Ad Valvas 1978-1979 - pagina 251
AD VALVAS — 2 FEBRUARI 1979
Philip
Quarles van Ufford op informatie-avond
niet-westers
sociologen
Politieke risico's Indonesië-projeirt over gezondheidszorg 'niet erg groot' Geef studenten meer informatie over lopend onderzoek dat aan hun (sub)fakulteit of vakgroep gedaan wordt. Dat was de gedachte achter de informatieavond die de fakulteitsvereniging van niet-westers sociologen en cultureel antropologen Fono vorige week donderdag in de sociëteit PH'31 aan de Prins Hendriklaan organiseerde. Onderwerp van de avond was het medisch-sociologisch onderzoeksprojekt Hedera (Health development in rural areas), één van de samenwerkingsprojekten van de VU en de Gadjah Mada universiteit in Jogjakarta op midden-Java. Van de kant van de VU doen de vakgroepen niet-westerse sociologie, sociale geneeskunde en kindergeneeskunde aan dit projekt mee. Ook de Nuffic, de stichting van Nederlandse universiteiten en hogescholen voor internationale samenwerking, is by het Hederaprojekt betrokken.
nog het meeste resultaat van het onderzoek. Naast deze twee langverbanders zullen in het kader van Hedera ook enkele leden van de projektbegeleidingsgroep voor enkele maanden naar de archipel vertrekken. Hoogst waarschijnlijk zijn dat hoogleraren en docenten van de drie deelnemende vakgroepen die zich dan voornamelijk met het universitaire onderwijs bezig zullen houden.
Philip Quarless van Ufford, wm-er in de niet-westerse sociologie en projektleider in Nederland van Hedera, was de eerste informant van de avond. Hij gaf een schets van de historie en de doelstellingen van het Hederaprojekt. Tot 1970 was de gezondheidszorg in Indonesië vrij technisch op centraal niveau georganiseerd waarbij de planning voornamelijk aan artsen was overgelaten. Het eerste vijfjarenplan (1969-1974) gaf de aanzet tot een veel grotere decentralisatie die de ongelijke spreiding en de concentraties van de ziekenhuizen in de stedelijke gebieden moest tegengaan. In elk distrikt van 50 ä 80 duizend inwoners zou een gezondheidscentrum met een polikliniek moeten komen. In 1974 waren er 2500 van deze centra, wat een gigantische verandering in de medische infrastruktuur betekende. Maar het rendement van deze ingreep bleek niet mee te vallen. Ondanks de decentralisatie maakte een groot deel van de plattelandsbevolking geen gebruik van de nieuwe dienstverlening. Uit onderzoek kwam naar voren dat vooral zij, die een betere opleiding hadden genoten en hoger op de beroepsladder stonden, van de diensten profiteerden. Bovendien bleek dat dessabewoners uit afgelegen streken helemaal niet naar de polikliniek toekwamen.
Generaalsbewind
Bedoeling Bedoeling van het Hederaprojekt, aldus Quarles van Ufford, is nu de kloof tussen de opzet van de overheidsplannen en het netto effekt te dichten. Het initiatief daartoe is uitgegaan van een Indonesische arts, dr. Wahjo Wadojo, die verbonden is aan een in de dorpen aktieve community-developmentstichting. Deze medikus kwam tot de konklusie dat hij eigenlijk bezig was met „kurieren am Symptom". Tijdens een bezoek aan Nederland in 1975 kwam hij in kontakt met Quarles van Ufford en lanceerde toen het idee om de medisch-sociologische evaluatie door de VU te laten verrichten. Uiteindelijk heeft Hedera behalve de evaluatie van het overheidsprojekl ook nog tot doel de „up grading", het op een hoger peil brengen van onderzoek en onderwijs zowel in Nederland als in Indonesië, met name in de medische opleiding. Als eerste langverbander van de VU in het kader van Hedera is vorig jaar naar Indonesië de cultureelantropoloog Adrie Rienks gegaan. Hij heeft daar het afgelopen jaar verkennend onderzoek verricht en binnenkort vertrekt hij voor de tweede maal naar het eilandenrijk. Zijn uitzending wordt bekostigd uit de beleidsruimte onderzoek van de VU. Op de Fono-avond vertelde hij over het veldwerk in de streek
Bart
Muysson
waar hij werkzaam- is geweest en binnenkort weer naar toe zal gaan. Het onderzoeksgebied ligt in Banjarnegara, het op één na armste regentschap van Java. Daar heeft hij een beschrijving gemaakt van kaderprogramma's in vier dorpen die geselekteerd waren op verschillen in vruchtbare geografische ligging en kwaliteit van de kaders om zo de faktoren op te sporen die hebben geleid tot sukses dan wel mislukking van de overheidsprojekten. De strategie van de overheid is namelijk een zo groot mogelijke participatie van de dorpsbevolking in de gezondheidszorg te bereiken via zogenaamde kaders. Dat zijn tussenpersonen die op buurtschapsniveau een stimulerende invloed teweeg kunnen brengen bij de dorpelingen. Rienks vertelde dat de voorkeur van de Indonesische onderzoekers van Gadjah Mada uitging naar het Amerikaanse voorbeeld om eerst „surveys", grootschalige onderzoeken die veel kwantitatieve gegevens opleveren, te houden om dan later antropologisch kwalitatieve studies te verrichten. Hij vindt dat zelf een verkeerde volgorde omdat het moeilijk is een goede vragenlijst op te stellen als je niet eerst kwalitatief onderzoek hebt gedaan. Hij had daarom aangedrongen om „pretests" en „pre-surveys" te houden om de volgorde ietwat om te draaien. Op dit moment zijn de survey en het antropologisch materiaal in analyse zodat nog geen konklusies getrokken kunnen worden.
Ziektegedrag Ben Hausman, sociaal medikus, is de tweede langverbander van de VU die binnenkort voor Hedera naar Java zal afreizen. Hij staat in dienst van het Nuffic. Ben zal zich onder meer bezig houden met een analyse van de kaders. Wat doen ze daar? Brengen ze het geleerde in praktijk? Hij zal vooral letten op de effectiviteit van het kaderprogramma voqr de gezondheidszorg. Daarbij komen zaken aan de orde als hygiëne en watervoorziening, mortaliteit (sterftecijfer) en morbidileit ziektepatroon), vooral bij de kwetsbare groepen zoals kinderen onder de vier jaar en zwangere vrouwen. Bijzondere aandacht zal hij schenken aan het „illness-behaviour", het ziektegedrag van de dorpsbewoners. Wat doen de dorpelingen wanneer ze ziek worden? Tot wie wenden ze zich. Schrikken ze terug voor een behandeling in de polikliniek? Misschien vanwege de kosten? Geven ze liever de voorkeur aan de traditionele genezers? Op het punt van het ziektegedrag verwacht Hausman
Advertentie
BAR BODEGA FRIENDSHIP INN Amsterdamseweg 159, Amstelveen (naast het kaashuis Geijs), telefoon 451126 Voor een gezellige avond uit in een uitgesproken ontspannen sfeer. )e enige bar In de omgeving met een l<eul<en. Geopend van 8 — 1.30 's nachts . WeGl<end van 8-— 2.30 's nachts Waar nog T. Bone steal<, varl^enshaas, tournedos, pe escargots, saté, enz. worden geserveerd.
De politieke „gevoeligheid", die meestal kleeft aan samenwerkingsprojekten met Indonesië, kwam tijdens de diskussie die volgde op de inleidingen van de drie sprekers .slechts terloops ter sprake. Quarles van Ufford merkte op dat Indonesië vaak meteen ge'identificeerd wordt met het generaalsbewind. Dat blijkt vaak een eenzijdige voorstelling van zaken te zijn. In het geval van Hedera vond hij het politieke rtsiko niet erg groot. Hij herinnerde eraan dat het initiatief voor Hedera uitging van een Indonesische arts die aan de basis werkt.
Tweede
interim-rapport
Het Indonesische ministerie van gezondheidszorg verstrekt bovendien een overvloed aan gegevens. „Je moet de verschillende regeringsinstanties niet op één hoop gooien. Op de Gadjah Mada universiteit spreken ze trouwens op dezelfde manier over het projekt ais wij dat doen", zo stelde hy. Adrie Rienks verklaarde dat hij uit zijn onderzoek konklusies zal proberen te trekken die zo weinig mogelijk voor verschillende interpretaties vatbaar zullen zijn, al kun je volgens hem nooit voor honderd procent garanderen dat er geen misbruik van je gegevens gemaakt wordt. De politieke effekten van het projekt op de langere termijn
CILO
verschenen
liever aantal instanties voor informatie lopend onderzoek' Hoewel de onderzoekorganisaties en gebruikers voorkeur hebben voor één instantie die de informatie over lopend onderzoek zal verzorgen, voelt de de Coördinatiegroep Informatiesystemen Lopend Onderzoek (CILO) meer voor een beperkt aantal daarvan. Deze instanties zouden onderling gecoördineerd werkzaam moeten zyn in eigen, elkaar zo min mogeUjk overlappende sectoren van het onderzoekveld. Aldus de CILO in haar tweede interimrapport dat onlangs aan minister Peynenburg (wetenschapsbeleid) is uitgebracht. De CILO benadrukt in haar rapport dat haar voorstel niet het eind van de diskussie inhoudt. Die gaat nog door. De CILO, die haar werk in de loop van dit jaar overigens wel wil afronden, begrijpt de voorkeur van één informatieverzorgende instantie, zoals die allerwegen bestaat. Dat maakt de communicatie inderdaad eenvoudig, zegt zij. Maar er is volgens haar toch meer te zeggen voor een klein aantal instanties, omdat in enkele sectoren al goed functionerende informatieverzorgende organisaties bestaan en het oprichten van één nieuwe, het hele onderzoekveld bestrijkende organisatie veel tijd en geld kost. Ook kan een gecentraliseerde struktuur leiden tot sterke vertraging in het beschikbaar komen van informatie. De CILO is in 1976 ingesteld door de minister van wetenschapsbeleid met als taak onder meer standaardisatievoorstellen te doen en een begin te maken met de landelijke inventarisatie van door de overheid gefinancierd onderzoek (dit jaar zal de overheid f 2,9 miljard aan wetenschappelijk onderzoek uitgeven, dat is ongeveer de helft van het geld dat overheid en bedrijfsleven samen aan onderzoek besteden). In haar eerste interimrapport, dat eind 1977 verscheen, en een terreinverkenning was, werd gekonstateerd dat de universiteiten en hogescholen achterop waren met de projektmatige beschrijving van hun onderzoek, maar dat men wel probeert de achterstand in te lopen. Als de minister uiteindelijk kiest voor een beperkt aantal instanties, 7al onderlinge afstemming daarvan kunnen bewerken dat onderzoekorganisaties zo min mogelijk worden belast bij het verzamelen van beknopte projektbeschrijvingen, dat het hele onderzoekveld wordt gedekt en de door verschillende organisaties aan gebruikers geleverde informatie onderling vergelijkbaar is. Aldus het rapport. Genoemd worden een aantal in-
stanties die reeds karaktertrekken van een informatieverzorgende organisatie vertonen. Dat zijn de Current Researchgroep van de Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) op het gebied van de geesteswetenschappen, wiskunde en natuurwetenschappen, de medische en biologische wetenschappen; het Sociaal-Wetenscchappelijk Informatie- en Documentatiecentrum (SWIDOC) van de Akademie van Wetenschappen (KNAW) op het terrein van de sociale wetenschappen; en de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NLRO) op het gebied van de landbouwwetenschappen. Of ook voor de niet gedekte terreinen van de juridische en economische wetenschappen informatieverzorgende instanties in het leven zouden moeten worden geroepen zal nog onderzocht worden.
Permanente
groep
Voor een biyvende onderlinge afstemming van de instanties zal, aldus het CILO-rapport waarschynlyk een permanente coördinatie moeten worden ingesteld. Deze groep zal ook toezicht kunnen houden op het beheer van een (al dan niet gecentraliseerde) databank. De groep zou de mogelijkheid moeten krijgen zonodig voorschriften dwingend aan de informatieverzorgende instanties op te leggen. In de groep, die als onafhankelijk orgaan zal fungeren, zullen, behalve de informatieverzorgende organisaties, onderzoekorganisaties en gebruikers moeten zijn vertegenwoordigd. Het werkterrein van de informatieverzorgende organisaties verdient volgens het rapport zoveel mogelijk een afbakening naar disciplines. De CILO wil dit jaar met haar werk klaarkomen. De belangrijkste nog liggende taken zijn: • stimuleren dat informatieverzorgende organisaties gebruik gaan
iichtte hij juist gunstig. „Het kadersysteem kan de sociaal-ekonomische weerbaarheid en automie van de dorpsebevolikng versterken. Men zegt daar dan ook dat de hersens voor de ontwikkelingsaktiviteiten uit het dorp zelf dienen voort te komen." Bij de nabeschouwing van deze eerste informatieavond van de Fono over onderzoeksprojekten op de eigen sukfakulteit lieten verscheidene van de dertigtal aanwezigen zich positief uit over het initiatief. Ook Adrie Rienks vond het stimulerend om als onderzoeker eens een platform te hebben waarop je iets over je werk kunt vertellen. Fonowoordvoerder Cees Jongmans zegde verdere aktiviteiten toe. maken van één, op een minimumliJEt van data-elementen gebaseerd standaardformulier voor beknopte projectbeschrijving, dat tevens als „dekblad" kan dienen voor de gedetailleerder projectsbeschrijvingsformulieren van onderzoekorganisaties zelf. • propageren dat onderzoekorganisaties de beknopte informatie over projecten in hun interne informatiesystemen opnemen en daartoe zoveel mogelijk gebruik maken van het „standaarddekblad" zoals dat door de CILO is ontworpen • verder uitwerken en in de praktijk toetsen van classificatieschema's gebaseerd op internationaal gangbare systemen • invullen en detailleren van het aangegeven kader voor de organisatie van de externe informatieverzorging. (J.v.d.V.)
Patientje kan VU-ziekenhuis bezoeken vóór opname Met ingang van 1 januari is het officieel in het VU-Zickenhuis te Amsterdam mogeHjk geworden kinderen met hun ouders de verpleegafdeling te laten bezoeken > oordat het kind wordt opgenomen. De bedoeling van dit kennismakingsbezoek is het kind en de ouders een juiste voorstelling van zaken te geven m.b.t. de opname, de verpleegafdeling en al die andere zaken waarmee het kind te maken krijgt. Hierdoor kunnen de ouders en kind niet alleen een beter beeld van de ziekenhuissituatie vormen maar zich ook beter voorbereiden op de opname. Aan het besluit is een proefperiode van drie maanden vooraf gegaan. Aan de hand van een vragenformulier, verschillende gesprekken met ouders en kinderen en verschillende gesprekken van de medewerkers onderling zijn de ervaringen getoetst van de mogelijkheid tot een kennismakingsbezoek besloten. Een reden te meer was het positieve resultaat op de opname zelf. De uitnodiging voor het kennismakingsbezoek vindt als volgt plaats: Op het moment dat de ouders op de polikliniek van het ziekenhuis te horen krijgen dat hun kind moet worden opgenomen, wordt hun een brochure over het ziekenhuis en een uitnodigingskaart voor dit bezoek uitgereikt. Binnenkort zal de uitnodiging definitief in de brochure worden opgenomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's