Ad Valvas 1978-1979 - pagina 289
AD VALVAS — 23 FEBRUARI 1979
Minister Pais, bestuurslid
van de Dierenbescherming
en lid van enkele
anti-vivisektieverenigingen:
Vivisektie 'op z'n gunstigst een noodzakelijk kwaad' ,Je moet natuurlijk goed zien wat de verantwoordelijkheden en de bevoegheden zgn van een minister. De autonomie van de instellingen mag dan niet honderd procent zijn, maar zij is toch niet helemaal een lege huls en ik geloof dat hier in eerste instantie ook voor de instellingen zelf een taak ligt om standpunten te bepalen. Ik heb met dit rapport mijn mening duidelijk willen geven en ik verwacht dat degenen die het belangrijk genoeg vinden om daarover te denken en om daarover mee te praten, echt wel de moeite zullen nemen om dit in de verschillende organen van de universitaire wereld ter diskussie te stellen. Ik geloof dat hier ruimte is voor een diepgaande en diepgravende gedachtenwisseling. Ik wil nu niet te veel vooruitlopen op de resultaten daarvan, maar ik hoop dat geleidelijk aan het inzicht zal doorbreken dat men op zijn gunstigst te maken heeft met een noodzakelijk kwaad. Als men dat zo ziet, dan zal men alles in het werk moeten stellen om dit te beperken tot wat ik bij herhaling heb genoemd: het allerstriktst noodzakelijke. Alle morele overtuiging die ik daartoe kan aandragen en alle maatregelen binnen het bereik van m^n mogelijkheden zal ik inderdaad niet onbenut laten." Aldus de bewindsman, die met gebogen hoofd zorgvuldig formuleringen zoekt, die niet al te veel afwijken van de formele en kille volzinnen waarmee in zijn recente rapport het wetenschappelijk einde van een half miljoen diertjes per jaar wordt vastgesteld. Het gesprek mist daardoor de charme die deze ouderwetse vorm van gedachtenvwsseling nog steeds populair maakt. Pais maalt door als een goedgeoliede, trage machine. Kritische vragen of zakelijke opmerkingen, die verontrustend zouden moeten zijn voor zijn monoloog, blijven ergens in de hoogte van zijn werkzaal zweven.
Hein Meijers,
GUPD
Het resultaat is het rapport dat nu voor ons ligt. Ik geloof, dat wanneer je beleid wilt voeren, dat het een belangrijk hulpmiddel kan wezen om zo goed mogelijk geïnformeerd te zijn over de feitelijke verhoudingen. Op zichzelf vond ik het al een opmerkelijke zaak, dat over een naar mijn mening zo wezenlijk verschijnsel zo'n gebrek aan informatie in dit land bestaat. Een van de belangrijkste funkties van dit rapport is dan ook om deze opmerkelijke lakune te vullen."
Lacune
Half miljoen
„Het is zonder meer duidelijk dat ik dit een erg belangrijke problematiek vind. Ik heb het ook in de nola „Dierproeven bij de instellingen van wetenschappelijk onderwijs" zelf gezegd: moreel erg belangrijk. Uit diverse publikaties komt naar voren dat dat een gevoel is dat door erg veel mensen, ook aan universiteiten, wordt gedeeld. D o o r studerenden, maar ook docenten, hoor. Aan het begin van mijn ministerschap zijn ook vragen in de Kamer gesteld, herinner ik me. Een van de zaken waar ik dus al vrij vroeg mee begonnen ben in januari van het vorige jaar — toen zat de regering er net een maand — was het inwinnen van nadere informatie.
Wij komen er even tussen. Naar onze informatie mist het rapport tamelijk wat proefdieren. Onze schatting een jaar geleden leverde een aantal proefdieren op, dat tien maal hoger ligt dan het aantal dat nu in het rapport van de minister wordt genoemd. Wij kwamen toen op vijf miljoen proeifdieren per jaar in Nederland, waarvan circa twee miljoen bij het WO. In het recente rapport wordt „slechts" gesproken over ongeveer een half miljoen dieren. Hoe kijkt de bewindsman hier tegen aan? „Ik weet niet of de peiling van u vollediger is geweest dan die ik heb weten te effektueren. Ik heb trouwens ook al in mijn rapport aangegeven, dat de orde van grootte van
dieren
circa een half miljoen dieren in 1977 zeker geen overschatting van de werkelijkheid was. Maar een zo gedetailleerd inzicht, zo'n schatting van zo'n anderhalf miljoen, moet je natuurlijk hard kunnen maken. D e funktie van het soort enquêtes die ik heb gehouden, is nu juist om wat meer zekerheid en meer zicht te krijgen op het hele verschijnsel. Eén van de zaken, het is juist een van de konklusies van het rapport, is dat er vrij veel aan de organisatie, aan de verslaglegging en meer ^an dat soort aspekten aan de vivisektie bij Nederlandse universiteiten en hogescholen te verbeteren valt. Ik heb daarover dan ook een aantal aanbeveilingen gedaan. Ik ga er uiteraard van uit, dat de instellingen naar beste vermogen hebben geantwoord. En dan is het aantal van omstreeks een half miljoen dielen een voor mij ontstellend groot aantal. Ik zie op dit moment geen betere methode dan het verzamelen van informatie, zoals op dit ogenblik is gedaan. De vraag is of een half miljoen dieren de omvang is die je voor ogen moet hebben, als je uitgaat van de allerstriktst noodzakeliijke omvang van de viviesektie. Ik heb de indruk, sterker nog, de overtuiging dat er, door een aantal maatregelen die ik heb voorgesteld, op dit gebied nog veel te verbeteren is." D e vraag over de zakelijke juistheid van het rapport is daarmee in de koelissen verdwenen. Maar des te interessanter wordt het probleem. Want als de bewindsman dan nu al, op grond van een fraktie van het aantal gebruikte proefdieren, zijn ethische benadering tot het dier wil veralgemeniseren, verwacht hij dan geen zware strijd, als het werkelijk aantal proefdieren veel hoger ligt? Wij laten onze lust om nu eens dieper te filosoferen over het dier in dit tijdsgewricht, even varen voor de vraag, waarom hij zijn aktiviteit eigenlijk niet heeft gekombineerd met die van zijn koUega-ministers op de departementen, die ook met proefdieren te maken hebben. Bijvoorbeeld zijn kollega die belast is met het wetenschapsbeleid en die van volksgezondheid. Een ministerie dat de richtlijnen bepaalt voor de farmaceutische industrie, een bloeiende bedrijfstak, waarin jaarlijks rond drie miljoen dieren aan tal van kwalen en proeven kreperen, opdat wij ervan gevrijwaard blijven. Een aantal dat eerder de neiging heeft om toe te nmen, dan geringer te worden, als wij recente uitlatingen van een hoofdinspekteur van de volksgezondheid mogen geloven.
Bekwame
Hersenonderzoek bij apen. De aap bevindt zich onder narcose in een opsteling waarmee de elektrische reakties van de hersenschors op lichtprikkels worden onderzocht. Het dier is zich hier niet bewust van zijn toestand.
spoed
„Elke minister heeft zijn vakgebied en zijn taakgebied. Het mqne is dit van onderwijs en wetenschappen en de instellingen die daaronder ressorteren. Het zal u bekend zijn, dat bijvoorbeeld in het kader van de taakverdeling TNO ressorteert onder de kollega voor wetenschapsbeleid. Dan de farmaceutische industrie. Eli, je hebt hier in Nederland geen Staatsindustrie, dus je kunt niet zeggen dat die ressorteert onder iemand, maar wel dat het taakgebied van de farmaceutische industrie niet tot dat van de dienst van O W behoort. Met andere woorden: ik heb mij moeten beperken tot dat gebied waarvoor ik beleidsverantwoordelijk ben en heb, ik dacht toch met bekwame spoed, geprobeerd inzichten te verwerven die van belang kunnen zijn als straks integraal de Wet op de dierproeven zal worden ingevoerd. Ik heb ook gemeend dat de enquêtering die hier plaatsvindt, waaraan ik inderdaad ook meen dat die nog voor verfijning vatbaar is, dat die enquêtering in zoverre misschien een voortrekkersfunktie kan vervullen. Ik hoop dat het geïnteresseerden op de omvang, op de resseerden op de omvang, op de dimensies van het probleem attendeert en wellicht nieuwsgierig maakt
naar wat op dit gebied elders in de samenleving aan de hand is."
Ethisch
réveil
Afgezien van steun en toenemende nieuwsgierigheid die de minister wellicht met zijn rapport in den lande genereerde bij mede-vegetariers, anti-vivisektionisten en het bredere publiek, dat een poedeltje liever doodgeknuffeld ziet dan wreed geofferd op het altaar van Pallas Athene, heeft de minister in de wetenschappelijke wereld ook heel wat kritiek gekregen voor zijn ethisch reveil voor het dier. Uit Utrecht, dat erop kan bogen de grootste omzet in proefdieren per jaar te hebben van alle universiteiten, wordt bijvoorbeeld duidelijk vernomen, dat er „nog veel te weinig proefdieren wordt gebruikt". Sterker nog, volgens de aldaar opererende hoogleraar D e Wied zijn medische studenten die liever verstoken willen blijven van het snijden in dieren bij hun praktika, „hypokriet". Een groot deel van de medische kennis is volgens deze geleerde immers afkomstig uit experimenteel onderzoek. En iedereen is, aldus deze hoogleraar, toch vrij om wel of niet geneeskunde te gaan studeren. Om nog maar te zwijgen van een aantal gerenommeerde proefdierkundige verenigingen, die bij monde van een voorzitter Van der Gulden „pijnlijk getroffen zijn" door de presentatie van het rapport, aangezien Pais daarmee de indruk wekt, dat er in medische kringen al niet veel langer veel onderzoekers zich inspannen om de noodzakelijke vivisektie en de behuizing en verzorging van proefdieren zo goed mogelijk te regelen. Uit Utrecht wordt dan nog vernomen dat men daar al twaalf jaar
3HIIMIUHiOPiiiii>iiiii>iihi
a s m BjpüüiiBtHnT
acinniikiociiiwiiiiiïïmnr
,Jn het eerste boek van de bijbel staat een geschiedenis over de boom van de kennis van goed en kwaad, waarvan je wel of niet zou moeten eten. Het zou wel 'eens kunnen zijn dat er ook bepaalde vruchten van die boom zijn waarvan wij ons in onze tijd moeten afvragen of ze steeds voor menselijke konsumptie geschikt zijn." Wij zijn te gast bij minister Pais om met hem te praten over zijn recente nota „Dierroeven bij de instellingen van wetenschappelijk onderwijs 1977". Een nota die volgde op de eerste aktie van ekonoom Pais als minister nu een 'ar geleden. Beter gezegd, een reaktie op een vraaggesprek in het Rotterdamse universiteitsblad Quod Novum met twee medische studentes, die toen te weinig gehoor vonden in hun fakulteit voor hun bezwaar tegen praktika met proefdieren en de onnodige slachtoffers die daarbij aan de kant van de dieren vallen. Pais, jarenlang voorzitter van de Vegetariërsbond, bestuurslid van de Dierenbescherming en lid van enige anti-vivisektieverenigingen, pakte de klachten prompt op en verraste de colleges van bestuur van de universiteiten en hogescholen met kritische vragen over het diergebruik, e.g. de mogelijkheden tot vermindering er-
smartelijk wacht op fondsen voor nieuwe, betere proefdierverblijven. Kritiek, die dan door priesterPvdA-Kamerlid Van Ooijen wordt gesublimeerd tot opmerkingen, dat de bewindsman zich heel druk maakt om op dit gebied makkelijke suksesjes te skoren, bij gebrek aan een visie op het onderwijs.
Vervolg op pagina 10
<7iïniiiiintïïijiifiï)^fiiüiigiiüiüiM^ wii|lJiliiiilUUjll!jgjfi»«iii7^j|ii\niiiiaJaiM^iijg
• Op 23 februari komt J. A. P. Everink voor de Amsterdamse Gesprekskring spreken over: „Privacy". Plaats: Amsteldijk 58. Aanvang: 20.15 uur. • In het kader van het vrouwenprogramma wordt op zondagmiddag 25 februari een discussie gehouden over de mogelijkheden en kosten van korter werken. Marga Bruyn-Hundt, wetenschappelijk medewerkster aan de economische faculteit van de UvA. verleent haar medewerking. Plaats: „De Populier", Nieuwe Herengracht 93, vanaf 15.00 uur. • Op 26 februari organiseert de WeWi van de UvA een symposium over jeugdwerkloosheid. Plaats en aanvang: Roeterseiland vanaf 10.00 uur. Voor inschrijving wende men zich tot de WeWi, Sarphatistraat 133. Aldaar is ook de bundel te verkrijgen. • D e groep „Vrouwen" van de ABVA-Amsterdam houdt op 27 februari een jaarvergadering in Krasnapolski. Aanvang: 20.00 uur. De volgende zaken komen ter sprake: jaarverslag, financieel verslag, het werkplan en de verkiezing van het groepsbestuur en de ledenraadsleden. • Op woensdag 28 februari houdt Fred Halliday een lezing over Iran: „The current situation in Iran". Hallidav is medewerker van het Transnational Institute en auteur van het boek „Arabia without the sultans" Plaats: Het Transnational Institute, Paulus Potterstraat 20. Aanvang: 20.00 uur. • Woenslag 28 februari is „Sterilisatie" het thema van de Vrouwenavond Amstelveen. Op het programma staan een inleiding door een vrouwelijke gynaecoloog en een diaserie. Voorts vertellen enkele vrouwen over hun ervaringen met sterilisatie Plaats: „De Paraplu", Van Heuven Goedhartlaan 22, Amstelveen. Aanvang: 20.30 uur. • Op 2 maart spreekt P. Gerbrands voor de Amsterdamse Gesprekskring over: „Waarom kosmische radio omroep?" Aanvang 20.15 uur. • Vrijdag 2 maart spreekt dr. P. J. Sijpesteijn, lector in de papyrologie aan de UvA, over „De besnijdenis in het oude Egypte". Deze lezing wordt georganiseerd door het Nederlands Klassiek Verbond in samenwerking met de vereniging „Ex Oriente Lux". Plaats: Allard Pierson Museum, Oude Turfmarkt 127. Aanvang: 20.15 uur. • Het COC afdelipg Amsterdam organiseert op zondag 4 maart een bijeenkomst voor mensen met homoseksuele gevoelens die het COC willen leren kennen. De bijeenkomst wordt gehouden in 't Schellinkie, Korte Leidsedwarsstraat 49a vanaf 13.00 uur. Lidmaatschap van het COC is met nodig. • Maandag 5 maart: Studium Generale in zaal KC-07. Ir. F. J. van der Seyp van de werkgroep Kokon zal dan spreken over: „Participatie van bewoners in het bouwproces". Aanvang: 16.30 uur. • ledere dinsdag van 19.00 tot 20.00 uur houden enkele vrouwen van de Amsterdamse ABVA-Vrouwengroep informatie-uur op de Stadhouderskade 68. Het IS de bedoeling vrouwen wegwijs te maken in zowel de vakbond, als in zaken die met het werk van vrouwen te maken hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's