Ad Valvas 1978-1979 - pagina 351
AD VALVAS — 30 MAART 1979
'Ik heb ook nog een middag
aan de lopende
band gestaan
wat me bijna woest
maakte'
Theologiestudenten werkten incognito in Rotterdamse fabrielcen De ervaringswereld van de arbeider dringt nauwelijks door tot de veertiende verdieping van het VU-hoofdgebouw, waar de theologiefakulteit gehuisvest is. Dat is de indruk van een viertal theologiestudenten na een werksfage gedurende twee en halve week in Rotterdamse fabrieken. Het kwartet bestaande uit Adri van der Wal, .Taap van Maanen, Juut Meyer en Frans Schouwenaar doorliep de stage onder begeleiding van de in de havenstad gevestigde Calama-groep. Deze groep bestaat uit mensen, voornamelijk priesters, vormingswerkers en studeriten, die zijn gaan wonen in arbeiderswijken en die werken in fabrieken om op deze manier een beter kontakt te krijgen met de arbeiders die zij zien als de verdrukten in de maatschappij. Eind vorig jaar kwam de Calama-groep van Rotterdam in het nieuws toen een bekend ochtendblad met vette letters op de voorpagina meldde dat bisschop Simonis misleid was door een groep maoïstische priesters die subsidiegelden van hem zou hebben afgetroggeld voor „revolutionaire doeleinden" in Latijns Amerika. Een gesprek met het viertal over hun kennismaking met Calama, hun ervaringen in de fabrieken en de invloed daarvan op hun student-zijn in de theologie. Verder hebben we geput uit het relaas van hun kortstondig arbeider zijn in het theologische fakulteitsblad „Klaxon". De Calama-groep ontleent haar naam aan een stad in Noord-Chili, Calama (kelmtoon op de tweede lettergreep) waar de belangrijkste Chileense kopermijnen liggen. Begin 1971 begon een groep pastorale werkers aan een experiment. Zij voelden zich aangesproken door het lot van de mijnwerkers maar kwamen er achter dat zij vanuit hun bourgeoisie-achtergrond niet werkelijk met de arbeiders konden samenwerken. Ze gingen daarom de mijnen in om de ervaringen met de korapels te delen. Na de val van Allende in september 1973 moest de groep het land verlaten en was er sprake van een diaspora. Sindsdien hebben ze zich gevestigd in Quebec, Chicago, Manilla, Ludwigshafen (West Duitsland), Parijs, Brussel en Rotterdam. In deze laatste stad woont nu een twaalftal Calama-leden, die in tweetallen over de stad verspreid m arbeidersbuurten wonen en in fabrieken werken. Met deze groep kwamen de vier theologiestudenten het vorige jaar in aanraking. Jaap, Juut en Frans volgden een kursus aan het Hendrik Kraemer instituut, het zendingsinstituut van de hervormde en gereformeerde kerk te Oegstgeest. In 't kader van een Latijns-Amerikaweek kwam daar ook de Rotterdamse Calamagroep op bezoek die stages aanbood. Het drietal voelde hier wel voor. Later kwam Adri erbij wiens interesse voor Calama al was gewekt door een artikel in Hervormd Nederland v'an begin vorig jaar. Frans heeft twee weken gewerkt op de dropkokerij van de Gilda-suikerwerkfabriek. Daarvoor had hij nog nooit in een fabriek gewerkt. Het was voor hem een hele openbaring iedere morgen vroeg om kwart voor zes op te moeten en met een apart busje naar het werk getransporteerd te worden. Ik moest een gastarbeider helpen met het kiepen van bakken grondstoffen in de ovens. De temperatuur was konstant dertig graden. Er was veel stromend heet water en soms kookten de ketels over. Ik hoorde later dat er ook stoffen vrij kwamen die gevaarlijk zijn voor je gezondheid. Een Marokkaan had met huiduitslag zelfs een tijdje in het ziekenhuis gelegen. Toen hij terug kwam moest hij precies hetzelfde werk weer gaan doen." AI snel werd Frans bij de ovens weggehaald door een Nederlandse kollega met wie hij grondstoffen moest afwegen. „Dat werk was minder heet en minder druk. Ik
Hele dag staan heb ook nog een middag aan de lopende band gestaan wat me bijna woest maakte. Dat gold ook voor Iw ee meisjes die af en toe zo kwaad werden dat ze elkaar planken met drop naar het hoofd gingen gooien. Na een dag of wat ben je ingewe'-kt en bekruipt je de verveling. Je begint dan wat te dromen. Je vraagt ie af hoe het mogelijk is dat mensen met mooie baantjes die hun eigen tijd zelf kunnen indelen goed kunnen praten dat zij daarvoor vorstelijk betaald worden terwijl arbeiders voor hele dagen rotwerk maar het minimumloon ontvangen."
Bart
Muysson
Juut had ook een baantje gevonden bij de suikerwarenindustrie. Ze heeft gewerkt aan de „Tum-Tum", een produkt van de snoep- en suikerwerkfabriek „Lenco". „In hoog tempo kwamen de snoepjes een glijbaan af en werden door een Turkse vrouw opgevangen in doosjes die door een Surinaamse waren klaargezet, door een andere Turkse gewogen, door "een Rotterdamse dichtgevouwen en door mij van twee plakbandjes voorzien. We stonden de hele dag en mochten alleen in de pauze zitten. Om de haverklap moest ik het vastgeraakte beginnetje van mijn plankband lospeuteren en stapelden de doosjes zich voor mij op. Het met de hand knippen was bijna niet te doen in dit tempo. Op 'n morgen was m'n duim kapot en toen ik de cheffin om een pleister vroeg kreeg ik die na vijf kwartier. Maar toen ik later nieuwe rollen plankband nodig had kwam ze er binnen de minuut mee aanhollen. Juut had de indruk dat bij Lemco de vrouwen veel harder moeten werken dan de mannen. Bovendien bewaart zij zeer slechte herinneringen aan een personeelsvergadering die ze in haar korte werkperiode toevallig mocht meemaken. (De volgende vergadering zou pas over drie maanden plaats vinden.) „De Turkse vrouwen bleken er achteraf niets van begrepen te hebben. Een klacht van een inmiddels vertrokken arbeider dat het hier net een concentratiekamp zou zijn wimpelde de direkteur, die de helft van de vergadertijd vol praatte, af met de opmerking: We hebben nu eenmaal een oude fabriek met oude machines. Ik zou het ook liever mooier zien, met een sauna en een zwembad."
Hoog
tempo
Adri vond emplooi bij een vetfabriek in Zwijndrecht waar hij aan de lopende band gezet werd. D e eerste week zware dozen opstapelen, de tweede week deksels plaatten op blikken vet. „Het bleek alleen vol te houden met verstand op nul en blik op' oneindig". Door de herrie op zijn afdeling kreeg Adri weinig gelegenheid om in gesprek te komen met zijn kollega's aan de band. „Het hoge tempo van de band hing enkelen van hen op een keer zo de keel uit dat ze als teken van machteloos protest sabotage pleegden. Een doos werd verkeerd op de afplakmachine ingeschoven waardoor de produktie twintig minuten stil kwam te liggen. Vervolgens was de voorman, één van de drie leidinggevenden op de afdeling niet meer bij de band weg te branden." Jaap heeft in die korte spanne tijds zelfs drie baantjes versleten. Eerst kwam hij te werken bij Polyplastics, een bedrijf dat caravanramen fabriceert. Daar moest hij houten stellingen op elkaar zetten. Het werk vond hij niet zwaar maar wel saai en vermoeiend omdat hij de hele dag moest staan. „Af en toe staat de chef me te begluren of ik het wel goed doe. Ik kijk voortdu-
rend op de klok. Hoe lang nog voor de koffie?" Iedereen in het bedrijf kreeg per dag een kwait liter melk vanwege de giftige stoffen, zoals Jaap later hooide. Hij was met een uitzendbureau oveieengekomen om \ier weken dit werk te doen maar Jaap kon na een week al weer opstappen. „Ze waren over uw arbeid niet zo te spreken", kreeg hij van de chef te horen. Jaap vermoedt dat de leden van zijn congé lag in het feit dat hij af en toe tijdens hel werk ging zitten als er niets te doen was. Daarna heeft hij twee dagen in de keuken van het Ikaziazickenhuis bij „een bloedhete afwasmachine" gestaan. Verder moest hij kaïren met ctensbladen naar de velschillende verdiepingen brengen. Het werk was doodveimoeiend; de hele dag staan maar de arbeidssfeer was wel persoonlijker. N a twee dagen was er geen werk meer en de rest van de werkstage heeft hij volgemaakt bij Snikkens, een groothandel in centrale verwarming en sanitair, waar hij schroefjes in het magazijn bij elkaar moest garen aan de hand van orders van firma's. „Het intelligente werk" zoals de onderdirekteur lachend aan Jaap vertelde.
Andere
behandeling
Wat is nu het bijzondere aan de werkervaringen van de theologiestudenten? Bijna iedere student heeft toch in vakantietijd wel eens
De vier
snel je als student in zo'n milieu door de mand valt. Iemand met wie ik de tweede week aan de band stond had me toch al wel als student getaxeerd.
Analyseren Adri wijst op een ander verschil met vakantiewerk. „Je bent dan bezig voor het geld. Machtstrukturen in bedlijven vallen je misschien dan wel op maar nu gingen we echt analyseren en spraken we elke avond onze ervaringen door. Hoe ligt de verhouding werkgeverwerknemer." Hoc gaan de mensen in de bedrijven met elkaar om? 's Avonds begeleidde een lid van de Calama-groep de gesprekken. Jaap hierover: „De Calama-lcden wezen ons op bepaalde zaken waardoor we onze korte arbeidsperiodc zeer intensief hebben ervaren. In twee weken word je geen arbeider en je zult het ook nooit worden. Maai je kunt je er nu wel iets bij voorstellen." De twee weken fabriekswerk hebben de vier theologiestudenten aan het denken gezet. Juut: „De arbeiderswereld is losgegroeid van kerk en theologie. Theologen komen weinig in aanraking met arbeiders maar ze hebben vaak de mond vol van solidariteit met de Derde wereld en de verdrukten in onze samenleving. Als je over zonde begint te praten dan zou je een boekje kunnen opendoen over de zonde
theologiestudenten.
een baantje in een fabriek gehad. Juut legt het belangrijkste verschil uit. „Bij mijn vorige vakantiebaantjes was het duidelijk dat ik daar a!s tijdelijke kracht werkte. Dat maakte een heel verschil uit met deze keer. Nu hebben we geprobeerd ons student zijn te verbergen. Dan krijg je ook een heel andere behandeling." Is het viertal erin geslaagd hun intellektuele ballast weg te werken? Dat blijkt voor ieder van hen verschillend te zijn uitgevallen. Voor Frans leverde het incognito werken niet zo'n probleem op. Ik werd vrij snel geaccepteerd. „Ik had verteld dat ik ongeschoold arbeider was. Een enkeling had wel het idee dat ik wat meer geschoold was. Ik zei dan dat ik op een landbouwbedrijf had gewerkt. Bij het weggaan heb ik verteld dat ik een beter betaald baantje kon krijgen. Juut hield bij haar sollicitatie een verhaal dat opgebouwd was uit halve waarheden De ervaringen die ik tijdens vroeger werk had opgedaan heb ik aangevuld tot een levensverhaal en in een speciaal schema geplaatst. Adri had zich voorgedaan als gesjeesde Mavo-klant, die na twaalf ambachten en dertien ongelukken een tijd in Amerika had gezeten en nu aan de slag wilde komen. 's Morgens was er nog met veel werk en dan zat je met je ziel onder de arm. Een krant lezen ging moeilijk omdat niemand het deed en je geenszins wou opvallen. Toch was het voor me zelf opvallend hoe
in de wereld en ook vlak om je been. Op een enorm abstrakte manier worden deze begrippen gehanteerd in de theologie." Frans: „Als je het erover hebt dat God deze wereld lief heeft, heeft hij dan alleen de gereformeerde mens lief of ook nog de arbeiders? De ervaringswereld van de arbeider dringt nauwelijks meer door op de veertiende verdieping. Door deze werkstage zijn we er veel meer achter gekomen dat de theologie in Nederland en aan de VU bedreven wordt door mensen die zich voornamelijk in de middengroepen ophouden en geen kontakten hebben met de arbeiders en daarom geen kennis hebben van hun praktische leefsituatie."
Oriënteringsmaand De Rotterdamse Calamagroep organiseert van 15 juli tot en met 5 augustus een oriënteringsmaand voor mensen die belangstelling hebben getoond voor het streven van Calama en die voor zichzelf niet uitsluiten mee te gaan doen binnen afzienbare tijd met één van de Calamagroepen hier of in de Derde Wereld. Het programma bestaat uit één week in Boxmeer, één week ten huize van Calamaleden in Rotterdam en nog weer een week in Boxmeer. Inlichtingen in Rotterdam: Calama, tel. 010-843076 of 010133598 (tussen 17.00 en 18.30 uur en in de weekends). Postbus 21153 Rotterdam. Inlichtingen aan de VU: Adri van der Wal, kamer 14 A 40, tel. 4650 of Da Costakade 89-4.
Juut: „In onze studie wordt erg weinig aandacht besteed aan de dialoog tussen christendom en marxisme. Alleen in een werkgroep heb ik er iets over gehad. Aan de marxistische kiitiek op de kerk kunnen we veel meer aandacht besieden." Frans: „Bovendien wordt de marxistische kritiek op de wetenschapsbeoefening geleverd door studenten en wetenschappers. Dat is een andere invalshoek dan wanneer het marxisme gebruikt wordt door de arbeidersbeweging. Je kunt je er als student en wetenschapper vaak gemakkelijk van af maken."
Simonis Tot slot de vraag: Werd Simonis nu belazerd door de Rotterdamse Calama-groep? Het viertal weet het fijne van de zaak er niet van maar geeft ongeveer aan hoe de vork in de steel zit. „De Calama-groep werkt nu éénmaal onder de diocees van Simonis. Al jaren had de Calamagroep een officieel kontakt met het bisdom. Op een gegeven moment werd Simonis getipt dat de groep aktiviteiten ontplooide waarmee hij het niet eens zou kunnen zijn. Hij had een intern methodenpapier onder ogen gekregen waarin theorieën naar voren kwamen waar hij het niet mee eens was Bovendien hadden ze in het bisdom gelden bijeen gezameld voor aktiviteiten in ZuidAmerika die voor hem niet aanvaardbaar waren. De Telegraaf heeft toen die zaak breed uitgemeten." „Calama heeft duidelijk willen maken dat ze allang overleg gevraagd had met Simonis. De groep heeft nog een kort geding willen aanspannen legen de Telegraaf. Maar Simonis is later wel wat teruggekomen op wat er in de Telegraaf heeft gestaan. Calama heeft loen afgezien van het kort geding "
@
@
Marx
In een informatiebulletin zegt de Calamagroep dat zij de analyses en theorieën van Marx niet uit de weg gaat. Zij schuwt de ervaringen aan de basis en de marxistische analyse niet en zoekt die zelfs. In de dialoog tussen christendom en marxisme ontbreekt de praktische ervaring. Hoe denken de vier theologiestudenten na hun werkstage daar nu over'' Jaap: „Op praktisch niveau kunnen marxisten en christenen goed met elkaar samenwerken. Denk bijvoorbeeld aan de theologie van de bevrijding en aan Paolo Freire. Vaak denkt men in de theologie: „het marxisme is atheistisch, dus wat moeten we daar nu mee aanvangen"?"
met onze studentenpas komt u over de minimum loongrens De Vakaturebank {
UITZENDBURO |Van Baerlestraat 45 - Amsterdam | Tel 020 - 765246 Vijzelstraat 55 - Amsterdam Tel 020-229214
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's