Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 13

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 13

6 minuten leestijd

AD VALVAS — 1 SEPTEMBER 1978

ingewikkelde

nieuwe

13

financieringsstruktuur

ocratische struktuur voor het universitair onderzoek AR, die weer de gekozen universiteitsbesturen vertegenwoordigt. Verder was in zyn visie ook de samenleving vertegenwoordigd namelijk via de vertegenwoordigers van de departementen. Deze hele struktuur zette Trip op alleen ten behoeve van het meer fundamentele onderzoek. Hg onderscheidde dat heel duidelijk van het toegepaste jonderzoek, waarvoor hlj het sectorradenstelsel ontwierp (waarin per onderzoekssector door afgevaardigden uit de samenleving, zoals bedrijfsleven en vakbonden, samen met ambtenaren en onderzoekers overlegd wordt over het onderzoek).

RW O -Struktuur demokratisch Als je het demokratisch gehalte van de opzet van Trip vergelijkt met dat van de door de RWOwerkgroep voorgestelde struktuur, (óók ten dienste van het meer fundamentele onderzoek) dan valt op, dat, waar bij Trip de Academische Baad vaste mensen voordroeg voor de centrale raad en het departement afgevaardigden had in deze raad van de RWO, al deze afgevaardigden in de onderhavige voorstellen zijn verdwenen. Je kunt je afvragen of een vertegenwoordiging vanuit de AR en het departement inderdaad demokratiserend werkt. De invloed van de universiteiten is er inderdaad mee gediend maar werkt dat demokratiserend? En of de invloed van de samenleving gewaarborgd is met departementale afgevaardigden, lijkt wat optimistisch als men bedenkt hoe de samenleving zelf aankijkt tegen het funktioneren van de 'derde macht' in onze samenleving. De minister en de Academische Raad kunnen in de nu voorliggende plannen zelf de vergaderingen van het RWO-bestuur als waarnemer bezoeken. De inbreng vanuit de universiteiten lükt daarmee niet versterkt. Of de samenleving meer invloed krijgt is de vraag. De invloed van de samenleving is wellicht bij regelmatig bezoek van de minister van O en W, van Financiën en van Wetenschapsbeleid sterker dan bij een vaste vertegenwoordiging vanuit de departementen. Ministers kunnen ter verantwoording worden geroepen in het parlement, ambtenaren niet. Maar de minister kan natuurlek ook een waarnemer (ambtenaar) sturen en ambtenaren als vaste afgevaardigden (volgens Trips plannen) kunnen

zich veel grondiger in de stukken verdiepen. In de voorstellen van de RWOwerkgroep krijgt het RWO-bestuur ook twee buiten-universitaire leden, voorgedragen door de Koninldijke Academie van Wetenschappen. Bij Trip was er in de centrale raad van de RWO plaats ingeruimd voor vijf deskundigen, aangewezen door het ministterie van O en W in overleg met de minister van Landbouw. In beide voorstellen is het de vraag of op deze wijze de samenleving voldoende wordt vertegenwoordigd. De RWO-werkgroep stelt overigens ook voor in de afdelingsbesturen en de beleidsadvieskommissies van dfize besturen enkele buiten-universitaire leden te benoemen en ui de beleidsadvieskommissies ook vertegenwoordigers van de gerelateerde sector-raden. In elk geval een aardige poging om de destijds door minister Trip zo nagestreefde invloed van de samenleving op het onderzoek te bevorderen.

Invloed

gebruikers

Toch zijn er in het verleden wel voorstellen gedaan, die de invloed van de gebruikers van onderzoek (de samenleving dus) veel sterker benadrukten en zelfs centraal stelden. In de visie van de Nationale Raad voor Landlx>uwkundig Onderzoek bijvoorbeeld zou de centrale raad, de Nationale Raad voor maatschappelijk dienstbaar

Het laatste derde deel van het geld gaat naar de landelijke disciplineraad (te vergelijken met een AR-sektie of een RWO-afdeling), vandaar deels naar de faculteiten, deels naar werligem(eenschappen (met vertegenwoordigers op vakgroepnivo). Hier geen ingewikkeld naast elkaar werken van AR en RWO maar één Raad en geen secties naast afdelii^en maar alleen disciplineraden. De invloed van de onderzoeker zelf is in deze struktuur erg groot en wordt demokratisch gereguleerd: alle leden van alle raden op alle nivo's worden verkozen door alle betrokkenen. Maar de invloed van de samenleving lykt zich te beperken tot het geweten van de onderzoeker. Wel zijn de wetenschappers steeds gegroepeerd naar politieke visie, zodat op die manier samenlevingsvisies vertegenwoordigd ziJn.

Beoordeling

'n

probleem

Een moeiiyk punt in deze BWA/ VWO voorstellen biyft hoe onderzoekers kunnen t)eoordelen welke richting de samenleving zelf uit wil. De kwestie van beoordeling van onderzoek op haar maatschappelijk nut ligt niet eenvoudig. In de door de RWO-werkgroep voorgestelde struktuur vormt een zinvolle beoordeling van onderzoek uit deelstroom IC en de tweede geldstroom een hachelijke onderneming. Er zijn ettelijke kommissies en raden met steeds weer

gemeenschappen, waarvan de organisatie steeds beter op gang komt. te verruimen. Wel is dan een regeling nodig, voor een regelmatige verjonging van de samenstelling op grond van verdiensten op onderzoeksgebied en het maatschappelijk nut ervan. Op het landelijke middennivo (nu nog de secties van de AR en de afdelingen van ZWO/RWO) stellen de BWA en Arie de Kool') disciplineraden voor, waar de inhoudelijk gemotiveerde voorstellen vanuit de werkgemeenschappen terecht komen. Het door de RWO toegewezen geld kan nu door deze raden worden verdeeld over de werkgemeenschappen nadat zü ook op het middennivo met elkaar ziJn vergeleken en tegen elkaar afgewogen. Het voordeel van deze delegatie naar het middennivo is, dat burokratie daarmee wordt bestreden. Bezwaar is wellicht, dat er een kombinatie ontstaat van adviseur en uitvoerder. Het is ook mogelijk om het middennivo alleen een adviserende rol toe te spelen en het RWO-bestuur de definitieve beslissingen te laten.

Verkiezingen Wat de samenstelling van werkgemeenschappen, disciplineraden en RWO-bestuur betreft: via dat mechanisme kan de invloed van wetenschappers zelf (mét hun maatschappijvisie) en de samenleving

Via werkgemeenschappen streven naar een geïntegreerde struktuur onderzoek (waarnaast een nationale raad voor vrij onderzoek zou moeten bestaan) in hoge mate een 'gebruikersorganisatie' zijn. Ook in de onderraden en afdelingen zouden de gebruikers sterk zijn vert^enwoordigd. De beide raden zouden vrijwel uitsluitend overlegorganen zijn. De bestaande financieringsstruktuur zou niet veranderd hoeven worden. De NRliO ziet zijn overlegstruktuur in geen enkel opzicht gebonden aan de al dan niet reële scheidingen tussen fundamenteel en toegepast, onderwijsgebonden en grensverleggend onderzoek: als iemand iets kan doen wat nuttig is voor de oplossing van een probleem, ga dan eens met hem praten.

Wetenschappers zelfbestuul De Bond van Wetenschappelijke arbeiders en het VWO legden in hun voorstellen voor een nieuwe organisatie voor het onderzoek sterk de nadruk op wetenschapperszelfbestuur. Ook hier geen scheiding tussen onderwijsgebonden en grensverleggend onderzoek. Onder regering, parlement en departement staat één Raad voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek met een sectie onderwijs en een sectie onderzoek. Een derde deel van voor het onderzoek bestemde geld wordt voor de universiteiten verdeeld naar rato van de studentenaantallen. Via de normale WUB-organen komt dat biJ de onderzoekers terecht. Ook kunnen de onderzoekers zelf voorstellen indienen, die al dan niet door de vakgroep worden aanvaard. De plannen van de vakgroep komen in de subfaculteitsraad en worden, daar geselecteerd, doorgegeven aan de universiteitsblad, die beschikt over nog eens -<»fÄ pot «(vatt eeit/dèPde) 'aai- d a a r ' eigen beleid mee te voeren (te vergelijken met deelstroom IC).

een andere struktuur die een onderzoeksplan moeten beoordelen. En in rechtstreekse invloed vanuit de samenleving is nauwelijks voorzien. Alleen aan de basis van het onderzoek tekent zich een wat meer imiforme beoordelende struktuur af: de werkgemeenschap. Een orgaan, waarin per vakgebied de meest vooraanstaande onderzoekers zitting hebben. Maar garandeert dat ook een goede beoordeling? Een eenmaal gevestigde onderzoekersreputatie lijkt in ons land onverwoestbaar al doet de betreffende onderzoeker niets meer aan zijn vak. Hier dreigt duidelijk het gevaar van gerontocratie.

als geheel, gereguleerd worden. De werkgemeenschappen zouden samengesteld kunnen worden via verkiezingen aan de basis van de universiteiten waarbij de kandidaten zich kwa maatschappijvisie zouden kunnen profileren. In de disciplineraden zouden naast (wederom) op visie gekozen wetenschappers gebruikers van wetenschappelijk onderzoek kunnen worden opgenomen: vertegenwoordigers van bijvoorbeeld de vakbewegring, de consumentenbond, het bedrijfsleven, aktiegroepen etc. Eventueel zouden ook parlementariërs hierin zitting kunnen nemen (als onbezoldigde nevenactiviteit) .

Toch verdient het w^licht aanbeveling de invloed van die werk-

In het RWO bestuur is in de voorstellen van de werkgroep naast

wetenschappers plaats ingeruimd voor twee bestuursleden buiten de universiteiten. Ook hier zou men kunnen denken aan op grond van maatschappijvisie gekozen wetenschappers, vertegenwoordigers uit de maatschappij (werknemers, werkgevers, consumenten of evt. parlementariërs) en enkele beleidsmedewerkers van de minister van O en W en Wetenschapsbeleid. Tw|p lykt dan zeker te weinig. Op basis-, midden- en centraal nivo vindt dan beoordeling -van onderzoeksplannen plaats. Op het midden-nivo zouden per discipline kommissies uit de disciplineraden zich moeten gaan buigen over het ontwerpen van beoordelingscriteria voor toe te wijzen onderzoek. Waarbij dan zeker voor ogen moet worden gehouden dat elk onderzoek, hoe fundamenteel ook, direct of indirect maatschappelijke implicaties heeft en dus uiteindelijk een politiek karakter draagt. En als er spake is van onderzoek dat weinig maatschappelijk nut lijkt te hebben (het gebruik van de komma in het werk van Tollens om eens wat te noemen) dan is bij toewijzing van dät onderzoek óók een politieke keuze gedaan nl. om hiervoor samenlevingsgelden beschikbaar te stellen. Noten: 1) Chemisch Weekblad, juli 1978. 2) Wetenschapsbeleid, kiezen en delen, door Arie de Kool, 1975, Van Gorkum.

Wi] bieden aan studenten, die binnen afzienbare tijd hun doctoraal badrijfsaconoinie hopen te behaien, een functie ais

part-time assistent-accountant Dit aanbod houdt in, dat u bij onze maatschap deltansicrijgtom: - 3 4 dagen per week te werken - ervaring op te doen en - een goede toekomst op te bouwen. Voor hen die nè bedrijfseconomie de post doctorale accountantsstudie gaan volgen zijn verdere ontplooiingskansen aanwezig. De kosten van beide studierichtingen worden voor een belangrijk deel door ons vergoed. Geïnteresseerden wonjen verzocht contact op te nemen met de heer Mr. J.W. van Maarschalkenveerd. Sollicitatie-adres: ^ Ca1andsträat2S; Rotterdam. > Tel.: 010-364944.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 13

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's