Ad Valvas 1978-1979 - pagina 467
AD VALVAS — 15 JUNI 1979
Prof. Egbert Boeker (DAK-UR):
'Positief
dat discussie
binnen
de VU op gang is
gekomen'
Koerscorrectie beleidsruimte onderzoek zal straks vruchten af gaan werpen Twee weken geleden hebt u in dit periodiek kunnen lezen hoe de universiteitsraad het meer urgent vond dat levertransplantaties bij varkens nader onder de loep worden genomen, dan dat de energievoorlichting in Nederland aan kritisch onderzoek wordt blootgesteld. Althans, met lichte meerderheid besloot de UR het eerstgenoemde onderzoek te subsidiëren uit de beleidsruimte onderzoek (BRO) in plaats van het tweede. De BRO is een universitaire pot, momenteel 36 plaatsen groot, waaruit — op tijdelijke basis — specifieke onderzoeksprojecten kunnen worden gefinancierd; de faculteiten moeten hiervoor gemotiveerde aanvragen indienen. Toekenning van die aanvragen gebeurt op basis van een aantal kriteria. Juist over die kriteria is de afgelopen tijd erg veel discussie geweest, met name naar aanleiding van een nota van het DAK. De diskussie heeft geleid tot enige wijzigingen in de gronden voor toekenning van BRO-plaatsen; de nieuwe kriteria zijn dit jaar voor het eerst gehanteerd. Getuige de hierboven gememoreerde gang van zaken in de universiteitsraad ontbreekt het echter nog niet aan meningsverschillen over de toepassing van de kriteria. Aan prof. Boeker vroegen we daarom hoe het DAK verder wil in dezen. Egbert Boeker is in het dagelijks leven theoretisch natuurkundige; in de universiteitsraad voert hij voor het DAK het woord over onderzoeksbeleid. Hoe beoordeelt Boeker de resultaten tot zover van de DAK-nota? „Laat ik vooropstellen dat ik niet ontevreden ben," is het eerste wat hij zegt. „Het ging er immers om een stimulans te geven aan de discussie over de basis waarop de toewijzing van BRO-plaatsen plaatsvindt. De doelstellingen van de BRO moesten meer expliciet worden gemaakt, en op een aantal punten bijgesteld; wijzelf hebben hiervoor onder meer de doelstelling aangedragen van de bevordering van de eenheid van onderwijs en onderzoek. Het is gebleken dat het inderdaad mogelijk is om als universiteitsraadsfractie een initiatief te nemen, en binnen de universiteit een discussie op gang te brengen over een stuk beleid. Dat op zich vind ik al een heel positief resultaat." Het DAK heeft eigenlijk twee nota's geschreven over universitair onderzoeksbeleid De eerste vloeide
'Nog teveel idee van ZWO-tje spelen' uit de pen van drs. Martin Hetebrij, destijds lid van de DAK-fractie in de universiteitsraad. Op deze eerste nota kwam een aantal reacties binnen; mede aan de hand daarvan schreef de inmiddels gewisselde DAK-fractie een herziene nota, die vervolgens op vrij ruime schaal in de universiteit werd besproken. Uiteindelijk besprak de UR de nota op 8 mei jl., bij welke gelegenheid inderdaad een nieuwe basis voor toewijzing uit de BRO-pot werd vastgelegd. Wat is daarin nu terechtgekomen uit de DAK-nota's? Boeker: „Eén van de belangrijkste dingen vind ik de opname van het criterium „wetenschap en samenleving". Daarmee is dus vastgelegd (althans voor de komende twee jaar, waarna weer een evaluatie zal worden gepleegd) dat één van de specifieke redenen waarom een project voor toewijzing in aanmerking komt kan zijn, dat het zich beweegt op het gebied van wetenschap en samenleving. Een ander punt waarop vooruitgang te bespeuren is is het innovatiecriterium: de zogenaamde contiAdvertentie
DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 71475^ en 723366 . Fil. W. de Zwijge/laan 101 Telefoon 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens waaronder:. FORD-VW-SIMCA-OPEL NIEUWE MERCEDES VRACHTWAGENS TOT 26 M3 EN 5 TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten 10 procent korting
Hans
Schumacher
nuïteitseis, die stelde dat een aangevraagd project te koppelen moest zijn aan reeds lopend onderzoek, is afgezwakt. Dat betekent dat de universiteitsraad bereid is om wat meer risico te nemen als het erom gaat echt nieuwe dingen tot stand te brengen. Ons voorstel om de twee universitaire onderzoekspotten (beleidsruimte onderzoek en onderzoekspool) samen te voegen tot één grote beleidsruimte is niet gevolgd; in plaats daarvan is de onderzoekspool opgedeeld in facultaire beleidsruimtes. We zijn daarmee niet ongelukkig, omdat zo een stimulans wordt gegeven aan discussies over onderzoeksbeleid op facultair nivo. Vergroting van de universitaire beleidsruimte zou natuurlijk wel meehelpen om deze pot belangrijker te maken, maar is toch niet het belangrijkste doel waarnaar wij streven; het gaat in de eerste plaats om de toewijzingscriteria. Nog een positief punt is, dat het belang is erkend van contact met de indieners terwijl de beoordelingsprocedure loopt." De procedure voor de toewijzing uit de BRO-pot loopt als volgt. Een aanvraag uit een (sub/inter)faculteit belandt in de eerste plaats bij de „commissie BRO"; dit is een gezelschap van hoogleraren (de PKV heeft nog een voorstel in de portefeuille om er een student en een TASser aan toe te voegen), momenteel staand onder voorzitterschap van de rector designatus prof. H. Verheul, dat tot taak heeft een eerste schifting aan te brengen, waarbij vooral naar eisen van kwaliteit wordt gekeken. Vervolgens komt de aanvraag bij de commissie Onderwijs en Onderzoek (samengesteld uit alle drie geledingen), die vooral kijkt naar het karakter van het voorgestelde project. De cie O en O stelt een toewijzingsvoorstel op voor de universiteitsraad, die de uiteindelijke beslissing neemt.
Toewijzing
'79
Hoe beoordeelt prof. Boeker de gang 'van zaken bij de toewijzing '79? „De nieuwe lijnen zijn er nog niet zo duidelijk uitgekomen," vindt hij. „Het feit heeft natuurlijk meegespeeld dat de cie BRO die volgens de nieuwe richtlijnen te werk moest gaan dezelfde was als die van vorig jaar; in het algemeen gesproken is het verstandiger om bij wijzigingen van beleid ook de samenstelling van de organen die het beleid moeten maken te veranderen." „Naar mijn idee heeft de commissie BRO de stemming in de universiteitsraad niet goed aangevoeld. Er is nog te strikt de nadruk gelegd op kwaliteit-als-zodanig. Men moet echter niet met de beleidsruimte onderzoek een klein ZWO-tje binnen de VU willen creëren. Het gaat mij meer om karakter dan om wetenschappelijk topniveau, al dienen er natuurlijk wel minimumeisen aan de kwaliteit van de voorstellen te worden opgelegd. Er moet rekening mee worden gehouden dat bijvoorbeeld een terrein van onder-
zoek als „wetenschap en samenleving" zijn eigen intrinsieke moeilijkheidsgraad heeft. Toch moet je juist op zo'n terrein elk onderzoeksvoorstel in serieuze overweging kunnen nemen, als het maar zinnig is."
Andere samenstelling BRO op til Voor het volgende cursusjaar zal de samenstelling van de commissie BRO wel worden gewijzigd. Prof. Boeker is door zijn geleding voorgedragen voor benoeming. (De cie
BRO wordt benoemd door het college van bestuur op voordracht van de universiteitsraad). Het gebied van „wetenschap en samenleving" zal zijn speciale aandacht hebben, kondigt hij nu vast aan. „Ik vind dat je daarbij moet uitgaan van pluriformiteit. We moeten er aan de VU voor uit durven te komen dat er binnen de universiteit verschillende stromingen naast en zelfs tegenover elkaar kunnen bestaan. Geforceerd proberen alles op één noemer te brengen is wel de zekerste manier om werkelijk interessante initiatieven de das om te
Faculteitsvereniging
rechten
bezetters
op de
- illegalen
VU en SRVU
solidair
doen. Nonconformisme is wat mij betreft gewenst." Heeft hij zelf voorbeelden van onderzoeksprojecten die hij belangriik zou vinden? Boeker: „Nou, zelf ben ik dan iemand die bezig is met thema's als bewapening en onderdrukking. Ongeveer de helft van alle natuurwetenschappers en technichi op de wereld werkt direct voor militaire doeleinden. In de Verenigde Staten hebben de militaire toepassingen belangrijke invloed op de ontwikkeling van het onderzoek; in Nederland lijkt het alsof dat niet zo is. Men volgt hier gewoon de internationale mode — maar die wordt juist met name bepaald door de toonaangevende Amerikaanse onderzoekscentra. De vraag is dus of niet interne, wetenschapssociologische processen fungeren als medium voor het overbrengen van de militaire invloed. Dat, bijvoorbeeld, zou eens nader onderzocht kunnen worden. Uit zo'n onderzoek zouden wel
Vervolg op pagina 11 met
UvA
Juristen op de bres voor illegale buitenlandse werknemers „Ook al wordt de bezetting opgeheven, de acties gaan door totdat alle regularisatieslachtoffers een verblijfsvergunning hebben." Dit verklaarde advocaat Wim van Bennekom vorige week op een persconferentie in het gebouw van de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam, dat sinds 29 mei bezet wordt door 75 buitenlandse werknemers die in 1975 een vergeefs beroep gedaan hebben op de zgn. regularisatiemaatregel *) en daarom nog steeds illegaal in ons land verblijven. Een unieke actie in die zin dat hef recht bevochten wordt op een plek waar het recht onderwezen wordt. De universiteit van Amsterdam heeft welwillend op de actie gereageerd. Het college van bestuur verklaarde al gauw dat zij de politie er buiten zou laten en de universiteitsraad nam bijna unaniem een motie van de ASVA (Algemene Studenten Vereniging Amsterdam) en het PP (Progressief Personeel) aan waarin zij de eis van de bezetters — een verblijfsvergunning voor alle regularisatieslachtoffers — onderschreef en er bij het college van bestuur op aandrong stappen te ondernemen bij de Tweede Kamer om de eis ingewilligd te krijgen. De studievereniging van de juridische faculteit JFAS heeft zich van het begin af aan ingezet om de bezettingsactie goed te laten verlopen, samen met het Comité voor de Regularisatieslachtoffers en de organisaties van buitenlanders KMAN (Marokkanen), HTIB (Turken) en Pakistani Wellfare Association. JFAS-voorzitter ' Herman Sluiter: , Wij zijn door het comité benaderd om onze medewerking te verlenen en draaien helemaal mee in de dagelijkse leiding. Wij zijn natuurlijk goed op de hoogte van de praktische zaken in het gebouw. Verder zitten wij met het comité en de buitenlandse steungroepen in de coördinatiecommissie waar allerlei voorstellen voor het verloop van de actie besproken worden. Uiteindelijk beslist de plenaire vergadering die met alle bezetters gehouden wordt".
Kerkmarokkanen Het faculteitsbestuur stelt zich neutraal op, maar heeft wel een beroep gedaan op de wetenschappelijke staf cm een inhoudelijke bijdrage te le\eren. Prof. mr. J. F. Glastra van Loon (docent rechtsfilosofie en als oud-staatssecretaris van justitie mede-ontwerper van de regularisatieregeling), prof. mr. W. Duk (staatsen administratiefrecht) en mr. A. Swart (kenner bij uitstek van het vreemdelingenrecht) hebben zich bereid verklaard hun licht te laten schijnen op een mogelijke juridische oplossing. Van Bennekom, behalve advocaat van een aantal illegalen tevens lid van het comité, verwacht dat de juristen spoedig met een rapport zullen komen dat misschien de staatssecretaris van justitie Haars zodanig onder druk zal zetten dat ze haar beleid wijzigt. Van Bennekom: „De argumenten op grond waarvan staatssecretaris Haars eind vorig jaar besloten heeft de 182 kerkmarokkanen een verblijfsvergunning te verlenen zijn ook van toepassing op de groep die nu een deel van de universiteit bezet houdt". De rechter heeft tot nu toe alle regularisatieslachtoffers die een kort
Simon
Kooistra
geding aanspanden tegen dreigende uitzetting in het gelijk gesteld. Zij mogen een definitieve beslissing over hun verblijf van de Raad van State afwachten. ,.Mevrouw Haars kan beter in alle gevallen schorsende werking tot de behandeling door de Raad van State verlenen", zegt Van Bennekom, „anders verliest ze nog veel meer kort gedingen". De actievoerders zullen zeker konfakt opnemen met andere rechtenfaculteiten of ze actief willen meehelpen, dus ook de VU zal waarschijnlijk benaderd worden. Ondertussen hebben de SRVU en de faculteitsvereniging QBD aan de VU bun solidariteit betuigd met de eis van de bezetters, evenals studentenvakbonden uit Tilburg, Wageningen, Utrecht en Groningen. De SRVU schrijft aan de bezetters: „Als regularisatieslachtoffers dienen jullie 'n verblijfsvergunning te krijgen. Evenals de „182" dreigen jullie het slachtoffer te worden van een slecht beleid en een falende staatssecretaris Haars. Dat is onaanvaardbaar".
De QBD is een handtekeningenactie gestart. Jaap Korf van QBD: „We hebben niet alleen lijsten opgehangen, maar gaan er ook actief mee rond bij staf en studenten". Korf motiveert de bijdrage van de QBD met een verwijzing naar het vreemdelingenrechtforum dat in februari jl. aan de faculteit plaatsvond en waar prof. Borman uit de discussie konkludeerde dat de staatssecretaris een slecht beleic voert, de Kamer dat ondersteunt en de rechter het dekt (zie Ad Valvas van 9 maart jl.). Pikant detail is een mededeling van Jaap Korf dat het woordje „strijd" geschrapt werd uit de leus „steun de strijd vin de regularisatieslachtoffers". Deze term kwam een aantal mensen uit zijn faculteit te militant over. Typerend voor het harmoniedenken aan de VU, vindt Korf. *) Volgens de regularisatiemaatregel zouden alle buitenlandse werknemers die konden bewijzen dat zij op 1 november 1974 in Nederland woonden en werkten een verblijfsvergunning ontvangen. Voor het bewijs waren zij echter maar al te vaak afhankelijk van koppelbazen en malafide werkgevers die niet wilden verklaren dat zij illegaal buitenlandse arbeiders in dienst hadden. Zij betaalden voor deze arbeiders namelijk geen belasting en sociale premies. Bij gebrek aan bewijs vielen daarom vele illegalen uit de boot, hoewel ze wel recht hadden op een verblijfsvergunning. Van de 18.000 aanvragen werden er 3.000 niet erkend. Op dit moment zijn er nog 400 in ons land verblijvende illegalen die in 1975 een beroep op regularisatie hebben gedaan en nog steeds geen verblijfsvergunning hebben. Tot deze groep behoren de bezetters van de juridische faculteit.
Het met spandoeken behangen gebouw van de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's