op die manier nogal wat invloed uitoefenen. ZQ het dat de steun van het bestuur vaak toch belangrijk is." Aldus (resp.) Leen Snijders, onderw^jsadviseur bij SKW (sociaal-kulturele wetenschappen) en Leo Bijlmer, onderwijskoördinator bij PAW (peda- en andragogische wetenschappen) over hun rol in de besluitvorming over met name de herprogrammering. Snijders vervolgt: „Je staat in het algemeen als schrijver van een advies wat sterker dan de anderen die moeten beslissen. Als je een kant en klaar advies hebt liggen, waar men hier en daar tegenaan zit te hikken, de één hier, de ander daar, dan is de kans het grootste dat het onveranderd door de raad gaat. Een advies heeft meer invloed dan stemmen. Het is soms frustrerend als je niets te vertellen hebt, maar op den duur is het voor je werk veel vervelender als je steeds ja of nee moet zeggen." Bijlmer vult aan: „Mensen gaan je dan percipiëren (=beschouwen) als degene die tegen hun voorstellen heeft gestemd en verwachten dat je dat in het vervolg ook zult blijven doen of omgekeerd." „Invloed" is een vaak terugkerend thema in het gesprek. De onderwijskoördinator/adviseur heeft formeel nauwelijks bevoegdheden. Niet tegenover de raden en kommissies, die over de struktuur van het onderwijs beslissen. Niet tegenover de onderwijsgevers, de docenten, die uiteindelijk de inhoud bepalen. Daar staat tegenover dat hij op zijn subfakulteit vaak vrijwel de enige onderwijs-deskundige is en de enige die tijd heeft alle van hogerhand afkomstige (onderwijs)stukken door te nemen. In de praktijk heeft hij wel degelijk wat te zeggen. Leen Snijders: „Mijn stelling is dat alle werkelijke veranderingen in het onderwijsprogramma afhankelijk zijn van de docenten. En meestal niet van een docent in zijn eentje maar van een docent samen met "akgroepgenoten. Wel moeten natuurlijk ergens de ideeën vandaan komen. Dat kan natuurlijk overal vandaan zijn maar als je hier zit als onderwijskoördinator kun je alvast beginnen met ze hier en daar uit te strooien en dan maar zien of ze opgepikt worden." Maar voornamelijk houdt de onderwijskoördinator zich met de struktuur van het onderwijs bezig. V/elke elementen van het onderwijs kLo je nu door de struktuur beïnvloeden? Snijders: „Dat kun je niet de inhoud natuurlijk. (Leo Bijlmer ertussendoor: „Dat is het punt!") Wel veel aspekten van „het studeren" kun je door een struktuur in de hand houden. Bijvoorbeeld: een heel duidelijke struktuur, waarin iedere student weet waar zij of hij aan toe is of juist een struktuurloze situatie waarin iedere student maar z'n weg moet vinden. Met in het laatste geval veel meer studiefrustratie en -vertraging. En het in de hand houden, het hele beheer vao onderwijs is natuurlijk veel gemakkelijker als je een goede struktuur hebt. De meeste greep heb je op de propedeuse. Het tweede jaar wordt al moeilijker en het doctoraal, dat in belangrijke mate is gekoppeld aan vakgroepen onttrekt zich vrij gemakkelijk aan een beetje centraal beheer. De onderwijscommissies willen wel maar..."

^^yf "ƒ ^«ra inhoud

onderwijs-

„Qat vind ik ook opvallend," zegt Bijlmer, „toen ik begon werd gezegd, inhoudelijk zit het programaia niet helemaal goed. Zolang iedereen het verbaal met elkaar eens was werd het prima gevonden dat

door Johan de Groot ik daar wat aan zou gaan doen. Zodra die overeenstemming er niet was, werd het als zeer bedreigend ervaren, juist ook door stafleden. Dan werkt het model niet meer en blijkt dat de inhoud van het onderwijs onder het oordeel van de docent valt en hij de enige is die bekwaam is daar een oordeel over te geven." „Het is ontzettend moeilijk een onderwijsprogramma tot één geheel te maken als je de uiteindelijke inhoud en de uiteindelijke vormgeving in handen legt van verschillende klubjes. Alleen bij vakgroepen met een eigen afstudeerrichting ligt het makkelijker want die bouwen zelf een éénheid in," zegt Leen Snijders. Meer dan Leen Snijders heeft Leo Bijlmer gedacht iets aan de inhoud van het studieprogramma te kunnen doen. „Bij de instelling van mijn funktie dacht men nog sterk aan zaken als integratie van vorm en inhoud. Ikzelf was vanuit mijn studie geïnteresseerd geraakt in zaken als ontwikkeling van wetenschap, specialisatie versus integra-

te krijgen in de verwachting dat in de toekomst de noodzaak tot samenwerking binnen de subfakulteit in de eerste plaats maar ook zeker tussen de subfakulteiten voor sociale wetenschappen, steeds dringender zal worden." Leen onderbreekt hem: „Niet alleen op grond van bezuinigingen. Er zijn zelfs nog andere redenen!" Leo (cresendo): „Er zijn zelfs veel belangrijker redenen. Maar als er niet een argument is dat net als bij de herstrukturering iets onontkoombaar maakt gebeurt het niet. Je moet de dwang hebben van een wet. En nu de middelen minder worden en de taken zich misschien zelfs nog uitbreiden gaat de komende jaren tussen de vakgroepen binnen de subfakulteit het nodige overleg zitten in het zoeken van plaatsen van overlap en het kijken of ieder mannetje wel zinvol werk doet."

Onderwijscommissie versterken Hoewel zo'n vier ä vijf jaar geleden nog wel gedacht werd dat de funktie „onderwijskoördinator" vrij algemeen ingang zou vinden, lijkt hij nu eerder te verdwijnen. Bijlmer: „Ik konstateer op grond van advertenties die ik de laatste tijd heb gezien dat de funktie in toenemende mate als beleidsmedewerker van het bestuur wordt omschreven. Die verschuiving zie je in je eigen bezigheden ook." Snijders: „Dat wordt natuurlijk bevorderd door allerlei toestanden die je van hogerhand krijgt en waarover je het bestuur advies of kommentaar moet geven want besturen of kommissies schrijven geen advies. Ze hebben de kennis niet,

-programmering geweest. Bij PAW is het programma in afwachting van een beslissing van Pais in de kast gelegd, op de SKW-fakulteit is dit jaar het derde geherstruktureerde jaar ingegaan. Voordeel van die snelle invoering is dat je zo (via evaluaties) aan gegevens komt, waardoor je straks eventueel tegen nieuwe plannen van de minister kunt zeggen van dat wordt te dol. Terugldjkend op de herprogrammering noemen beiden als pluspunt de wettelijke dwang als^rem op eindeloze diskussies. Er waren trouwens volgens Bijlmer toch nog in ruime mate mogelijkheden voorhanden om uitgaande van de kant van het onderwijs een aantal eigen wensen te realiseren. Snijders: „Ik denk ook dat inderdaad vooral door die herstrukturering (deels ook door de WUB), door de procedures die we hierzelf formeel hebben en die niet altijd even goed lopen, toch de meeste docenten nu bewuster van hun onderwijs kwa vorm, inhoud en kontekst zijn, dan een aantal jaren geleden. Er is veel meer docentbewustzijn gekomen dan vakbewustzijn of fliedewerkersbewustzijn. Men gaat meer aandacht besteden aan didaktiek etc. Waarmee ik met nadruk niet wil zeggen dat ik nu het ideaal bereikt zie." Maar één keer herprogrammeren is voorlopig genoeg. Leo Bijlmer: „Je

tie, vakwetenschap versus filosofie en ik zag in het onderwijsprogramma de mogelijkheid om aan de specialisatie, die uiteraard nodig is, toch wat grenzen te kunnen stellen. Maar mijn funktioneren als onderwijskoördinator heeft me inderdaad geleerd dat je mogelijkheden dienaangaande vrg beperkt zijn." Nu heb ik dan ook een studietaak waarin ik die inhoudelijke belangstelling ook vorm kan geven omdat ik mezelf onvoldoende kan uitleven in het sleutelen aan randvoorwaarden. De afgelopen jaren en zeker het jaar van de meerjarenafspraak is althans mijn werk heel sterk gebogen naar die randvoorwaarden (onderwijslast, studielast, meerjarenplannen, ontwikkelingsplannen etc). Daar ben ik door het bestuur bij ingeschakeld en daardoor verder afgekomen van de programmaplanning. Dat vind ik aan de ene kant erg leuk omdat het kwa invloed niet onbelangrijk is maar minder kwa interessebevrediging. Via mijn studietaak wil ik een stuk inzicht in de vakontwikkeling zien

de stukken zijn te lang en de termijnen te kort." ,.AIs ik verder in de toekomst kijk", zegt Bijlmer, „denk ik dat een ontwikkeling zal plaatsvinden, waarbij die hele bestuurskant verder geprofessionaliseerd zal worden anders krijg je inderdaad dat het soort mensen als wij toch teveel invloed gaat uitoefenen." Een andere mogelijkheid zou zijn, volgens Snijders, om de onderwyskommissies sterker te maken. „De examenkommissie is al vrij sterk. Hetzelfde kan met de onderwijskommissie, waardoor je ook een heieboel uit de sfeer van tegenstellingen van de raden haalt. Voorwaarde is dan dat je in elke onderwijskommissie iemand hebt die zich bijna full-time en in hoofdzaak met onderwijs en onderwijsbegeleiding bezig houdt, want dat kun je ook weer niet overlaten aan de gemiddelde wetenschappelijk medewerker." Eén van de onderwerpen waar Snijder en Bijlmer zich sinds 1974 (het jaar van hun aanstelling) het meest mee hebben bezig gehouden is uiteraard de herstrukturering en

bent er laten we zeggen 2 ä 2 i jaar mee bezig geweest. De wissel die je op de stafleden trekt is nogal groot. Ze moeten steeds gemotiveerd worden, ze moeten tijd besteden aan zaken die niet primair hun aandacht hebben. Op z'n zachtst gezegd zijn ze goedwillend maar allereerst komt het onderwijs op hun eigen gebied of het verrichten van onderzoek. Dan hebben ze éénmaal hun best gedaan, veel vervelende vergaderingen bijgewoond waar je vaak moeilijk tot zaken kunt komen: dingen die blijven liggen, de verouding met de studenten die toch vaak erg moeilijk was. En dan heb je een voorstel geproduceerd waar van alles op aan te merken valt. En dan moet je ze weer gaan meedelen dat het blijft liggen in de verwachting dat je volgend jaar misschien opnieuw moet beginnen."

Teveel mannen-ideologie' Vervolg van pag. 5 veeleer zo, dat bepaalde eigenschappen meer aan vrouwen worden toegeschreven dan aan mannen. Ze zijn in feite cultureel bepaald. Wel is het zo, dat vrouwen meer gemotiveerd zijn om aan andere waarden te werken. Dat komt omdat vrouwen veel vaker op bepaalde onmenselijke patronen stuklopen. Ze lijden er meer onder dan mannen. Als voorbeeld geeft ze de gebruikelijke gang van zaken in een groepsdiskussie. Vrouwen lijden vaker onder de sterke concurrentie in zo'n diskussie en onder de vlucht in abstract geredeneer en het elkaar

Vervolg van pagina 5

De twee onderwijscoördinatoren Leo Bijlmer (PAW) en Leen Snijders (SKW).

In elke fakulteit zitten wel mensen die zich met de organisatie en onderlinge afstemming van het onderwijs bezig honden. Cieen geringe taak in een wereldje waar specialisatie en soUsme hoogtij vieren. En zeker niet als je voor dergelijk werk eigenlijk niet bent opgeleid, zoals het gemiddelde staflid of de gemiddelde student. Zelfs voor mensen die die deskundigheid wel hebben blijkt het moeilijk. Dat zijn er trouwens maar enkelen, met twee daarvan voerden wij een gesprek. Een onderwijskoördinator, en een •adviseur. De namen verschillen, maar hun ervaringen vertonen opvallend veel overeenkomst.

niste, waarin heel specifieke eisen worden gesteld aan voorkomen, optreden en spraak. *) De laatste lezing is op donderdag 30 november en wordt gehouden door Fokkelien van Dijk-Hemmes, theologe te Utrecht. Zij spreekt over „Want eerst is Adam geformeerd en daarna Eva". Zij gaat in op het verhaal van Adam en Eva, zoals dat in verschillende tijden is gebruikt. Ze vraagt zich af hoe in kerk, theologie en christelijke godsdienst vrouwen zijn onderdrukt, hoe de kerk daar een ideologisch tintje aan gaf en het legitimeerde. God is voor de kinderen tegenwoordig wel een „iets" maar nooit een vrouw want dat zou blasfemisch zijn. *) Op de subfakulteit Nederlands is sinds vorig jaar een aantal vrouwen met elkaar aan het praten over mogelijkheden om zich meer bezig te houden met (o.m.) bovenvermelde punten. Dit jaar hebben ze een open middag georganiseerd waar drie groepen gestart zijn: een praatgroep, een letterkundegroep en een organisatiegroep. De geplande taalkundegroep kon helaas door te geringe belangstelling voorlopig nog niet starten. Wie meer informatie wil over genoemde aktiviteiten kan kontakt opnemen met Alma van Donk, Biesboschstraat 3, telefoon 718289, of via haar postvak op kamer 9A-42 van de afdeling Nederlands.

vliegen afvangen. Bovendien wordt er minder naar vrouwen geluisterd. Een voorbeeld: een man zei eens in een gesprek: „Dat ik daar al niet veel eerder op was gekomen," toen hij op een origineel idee meende te zijn gekomen. Een vrouw in dezelfde groep: „Dat idee heb ik anders al een kwartier eerder naar voren gebracht." Vrouwen kunnen mateloos geïrriteerd raken over dat soort dingen en worden daardoor des te meer gemotiveerd te streven naar diskussievormen, waarin elke diskussiepartner dus ook de vrouw aan haar trekken komt. Het komt ook voor, dat vrouwen, als er niet naar hen wordt geluisterd in een diskussie gaan denken, dat zij dom zijn. Ze zoeken de oorzaak bij zichzelf maar deze ligt aan de manier van diskussiëren en de manier waarop je bent opgevoed. Behalve tegen een studie-inhoud, die slechts de halve realiteit dekt (die vanuit de man bekeken) en daarom kwalitatief van beperkt nivo is, trekken de vrouwen dus ook ten strijde tegen dit soort omgangsvormen in de studie.

Alert bij benoemingen sollicitaties Daarnaast zijn ze- ook steeds alert als er benoemingen op stapel staan. Krijgen vrouwen daarbij gelijke kansen? Ook sollicitatie-oproepen worden nauwlettend in de gaten gehouden. Zo viel hen op, dat bij het UR-secretariaat uitsluitend mannelijke kandidaten werden gevraagd. Er moest iemand komen die leidin-^ zou geven aan het geheel door vrouwen bezette secretariaat. En dat kan natuurlijk alleen 'n man doen. Een vreemde redenering vond men. Toen een tijdje later een nieuwe UR-voorzitter werd gevraagd bleek, dat er lering was getrokken uit de protesten tegen de eenzijdige recrutering voor het URsecretariaat: de oproep was voorzien van een m/v'tje. Tenslotte zjjn de vrouwen begonnen de wens nu eindelijk eens een crèche op de VU van de grond te krijgen kracht bij te zetten door middel van een handtekeningenaktie. Deze aktie wordt ondersteund door het interacultair vrouwenoverleg, SRVU en ABVA. „Geen extra drempel voor vrouwen aan de VU. Wij eisen een gratis kresj," zo luidt het motto van de aktie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 143

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's