Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 469

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 469

13 minuten leestijd

AD VALVAS — 15 JUNI 1979

In uitgewerkt

voorstel aan de

universiteitsraad:

PKV wil van kie-Ondenwijs en Onderzoek zuivere UR-kommissie maken In een al in februari aan de U-raad gezonden nota stelt de PKV, dat de kommissie Onderwys en Onderzoek (O en O) als universitaire kommissie (samengesteld uit niet alleen leden uit of namens de UR maar ook uit of namens het CvB en het CvD het college van decanen) onvoldoende recht doet aan de eigen taak en verantwoordelijkheid van de universiteitsraad op het gebied van het universitaire onderwijs- en onderzoekbeleid. De kie O en O zou een zuivere UR-kommissie moeten zijn.

landelijk nivo, kriteria, omvang en procedures en toewijzing van onderzoeksprojekten het fungeren als coördinatiepunt namens de UR met de (sub/inter)faculteiten.

heden in de beslissingsstruktuur te voorkomen vindt de PKV het ook raadzaam de kommissie tot een zuivere raadskommissie te maken. Het voortbestaan van één centrale onderzoeksruimte — van welke omvang en karakter dan ook — is voor de PKV alleen dan aanvaardbaar als er is voorzien in een volledig gedemokratiseerde adviserings- en toewijzingsstruktuur. De PKV zou de kommissie nieuwe stijl als volgt samengesteld willen zien uit de geledingen van de raad: drie WP-ers, drie studenten, twee TAS-ers en twee Verenigingsleden. Leden van het CvB zouden de vergaderingen van de kommissie moeten kunnen bijwonen als adviseur. Als taken voor de kommissie ziet de PKV naast het uitbrengen van adviezen aan de UR over o.a. beslissingen en adviezen over onderwijs en onderzoek, rapporten op

De werkgroep herstrukturering kommissie O en O, destijds door de kommissie O en O ingesteld om over dit onderwerp aan de UR te adviseren wijst in een notitie op enkele gevolgen van omzetting in een zuivere raadskommissie. Het belangrijkste gevolg zou zijn, dat er dan geen (opiniërend) platform meer zou zijn, waar allen, die bij de grote onderwijs- en onderzoeksvraagstukken Isetrokken zijn, elkaar kunnen ontmoeten. Bovendien zou de funktie komen te vervallen die de kommissie momenteel heeft t.o.v. de facultaire onderwijs- en onderzoekskommissies. Deze funktie acht zij van belang voor de dwarsverbanden tussen deze kommissies. Overigens ziet ook de PKV die taak voor de kommissie nieuwe stijl weggelegd. Als koördinatiepunt namens de UR met de (sub/inter)faculteiten

In de Regelen van de VU staat immers, dat het de UR is, die na overleg met het CvB en de facultaire voorzitters van de vaste kommissies voor het onderwijs en de wetenschapsbeoefening richtlijnen en regels vaststelt voor de organisatie en coördinatie van onderwijs en wetenschapsbeoefening. Vanuit deze eigen verantwoordelijkheid lijkt de PKV de verandering van de kommissie in een zuivere UR-kommissie (met alleen leden uit de UR) op zijn plaats. De PKV neemt in dit verband afstand van het veel gehoorde argument van de „eenheid van bestuur". Naar haar mening is de verhouding URCvB eerder vergelijkbaar met die van het Parlement t.o.v. de Regering. De fraktie vindt, dat de samenstelling van de kommissie zo is, dat zij te ver afstaat van het gebeuren in de UR. Oorzaak hiervan is het grote aantal niet-UR-leden nl. de leden, die voorgedragen worden door CvB en CvD en de leden, die door de UR-geledingen worden voorgedragen maar zelf niet uit de raad komen. De PKV acht de kommissie O en O daarom nauwelijks representatief meer voor de verhoudingen in de raad, wat zich naar haar mening o.a. uit in het feit, dat minderheidsstandpunten in de kommissie in de UR tot meerderheidsstandpunten worden. Mede daardoor kan de kommissie, vindt de PKV, onvoldoende toekomen aan een grondige advies-voorbereiding voor de UR.

Rol CvB en CvD Van haar taak „advisering aan UR, CvB en CvD" wordt door de kommissie in de praktijk veelal slechts gebruik gemaakt voor de advisering aan de UR. Daarom ziet de PKV alle reden, dat CvD en CvB zich, zo ze dat wensen, kunnen voorzien van hun eigen advies-instanties en dat de kommissie voor O en O zich beperkt tot advisering aan de UR. Bovendien, zo stelt de PKV, is de praktijk tot op heden veelal zo, dat de leden uit of namens CvD en CvB proberen de kommissie op het standpunt van deze organen te krijgen in plaats van een advisering vanuit de kommissie naar deze organen toe. Omdat de uitvoering van onderwijs en onderzoek inclusief de konkrete invulling van het beleid op het nivo van de (sub)faculteit en de vakgroep plaats vindt dient de kommissie een goede relatie met dit bestuurlijk nivo te hebben. Het (tenminste) jaarlijkse overleg met de voorzitter van de facultaire kommissies en de uitwisseling van belangrijke schriftelijke informatie voorziet volgens de PKV nauwelijks in de gewenste inbreng vanuit de (sub)faculteiten. Deze structuur is onvoldoende voor een min of meer kontinue inbreng. Het college van decanen vervult in de huidige struktuur impliciet deze funktie. Behalve dat het CvD ondemokratisch is samengesteld en er totaal geen kontrole op is geeft dit echter met name ook problemen doordat het CvD daardoor in een duale positie t.o.v. de UR staat. Immers enerzijds adviseert het CvD de UR en anderzijds adviseert de kommissie O en O aan het CvD. In het kader van de recente diskussies over het universitair onderzoeksbeleid (DAK-nota, evaluaties onderzoekspool en beleidsruimte onderzoek) is aan de kommisie O en O een ruimere taak toebedeeld in de uiteindelijke advisering over de toewijzing van onderzoeksprojekten aan de UR. Om onduidelijk-

Minister

Platform

Pais: binnen paar jaar enkele honderden

zou de kommissie periodiek overleg moeten hebben met de facultaire kommissies voor onderwijs en wetenschapsbeoefening. Daarnaast zou de kommissie de (sub/inter)faculteiten moeten informeren over belangrijke ontwikkelingen op het terrein van onderwijs en onderzoek, zou er wederzijds uitwisseling van vraagstukken moeten plaats vinden en zou de kommissie schriftelijk vragen kunnen stellen aan de faculteiten en zich door facultaire commissies voor O en O moeten laten adviseren. De werkgroep wijst er verder op, dat de huidige commissie O en O ook adviezen uitbrengt aan het CvB. Het laatste advies betrof de wetenschapswinkel. Van het college van Decanen heeft de commissie echter nog nooit een adviesaanvraag ontvangen.

Onvoldoende Ook de kommissie O en O zelf had zich gebogen over de materie. In baar notitie geeft de kommissie toe, dat haar adviezen soms onvoldoende inspelen op de konkrete besluitvorming in de UR. De argumenten die bij deze besluitvorming een rol spelen komen soms niet of niet voldoende tot uitdrukking in die adviezen. Om hieraan tegemoet te komen stelde de commissie twee alternatieven op. Het eerste luidde, dat de UR een eigen kommisie instelt met de taak de UR-besluiten over onderwijs- en onderzoekvraagstukken voor te bereiden. Bij deze voorbereiding betrekt de

Chinese studenten

UR-commissie de adviezen van de commissie O en O. Het aantal URleden in de commissie O en O zou dan gereduceerd kunnen worden tot 6 (1 WP, 1 TAS, 1 DAK, 1 VUSO, 1 PKV, 1 Vereniging). Als bezwaar hiertegen ziet de kommissie, dat de procedure voor adviezen aan de UR langer wordt omdat over elk advies tweemaal vergaderd moet worden, waarbij de commissie O en O een voorbereidende taak heeft en de UR-commissie het definitieve UR-advies opstelt. Deze procedure betekent ook een verdubbeling van de werkzaamheden voor het secretariaat. Een ander bezwaar noemde de commissie, dat de gedachtenvorming in de commissie O en O een meer vrijblijvend karakter zou krijgen omdat de gedachtenvorming verderaf komt te staan van de concrete discussie in deUR. Als tweede alternatief noemde de commissie, dat de UR zelf geen eigen commissie instelt. Alle leden van de UR worden in staat gesteld commentaar te geven op conceptadviezen van de commissie O en O voordat deze in de commissie worden besproken. Dit gebeurt nu al voor het CvB en het CvD. Op deze wijze worden UR-leden meer betrokken bij het overleg, dat vooraf gaat aan de oordeelsvorming in de raad. Dit alternatief biedt volgens de commissie een verbetering van de situatie maar niet iedereen is ervan overtuigd, dat dit de gesignaleerde problemen in voldoende mate oplost. Het is dus wel duidelijk, dat er binnen de commissie O en O zelf verschillend wordt gedacht over de, alternatieven. (J. K.)

hier

Chinese belangstelling voor Nederlandse bèta-wetenschappen In Londen staat een restaurant dat de naam draagt: „Le soleil éternel". Nog nooit heb ik zo'n mooie naam gezien voor een Chinees restaurant. Of men een gesoigneerde rijsttafel heeft gehad, of een portie instantrattevlees, de innemende glimlach bij het „heeft gesmaakt?" is steeds dezelfde. Maar de Chinezen doen nog veel meer met die glimlach. In januari bracht Deng Xiaoping een bezoek aan de Verenigde Staten. De Amerikanen hadden nog nooit zo'n vriendelijke vicepremier gezien. Een paar weken later bezocht zijn land Vietnam. Resultaat: 50.000 Vietnaraezen dood en 20.000 Chinezen. Tezelfdertijd ontving China een officiële delegatie uit Nederland om over het onderwijs te praten. „Wjj zijn heel erg achter," zei China. ,.Wij hebben veel in te halen. En Nederland kan ons daarbij helpen." Nederland, niet weinig ingenomen met dit eervol verzoek, zei volmondig ja. Minister Pais, die aan het hoofd stond van de Nederlandse delegatie en zich over het algemeen geen knollen voor citroenen Iaat verkopen, vertelt bieronder waarom. „Wij hebben van gedachten kunnen wisselen in een goede, zakelijke en vooral konstruktieve sfeer. Er zijn ook afspraken gemaakt, zoals over het aantal studiebeurzen, dat beide partijen hebben uitgebreid tot tien. Over en weer zijn dezelfde regelingen getroffen", stelde de minister ons gerust. Hoe wij ons de uitwisseling moeten voorstellen? „Het gaat om studenten, afgestudeerden en gastdocenten. De studenten gaan in principe voor een hele kursus, dus vier ä zes jaar. De andere groepen zullen in de regel korter blijven. Voor de Nederlanders is de uitwisseling interessant vanwege vakken als sinologie, theoretische scheikunde, wiskunde, vakken waarop de technologische achterstand ginds niet zo voelbaar is. Daarbij moet het taalprobleem niet onderschat worden, want de kennis van buitenlandse talen is er in de afgelopen tien jaar niet op vooruitgegaan."

Nadoen China, aan de andere kant, schijnt van ons land heel wat te verwachten, konstateert de minister trots. „De aantallen waarom het gaat, dat

is toch niet helemaal niets. Men streeft naar vijftig ä zestig per jaar. Dan zou je hier binnen een paar jaar enkele honderden Chinese studerenden kunnen krijgen. Hun aandacht richt zich vooral op de bètavakken. Ik sprak met de rektor van de oudste universiteit van Peking, de Peita-universiteit. Hij zei me dat de Chinezen mettertijd ook andere vakken willen bestuderen, industrial management en dergelijke. Het is vooral te danken aan de goede naam die Nederlaa^intemationaal heeft op technologisch gebied, wegen waterbouw, elektronika en wat dies meer zij, dat de Chinese interesse zich in niet onbelangrijke mate op Nederland richt." Wat de Chinezen in ons land komen doen, is duidelijk: goed opletten en het later thuis nadoen. Want door het bewind van de „Bende van Vier" heeft China een grote achterstand gekregen op het Westen. Daarvan heeft men de Nederlandse delegatie goed weten te overtuigen. „Het Chinese onderwijssysteem is op het ogenblik, en dan spreek ik echt over dit jaar en misschien het vorig jaar, in een periode van wederopbouw. De ravage die is aangericht door de koUektieve gebeurtenissen, de kulturele revolutie zoals men dat dan noemt, die ravage is onvoorstelbaar groot geweest Klein voorbeeldje. Ik was bij de technische hogeschool Vin Hangchow. Daar heb je laboratoria voor het vervaardigen van precisie-instrumenten. Tijdens die periode had men gezegd: daaraan is geen behoefte. Toen zijn ze vaak omgebouwd voor konsumptiegoederen. Met andere woorden: machines zijn verloren gegaan, knowhow is verloren gegaan. Docenten en studenten werden de bergen in gestuurd en het land op om maar eens nuttig werk te doen. Kennis verspreid door het land? In feite betekende dat gewoon het vernielen van de universiteiten. Socialistische motivatie? Een van de hoogleraren die ik sprak zei, dat het een jaar of tien geleden voldoende was met het Rode Boekje te zwaaien en te zeggen dat je een revolutionair was . . . Nu worden bepaalde geschriften nog wel bestudeerd, maar dat mag niet meer in de weg staan van de wetenschapsbeoefening."

Ontreddering De „Bende van Vier", de Kulturele Revolutie, het Rode Boekje. Hoe lang zal het nog duren, voor het portret van Mao zelf van de muren verdwijnt? Het is overigens treffend, hoeveel overeenkomst de berichten uit China al dertig jaar lang vertonen. Men lijkt voortdurend bezig, met enthousiasme de puinhopen van de afgelopen paar jaar op te ruimen. En steeds weer weten de nieuwe leiders het buitenland te overtuigen, dat nu de wederopbouw pas goed begonnen is. „It took us three years to rebuild the economic basis of education. Everything from transport to schools was broken down", beschreef een minister van onderwijs de periode 1949-'52. „Since the new system of higher education has been functioning for such a short time, it is difficult to make a true estimate . . . Certainly a visitor will not fail to be impresed by the enthusiasm with which problems of education are tackled in China today... a uniquqe experiment is being conducted," meldde een Engelse delegatie in 1972 over de hervormingen van de Kulturele Revolutie. Diezelfde toestand wordt anno 1979 afgeschilderd als een ravage. „Ik geloof dat het beeld dat ik zoeven gaf, van de grote ontreddering uit vijfenzestig tot midden zeventig, vrij realistisch is," zegt minister Pais, die er zelf tien dagen geweest is. Een ding is sinds 1949 niet veranderd. China is nog steeds een wereldmacht in ontwikkeling. Eens hielpen de Russen, later probeerde men het op eigen kracht. Al die tijd bleven de grenzen angstvallig gesloten, om de aandacht van het buitenland niet te trekken. En het Westen sprak angstig over het Gele Gevaar. Sinds een jaar of anderhalf heeft China bedacht, dat het met Westerse hulp misschien sneller gaat. De Chinees trekt zijn onschuldige glimlach, het Westen hapt toe. „Het ligt voor de hand, dat een land, kwa inwonerstal het grootste ter wereld, op het wereldtoneel ook een rol van betekenis wil spelen. Maar men kan niet mee blijven doen in het koncert der volken wanener men de kracht intern uitholt. Door een soort massagebeuren dat de kwaliteit aantast, wordt

het een reus op lemen voeten." Nu het massagebeuren echter is geweken voor selektie op kwaliteit en een gezonde belangstelling voor Coco Cola, is het Westen helemaal op zijn gemak. Het Gele Gevaar is veranderd in een grote, domme loempia én: een interessante zakenvriend. Binnenkort zal Nederland een ekonomische delegatie verwelkomen. Over de Chinese inval in Vietnam tenslotte, die de Nederlandse vertegenwoordiging er niet van weerhield in het verre oosten vriendelijkheden uit te wisselen: „Het feit dat er vijandelijkheden zijn tussen twee landen leidt er niet altijd toe dat Nederlanders een van beide landen niet meer bezoeken. Amerika is ook in konflikt geweest ter plaatse. Ik kan me niet herinneren dat de Nederlanders er toen allemaal vanaf hebben gezien de Verenigde Staten te bezoeken. Overigens, de Chinezen geven een andere lezing van de gebeurtenissen waar u op doelde." (Utrecht, GUPD, door de AV redaktie ingekort i.v.m. de beschikbare ruimte).

Pais wil minder PA's Minister Pais van O W heeft de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg voorgesteld het aantal pedagogische academies terug te brengen van 91 naar ongeveer 24. De instituten die dan ontstaan zullen echter veel meer leerlingen moeten kunnen opleiden. Pais ziet als voordeel van de versterking van de instituten o.a. een vergroting van de know-how, doordat bij grotere instituten vaksecties zullen ontstaan. Daarnaast kan pluriformiteit van levensbeschouwelijke en onderwijskundige aard beter gestalte krijgen. Ook ten aanzien van de verhouding tot het hoger onderwijs, en met name de structuur van het hoger onderwijs, zijn er voordelen verbonden aan minder maar sterkere instituten: een sterk instituut is een meer gelijkwaardige partner voor de andere vormen van hoger onderwijs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 469

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's