Ad Valvas 1978-1979 - pagina 141
AD VALVAS — 10 NOVEMBER 1978
Interfacultair
vrouwenoverleg
5
komt met lezingen
en
Willemien: „We moeten ons eerst een positie veroveren op de universiteit, de toegankelijldieid ervan voor vrouwen vergroten en zorgen dat op het punt van de studie-inhoud er meer aandacht wordt besteed aan de rol van de vrouw. Dat is de eerste stap. Maar ik vind ook, dat wij teveel „mannen-ideologie" moeten opnemen. Daar moet ook een eind aan komen."
kongres
'}Ne moeten veel te veel mannen-ideolog opnemen' De Vrouwenbeweging aan de VU gaat de komende tijd meer aan de weg timmeren. Nu aan de basis van de universiteit op de meeste (sub)faculteit^n de vrouwenoverleggroepen een bloeiend bestaan leiden wil de beweging de aandacht van een groter publiek vangen voor zijn beweegredenen en voor het opzetten van meer vrouwenstudies op de VU. Het vorig jaar gestarte interfacultair vrouwenoverleg aan de VU heeft daartoe een drietal lezingen georganiseerd, die plaats vinden onder auspiciën van het Studium Generale en waarvan de éérste Volgende week donderdag wordt gehouden (zie kader hierbij). Het komend voorjaar volgt een kongres met als tema „Het gezin", vanuit de verschillende disciplines bekeken. Op dit kongres zullen ook de vrou^yenoverleggroepen op de verschillende faculteiten zich met hun studies presenteren. Met Monique Gorten, Willemien Boot, Ineke de Wolf en Eva Weber praten we over de achtergronden van vrouwenoverleg en vrouwenstudies. Als doel van vrouwenstudies ziet Monique het verwerven van kennis, die een bijdrage kan leveren aan het scheppen van voorwaarden voor het opheffen van de economische, ideologische, seksuele en politieke onderdrukking van een maatschappelijke groep (vrouwen) en de daarmee samenhangende maatschappelijke verhoudingen. Binnen elke wetenschappelijke discipline moet daarom speciale aandacht worden besteed aan de positie van vrouwen. Het is namelijk opmerkelijk, dat totnogtoe in de wetenschap vrouwen als deel van de werkelijkheid vaak gewoon werden „weggelaten". Monique: Mensen zijn over het algemeen mannen óf vrouwen, maar dan op een heel rolbevestigende manier bekeken. Bij het pedagogisch onderzoek wordt ervan uitgegaan, dat de vrouw thuis in het gezin behoort te zitten. Als een vrouw gaat werken
Lezingen over vrouwenstudies
De lezingencyclus, die het interfacultair vrouwenoverleg over „Vrouwenstudies" presenteert onder auspiciën van het Studium Generale begint op donderdag 16 november om 16.30 uur in het hoofdgebouw VU aan De Boelelaan in zaal KC07. Wopkeline Scholten spreekt dan over Vrouwen en mannen, gelijke kansen op werk, voor gelijke beloning? Wopkeline is tijdelijk medewerkster bij de projektgroep Vrouwenarbeid aan het Sociologisch Instituut te Groningen. Een week later, op donderdag 23 november stelt Manneke Houtkoop-Steenstra, medewerkster bij taalkunde aan de UvA de vraag aan de orde of er een mannelijk en een vrouwelijk taalgebruik bestaan. Je kunt dan denken aan verschillen in zinsopbouw en intonatie. Taalgebruik reflecteert de verschillende maatschappelijke posities van mannen èn vrouwen. Dit geldt voor de spreektaal (bemanning, een tientje de man, mannentddl) maar ook voor het wetenschappelijk taalgebruik. Andragologie betekent „de leer over het handelen van de man". De mens wordt uitsluitend opgevat als hij: het kind en zijn wereld, de mens en zijn arbeid. Wanneer onvolledige gezinnen ter sprake komen heeft men het in de angelsaksische litteratuur over „father absence" en „maternal deprivation". Hierbij is overduidelijk sprake van een impliciete norm tav. de afwezigheid van beide ouders. De inleidster zoekt de oorzaak van gebruiksverschillen in woord- en zinsgebruik hoofdzakelijk in de verschillende werksituatie van vrouwen en mannen. Vrouwen werken veelal binnenshuis, hebben veel kontakt met kinderen en vervullen vaak representatieve funkties als receptioniste, sekretaresse en telefo-
Vervolg op pagina 7
door Jaap
Kamerling
is dat niet goed voor de kinderen. Maar daar spelen een heleboel oordelen over de vrouw een rol, die uitgaan van de bestaande maatschappelijke situatie zonder te letten op de vraag of het ook anders zou kunnen. In de psycho-analyse wordt alles teruggevoerd op penisnijd. In de historische wetenschapsbeoefening staat de geschiedenis van koningen en oorlogen centraal. Het gewone dagelijkse leven van de mensen krijgt nauwelijks aandacht en de vrouw speelt nu juist in dat alledaagse bestaan een belangrijke rol. Een ander voorbeeld van onderdrukking van de vrouw in de wetenschap: in de medische wetenschap is allang de pil voor mannen uitgevonden maar de toepassing ervan laat nog steeds op zich wachten. Het pessarium als voorbehoedsmiddel werd al rond de eeuwwisseling door Aletta Jacobs geïn-
troduceerd maar nog steeds weet de gemiddelde arts (behalve in Am^ sterdam) niet van dit voorbehoedsmiddel af. Zelfs als het om bevallingen gaat is de mening van de man de heersende opinie. „Mannen hebben nu eenmaal geconcludeerd, dat dat verschrikkelijk veel pijn doet. Maar die pijn ontstaat vooral door de hele cultus, die rond het bevallen door manqen is geschapen. In de meeste gevallen verloopt een bevalling automatisch en zonder veel pijn maar juist door het gebruik van middelen, die een bevalling moeten afremmen of versnellen, vaak toepast in de ziekenhuis-situatie, gaat het pijn doen. Een bevalling wordt soms te snel opgewekt niet omdat dit het belang van het kind dient maar omdat er bijvoorbeeld op een later moment onvoldoende ziekenhuis-personeel is. In Nederland bestond altijd een goede traditie van thuis bevallen maar laatst vond een mannelijke hoogle-
raar uit Nijmegen in een rapport, dat die weeën zo krachtig zijn, dat het altijd in een ziekenhuis moet." Vrouwenstudies willen nu op dit soort situaties in de wetenschap wijzen. Vooral op de VU is er een grote achterstand op het gebied van vrouwenstudies. De andere bijzondere universiteit in ons land, die van Nijmegen, loopt daarentegen in de voorhoede. Dat de Amsterdamse universiteiten zo achter lopen komt misschien omdat er in de stad zelf al zoveel te doen is op vrouwengebied. Overigens is de situatie op de UvA al een stuk beter. Daar heb je betaalde medewerkers voor vrouwenstudies. Op de VU nu eindelijk ook de eerste (bij sociale geschiedenis). Op de UvA heb je bovendien op bijna elk instituut wel een crèche voor de kinderen van medewerksters. Op de VU is geen enkele crèche, terwijl ook in de omgeving van de VU geen crèches te vinden zijn.
'Ze moeten poten van onze nek afhalen' We komen nog even terug op de definiëring van vrouwenstudies. Ik vind het opmerkelijk, dat het daarin alleen om de opheffing van de onderdrukking van vrouwen gaat. Worden mannen ook niet onderdrukt. Zij worden toch vaak opgejut, óók door veel vrouwen om een „mooie carrière" op te bouwen en daartoe avondcursus nd avondcursus te volgen. Is niet vaak de eerste vraag van vrouwen onder mekaar.
die het over een seksegenoot hebben: „wat doet'er man". Monique vindt, dat als vrouwen zich bewust worden van hun positie de positie van de man ook op de helling komt. En Willemien is van mening, dat je als vrouwenbeweging niet de problemen van de man hoeft op te lossen. De mannen moeten, om een wat cru beeld te geven, „hun poten van onze nek afhalen." (citaat uit 1837 van de amerikaanse feministe Sarah Grimké) Ze voegt daar cynisch aan toe: „Het is voor de man natuurlijk ook heel vervelend om op één been te staan maar wij zijn het meest onderdrukt en in de aangewezen positie om aan die onderdrukking te werken. Een impliciet neveneffect kan zgn, dat de onderdrukte positie van de man dan ook verschuift als ze oppikken waar wij mee bezig zijn. Monique gelooft, dat de mannen een aantal privileges niet zomaar zullen opgeven. Eva vindt overigens, dat de man door de maatschappy in zyn overheersende rol wordt gedrukt.
En waar het om mannenonderdrukking gaat: mannen ondeordrukken vaak zichzelf. Het is net zo als met'de ondernemer, die vindt dat hij onderdrukt wordt omdat hij zo lang en hard moet werken. Hij doet het zichzelf aan. De vrouw is in elke geval meer onderdrukt want zg heeft in haar hele bestaan minder kcnze-mogeUjkheden dan de man. Overigens komen er ook mannenoverleggroepen op gang, althans aan de UvA. Op de VU draait in het kader van het student-seks-relatie-projekt een mannenpraatgroep. Is er behalve het opheffen van onderdrukking nog een verderliggend doel van vrouwenstudies bijvoorbeeld het feminiseren van de maatschappij.
Vanaf
maandag
Bestaat er wel iets natuurlijk vrouwelijks? Moet er een andere maatschappij komen met meer nadruk op de waarde van de emotie, meer coöperatie, minder concurrentie etc? Monique heeft er moeite mee om in dit verband van feminiseren te spreken. De indruk wordt gewekt, dat bepaalde waarden typisch vrouwelijk zijn en er iets natuurlijk vrouwelijks zou bestaan. Het is
Vervolg op pagina 7 handtekeningen-aktie
Wat? Nog gem kresj op de VU?' Er studeren en werken nog steeds aanzienlijk minder vrouwen dan mannen aan de VU. Om iets te doen aan de achtergestelde positie van vrouwen op de universiteit is vorig jaar het Interfakultair Vrouwen Overleg opgericht. Zij richt haar aktiviteiten allereerst op de studieinhoud: tégen sexisme en vóór een reële plaats van de vronw in de wetenschap. Daarnaast wil ze veranderingen op het gebied van personeelsbeleid. Het is niet voldoende om in een advertentie voor een bepaalde funktie de notatie MnlA'rl op te nemen. Er moeten ook voorwaarden geschapen worden om het vrouwen mogelijk/aantrekkelijk te maken inderdaad te solliciteren. Een noodzakelijke voorwaarde is een kresj. Binnen de SRVU is hierover gediscussieerd en ook het PKV-verkiezingsprogramma vermeldt het tot stand brengen van een kresj als één van de manieren om de mogelijkheden voor vrouwen om aan de VU te werken uit te breiden. Het is belachelijk dat meestal vrouwen voor de keus komen te staan: ófwel een baan óf studie ófwel een kind. Een volledige baan is niet te combineren met de verzorging van een kind en part-time banen liggen op de VU ook niet voor het opscheppen. Wij vinden dat een vrouw die kiest voor een kind, niet als gevolg daarvan maar moet afzien van een baan. Kresjes zijn daarom een noodzakelijke voorziening voor het personeel. Als je studeert, ligt het misschien iets gemakkelijker: je bent niet hele dagen van huis, je kunt beter zelf je tijd indelen. Toch zie je geen kans meer om b.v. lezingen over vrouwenstudies bij te wonen, er treedt een aanzienlijke studievertraging op of je kapt er maar helemaal mee. Je kunt immers niet voortdurend een beroep doen op vrienden en kennissen als je een dag op studiezaal wilt werken of een forumdiscussie wilt bijwonen. Kortom, ook voor studentes met kinderen is een kresj onontbeerlijk. VADERS Uit de loop van het verhaal blijkt dat we ons met name richten op vrouwen, die willen gaan/blijven werken of studeren aan de VU. Dit betekent niet dat we er van uit gaan dat alleen vrouwen voor hun kinderen zouden moeten zorgen. Mannen die een aantal dagen per week thuis moeten blijven zijn evenzeer bij een kresj gebaat. Ook wanneer hun vrouwen geen bezigheden buitenshuis hebben, zal het wel eens nodig zijn de kinderen ergens een dagje onder te brengen. Wat is er dan gemakkelijker dan een kresj op de VU, het werkterrein van vader. Ook al ben je van mening dat
een kresj op de VU gewenst is, daarmee is die er nog niet. In de UR is er, een paar zittingen geleden, over gesproken en het merendeel van de raadsleden stond er positief tegenover. De dienst Personele Zaken komt over een poosje met een rapport over de mogelijkheden voor een kresj op de VU. Hier verwachten wij niet zo veel van gehoord de uitlatingen van het CvB (onder wiens verantwoordelijkheid PZ valt) dat een kresj op de VU self-supporting zou moeten zijn en dat er geen behoefte is. Het probleem is dat diegenen die behoefte hebben aan een kresj niet veel op de VU rondlopen of toch maar niet gesolliciteerd hebben juist omdat ze te veel aan huis gebonden zijn aangezien zij hun kinderen nergens naar toe kunnen brengen. Uit deze behoefte aan een kresj is het idee voor een aktie opgekomen. Door middel van een handtekeningenaktie wil de initiatiefgroep, ondersteund door IVO, SRVU en ABVA het CvB onder druk zetten om aktief te gaan werken aan het tot stand komen van een kresj. Vanaf maandag loop je de kans een handtekeningenlijst onder jouw neus te krijgen. In de laatste week van november zul je een stand vinden bij de mensa en 30 november een kluit kinderen in het hoofdgebouw. Maandag 4 december komt deze zaak naar alle waarschijnlijkheid in de UR. Dus, of je nu zelf kinderen hebt of niet: zet jouw handtekening en neem 4 december plaats op de publieke tribune in de URzaal. Namens de initiatiefgroep kresj, Annemarie de Wildt en Erra Treurniet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's