Ad Valvas 1978-1979 - pagina 31
I
AD VALVAS — 8 SEPTEMBER 1978
VU-hoogleraar
prof. P.G. Smelik
I3
ziet verkeerde
ontwikkeling
groeien
'We moeten een centralistische en bureaucratische aanpak van het onderzoek voorkomen' 'Ik ben een principieel aanhanger van decentraliseren. Op het CAVWOZWO-symposium over de beoordeling van onderzoek in mei in Utrecht heb ik benadrukt dat onderzoeksbeleid landelijk en op de universiteit alleen gestalte kan krijgen als het van onderaf, van de onderzoekers zelf komt. Het zal nooit lukken het van bovenaf op te leggen of te organiseren. Wel moeten de onderzoekers worden gestimuleerd, maar je kunt hen hun onderzoek niet uit handen nemen. Natuurlijk hebben ze de plicht zich te vei'antwoorden over wat ze met het onderzoeksgeld hebben gedaan. Ze zijn er langzamerhand wel aan gewend dat ze, althans achteraf, verslag van hun onderzoek doen. Maar vóóraf vertellen wat je gaat doen is heel wat moeilijker. Je kan wel projektbeschryvingen bü voorbaat maken, zoals dat voor onderzoek uit de tweede geldstroom — ZWO — nodig is, maar het is in feite toch veelal een relatieve gok hoe het onderzoek zal verlopen. In de wetenschap is niet zoveel voorspelbaar. Er zitten dus heel bedenkelijke Iianten aan als men die weg ook voor de eerste geldstroom (het geld dat rechtstreeks vanuit Den Haag ter besteding naar de universiteiten toegaat, red.) opgaat. Waar blqft dan nog de speelruimte voor de onderzoeker om zelf te pionieren en zich te laten leiden door zyn resultaten van gisteren en vandaag? In deze tqd bestaat de neiging om teveel te centraliseren.' De man die dit zegt is de VUhoogleraar prof. dr. P. G. Smelik (farmacoloog). Een stem uit de fakulteiten, van een onderzoeker aan de basis. Op het Utrechtse symposium schoot hij raak met zijn typering dat de honderden onderzoekers er 'door angstgedreven bijeengekomen' waren. Dat kwam in de meeste kranten die erover schreven terecht. Tegenover Ad Valvas wUde hij 'wel wat kwijt' over de huidige ontwikkeling op het onderzoeksterrein (zie hierover uitvoerig Ad Valvas van 1 september). Want het gaat hem allemaal zeer ter harte. 'Je ziet nu de trend om tot een soort verdeling van onderzoekstaken te komen. Dus de ene universiteit doet dit en de andere dat, omdat ze niet alles tegelyk kunnen doen. Bmnen de Academische Raad vindt men bijvoorbeeld dat de medische fakulteiten maar onderlinge afspraken moeten maken. Ik ben daar erg sceptisch over, omdat ik er gewoon niets van terecht zie komen. Je kunt vakgroepen en onderzoekers niet eenvoudig gaan verbieden om daar of daar iets aan te doen omdat ze dat al in, zeg, Groningen doen. Natuurlijk moet ook niet overal bijv. immunologie tot zwaartepunt worden uitgeroepen, dat zou een dure grap worden. Je kan echter met volhouden dat er wordt gezegd: die fakultelt is heel goed op bet terrem van de immunologie, dus de beoefening daarvan gebeurt voortaan daar en niet meer bij > de andere medische fakulteiten. Het is uiteraard wel zo dat, gegeven het middelenplafond, de noodzaak om te kiezen momenteel wel sterker gevoeld wordt, wat taakverdeling en concentratie van onderzoek tot op zekere hoogte aanvaardbaar maakt. Maar- men zal de oplossing niet vinden door bij wijze van spreken even om de tafel te gaan zitten om de taken te verdelen. Ik denk dat je veeleer binnen de eigen fakultelt moet gaan kijken naar wat het meest relevante en kwalitatief het beste onderzoek is. Dat moet je dan de voorrang geven, omdat de middelen beperkt zijn. Er zijn in iedere fakulteit witte plekken, gebieden waar geen onderzoek op wordt verricht of waar het onderzoek met op gang komt. Die witte plekken moet je dan eenvoudig vergeten. Je kunt er gewoon niet aan beginnen om ze op te vullen, omdat het teveel Advertentie
Ufü/rnY' fi^tnjiCfi?h'>A^'/$J
door Jan van der
Veen
kost aan investeringen, personeel en materiaal. Zo komt die concentratie vanzelf op gang.'
Lippendienst 'Ik heb het gevoel dat men als universiteitsbesturen toch wel wat aan lippendienst doet. Zo van: Den Haag vraagt het, dus we moeten daar maar op inspelen. En dat terwijl de meest betrokkenen, de onderzoekers, het allemaal niet £o erg zien zitten. ledere onderzoeker, iedere vakgroep en fakulteit maakt zich Idaar om voor zijn eigen standje te vechten. Daar hebben ze het volste recht toe, vind ik. Maar als iedereen rondloopt met het idee dat ie hard moet schreeuwen omdat het onderzoek hem anders wordt afgenomen, dan zal dat niet bevorderlijk zijn voor de onderlinge samenwerking en de collegiale sfeer. Wat wel tegen fakulteiten en vakgroepen mag worden gezegd is: de middelen zijn schaars, kom eens met een onderzoeksprogramma, zodat duidelijk wordt wat jullie plannen zijn; en probeer een beleid te vormen, opdat het geld goed wordt besteed. Maar laat het verder wel over aan de fakulteiten waar ze mee uit de bus zullen komen. Voorkomen moet worden dat Jan en alleman zich met het onderzoek gaan bemoeien, terwijl ze er helemaal geen verstand van hebben. De instelling van de fakultalre commissies voor de wetenschapsbeoefening, zoals voorgeschreven door de WUB, vind üc erg goed. Daar zitten over het algemeen deskundigen in — nou ja, ook weer niet zo verschrikkelijk deskundig, want wat weet ik nu af van een andermans vak, ook met zo veel — die de onderzoeksprogramma's beter kunnen bekijken dan een hogere instantie. Die onderzoekscommissies moeten met teveel macht hebben, maar ze kunnen toch een zekere opvoedende taak hebben en bijvoorbeeld tegen een vakgroep zeggen: jullie nemen wel erg veel hooi op je vork of jullie doen wel weinig aan onderzoek, of dat onderzoek lijkt ons met bijzonder relevant of het is te duur. Enfin, allerlei zaken. Het stellen van lastige vragen kan al een heleboel goed doen.'
Gevaar voor bureaucratie 'Waar we voor moeten oppassen is dat de ontwikkelingen van verantwoording afleggen over wat er aan onderzoek gebeurt en van het beoordelen van dat onderzoek te grootschalig worden. Het gevaar is er dat we verzanden in een bureaukratische aanpak. Dit gevaar is ook aanwezig op de VU. Het CvB heeft de fakulteiten pas geschreven dat men graag het lopend onderzoek aan de universiteit jaarlijks wU inventariseren. In de onderzoekscommissie van de medische fakulteit hebben we er uitvoerig over gesproken, en we
Prof. dr. P. G. Smelik, hoogleraar farmacologie. vinden dat het een verkeerde ont- Maar dan blijft het nog een extra wikkeling is. Wat heb je aan die aktiviteit die bij de andere komt. informatie anders dan dat je We hebben in de fakulteit geïnenorme stapels papier kweekt, al- ventariseerd. Dat kostte veel tijd. leen maar goed voor computer- Dat kun je niet elk jaar blijven verwerking. Zo'n computer spuugt doen. Beter is het als het cendan later een serie gegevens en trale niveau zou vragen: als jullie getallen uit die waarschijnlijk gaan inventariseren, dan zouden wU ook graag de resultaten daarvolmaakt onbetrouwbaar zijn of van vernemen. De fakulteit beeen vertekend beeld geven. paalt dan zelf wat zij wel en wat En verder vragen we ons ook af of het verzoek aan de fakulteiten zij niet wil doorgeven. om informatie wel strookt met Eigenlijk is steeds de vraag: wat het vertrouwen dat een onderzoe- Is nu de taak van de naast-hogere ker of een vakgroep bij het geven van informatie aan zijn fakultalre onderzoekscommissie geeft. We vjnden dat die commissie niet zomaar gegevens mag doorspelen naar het centrale niveau en in elk geval de vrijheid moet behouden om te beslissen of zij dat wel of niet zal doen. Kijk eens, binnen elke fakulteit vmd je sterkere en zwakkere on- instantie' De tendens is de laatderzoekers. Door het geven van ste jaren een beetje dat de naastinformatie komen er wel eens wat hogere instantie, omdat die hoger mensen met de billetjes bloot. Als is zich mag bemoeien met alles men dan weet, dat de gegevens wat lager is. De konsekwentie ook nog bij de centrale instanties daarvan is, dat Hare Majesteit van de universiteit terechtkomen, zich met alles mag bemoeien. Maar en waarschijnlijk tot een soort democratie is juist delegeren. De jaarboek verwerkt worden, dan 'hogere instantie — Den Haag, de zal dat de medewerking op de universiteit — delegeert naar de fakulteit zelf met bevorderen. Of lagere de taken die op dat niveau er komt een veel mooier beeld liggen. En heeft dus alleen een naar buiten dan de werkelijkheid controlerende plus een stimuleis. rende taak. Verder mets. Anders En als de VU het lopend onder- wordt het bureaucratie, zoek nu zwart op wit heeft op een ten dienste staan van de ambtegegeven moment, wat dan? De naren. De ambtenaren moeten erbuitenwacht kan er alle kanten voor zorgen dat wij kurmen funkmee op. bijv. als het onderzoek tioneren. Als iedereen my voor de hier veel minder is dan aan an- voeten gaat lopen, kan ik geen dere universiteiten: wat een slech- proef meer doen.' te universiteit is de VU, dus daar moet maar wat minder geld naar toe. Of het onderzoek is op peil 'Eén fakultaire en gaat goed, er gebeurt veel: extra geld is niet nodig, want het onderzoekspool meest gaat toch goed. ideale' Iviee, ik zie de zin van zo'n grootschalige inventarisatie niet in. 'Dat het onderzoek tekort komt in Bovendien betekent het een enor- verhouding tot het onderwijs of me hoop extra werk. Wat men dat het gevaar daarvoor dreigt, wel kan doen is aan de fakultei- daar kan ik me niet over opwinten vragen; wij willen graag een den. Het zal wel per fakulteit verfakultair jaarverslag over wat jul- schillen. Ik geloof wel dat men op lie aan onderzoek hebben gedaan. plaatsen waar nauwelijks aan on-
derzoek wordt gedaan soms üi het onderwijs gevlucht is, omdat men eigenlijk niet weet wat men moest doen. Maar het omgekeerde komt ook voor. In elk geval geloof ik niet dat het in het algemeen de onderbezetting, gebrek aan personeel is, die er de oorzaak van is. Een beleidsruimte onderzoek, waarbij op centraal niveau plaatsen voor onderzoek worden gereserveerd en uitgedeeld, vind ik een loffelijke zaak. Alleen, wat er op de VU tot dusver van is terechtgekomen, kan mij niet tot veel enthousiasme bewegen. Om wat voor het onderzoek te doen, is die beleidsruimte veel te klein om werkelijk zoden aan de dijk te zetten (32 plaatsen, red.). Bovendien heeft men eeen principiële keus gedaan en de plaatsen bestemd voor multidisciplinair onderzoek en onderzoek speciaal gerelateerd aan de doelstelling van de VU. Ik vind, dat men er niet erg mee geslaagd is, ook al door het gebrek aan goede Projekten bij de aanmeldingen voor plaatsen. De plaatsen zijn toen maar verdeeld voor ook op zichzelf misschien heel waardevolle Projekten, maar wel Projekten waarvoor die beleidsruimte niet bestemd is. Dat werkt dus kennelijk niet. Een ander verhaal is dat van de onderzoekspool. De fakulteiten kunnen met de plaatsen daaruit (40, die door het centrale niveau over de fakulteiten naar gelang van hun personeelsformatie worden verdeeld, red.) een stukje onderzoek veiligstellen. Dat is fijn. Maar ik heb wel gehoord dat men er op sommige fakulteiten gewoon gaten in de formatie mee gedempt heeft en ze dus niet specifiek voor onderzoek heeft gebruikt. Zoiets zou jammer ziJn, want dan schiet zo'n onderzoekspool zijn doel weer voorbij. Ik ben zelf erg geporteeerd voor een fakultalre onderzoekspool, maar dan op een nog veel grotere schaal dan op dit moment gebeurt: elke fakulteit zou zelf ook uit haar eigen middelen zo'n pool moeten maken. Als ik het achterste van miJn tong laat zien, zou ik het 't meest ideale vinden wanneer geen enkele vakgroep automatisch recht kan laten gelden op zoveel promotieplaatsen. Er zou één grote fakultaire onderzoekspool moeten zijn voor tijdelijke aanstellingen en wie daar een plaats uit wil bemachtigen, moet ervoor zorgen een goed plan in te dienen. Op fakulteitsniveau krijg je dan beoordeling vooraf en zo kun je een geweldig stuk onderzoeksbeleid opbouwen. Naar kwaliteit, maar ook Imn je meer doen, zoals accenten leggen, samenwerking vergen. Het lijkt mij een zinnige zaak als het vakgroepsprogramma bij de
'Waar blijft de speelruimte voor de onderzoeker straks?' fakultaire onderzoekscommissie wordt beoordeeld, waarna op grond daarvan middelen worden verstrekt. Maar ook daarbij loop je langs de rand van de afgrond, want als de beslissingen over onderzoek op politieke of andere dan wetenschappelijke criteria worden genomen, dan zit je weer in de fout.'
stelling niet dankzij, maar ondanks het gebruik van alcohol en narcotica hebben sommige Jsiamuslcl formidabele muziek gemaakt, (e boertiorst, v u , a'dam). stelling personen, die belangrijke openbare functies bekleden, dienen In hun houding ten aanzien van de fiscale wetgeving een goed voort>eeld te geven, (e boertiorst, v.u., a'dam). stelling rugklachten b<] Industriöle artteld komen niet alleen veel voor blJ dynamische rugbelasting doch ook bij statiache rugtMÄMtlng. (J de vries, r.u., groningen). stelling het veelvuldig verschijnen van bijbelvertalingen In de hedendaagse omgangstaal kan lelden tot de misvatting dat de gedachtewereld van de bljt>el dicht bIJ de onze zou staan. (th. bóolj, v.u.-a'dam).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's