Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 239

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 239

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 26 JANUARI 1979

Herziene DAK-nota

noemt als eerste doelstelling

van universitair

onderzoekbeleid

Binnen (subfaculteiten en vakgroepen moet goed gefundeerd onderzoekbeleid tot stand komen De 76 formatieplaatsen van de onderzoekpool en de beleidsruimte onderzoek, die de eerstkomende jaren geleidelijk weer beschikbaar komen voor nieuwe toewijzing, dienen toegewezen te worden vanuit één centrale beleidsruimte. Voorwaarde daartoe is, dat de aanvragen vallen binnen een zestal specifieke doelstellingen van universitair onderzoekbeleid. Aan deze centrale gedachte uit de eerste DAK-nota over het onderzoekbeleid aan de VU houdt het Demokratisch Akkoord vast ook al stelt het DAK het in zijn herziene nota wat voorzichtiger. Achtergrond van beide nota's is de wens om op de VU tot een meer samenhangend onderzoekbeleid te komen met duidelijke doelstellingen. In zijn herziene nota schrijft het DAK de huidige beleidsruimte onderzoek nog steeds een zinvol beleidsinstrument te vinden. De doelstellingen ervan dienen echter te worden bijgesteld in de richting van de zes in de nieuwe nota geformuleerde doelstellingen zodat uiteindelijk de beleidsruimte onderzoek opgaat in de centrale beleidsruimte. Aan de nu bestaande onderzoekpool (toewijzing aan faculteiten naar rato van de personeelsplaatsen) is volgeiis het DAK zijn basis ontvallen.

grond van één van de andere doelstellingen. Ook de eerste doelstelling vervult een wat afwijkende rol. Bij alle gebruik van de beleidsruimte zal expliciet moeten worden gemaakt hoe onderzoek waartoe een aanvraag is ingediend past binnen het beleid öat op basis- en middennivo wordt gevoerd. Zo ontstaat een stimulans tot beleidsvorming. De mate waarin onderzoekprojekten voldoen aan het gestelde doel, is — mede afhankelijk van het aantal aanvragen en de omvang van de beschikbare middelen — bepalend voor toewijzing, zo vervolgt de nota.

De belangrijkste overwegingen, die destijds een rol speelden (een versnelde toename in kwantiteit en kwaliteit van het onderzoek aan de VU en het scheppen van één der voorwaarden voor een zwaartepunten-beletd) kunnen in de tegenwoordig gehanteerde en voorziene planningsstrukturen (de sinds 1974 op gang gekomen interne en externe planning-systemen) worden geëffectueerd. Het DAK vindt echter niet, dat de 40 huidige onderzoekpool-plaatsen zonder meer aan de centrale beleidsruimte moeten worden toege\oegd. Die centrale beleidsruimte hoeft niet koste wat 't kost uit te dijen. Hoe groot zij zal worden hangt gewoon van het aantal aanvragen in de praktijk af. Ook is het denkbaar, dat op grond van de evaluatie van de onderzoekpool bepaalde aspecten van de onderzoekpool dermate belangrijk zouden kunnen blijken te zijn, dat ze bij een nieuwe opzet bewaard zouden moeten blijven. Maar normaal gesproken gaat het DAK ervan uit, dat uiteindelijk alle plaatsen in de éne centrale pot komen. De zes specifieke doelstellingen, waarbinnen aanvragen moeten passen bestrijken een veel wijder beleidsterrein dan dat van die ene ruimte maar zijn wel toegespitst op de mogelijkheden van de centrale beleidsruimte. Het bevorderen van het tot stand komen van goed gefundeerd onderzoekbeleid (in samenhang met onderwijsbeleid) als zodanig binnen {sub)faculteiten en vakgroepen noemt de nota allereerst als doelstelling. Vooral gezien de op stapel staande reorganisatie van het onderzoek in het kader van een landelijk onderzoekbeleid is het van gioot belang, dat vakgroepen en (sub)faculteiten, die weinig of geen ervaring hebben met de ontwikkeling van onderzoekbeleid, daartoe worden gestimuleerd. Waar geen beleid wordt ontwikkeld loopt men bovendien de kans niet of te weinig te profiteren van de via diverse geldstromen te verdelen middelen.

Niet perse evenwicht verdeling

Jaap

Kamerling

treden vaak op waar dit soort onderzoek moet konkurreren (in de middelentoewijzing) met onderzoekprojekten binnen een enkele discipline („het hemd is nader dan de rok").

VU-doelstelling sterk de nadruk legt de nota op t-en volgende doelstelling: het stimuleren van onderzoek, dat nadrukkelijk gericht is op en een uitvloeisel is van „maatschappelijk verantwoordelijkheidsbeser', met name zoals dat op de VU wordt ervaren in de beoefening van de wetenschap. Het DAK vindt het weinig vruchtbaar onderzoek dat zijn uitgangspunt heeft in de specifieke VU-doelstelling op te vatten als onderzoek dat nergens elders gedaan wordt of kan worden. De in de WUB genoemde doelstelling „bevordering van het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbeser' ziet de raadsfraktie als een categorie waarvan het bedoelde onderzoek één konkrete uitwerking is zonder andere uitwerkingen uit te siuiten. Als doelstelling wordt voorts genoemd het helpen wegnemen van de zogenaamde innovatie-handicap v/aarmee allerlei nieuwe vormen van onderzoek te kampen hebben. Nog niet beproefde methoden en technieken van onderzoek en in het algemeen het begaan van onbetreden paden in het wetenschappelijk onderzoek betekenen dikwerf een gevoelige handicap. Juist waar bezuiniging en bevriezing leidt tot behoudzucht en „spelen op zekerheid" verdient streven naar vernieuwing extra bescherming. Ook het risico van mislukking mag het uitproberen van vernieuwingen niet in de weg staan. Natuurlijk moeten ook hier kwaliteitseisen worden gesteld. Extra rechtvaardiging voor onder-

Onderzoek- en onderwijsbeleid op elkaar afstemmen Als volgende doelstelling vermeldt de nota het bevorderen van het op elkaar afstemmen van onderzoekeu onderwijsbeleid. Onderwgs en onderzoek dienen althans voor een deel direct op elkaar betrokken te worden (zowel voor docenten als studenten). Vernieuwingen van onderwijs en onderzoek moeten in onderling samenspel tot stand komen en de kwaliteit van onderzoek en onderwas dient in een wederkerige beïnvloeding op het gewenste nivo te worden gebracht of gehandhaafd. Deze doelstelling is ingegeven door de overtuiging dat een duidelijke relatie tussen onderwijs en onderzoek een levensvoorwaarde is voor de universiteit. Het helpen wegnemen van institutionele belemmeringen voor multidisciplinaire (en interuniversitaire) onderzoekprojekten vormt ook een doelstelling. Zulke belemmeringen

zoek met dit oogmerk vormt het gegeven, dat dit type onderzoek traditioneel nogal in de verdrukking is gebleven en verder de overweging, dat het dikwerf samenhangt met organisatie-vormen (bv. wetenschapswinkels) die het beste op centraal nivo kunnen worden tot stand gebracht. Tenslotte noemt de nota als doelstelling het stimuleren van de diverse geldstromen waaruit wetenschappelijk onderzoek kan worden bekostigd. Uit zoveel mogehjk bronnen dienen middelen ter beschikking te komen. Voor financiering anders dan uit de deelstromen IA en IB komen onderzoekprojekten veelal pas in aanmerking als ze in een verder gevorderd stadium van ontwikkeling zijn. Deze doelstelling dient gehanteerd te worden als bijkomende overweging bij de aanvraag en toewijzing op

in

In de praktijk zal verder moeten blijken in hoeverre de genoemde doelstellingen tot nader kriteria n'oeten worden verfijnd. Ook verdient het aanbeveling m.b.t. de aanvrage en toewijzingen een aantal regels vast te stellen om te bereiken, dat de gestelde doelen inderdaad worden bereikt. Te denken valt aan een bepaling, die het aantal aanvragen per (sub)faculteit en per doelstelling categorie (2 t/m 5) beperkt zodat een interne selectie aan de indiening van de aan-

Begin februari

in de

vraag voorafgaat. Ook kan gedacht worden aan de stelregel aanvragen met beroep op verscheidene doelstellingscafegorieen niet zonder meer voorrang te geven. Ook lijkt het niet wenselijk te streven naar een in-elk-geval-zo-evenwichtig-mogelijke verdeling over alle (sub)faculteiten maar eerder naar een zo goed mogelijke realisering van de afzonderlijke doelstellingen. Blijkt een dergelijke strategie bepaalde faculteiten te benadelen dan zal naar de oorzaken daarvan moeten worden gezocht en eventueel op grond van de resultaten daarvan besloten dienen te worden tot bij.aelling van het stimuleringsbeleid.

Maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef De DAK-nota somt in een aanhangsel een aantal karakteristieken op. waarvan onderzoek gericht op of uitvloeisel van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef er één of meerder bezit. Hieronder noemen we er enkele. Dat onderzoek stelt de vraag naar de funktie van een bepaalde wetenschap in de samenleving. Welke belangen worden

kerkzaal

Tweede VU-viering samen met ACC en PVUgeorganiseerd Donderdag 8 februari vindt de tweede VU-viering plaats in de Kerkzaal op de 16e verdieping van het hoofdgebouw. Na een succesvolle start heeft de werkgroep doelstelling in overleg met het ACC en de PVU een tweede viering georganiseerd met de volgende opzet: 16.30 uur ontvangst kerkzaal; 17.00 uur Studio Laren; 17.30 uur prof. J. Firet; 18.00 uur maaltijd; 18.30 uur Studio Laren. „Myn hert altijt heeft verlanghen. Naar u, die alderliefste mijn, U liefde heeft mij ontvanghen, U eygjien will ick zijn,..." Dit is een van de liederen uit het programma „Balladen en Sproken" van Studio Laren. Studio Laren is een groep die, met muzikale middelen waarbij ze theater niet uit de weg gaan, teksten en muziek uit de middeleeuwen en Renaissance willen doen herleven. Ze gebruiken hiervoor kopieën van oude instrumenten. In Balladen en Sproken kunnen we naast liefdespoëzie ook liederen horen vol magische elementen, over hoe kruiden gezocht moeten worden; over feeën en wonderlijke

koningen. Ook de echte volksverhalen (Uilenspieghel en Reinaard de Vos) ontbreken niet. Marijke Ferguson leidt dit programma in en zal waar nodig enige toelichting geven. Verder zal prof. J. Firet een verhaal houden over „wat hem beweegt". Prof. Firet is hoogleraar in de praktische theologie aan onze Faculteit der Godgeleerdheid. Hij is een man met een brede culturele belangstelling, die niet tevreden is met het voor de hand liggende, maar zichzelf en zijn studenten dwingt over de erachter liggende vragen na te denken. Een dergelijke opstelling mogen we van hem ook verwachten als hij zich afvraagt „wat beweegt me". Een ontmoeting van wat de mens in Middeleeuwen en Renaissance gedacht en gevoeld heeft met een mens van nu. Iedereen is van harte welkom op de tweede VU-viering. Kaarten (ä ƒ 5) kunnen van tevoren (dit voorkomt teleurstelling) gehaald worden bij het bureau van de PVU, 2E-62, tel. 4?91 (geopend van 10.00-14.00 uur). (Sieds Prins, voor de werkgroep doelstelling)

Mieuw ondenoekbe/eid op komst Volgens de agendaplanning van de universiteitsraad zal de herziene DAK-nota op 27 maart in de raad komen. Het DAK noemt het zeer gewenst de besluitvorming in de raad m.b.t. de nota af te ronden nog voordat op grond van de evaluatie van de onderzoekpool in de raad besluiten worden genomen m.b.t. het lot van deze pool. Het DAK wil de nota in eerste instantie in de kommissie Onderwijs en Onderzoek besproken zien. Deze kommissie zal daarbij o.m. kunnen vaststellen of het zinvol is de nota voorafgaande aan de raadsbehandeling aan de (sub)faculteiten ter kommentariëring toe te zenden. Het voorstel van het CvB om het ca. vier miljoen geraamde overschot op het personeelsbudget grotendeels te benutten voor de uitbreiding van de onderzoekpool (facultaire onderzoekplaatsen) is in afwachting van de komst van een nieuw onderzoekbeleid vorige week niet door de raad behandeld. De besluitvorming hierover zal op 30 januari plaats vinden en kan als een prélude worden beschouwd op het nieuwe onderzoekbeleid, dat de raad zich — geïnspireerd door de DAK-nota — wenst. De alternatieve voorstellen van drie TAS-ers en de PKV voor de besteding van het overschot (17 plaatsen) verwijzen ook naar dat nieuwe beleid. In deze voorstellen wordt niet gedacht aan uitbreiding van de huidige onderzoekpool maar aan opneming in een nieuwe pool.

er door gediend? Dit onderzoek is inventariserend. Bedoeld onderzoek kan ook een kritische analyse beheizen van de wetenschap in de maatschappij. De vraagstelling kan hierbij breder zijn dan alleen m.b.t. de eigen vakwetenschap. Het gaat hierbij om vragen als het gehanteerde onderzoeksysteem, het wetenschapsbeleid, de toepassing van de wetenschap etc. Verder kan dit onderzoek ten doel hebben het kritisch analyseren van bepaald onderzoek binnen de eigen vakwetenschap op hun brede maatschappelijke implikatie. Ook kan het zich richten op het kritisch analyseren van onderzoek als produkt van bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen, visies en machtsverhoudingen. Tenslotte kan dit onderzoek betrekking hebben op mondiale problemen als onderontwikkeling, overbewapening e.d. Nagegaan wordt dan of de wetenschap een bijdrage kan leveren aan het „oplossen" hiervan. Het kan tevens nagaan in hoeverre de toepassing van wetenschap de problematiek verscherpt. Het gaat bij al dit onderzoek meer om analyse en evaluatie dan om het wetenschappelijk aanpakken van de makro-problemen zelf. (Daarvoor dient de doelstellingscategorie multidisciplinair.) Voor dit veelal sociaal-wetenschappelijk analyserend of wetenschapsfilosofisch onderzoek kan in het kader van een breed onderzoek (bv. DNAonderzoek) een extra formatieplaats worden ingeruimd. Eventueel kan het ook om een afzonderlijk onderzoek gaan. Afhankelijk van de vraagstelling zal men een onderzoeker nodig hebben uit het eigen dan wel een ander vakgebied. 'Multidisciplinair overleg bij de voorbereiding en uitvoering van het onderzoek is gewenst.

Toewijzingsprocedure De uiteindelijke toewijzingsprocedure voor financiering uit de centrale beleidsruimte komt toe aan de universiteitsraad. Deze legt, zoals ook vorige week in de UR bij de gewijzigde procedure voor de beleidsruimte onderzoek bepleit door het DAK, de voorbereiding tot deze beslissing in handen van de komStudio Laren treedt op in de tweede VU-viering met „Balladen en Sproken".

Vervolg op pagina 4

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 239

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's