Ad Valvas 1978-1979 - pagina 37
AD VALVAS — 8 SEPTEMBER 1978
g
metode'
ijsresearch blemen een kursus ontwikkeld, waarin de effekten van verschillende trainingsmethoden werden nagegaan. De drie technische hogescholen samen zijn in een zgn. 'proeftuin' bezig kursussen en praktika te ontwikkelen, die noodzakelyke basisvaardigheden moeten aanleren. Ook in het medisch kurrikulum neemt leren problemen oplossen (diagnose, therapie) een centrale plaats in. De vakgroep onderwijsresearch van de Erasmusuniversiteit experimenteert in verband hiermee met verschillende onder-, wijsvormen als zelfstudie, simulatie en groepswerk. I n de rechtswetenschappen is onderzoek verricht
'Eerst dan pas
Missionaristrekken In 1976 werd het Derde Nationaal Kongres gehouden. Geopend met een belangwekkende rede van minister Van Kemenade en welkom geheten door prof. H. van Bekkum, de rektor van de TH Delft. N.a.v het kongresthema 'Onderwijsresearch en Praktijk' merkte hij op: 'dat van de onderwijskundigen vaak diplomatie en missionaristrekken worden gevraagd.' En 'weet de onderwijskundige niets van het vakgebied en heeft de docent geen idee van zijn tekortko-
herprogrammeren, herstruktureren
naar een belangryke beroepsvaardigheid van de jurist: het oplossen van casusposities.
Niet alleen
ten gemeld.' Tot zover Van Woerden.
kennis
In de nieuwe medische fakulteit in Maastricht worden kursussen ontwikkeld die behalve op wetenschappelijke vorming expliciet gericht zijn op het ontwikkelen van een kritische instelling t.o.v. vak en beroep in deze maatschappq. Frojektonderwijs is zo'n onderwijssysteem, waarin de twee vaak verwaarloosde doelstellingen van het wetenschappelijk onderwqs — interdisciplinair Ieren denken en het ontwikkelen van maatschappelqk verantwoordeMjkheidsbesef bewust worden nagestreefd. En wel in een meer gedemokratiseerde verhouding student-docent. Maar een docent zonder kateder en een student zonder rooster moeten wel aan hun 'vrijheid' wennen, voordat zij de nieuwe leermogelijkheden van projektgroepen onderkennen. Ook moeten ze elkaar beter leren kennen, voordat ze met elkaar kunnen samenwerken. Diverse RWO-bureas hebben ervaring met de invoering van projektonderwijs. Voor het onderwijs in de propedeuse, waaraan steeds grotere aantallen studenten deelnemen is kennisoverdracht d.m.v. grote groepen naar vorm èn inhoud een zeer ondoelmatige vorm van onderwijs geworden. In een onderwijsbestel, waarin bovendien het aantal kontakturen student-docent verder omlaag moet en goede begeleiding van studenten onmogelijk wordt, moet meer verwacht worden van zelfstudiesystemen. De voor de studie onmisbare begeleiding wordt hier opgevangen door sturing en kontrole in het studiemateriaal in te bouwen. Deze principes van leerstofstrukturerii^ en terugkoppeling over de gemaakte vorderingen in de studie zijn systematisch toegepast in de zgn. individuele studiesystemen (ISS).' (Ditzelfde principe Hjkt ook bruikbaar te zijn voor studie in groepjes van twee of drie studenten, o.a. door de afdeling onderwijsresearch op de VU worden daarvoor momenteel de mogelijkheden onderzocht.) 'Dezelfde faktoren, die indivldualisertt^ van het onderwijs wenselijk maken, ztjn er de oorzaak van dat het onderwijs technologiën te hulp riep om de toenemende problemen in de kennisoverdracht- en -toetsing het hoofd te kuimen bieden. Aangetoond is dat audio-visuele middelen voor zeer beperkte instruktietaken (o.a. vaardigheidstrainingen) een onvervangbare funktie kunnen vervullen. Voor wat de toepassing van de komputer betreft ter vervanging van bepaalde instruktietaken van de docent, wordt door de BWO-werkgroep Computer Assisted Instruction eveneens bescheiden resulta-
mingen dan wordt een kort kontakt niet meer dan het applaus van twee éenarmigen.' Van Kemenade, toen nog aan het hoofd van het onderwijsdepartement, beklaagde zich over de onvoldoende programmering van het onderzoek van het onderwijs ('wat gebrek aan kontlnuiteit tengevolge kan hebben en de mogelijkheid schept van een zeker hobbyisme van de onderzoekers bij de kexize van het probleemveld') en over de geringe koördinatie van de onderwijsresearchcentra in Nederland. Trouwens, 'ook de relatie met instellingen voor onderzoek van het niet-unlversitair onderwijs zouden beter kuimen.' Voorts noemde hij als voornaamste problemen: de geringe toepasbaarheid van de konkrete onderwijsresearchresultaten in de bredere onderwijspraktijk. Evenals de wijze van financiering van het onderzoek. 'De RV^^O-buro's worden behoudens enkele uitzonderingen, zoals in het geval van de eerder genoemde samenwerkingsprojekten, geheel in stand gehouden via de primair op studentenaantallen, niet op zwaartepunten en kwalitatieve overwegingen gerichte, eerste geldstroom. De research van het niet-universitalr onderwijs vindt daarentegen vnl. plaats via projektsubsidies, d.w.z. de tweede en derde geldstroom.' Op het departement bestaat volgens Van Kemenade een steeds grotere behoefte aan uit onderwijsresearch afkomstige kennis. Hij dringt aan op nader onderzoek op het terrein van de onderwijsdichtheid, van kostenbesparende studiesystemen en technologische hulpmiddelen, van selektie en signalering. Het kongres zelf vormde een interessante mogelijkheid voor de konfrontatie van onderzoekers en gebruikers (vnl. de docenten). Niet alleen lezingen en diskussies vulden het programma. Ook een echte marktplaats bood de onderwijsresearch de gelegenheid haar waren aan de man te brengen.
In de steigers De ontwikkelingen binnen het universitair-onderwijs researchwereldje werden in 1976 zowel versneld als doorkruist door het verschijnen van het zgn. rapportWeiten, 'onderwijsonderzoek in Nederland'. Ruim twee jaar lang hadden de drie leden (niet-onderwijsresearchers) in opdracht van de minister geënquêteerd, gestudeerd en geëvalueerd, vooral op de organisatorische aspekten van de onderwijsresearch. Ze kwamen o.a. met de aanbevelingen dat 'het onderzoek ten dienste van de onderwijskundige wetenschap, resp. het onderwijsveld of de beleidsinstanties, door aparte organisaties moet worden uitgevoerd'. En 'er moet een meer gecentraliseerde struktuur komen voor, , het onderwijsonderzoek'.
(Daarbij werd biJv. het CBOWO een grotere rol dan totnogtoe toegekend.) De Contactgroep RWO is het op belangrijke punten oneens met de aanbevelingen van de kommissie. Voortbouwend op de eigen kritiek op het rapport-Welten komt in oktober 1977 het bestuur van de CRWO met een voorstel voor een beleidsplan: 'Onderwijsresearch in de steigers'. Uitgangspunt daarvan is dat de belangrijkste taak van de RWO-centra is en blijft de dienstverlening aan het onderwijsveld. Er zou ook gewerkt kunnen worden aan beleidsondersteimend onderzoek. Dat moet echter in principe apart worden gefinancierd. Het onderzoekbeleid van de Contactgroep als landelijk koördinatiepunt richt zich op de programmering, koördinatie en plarming van het onderzoek dat van belang is voor de oplossing van landelijke problemen. Men denkt dat te doen
door het opstellen van mantelplannen. Zo'n mantelplan zou Terschillende; deelprogranuua's omvatten, waaraan door de diverse researchcentrai grotendeels apart wordt gewerkt. Financiering zou uit alle drie de' geldstromen moeten plaatsvinden' d.w.z. door de universiteiten, door een uitgebreide Stichting voor Onderzoek van het Onderwqs (momenteel subsidieert die alleen' niet-universitair onderwas) en door de overheid. Mogelqke thema's voor mantelplannen zijn: individualisering van het onderwijs,' kurrikulumevaluatie en herprogrammering, projektonderwijs, werkstudenten en avondonderwijs,' deskundigheidsbevordering van' ' docenten. In het voorstel wordt eveneens ingegaan op de kwaliteitsbewaking; van het onderwijskundig onderzoek. Het CRWO-bestuur meent; dat dit door deskundigen op het-zelfde gebied moet gebeuren (dus niet door universiteitsbestuurdersi of ambtenaren van het departement). Die deskundigen zullen btjj voorkeur gezocht moeten wordeni in die centra die niet bij bepaalde! Projekten betrokken zijn. Het beste zou zijn als ze het onderzoek: niet alleen (meestal achteraf) beoordeelden maar ook (in een eerder stadium) zich inlieten met advies en begeleiding van de uitvoerende onderzoekers. Eerste voor-
waarde voor elke beoordelit^sprócedure moet echter zijn dat de beoordelingsprocedure duidelijk is en toegankelijk voor alle onderzoekers en potentiële gebruikers. De CRMO voelt veel voor het idee uit de Nota Wetenschapsbeleid van ex-minister Trip om als onderwijsresearchers te komen tot een zgn. werli^emeenschap. Zij zou daar zelf het bestuur van willen vormen. De reakties van de RWO-centra op het voorgestelde beleidsplan tenderen naar lichte Skepsis. Skepsis zowel wat betreft de bereidheid tot grotere onderlinge samenwerkmg als de reële mogelijkheid van landelijke Projekten. Eén van de centra maakt een schatting dat daarvoor momenteel hoogstens tien mensen vrijgemaakt kunnen worden. Voorts is niet iedereen even blij met de centrale rol die CRWO zichzelf toedenkt. *) Voornaamste 'bronnen: Klauw, C. F. en Wagemakers, J. J. W. M., Onderzoek en ontwikkeling van onderwijs aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen, januari 1976. Verkenningscommissie Onderwijsresearch, Onderwijsonderzoek in Nederland, Den Haag 1976. Onderwijsresearch in de steigers, voorstel van het bestuur CRWO, september 1977.
'Patiënt kan zelf even tandarts zijn' Vervolg van pagina 1 Tandheelkunde. De VU heeft toen als eerste een overeenkomst gesloten met de Amsterdamse ziekenfondsen om een centrum voor de behandeling van deze mensen in te richten met een speciale tariefstelling. Die overeenkomst is nu een soort voorbeeldregeling geworden en heeft als wettelijke regeling de Staatscourant bereikt. In Utrecht, Nijmegen maar ook in Alkmaar (niet-universltair) zijn nu ook zulke centra in oprichting. Deze materie komt ook op het kongres ter sprake.
'Open
Huis'
Behalve het feestprogramma, waarover straks meer, is er naast het kongres nog een belangrijk gebeuren op 14 en 15 september. Evenals vorige jaren (eens in de twee jaar) houdt de subfaculteit weer 'Open Huis'. Waren het vroeger alleen de ouders en kennissen, die eens konden zien wat er zoal aan tandheelkundige werkzaamheden door zoon, dochter of vriendlief wordt verricht, dit keer is het aantal doelgroepen voor de gelegenheid uitgebreid. Ook het VU-personeel, de studenten van de VU én de mensen, die in de omgeving van de Vu wonen mogen nu komen kijken onder het motto: 'Patiënt kan zelf even tandarts zijn'. De laatste doelgroep omdat in de omgeving van de VU patiënten worden geworven voor onderwijsdoeleinden. Tenslotte zijn ook nog de hoogste klassen van dertig middelbare scholen uitgenodigd. Vorige jaren waren vooral het 'goud slingeren' en het zelf boren op ingegispte tanden en kiezen behoorlijke trekpleisters op een manifestatie als deze. Dit jaar wordt het 'Open Huis' niet in Provisorium I en I I gehouden maar in de foyer van het hoofdgebouw in kombinatie met de 'Dentale Expositie'. Er zullen vijf stands zijn te bezichtigen: de conserverende stand, de prothetische stand, de orthodontische stand, de mondhygiëne-stand en de techniek-stand. Geprobeerd zal worden inzicht te geven in de verschillende tandheelkundige behandelingen en de bijbehorende technieken. De tandheelkundige 'equipment' zal dit jaar minder uitgebreid kunnen ztJn dan in het Provisorium maar films, band(sic) dia-series, modellen, foto's en demonstraties door studenten zullen verhelderend genoeg zijn. Bovendien zullen dit keer mondhygiënistes de geïnteresseerde inwijden in de geheimen van de mondhygiëne en hem kennis laten maken, met l(iet grote arsenaal
aan attributen, dat daarbij tegenwoordig kan worden gebruikt. En dan is er ook nog de Dentale Expositie met stands van o.a. het Ivoren Kruis.
Stripteeth Een aardigheidje van dit kongres vormt de aanbieding van enkele unieke folders, noviteiten op hun gebied. Voor de vier miljoen nederlanders, die het met een gebit moeten doen schijnt nog nooit een voorlichtingsfolder vervaardigd te zijn, dat enig inzicht verschaft in deze prothese. Terwijl mensen, die gezegend zijn met een rij ivoren wachters, hoe ook van kwaliteit, overspoeld worden met foldermateriaal. Bij de VU besefte men dit gemis en een werkgroepje toog aan het werk. Dankzij een gezamenlijke aktie van alle subfakulteiten Tandheelkunde, de Maatschappij en tandartsen kwam de folder tot stand. Donderdagochtend wordt hij overhandigd aan het Ivoren Kruis. Datzelfde gebeurt met nóg een andere folder, die speciaal mikt op de doelgroep 'spelers van blaasinstrumenten'. Willen deze muzikanten een redelijke partij meeblazen dan zullen ze over een eigen stel tanden en kiezen moeten beschikken. Zo'n 50.000 blazers kunnen uit deze folder (een poster) vernemen hoe hun specifieke problemen liggen en waar ze terecht kunnen. De blazers van het VU-orkest zullen de aanbieding van de folder volmondig begeleiden. Tenslotte het feestprogramma.
Centraal staat donderdagavond het cabaretprogramma 'Stripteeth', gebracht door uitsluitend medewerkers van Tandheelkunde en mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Algemene Bank Nederland. De cabaretiers hebben een jaar lang gerepeteerd en zullen toestanden en misstanden op het dentale front in het algemeen en de subfakulteit in het bizonder blootleggen. Kalk: 'Dat kunnen de medewerkers zelf het best'. Zoals het programmaboekje zegt: 'Er is aanleiding genoeg om de spiegel weer eens op te poetsen en daar met enige zelfspot voor te gaan staan'. Na deze 'onthullende' voorstelling in de aula, waarvan een plaatopname wordt gemaakt, ziJn de 800 genodigden welkom op het 'swingende besluit van deze eerste dag', dat ondersteund zal worden door het 'Loosdrechts Kwartet'. Ook in de aula. Vrijdagavond wordt er een gigantische zeilrally gehouden met 105 boten voor 700 mensen (bijna alle leden van de subfakulteit met introducées), die besloten wordt met een barbecue-festijn in Mijnden. De organisatoren zijn meer dan een jaar bezig geweest met de voorbereiding van dit lustnmi, dat heel wat kost. De begroting is sluitend o.a. door de subsidie van enkele banken, die graag tandartsen financieren. De 800 deelnemers aan het lustrum zelf hoeven maar 25 gulden toegang te betalen. Rest nog even te vertellen, dat er ook nog een fraaie almanak met tien jaar Tandheelkunde-historie op de persen ligt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's