Ad Valvas 1978-1979 - pagina 303
AD VALVAS — ' 2 MAART 1979
7 'It^ll^^C^V^^t^M^^t^^ti^'Ki^'K.^^t^M.^'
VU met nieuwe tandpasta een poets gebakken
eindrapport ciePolak ten tegenwoordig voornamelijk met multiple choisesystemen wordt ge confronteerd. „Mede door de enorme schaalver groting en de onderwijskundige veranderingen is de praktijk van de examens volledig ontgroeid aan het juridische stelsel, dat destijds door de wetgever passend werd ge acht", aldus de commissiePolak, die vervolgt met te stellen, dat er door dit juridisch vacuüm nogal wat competentieproblemen ont staan tussen (sub)faculteitsraad, examencommissie, vakgroepsbe stuur en kroondocent, die „in voorkomende gevallen beurtelings hun verantwoordelijkheid en/of zeggenschap onderstrepen". Centraal echter behoort volgens de commissie de vraag te staan: „Wat mag de (sub)faculteitsraad regelen, wat behoort tot de competentie van de examencommissie en wat is de verantwoordelijkheid van de indivi duele examinator? " aldus de com missie, die daarop overigens voor alsnog het antwoord schuldig blijft. Al weet ze één ding zeker: „het be palen dat een student voor het exa men is geslaagd, als hij bij voor beeld voor een tentamen een vijf en voor de overige tentamens een voldoende heeft behaald (de zoge heten compensatieregeling red.) be hoort tot de bevoegdheid van de examencommissie. Het is de com missie gebleken dat het nogal eens voorkomt, dat de (sub)faculteit in het examenreglement deze (of ver dergaande) voorschriften op neemt", aldus de commissiePolak.
Artikel 55 Van groot belang voor de niteinde lijke advisering van de commissie Polak is natnnrigk de vraag, in hoe verre zij iets heeft gehad aan de be vindingen, die zgn opgedaan bij het experimenteren met de bestnnrs slrucluur op grond van het speciaal met dit doel in de wet opgenomen beroemde experimenteerartikel 55. Het antwoord, dat de commissie TtV op deze vraag geeft Inidt: nan iveiijks iels. En wel om de volgende reden. Volgens Polak cum suis kunnen „op de keper beschouwd" drie ty pen verzoeken voor een experimen tele bestuursstructuur worden on derscheiden. Ten eerste het experi ment, waarbij, zo stelt de commis sie: „de machtsverhoudingen voor op staan". De zetelverdeling in (sub)faculteitsraad of het vak groepsbestuur is dan inzet. „Vaak komt het neer op een terug dringen van de invloed van weten schappelijk personeel ten gunste van studenten en nietwetenschap pelijk personeel", schrijft de com missie. Enthousiast over dit soort experi menten is ze beslist niet. „Bij de experimenten van dit type heeft het veranderen van de zetelverdeling en de verkiezingsprocedures te veel op de voorgrond gestaan. Voorbij is gegaan aan het feit, dat de wet gever in de samenstelling van de organen (het professionele karak ter) mede een garantie heeft ge zocht voor de bewaking van de kwaliteit van onderwijs en onder zoek. (...) De verzoeken, die tot dit type kunnen worden gerekend moeten naar het oordeel van de commissie niet zozeer worden ge zien als een poging tot experimen teren maar veeleer als een middel om ontheffing te krijgen van WUBbepalingen, die men niet ge wenst acht", aldus de commissie, die daarover verder meldt, dat „uit de gereed gekomen rapportages van de CoUeges van bestuur niet overtuigend naar voren komt, dat de bestuursstructuur, waarmee men heeft geëxperimenteerd, heeft bij gedragen tot de doelmatigheid van bestuur en het hooghouden van de kwaliteit van onderwijs en onder zoek". In de experimenten van dit type kan de commissie dan ook geen Waardevolle elementen vinden, die zi] in haar aanbevelingen zon wil len overnemen, zo stelt ze letterlijk. Met andere woorden: de commis siePolak zal niet met voorstellen komen, waarin de invloed van het
wetenschappelijk personeel zal worden teruggedrongen ten gunste van studenten en nietwetenschap pelijk personeel. Een tweede type experiment is dat, waarbij men probeert andere op lossingen te kiezen voor een con creet bestuurlijk probleem en men aanloopt tegen de detaillering van deWUB op bepaalde onderdelen. Een voorbeeld uit de praktijk, waarmee men nogal eens moeilijk heden heeft is het voorschrift, dat een kroondocent altijd voorzitter van een vakgroep moet zijn. Over dit type experimenten oordeelt de commissie positiever. Zij vindt er de aanwijzing in, dat er in de toe komst meer mogelijkheden moeten zijn om, afhankelijk van de situa ties ter plekke, zelf de bestuurlijke problemen op te lossen. Een derde type vormen die experi menten, die „voortkomen uit een andere aanpak van onderwijs en onderzoek", wanneer die andere opzet bijvoorbeeld leidt tot een af wijkende opzet van de onderwijs en onderzoekssituatie, waardoor op onderdelen een andere inrich ting van de bestuursstructuur nodig is. Dit nu zijn in de ogen van de com missie Polak, de experimenten in „werkelijke" zin, omdat de WUB immers een „klassieke onderwijs en onderzoekssituatie veronder stelt". Tot spijt van de comnrissie leden echter werden er geen ver zoeken voor dit soort experimenten ingediend, al zaten er in de verzoe ken om afwijkingen in de zin van tjfpe 1 en 2 wel eens elementen van type 3. Afrondend concludeert de commis sie dan ook, dat „zij geen reden ziet om in de toekomstige wetge ving een soortgelijke bepaling op te nemen. Zij zal er in haar aanbeve lingen naar streven om gedetail leerde wetgeving te voorkomen en zij zal voorts aanbevelen om op be paalde punten een dispensatierege ling in te bouwen, zodat binnen de eigen instelling een aantal voor komende problemen kan worden opgelost."
Bijdrage De Commissie voor de Bestuurs hervorming laat zich ook zeer dui delijk uit over de criteria waaraan een student moet voldoen wil hij of zij lid kunnen zijn van een vak groep. Polak cum suis vinden het noodza kelijk dat een student alleen tot een vakgroep mag behoren wanneer hij ,.daadwerkelijk bgdraagt aan de vormgeving van het onderwijs en/of onderzoek van de vakgroep". Die bijdrage moet worden verricht on der toezicht van één van de leden van het wetenschappelqk personeel van de vakgroep. De Commissie hecht eraan dat dit minutieus geregeld wordt. Wordt aan dit bijdragecriterium een rui me interpretatie gegeven en komen er derhalve veel studenten in een vakgroep, dan heeft deze „organi satieeenheid" naar de mening van deze commissie voor de studenten „meer het karakter van een „kies college" voor hun vertegenwoordi gers in het vakgroepsbestuur, dan van „werkeenheid" ". Wanneer vakgroepsbesturen niet conform de WUB zijn samenge steld, dan kan het College van Be stuur volgens het evaluatierapport „onwillige" subfaculteiten nauwe lijks dwingen veranderingen aan te brengen in de bestuurlijke situatie op het basisniveau. „Een belangrijk knelpunt hierbij is," stelt de commissie, „dat de WUB niet voorziet in bruikbare sancties op dit punt. De invoering en naleving van de WUB hangt in hoge mate af van de goede wil en het verantwoordelijkheidsgevoel van de betrokkenen. Achteraf kan worden vastgesteld dat (ook) op dit punt de wetgever de WUB slecht heeft toegerust. De moge lijkheid van artikel 57 WUB" (het regeringscommissariaat, red.) „om in te grijpen bij Algemene Maat regel van Bestuur is in de praktijk „te zwaar" gebleken: het is moei lijk toepasbaar in voorkomende si tuaties."
Uit de veelheid van alles waarover de CommissiePolak zich met be trekking tot de WUB heeft uitgela ten, moet verder nog wórden aan gestipt, dat zij meent dat lang niet altijd de meningen en opvattingen van de bestuurden weerspiegeld worden door de bestuurders. „De representativiteit hangt op sommige punten aan een dunne draad", zo lezen we. De commissie staaft deze stelling ondermeer met de constatering dat vaak de afstand tussen bestuurders en bestuurden erg groot is; de kring van potentiële bestuurders beperkt is en de opbouw vanaf de basis niet tot zijn recht is gekomen omdat er onvoldoende koppeling is tussen besturen op het midden en topniveau en omdat op het mid denniveau de coördinatie met het basisniveau slechts informeel tot uitdrukking kan komen via bijvoor beeld een vertegenwoordiger van een vakgroep in een (sub)faculteits raad of commissie. Eveneens bezorgd toont de com missiePolak zich over de mate waarin een vakgroep toezicht kan uitoefenen op het werk van leden van het wetenschappelijk corps. „Vastgesteld is dat van stimulering en controle niet veel sprake is en dat de werkrelaties kunnen worden gekarakteriseerd door een grote mate van de maatschappelijke druk op de universitaire taakuitoefening is de Commissie tot slot van oor deel dat er sprake is van een te grote mate van vrijheid en dat te veel wordt overgelaten aan het zelfreinigend vermogen van een vakgroep." (Johan Kortenray, Rob Bartlema, Ton Elias Jr.; Folia C ivitatis, GUPD)
Vervolg van pag. 3
Aktie voor ander onderwijs politicologie
als het gaat om onderwijs aan gro tere groepen. Prof. Kuypers, gevraagd of hij in derdaad meent, dat hij zelf in deze kwestie buiten diskussie staat, zei ons: „Geen sprake van. Stel je voor. Ik heb wel gezegd, dat het in deze kwestie om meer gaat dan om mijn persoon. Verder wacht ik al bijna drie maanden op voort zetting van deze diskussie:" Of hij de eerstejaars als „stoute kinderen" zou zien? „Geen sprake van. Ten eerste zie ik ze niet als kinderen en ten tweede is je zelf (laten) misleiden iets totaal anders dan stout zijn." Op de vraag of hij in het cursusjaar 1979/1980 weer het kollege inleiding in de politicologie voor de eerstejaars geeft antwoordt hij: „Het is al zo vaak gezegd. Nee. Voor dat cursusjaar waren al bij stellingen voorzien lang voordat deze eerstejaars aankwamen." De diskussie waar prof. Kuypers zegt al bijna drie maanden op te wachten zal binnenkort voortgezet worden. De eerstejaars gaan weer met de vakgroep praten, zo hoor den we van Kees. En wat die mis leiding betreft. Waar zou de hoog leraar nu precies op doelen. Zelf wilde hij dat niet nader verdui delijken. Welk spook waart rond in het hoofd van de hoogleraar. Heeft hij Peking misschien op het oog, of Moskou, waar hij zelf ooit nog eens correspondent van het Handelsblad is geweest? Kees zegt hiervan: „Hij zal wel op Mundus doelen maar ik begrijp niet wat hij onder misleiding verstaat. Het moet duidelijk zijn, dat wij met z'n allen ontevreden waren, ja zelfs baalden van zijn kollege Als wij dan niet serieus genomen worden dan komt die onvrede tot uitbarsting. Praten over misleiding gaat voorbij aan de diskussie over de problemen die er zijn."
Dr. ir. H. Hoogendoom
In feite ging het om de presentatie van een nieuwe tandpasta, maar dat moest nog even een geheimpje blijven. ,J)at mogen jullie vooral niet tegen de pers zeggen nog," had Akzo Dental Research de wetenschapsvoorlichter van de VU drs. Jan Albert Dop toegefluisterd. Dat was op de presentatiedag, pardon, op de dag waarop de pers in een zaaltje van de tandheelkundefaculteit aan de VU kennis kon maken met ,een opvallende 'doorbraak in de strijd tegen caries, één van de belangrijkste problemen voor de volksgezondheid in de welvaartslanden". Een stukje wetenschap van allure. Een nieuwe vinding, gedaan door dr. ir. H. Hoogendoorn (47), die rui jarenlange onderzoekingen een natuurlijke afweer^^ tegen de caries in 't speeksel had ontdekt: dat zit 'm in bepaalde enzymen. En als je nu een methode vindt om^die afweer te versterken, dan heeft de snode tandbederver heel wat minder te vertellen. En die vond Hoogendoorn... Een nieuwe tandpasta — Zendium, met zijn adviesprijs van f 3,25 per tube van 50 ml. met de goedkoopste, maar ook niet de duurste, op de markt gebracht door Akzo Dental Research. Daar draaide het om op die persbijeenkomst. De com mercie. En een wetenschappelijk jasje daar omheen, dat stond goed. Wetenschapsvoorlichter Dop vertelt: „Voorlichting werd opgebeld door kranten die van de perskonferentie hadden gehoord, maar, wij wisten van niets. Wij dachten wel onmiddellijk aan zaken die stiekum geregeld waren. Bij tandheelkunde waren de mensen die er wat van konden weten op dat moment niet aanwezig." De persbijeenkomst. Dop: „Daar ben ik naar toe gegaan. Er werd een persmap uitgedeeld en ook een boek, „Tandheelkundige pre ventie en haar wetenschappelijke basis" (geschreven door een keur van — universitaire — tandheelkundigen voor de hele tand heelkundige wereld, oplage: 9.000 ex., gratis verspreiding, red.). Er werd een wetenschappelijke film gedraaid en er was een panel om vragen te beantwoorden. De tandpasta kwam later. Na de pauze. De PRboy van Akzo (public relations, red.) glom als een opgeblazen kikker." Dop informeerde bij hem: ,Mij had gehoord dat zoiets hier wel kon. Benaderde het congresbureau van de VU voor een pers konferentie/„gastcollege". Het werd heel snel gespeeld. In Utrecht (rijksuniversiteit, re)d.) slaagde die niet. Daar mocht het niet. Hier wel. Men is er hier gewoon ingevlogen:" Prof. dr. B. Houwink (preventieve en sociale tandheelkunde aan de VU) was er stomverbaasd over dat het allemaal op de VU gebeurde. Hij was voor het panel gevraagd, maar had geweigerd. Reden: bij Akzo, waarvoor (de microbioloog) Hoogendoorn werkt, zijn te snel konklusies getrokken uit een onderzoek dat nog loopt. Een nieuwe tandpasta of hoe de wetenschap meewerkte om een „gat in de markt' te vullen. (J.v.d.V.)
^H 'iWL
H
^ÊÊÊKKP^"' ^ÊÊÊÊ ^^n^^^j
^^9^^^^^^^^^^i
1 ^K'*^^" ^ H
1
^R^^J^UH
w* .
BBllli|||
K^H
H
De staatssecretaris mevr VederSmit ontving tevoren een delegatie van Akzomensen en wetenschappers op haar departement. Goed voor een leuk PRplaatje voor de persmap, waarop de Nijmeegse prof. König, een van de auteurs, voor haar het nieuw verschenen boekwerk doorbladert.
Voorzitter AZVUdirectie opgestapt De voorzitter van de directie van het Academisch Ziekenbus van de VU, ir. F. N. de Rooy heeft in overleg met het ziekenhuisbestnur Tijn ftinktie als lid en voorzitter van de directie neergelegd. De reden hiervoor is, dat hij niet goed kon funktioneren in de direc tie, waarbinnen de onderlinge sa
menwerking een probleem was ge worden. De heer De Rooy kwam in niei W77 in dienst van het AZVU. in zijn arbeidsovereenkomst is toen een „ever greenclausule" opgeno men. Zo'n clausule houdt in, dat de arbeidsperiode waartoe je je verbindt in de loop van de tijd kan V. orden herzin. (Red.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's