Ad Valvas 1978-1979 - pagina 318
/ 10
AD VALVAS — 9 MAART 1979
-
Dr. Jan van Putten politikoiogie-artikel
reageert op vorige week
genoemd, een karakterisering, die we ook in een eerder interview tegenkwamen.
Ad Valvas en de zwarte dag voor de polHikologie De heer Jan van Putten, docent politikologie reaktie op het artikel over politikologieonderwijs
schrijft het volgende voor eerstejaars.
als
„De heer Jaap Kamerling, behorend tot de redaktie van Ad Yalvas, heeft het in het vorige nummer van AV nodig gevonden een helerende vinger op te heffen aan het adres van de vakgroep politikologie. In journalistiek opzicht gleed hij daarbij helaas behoorlijk uit. Zijn kommentaar over de problemen in ons eerstejaarsondernijs is namelijk niet gebaseerd op de feiten en getuigt evenmin van een onafhankelijke hantering van onderscheidingsvermogen. Aan journalistieke arbeid, ook ten behoeve van Ad Valvas, behoren deze eisen te worden gesteld. Verdriet derhalve bij de vakgroep politikologie en behoefte aan een weerwoord. ..Het lijkt erop", aldus de redakteur de vorige week in zijn kommentaar, dat er eindelijk serieus wordt ingegaan op de verlangens van de eerstejaars. Nadat in het studiejaar 1977/1978 zeven eerstejaars naar de U v A waren vertrokken, veranderde er hoegenaamd niets". Verder weet de journalist in zijn kommentaar te melden, dat er van de 30 ä 40 eerstejaars van 1977/'78 nu nog maar een dikke tien zijn overgebleven. .,Het zou dus van wijs „beleid" getuigen rekening te houden met de klachten van de eerstejaars", aldus de redakteur. Wat waren de feiten, die deze had kunnen en dus behoren te kennen voordat hij zich aan dit kommentaar waagde? Allereerst het huidige tweede jaar. Van de eerstejaars van 1977/'78 zijn er in feite nog 24 overgebleven, aanzienlijk meer dan de redaktie zijn lezers voorhoudt. Dit getal had de journalist ook zelf bij ons studiesecretariaat kunnen vernemen. Vervolgens de gang van zaken met betrekking tot het eerstejaar. In tegenstelling tot wat er in het artikel staat is er sinds begin 1978 (het vertrek van een aantal eerstejaars naar de UvA) vrij veel gebeurd met het doel eventuele tekortkomingen in het eerstejaarsonderwijs weg te nemen. In de eerste plaats is er een beraad geweest van de gezamenlijke eerstejaarsdocenten politikologie om (met ingang van het studiejaar 1979-'80) te komen tot een beter geïntegreerde- en dus voor studenten een meer aantrekkelijke — aanpak van het eerstejaarsonderwijs. In de tweede plaats is er een kleine kommissie op het niveau van de subfaculteit der sociaal-kulturele wetenschappen ingesteld om het eerstejaarsonderwijs t.b.v. de vier studierichtingen in de subfaculteit op tekortkomingen door te lichten eveneens met het doel m.i.v. het komende studiejaar eventueel wijzigingen aan te brengen. Voorstellen zijn momenteel in bespreking. En verder is er ook nog een „eerstejaarscoördinator" (schrijver dezes) aangewezen met als opdracht eventuele problemen van en/of tussen eerstejaarsdocenten en -studenten tijdige te onderkennen en — zo mogelijk — op te lossen. Deze „eerstejaarscoördinator" heeft veelvuldig kontakt met de eerstejaarsstudenten, -mentoren en -docenten. Al deze aktiviteiten zijn geweest voordat de huidige eerstejaars met hun aktie tegen prof. Kuypers begonnen. De schrijver van het artikel had dat behoren te weten voordat hij ons in zijn kommentaar liet weten, dat er hoegenaamd niets is veranderd. Is het uitsluitend gemakzucht, naïviteit of goedgelovigheid, waardoor de journalist zo uitglijdt? De student Plaat (helaas bepaald niet de meest competente informant onder de eerstejaars, die men zich kan voorstellen), de student Plaat komt bij hem en vertelt hem, dat hij. Plaat, na wel vier colleges politi-
kologie te hebben gevolgd, volstrekt zeker was van twee dingen: a. de inhoud van dit inleidingscollege is onaanvaardbaar eenzijdig en b. de didaktische kapaciteiten van de docent zijn zo volstrekt onvoldoende, dat wij geen kolleges van hem meer wensen te volgen, nu en in de toekomst niet. Plaat gaat verder: „Binnenkort gaan we met de vakgroep bespreken (...) of er wordt ingegaan op onze eis om ook in het tweede jaar geen kollege te hoeven lopen bij prof. Kuypers". De redakteur denkt dan niet: „hé, hoe kunnen ze dat nu eisen?". Ne, hij houdt ons, de vakgroep politikologie, voor: „Het zou dus wel van wijs „beleid" getuigen rekening te houden met de klachten van de eerstejaars". Wat je maar wijs noemt. Wij zullen professor Kuypers dus voor ontslag voordragen? Of althans op zijn minst hem verbieden ooit nog kollege te geven aan studenten die zijn aangekomen in het jaar 1978? En op uw gezag, meneer de redakteur? Zeker als journalist, met een boodschap aan je medemensen, moet je je hoeden voor een plaat voor je kop, mag je niet oordelen zonder eerst alle relevante feiten te kennen en ook dan dien je nog met onderscheidingsvermogen te werk te gaan.
Naschrift
Maar dan de feiten waarop het kommentaar is gebaseerd. „Er veranderde hoegenaamd niets" schreef ik in het kommentaar. In de aanhef van het artikel staat het duidelijker: er veranderde bijna niets in de opzet van het eerste studiejaar. Ten opzichte van het vorige studiejaar dus. Welnu, het beraad van eerstejaarsdocenten waarvan Van Putten spreekt zal pas met ingang van het studiejaar 1979-'80 tot een „aantrekkelijker" aanpak van het eerstejaarsonderwijs leiden, schrijft Van Putten zelf. Dus niet het huidige studiejaar al. En de kleine kommissie, die het eerstejaarsonderwijs doorlicht (zelf wezen we ook op die doorlichting) zal op grond daarvan pas m.i.v. het komend studiejaar „eventueel" tot wijzigingen leiden. Dat er een eerstejaarscoördinator is gekomen om problemen te onderkennen en zo mogelijk op te lossen is juist. Maar heeft dat ook geleid tot wezenlijke veranderingen in de opzet van het onderwijs voor de eerstejaars? Tenslotte zou ik voortaan naar meer kompetente informanten moeten uitzien en zou ik me moeten
Dick Roodenburg
van Filmhuis
Uilenstede/Filmliga
Vrijdag 9 maart en dinsdag 13 maart draaien we twee Oost-Europese films respektievelijk van de Rus Andrei Tarkovski en van de Pool Andrzej Wajda. Tarkovski is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de moderne SovjetRussische cinema, die tracht de starre socialistisch-realistische schemata te doorbreken. Ook in „De Spiegel" probeert hij dat: uitgangspunt is de terugblik van de regisseur op zijn leven, waarbij konkrete historische gebeurtenissen (w.o. de periode van bet stalinisme) als referentiekader dienen. In Wadja's „De man van marmer" is de kritiek op het stalinisme en het socialistisch realisme explicieter en scherper. Het is de eerste poolse film die op onverhulde wijze de
hoeden voor een „plaat" voor mijn kop". Lijdt Van Putten misschien aan misleidingswaan? Wel opvallend, dat vorig jaar Bert Koenders, in het interview met AV met hetzelfde bezwaar van eenzijdigheid kwam als Kees Plaat. (J. K.)
Maurits stroomt door
Praktijkinrichtingen voor artsen. Roerstraat 46 — Telefoon 020-736195 — 1078 LR
Amsterdam
Medische instrumenten. Diagnostische apparatuur van Heine en Welch — Allyn, Bloeddrukmeters, Stethoscopen voor gebruik bij volwassene ook speciale stethoscopen voor gebruik in de kindergeneeskunde. Studenten speciale korting.
Marleen Uil, wier zekerheden sinds het begin van haar studie tandheelkunde langzaam maar zeker afbrokkelden — er viel niet tegen op te plomberen — beschikte sinds enige tijd over een, waarschijnlijk ook wel weer voorbijgaande zekerheid in de persoon van Maurits. Dat was een aardige jongen die sinds kort in het bezit was van de aan de nieuwe lerarenopleiding verworven tweedegraadsbevoegdheid Italiaans (de noodzaak een tweede vak te kiezen had hem tot derdegraads omgangskundige gemaakt, dat kon altijd nog van pas komen). Maurits voelde er weinig voor het legioen van werkloze schoolverlaters te versterken; daarom, en omdat hij wetenschappelijke belangstelling bij zichzelf vermoedde, besloot hij „door te stromen", d.w.z. doctoraal Italiaans te gaan doen; kon hij het altijd nog in de buitenlandse dienst proberen. In een wat meer zakelijk georiënteerd samenzijn klaagde Maurits zijn nood tegenover Marleen: het directielid dat alles van doorstroming scheen af te weten was voortdurend per fiets op weg van het ene naar het andere gebouw van de lerarenopleiding teneinde de prikklokken te controleren; de enige manier om met hem te communiceren was dus hem bij deze bezigheid te vergezellen en daar voelde Maurits niets voor. Ga eens met Grobbink praten suggereerde Marleen, die heeft echt wel momenten waarop hij toegankelijk is en hij wordt er tenslotte voor betaald. Zo kwam Maurits dus terecht op het spreekuur van Grobbink, Marleen was mee, voor de gezelligheid. Ze troffen het: Grobbink was in een stralend humeur; de kwaliteitskrant had de dag tevoren, op de opiniepagina, een artikel van zijn hand afgedrukt over „lezen in bed zonder koud te worden", een probleem, waar Grobbink al sinds zijn terugkeer uit tropisch Nederland mee worstelde en dat hij nu nader tot een oplossing dacht te hebben gebracht. Zelfs het probleem dat Maurits hem aanreikte vermocht geen deuk in zijn opgewektheid aan te brengen. „Doorstromen is eigenlijk een eenvoudige zaak," begon hij, „want er zijn weinig keuzemomenten: je mag alleen doorstromen aan de universiteit waar de lerarenopleiding mee is verbonden en alleen in het vak dat je op tweedegraadsniveau hebt gedaan. De faculteit vindt meestal dat je op die lerarenopleiding nog niet
Amstelveen
schrijft
„Eén van de belangrijkste nadelen van het thematisch programmeren, zoals bg de Filmliga en het Filmhuis te doen gebruikelijk, is dat er nu eenmaal films bestaan die wat moeilijker onder een' bepaald thema zijn onder te brengen. Films dus die bij handhaving van de thematische opzet tussen de wal en het schip terecht zouden komen. Deze maand geen thematische aanpak maar een keuze uit grotendeels recente films.
redaktie
Naschrift redaktie: Dat de heer Jan van Putten, zelf eertijds geen onverdienstelijk journalist bij de Sijthoff-pers, mij als journalist gezag blijkt toe te kennen is natuurlijk aardig maar dat hij niettemin mijn artikel zo slecht gelezen heeft is minder leuk. Met klimmende verbazing las ik hoe hij hierboven zijn grimmige fantasie loslaat op de bescheiden konklusie van mijn kommentaartje van vorige week waar hij hineininterpretierend mee aan de haal gaat. Een konklusie die bovendien niet op feiten zou zijn gebaseerd. Ik zou in mijn kommentaar gesuggereerd hebben, dat professor Kuypers maar voor ontslag zou moeten worden voorgedragen. Waar haalt Van Putten het vandaan? Mijn simpele konklusie was slechts, dat het van wijs „beleid" zou getuigen rekening te houden met de klachten van de eerstejaars. Die komen neer op de klacht van eenzijdigheid en de zwakke diaktische methodiek van de docent in kwestie vooral waar het onderwijs aan grotere groepen betreft. Zijn dat onredelijke klachten, waar je geen rekening mee zou moeten houden? Veeleer is een inhoudelijk eenzijdige aanpak van een inleidingskollege onredelijk, zeker bij een vak als politikologie. En mag je van een eerstejaarsdocent, de eerste docent politikologie met wie de eerstejaars wordt geconfronteerd, niet verwachten, dat hij 't didaktisch goed aanpakt? De klachten van de eersteaars zijn zakelijk van aard. Als persoon wordt Kuypers „aardig"
^ „EUROMED" é Medische Instrumenten
Praktijkinrichtingen.
Ook is het fantasie, dat ik gesuggereerd zou hebben, dat Kuypers zou moeten worden verboden ooit nog college te geven aan de studenten van de lichting 1978. Waar heb ik dat toch geschreven? Zelfs mijn informant Kees Plaat heeft dat niet beweerd. Eventueel (sic) daarna (na het tweede jaar) zouden zij geen college meer lopen bij Kuypers. Wat de feiten betreft geef ik Van Putten op één punt gelijk. Van de 30 ä 40 (38 precies) eerstejaars uit 1977-78 zijn er inderdaad meer overgebleven dan ik schreef; wel 24 en dus wel een heel dikke tien. Dat had ik beslist moeten verifiëren. Dat is hierbij gedaan.
Recente films op Uilenstede
recente geschiedenis van Polen op de korrel neemt. Vrijdag 16 maart wordt „De verbrande stad" vertoond, een film van de spaanse regisseur Antoni Ribas, die vaak met Bertolucci's „Novecento" vergeleken is. Of deze vergelijking klopt kun je beter zelf komen bekijken. De film is in Spanje een tijd verboden geweest. Verder in maart achtereenvolgens op dinsdag 20 drie films van Het Amsterdams Stadsjournaal, op vrijdag 23 „De platte jungle" van Johan van der Keulen en op dinsdag 27 „John Heartfield-Fotomonteur" van Helmut Herbst. Naar aanleiding van de laatste film zal er vanaf twaalf maart een bescheiden tentoonstelling zijn van het werk van de antifascist en begaafde ontwerper John Heartfield. Tenslotte deze maand de film „With Babies and Banners", begeleid door de vrouwengroep van het filmhuis. Aan de zaal is voor één gulden een boekje te verkrijgen met uitgebreide informatie over de films die in maart draaien. De voorstellingen beginnen om 21.00 uur. Ons adres is Uilenstede 108, Amstelveen, tel. 5484533. ot ziens." kunnen krijgen met militaire dienst, want formeel begin je dan aan een nieuwe studie. Je ziet het, de wetgever heeft je aardig klem." Maurits begreep dat hij geen keus had; enerzijds wilde hij graag doctoraal doen, anderzijds voelde hij er niet zo veel voor dat hier te doen: de hoogleraar in wiens handen hij zou vallen was een ZuidTiroler, die weliswaar vaak zijn grensverleggend onderzoek in de bergen verrichtte, maar met wie hij toch meer dan hem lief was in aanraking zou komen: „Overal is wat," probeerde Grobbink hem te troosten, „kijk eens naar de concurrentie: daar zitten bijna alle stafleden elkaar met de bijl achterna."
'^'V^r»,0'^K^V.O'ri.^V.^V,^\<^V^\\^\t^V^V^yi^V,^\t,^\x^V^fft,K^>t^Vwff^\^*.
^
De Merkwaardige Lotgevallen van de Familie Uil X
genoeg hebt geleerd om met vrucht het doctoraal onderwijs te kunnen volgen. Je moet dus wat aanvullends doen, dat heet een insluisprogramma en dan ga je verder gelijk op met de andere doctoraalstudenten. Maar let wel, je krijgt geen kandidaatsbul en je kunt dus alleen hier en alleen in dit vak een doctoraaldiploma halen." Dat vond Maurits maar raar: „Maar als ik nu doctoraal algemene taalwetenschap zou willen doen, hoe kan dat dan?" vroeg hij. „Dan moet je eerst een gewoon kandidaats in enige taal doen en als je geen VWO-diploma hebt, daarvóór nog zelfs colloquium doctum. Je krijgt dan natuurlijk wel allerlei vrijstellingen, maar het kost toch extra tijd en energie. Bovendien zou je dan nog problemen
\
Vervolgens beurde hij Maurits op met de mededeling dat als je vóór je 24e verjaardag doorstroomt naar een doctoraalopleiding, je voor de duur daarvan uitstel van militaire dienst krijgt, dat de rijksstudietoelage ook op de gebruikelijke manier doorgaat en dat er van plaatsingsproblemen geen sprake is omdat je niet als eerstejaars begint. „Hoe gaat het met de autorijles. meneer Grobbink?" vroeg Marleen, die nu wel eens wat terug wdde doen. Maar Grobbink was vandaag werkelijk niet kapot te krijgen „Gaat al beter, ik zat gisteren maai tweemaal in het plantsoen." P.S.: De beloofde aflevering ovei het promotiestelsel is in het ongerede geraakt; we doen ons best aan de nog steeds groeiende vraag ernaar alsnog te voldoen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's