Ad Valvas 1978-1979 - pagina 382
AD VALVAS — 20 APRIL 1979
2
Jannie Westra en Theo Zeldenthuis kandidaten voor DAK Wanneer in september Jannie Westra en Theo Zeldenthuis hun intrede in de UR doen, zullen er een aantal belangryke verschuivingen zijn opgetreden in de DAK-fractie. Op de eerste plaats zal de fractie voor het eerst een vrouw in de gelederen hebben en op de tweede plaats zal voor het eerst de fractie uit even veel TAS als WP-leden zijn samengesteld. DAK wordt gevormd door leden van het personeel werkza.am bg de VU, die zich verenigd hebben op basis van een in gezamenlgk overleg opgesteld programma. Op basis van dat programma probeert een fractie in de UR de in dat programma vervatte beleidspunten te verwezenlijken. Zowel Jannie Westra als Theo Zeldenthuis zijn betrekkelijk nieuwe figuren in de DAK-pIoeg. Beiden voelen zich door de sfeer en de mentaliteit van DAK aangesproken en toen het bestuur hen voor een kandidatuur benaderde hadden ze ook weinig moeite daarop „ja" te zeggen. Dat wil niet zeggen, dat ze fractievorming zien als een middel tot polariseren. Iets waar ze beiden een hekel aan hebben. Zo van je gaat de raad in met je vastgestelde standpunten en de rest kan praten wat ze wil, er verandert toch niets. Nee, fractievorming is voor hen vooral een middel tot beter werken. Op die manier kan een inhoudelijk samenhangend beleid worden nagestreefd. Eerst de zaken terdege doorpraten met gelijkgestemden in mentaliteit en dan binnen je eigen geleding proberen op basis van argumenten en met wat geven en nemen zoveel mogelijk medestanders voor je standpunten te vinden. De beide kandidaten zien in DAK ook geen uitsluitend oppositionele club. Natuurlijk, mensen die alles wat het bestuur doet wel gedaan vinden, zul je niet één-twee-drie in de DAK-fraktie aantreffen. Met de huidige omvang van de DAK-fraktie en door de gedegen voorbereiding oefent DAK echter een invloed uit op het universitaire bestuur, waarbij je je niet kunt veroorloven nee te zeggen tegen zaken als je niet een alternatief voor handen hebt. Het komt er dan ook vaker op neer dat je probeert de plannen van het bestuur aan te passen, dan dat je ze volledig verwerpt. Voor Theo Zeldenthuis is de gewijzigde honorering van TAP-medewerkers, zoals die het afgelopen jaar na twee jaar ijveren daarvoor van de DAK-fraktie tot stand kwam, een goed voorbeeld van hoe je door op concrete punten met degelijk gefundeerde standpunten te komen en daaraan met grote vasthoudendheid te werken, op een constructieve manier iets voor mekaar kan krijgen voor een concrete groep van de VU-gemeenschap. De beide kandidaten zijn er zich terdege van bewust, lid te worden van de UR, precies in een periode dat zal worden beslist (overigens goeddeels buiten de universiteiten) welke vorm en inhoud het universitair onderwijs en onderzoek in de komende tientallen jaren zal krijgen. Als Pais het voor elkaar zou
krijgen zijn plannen met betrekking tot wijziging van de WUB en de 4jarige cursusduur met twee fasen structuur voor elkaar te krijgen, dan zal in de jaren tachtig een universiteit ontstaan waarin we die van vandaag nauwelijks meer zullen herkennen. Je vraagt je af waarvoor dat nodig is. De WUB functioneert door de bank genomen eigenlijk heel redelijk en de doelstellingen die Pais met zijn nieuwe onderwijsstructuur nastreeft, kun je hoogstwaarschijnlijk ook met een strikte doorvoering van de herprogrammering en een stelsel van meerjarenafspraken over studentenaantallen en onderzoeksactiviteiten bereiken. Hier is dan echter niet genoeg het in de universiteitsraden bij een verbale stormloop op de beide plannen te laten. De universiteiten zullen dan met eigen berekeningen en argumenten moeten komen en daarmee de publieke opinie en de beslissers in Den Haag moeten bewerken. Hieronder volgt nog een beperkte opsomming van een aantal belangrijke programmapunten van DAK. Daarbij is gekozen voor weergave van die programmapunten, die vooral voor TAS-medewerkers van belang zijn:
heid uitzondering. Een volledig onafhankelijk opererende Universiteitskrant is een vereiste. UR VERSUS CvB Zowel naar de letter van de wet als naar de praktijk is de verhouding Universiteitsraad-College van Bestuur (nog) niet altijd zeer helder. DAK staat op het standpunt, dat bij herziening van de WUB aan de verantwoordingsplicht van het College van Bestuur tegenover de Universiteitsraad handen en voeten moet worden gegeven. Uitgangspunt dient daarbij te zijn, dat het College van Bestuur geen-andere bevoegdheden bezit dan uit hoofde van het dagelijks bestuur, gedelegeerd doat de Universiteitsraad. DECENTRALISA TIE De democratisering van de besluitvorming wordt versterkt indien zoveel mogelijk beslissingen worden overgelaten aan de direct betrokkenen. Het streven dient er derhalve op te worden gericht niet onnodig beslissingen te nemen op een bepaald — meer centraal — niveau, waar een lager niveau dat had kunnen doen. BEWAKING PERSOONSGEGEVENS Bij het opzetten van een universitair registratiesysteem dient de grootst mogelijke aandacht geschonken te worden aan de belangen van de geregistreerden. Het algemeen
reglement, dat de registratie regelt, dient daarom te worden vastgesteld door de Universiteitsraad. De registratieraad, die toezicht houdt zal een commissie van de UR dienen te zijn.
Dit dient te worden gerealiseerd binnen een klimaat van openheid en kontroleerbaarheid waar het gaat om zaken als begeleiding, beoordeling, bevordering, planning en organisatie-opbouw.
ledere geregistreerde zal jaarlgks kosteloos een gekodeerd afschrift van de geregistreerde gegevens ontvangen met de vermelding aan wie, wanneer, welke gegevens zijn verstrekt. Voor zaken van uitsluitend universitaire administratie kan een jaarlijkse vermelding in Ad Valvas volstaan. Gegevens als godsdienst, ras, politieke overtuiging dienen niet in de registratie te worden opgenomen.
Belangrijke middelen om een goed personeelsbeleid te verwezenlijken zijn: • decentralisatie van verantwoordelijkheden en de daarbij passende bevoegdheden. • beoordeling van personeel aan de hand van een taakomschrijving en in overleg met betrokkene, met de mogelijkheid van beroep. Een goede klachtenprocedure is hierbij eveneens van wezenlijk belang. Deze fungeert als waarborg tegen een onjuiste beoordeling. • recht op inlichtingen omtrent het beoordelings- en bevorderingsbeleid en recht op inzage van elk personeelslid in zijn of haar dossier Er moet een goede instruktie komen aangaande dossiervorming. • de medewerker moet ten alle tijde zelf om een funktie-waardering kunnen verzoeken. • niet alleen het beoordelingsbeleid dient doorzichtig te zijn en zonder verrassingen, doch ook het beleid ten aanzien van aanstelling en begeleiding. • in het aanstellingsbeleid speelt aan de VU de doelstelling een onduidelijke rol: hoeksteen of rots der struikeling? DAK streeft naar een grotere zakelijkheid in de procedure ten aanzien van de dispensatie-verlening van het personeel Hierbij moet de fakulteitsvertegenwoordiger die het dispensatievoorstel indient, de belangrijkste gesprekspartner zijn en niet de betrokkenen zelf. Het advies van de werkeenheid moet hierbij doorslaggevend zijn. • personele begeleiding in de vorm van bedrijfsmaatschappelijk werk, voorlichting en kadervorming. • meer mogeUjkheid moet worden geschapen en waardering opgebracht worden voor part-time banen op vrijwillige basis (ook bij wetenschappelijke medewerkers). • bij het zoeken en aanstellen van personeelsleden dient men aktief te streven naar een herschikken van de bestaande verhoudingen tussen aantallen mannelijke en vrouwelijke personeelsleden.
PERSONEELSBELEID Het personeelsbeleid is niet ondergeschikt aan het beleid ten aanzien van het onderwijs.en onderzoek, maar heeft een eigen zelfstandige en volwaardige funktie. Dit dient ook als uitgangspunt te fungeren in de uitoefening van het bestuur. In de konkretisering van personeelsbeleid zal dit in andere vormen van beleid moeten doordringen, en daar normen stellen. Ontwikkelingsplannen, formatie (her)verdeling, onderzoekspool's e.d. dienen dan ook met noties van personeelsbeleid begeleid te gaan. Het streven hierbij moet zijn de optimale ontplooiing van het individu binnen de organisatie, mede ten behoeve van de organisatie.
OPENBAARHEID Uitgangspunt van DAK is dat openheid regel dient te zijn en besloten-
UR-kandidaten wetenschappelijk personeel WIS- EN NATUURKUNDE -1FYSISCHE GEOGRAFIE (1) J. Joosse, geboren 6 oktober 1930 te Nieuw- en St. Joosland, gehuwd, belijdend lid van de Geref. Kerk, studeerde biologie aan de VU vanaf 1951, deed het doet. examen in februari 1959. Op 1 september 1952 werd hij aangesteld als hulpassistent aan het Zoologisch Laboratorium, en na verschillende rangen doorlopen te hebben op 1 december 1969 benoemd tot lector in de dierkunde, in het bijzonder de vergelijkende endocrinologie en vervolgens per 1 maart 1974 benoemd tot hoogeleraar in de experimentele dierkunde Was voorzitter Subfaculteit Biologie 1971-1973, 1975-1976,
thans voorzitter van de commissie van beheer van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek en lid van het dagelijks bestuur van de Z.W.O. Stichting BION. Is secretalis Radionucliden Centrum. Heeft verder nog zitting in de kommissie Beleidsruimte Onderzoek van de universiteitsraad. WIS- EN NATUURKUNDE + FYSISCHE GEOGRAFIE (2) Dr. Taede Sminia werd in 1946 te Amsterdam geboren. Studeert en werkt sinds 1963 aan de VU. Is getrouwd, heeft twee dochters en woont te Heemstede. In zijn „vrije tijd" knutselt hij veel in om zijn huis en zwerft graag door het kust-
gebied. Naast onderzoek aan het interne afweermechanisme van weekdieren geeft hij onderwijs en verricht(te) hij diverse organisatorische werkzaamheden (o.a. lid subf. laad, secretaris subf. bestuur). Hij hoopt een bijdrage te kunnen leveren aan het goed functioneren van de UR. Zal namens de faculteit W N in de raad zitting nemen en dan ook trachten de belangen van deze faculteit zo goed mogelijk te behartigen. LETTEREN (3) A. Th. van Deursen werd geboren in 1931, studeerde geschiedenis aan de rijksuniversiteit te Groningen, en was van 1958 tot 1967 verbonden aan het Bureau der Rijkscommissie voor Vaderlandse Geschiedenis te 's-Gravenhage. Sinds 1967 u'erkzaam aan de Vrije Universiteit, sedert 1971 als hoogleraar in de nieuwe geschiedenis. Is kandidaat gesteld door het wetenschappelijk personeel van de faculteit der letteren. LETTEREN (4) A. J. Kleywegt, geb. in 1932, bezocht het Marnix-gymnasium te Rotterdam (van 1944-1950) en studeerde klassieke letteren te Leiden. Van 1954 tot 1971 was hij als leraar werkzaam bij het VWO. In 1971 werd hij aan de VU benoemd tot wetenschappelijk hoofdmedewerker en sinds 1977 is hij hier hoogleraar in de Latijnse taal- letterkunde. Kleywegt is van mening, dat de universiteitsraad niet een politiek diskussiegezelschap is maar een bestuursorgaan van de universiteit moet zijn.
1»~*s^
—^«p»*»*»'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's