Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 159

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 159

7 minuten leestijd

11

AD VALVAS — 17 NOVEMBER 1978

Kongres over sociale positie student: oude standpunten nog eens herliaald

Op het kongres over de sociale positie van de student afgelopen weekeinde in Utrecht hebben vertegenwoordigers van de drie politieke partyen in Nederland duidelqk gemaakt dat de studenten in ons land op de nullijn zijn beland. Hoewel de politici Dees ( W D ) , Lansink (CDA) en Klein (PvdA) onderling hun eigen nuances aanbrachten maakten zij kenbaar dat de financiële grens om nog iets voor studenten te doen is bereikt. Lansink sprak zelfs van een eventuele stap terug die de student in de toekomst moet aksepteren. De leden van hel kongres maakten hun zorgen omtrent de sociale positie van de student duidelijk door met meerderheid van stemmen een motie aan te nemen, waarin populair gezegd, met klem aan minister Pais van Onderwijs wordt verzocht streng te waken over de sociale ontplooiing van studenten in Nederland. Ook de opvattingen van de sprekers van diverse universiteiten weken niet veel af van de meningen van de drie politici. Zo_wel dr. P. Thoe-, nes van de Rijksuniversiteit in Utrecht als drs J. W. Toppen van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam gaven te kennen eventueel beschikbaar geld aan andere groepen in de maatschappij te willen besteden. Volgens hen is misschien de sociale positie van de student niet ideaal, maar relatief zeker niet zo slecht als andere groepen in de samenleving. De rektor-magnifikus van de Utrechtse universiteit prof. dr. A. Verhoeff zei in zijn inleiding van het kongres te geloven dat ondanks vele moeilijkheden, die er zijn een betere sociale positie van de student best te realiseren is met gelijkblijvende middelen. Dekaan Hoogerhuis van de Technische Hogeschool in Delft kwam tot de konklusie dat er reden is voor grote bezorgdheid. Hij verbond hier echter niet aan dat de student dan meteen maar in de watten gelegd moet worden. Net als andere sprekers wees hij op de rechten, die de student mag opeisen, maar ook op de plichten die daar van de zijde van de student tegenover staan.

Financieringsstelsel Tijdens de forumdiskussie 'kwam sterk de behoefte naar voren aan duidelijkheid van overheidszijde. De overheid moet geen twijfels laten bestaan over haar beleid. De student moet duidelijk gemaakt worden waar hü of zij aan toe is. Het interuniversitair studentenoverleg zat voor een deel met hetzelfde probleem. Onder het mom van integratie van studentenvoorzieningen wordt vaak bezuiniging bedoeld. Het ISO is van mening dat de integratie van de studenten in de maatschappij niet mag betekenen dat alle studentenvoorzieningen moeten verdwijnen. Van de politici had het ISO in deze zaak nog het meeste Dees van de VVD aan zijn zijde. Emiel Stolp van het ISO typeerde het beleid van de overheid van de afgelopen jaren als weinig aktief op het gebied van de sociale positie van de studenten en had dan ook niet veel ilusies, dat er in de komende jaren veel aan veranderd zou worden. „Op het ogenblik is de ekonomische positie van de student zeer slecht. Als student heb je een inkomen dat onder het bestaansminimum van de bijstandswet ligt en tegelijkertijd val je buiten allerlei andere sociale regelingen zoals bijvoorbeeld het ziekenfonds. De lange afhankelijkheid van de ouders die hiervan het gevolg is leidt vaak tot problemen die hun weerslag op het studieverloop hebben. Een gegarandeerd inkomen onafhankelijk van de ouders is daarom een eerste vereiste. Om dit te kunnen financieren denkt het ISO aan een premiestelsel waarbij de afgestudeerden naar draagkracht terug betalen. Zo wordt voorkomen dat individuele studieschulden éen drempel opwerpen voor deelname aan het hogeronderwijs. Met dit laatste schaarde het ISO zich aan de kant van dr. G. Klein van de PvdA, die niet onder stoelen of banken stak dat eventuele financiële steun in het kader van een verbeterde sociale positie door de student zelf op een of andere manier moet worden bekostigd. Klein hamerde in zijn betoog vooral op de studiefinanciering, die volgens hem na jaren lang wachten snel behandeld moet worden. „Een

Hennie van Hoogenvest (GUPD) primaire voorwaarde is dat de student tijdens zijn studie in zijn sober levensonderhoud kan voorzien. Het spreekt bepaald niet vanzelf dat hier geen (toekomstige) verplichtingen van de student tegenover staan. Hiervoor bestaan verschillende mogelijkheden: rentedragende leningen, per studiejaar een bepaald percentage van het meerinkomen, gedurende latere jaren te betalen; stige belastingaangiftes. Deze mogelijkheden kunnen nog worden een studieduur-forfait bij toekomgekombineerd met een „kollegegeld" dat afhankelijk is van de verblijftijd van de student aan de universiteit. Bijvoorbeeld: geen kollegegeld binnen de kursusduur van vier jaar. Bij overschreiding hiervan een reële bijdrage in de studiekosten," zei Klijn en hij vervolgde later met: „In de totale maatschappelijke beweging zal in de komende jaren de student eerder hebben te rekenen met een vergroting van zijn verplichting dan met een verruiming van de faciliteiten. Wenst men dit laatste toch dan zal dit uitsluitend mogelijk zijn als dit voor de gemeenschap „budgetair neutraal" geschiedt, dat wil zeggen de student ekstra toekomstige verplichtingen op zich neemt." Alles kan dus volgens hem als de student maar betaalt.

Afwentelen Ab Harreviijn van het Landelijk Overleg Grondraden (LOG) maakte kenbaar in tegenstelling tot het ISO voor zo'n politiek niets te voelen. De overheid moet volgens hem de problemen oplossen en niet afwentelen op de studenten. „Een goed studiefinancieringsstelsel dient volgens het LOG de toegankelijkheid van het wetenschappelijk onderwijs voor alle lagen van de bevolking en met name de laagstbetaalden te bevorderen en eventuele financiële drempels voor deelname aan het wetenschappelijk onderwijs weg te nemen. Dit betekent dat alle studerenden vanaf 18 jaar een wettelijk en gegarandeerd inkomen dienen te ontvangen, onafhankelijk van ouders en banken. Het huidige studiefinancieringsstelsel voldoet hier niet aan," betoogde Harrewijn. Het LOG heeft verder een duidelijke mening over de sociale positie van de student. „Het LOG is van mening dat het niet juist is om studerende jongeren als een aparte groep in de samenleving te beschouwen. Zolang echter de sociaal-ekonomische positie van de studerende jongeren — en niet alleen van studerende — ver achter ligt bij het maatschappelijk aanvaardbare zal bij het ontwikkelen van het studentenbeleid de studerende jongere centraal moeten staan. Vanuit dit uitgangspunt zal toegewerkt moeten worden naar een situatie, waarin alle ingezetenen, ongeacht leeftijd en de aard van hun werkzaamheden, aanspraak kunnen maken op door hen gewenste voorzieningen. Dit is het kader waarin volgens het LOG een daadwerkelijke integratie van de voorzieningen voor werkende en studerende jongeren plaats moet vinden". Net als Klein staat Lansink van het CDA achter de idee dat alle voorzieningen, die niet rechtstreeks hebben te maken met onderwijs en onderzoekfaciliteit«! - toegankelijk

dienen te zijn voor iedereen. Wat betreft de studiefinanciering zei Lansink: „Ik ben van oordeel dat gestreefd moet worden naar maximale onafankelijkheid van alle studerenden, ouder dan 17 jaar, door een studiefinancieringsregeling, waarbij gedurende een aantal jaren inkomsten worden gegarandeerd via een mengvorm van toelagen en rentedragende leningen. Een onafhankelijkheid van de ouders kan worden gewaarborgd door kinderaftrek en kinderbijslagregelingen te vervangen door of op te nemen in eerder genoemde studiefinancieringsregeling. Een rentedragende lening leidt uiteraard tot verplichtingen later. Dergelijke verplichtingen kunnen niet worden uitgesloten, wanneer studiefinanciering en bekostiging van het wetenschappelijk onderwijs niet meer uit de algemene middelen kunnen worden betaald. Die grens is feitelijk al bereikt." In het kader van de nota hoger onderwijs voor velen, die op 27 november in Den Haag ter sprake komt in de vaste kamerkommissie voor onderwijs wilde Lansink er op wijzen dat de relatie tussen het onderwijsstelsel en de daaraan gekoppelde voorzieningen en de maatschappij zo intens is dat de sociale positie van de student afhankelijk is van het stelsel.

Geen

kans

Als het aan Klein ligt krijgen de ideeën van Pais geen kans, want hij wil eerst de herprogrammeringsplannen uit de tijd van het kabinet Den Uyl afmaken. Met het oude regeringsbeleid van Den Uyl was Dces (VVD) niet bepaald tevreden. Hoewel hij dit niet direkt zei was hij best te spreken over de plannen van zijn partijgenoot Pais. In de ideeën die zijn ontwikkeld door Pais zag hij zeker mogelijkheden

i?ïniuniuBi.>«n.i-M«nvuLxt<mïïnr\ «IT • HET COC, afdeling Amsterdam, organiseert op vrijdag 17 november vanaf 20.00 uur een informatiemarkt, waarop alle werkgroepen van deze afdeling aanwezig zullen zijn. Daarnaast zijn er video-opnames met betrekking tot de homoseksualiteit te zien en is er na afloop een borrel. Plaats: Korte Leidsedwarsstraat 49a. • Op zondagmiddag 19 november om 15.00 uur wordt in het sociaalkultureel centrum De Populier (Nieuwe Herengracht 93) een vrouwenprogramma georganiseerd met als thema: „Vrouwen in politieke partijen". Vrouwen uit verschillende partijen praten o.a. over het uitblijven van de politieke participatie van vrouwen en over het nut van een vrouwenpartij. • Op dinsdagavond 21 november spreekt Elske ter Veld, hoofd van het FNV-Vrouwensekretariaat, in het kader van het vrouwenprogramma over de positie van vrouwen in de vakbeweging. Plaats: De Populier. • De werkgroep „Vrouwen" van het COC organiseert op 21 november een thema- en discussieavond over „Vrouwen en agressie". Alle vrouwen zijn welkom op de Nieuwe Herengracht 95. Inlichtingen: 234079. • Het Vrouwenhuis organiseert wekelijks aktiviteiten en wel 's woensdags om 20.00 uur. Op de eerstkomende avond, 22 november, vertoont men een vrouwenhuisfilm en wordt er informatie over de aktiviteiten in het vrouwenhuis verstrekt. Plaats: Nieuwe Herengracht 95. • Op 22 november houdt }an Tinbergen een lezing over de wederzijdse afhankelijkheid van westerse en derde wereld-landen. Dit speciaal voor de eerstejaars economen, die hierdoor hun kennis mbt. ontwikkelingsvraagstukken aanzienlijk kunnen uitbreiden. Maar natuurlijk is iedereen van harte welkom. Tijd: van 15 tot 17 uur. Inl. VESVU-kamer tel. 4902. PL 6A0t • Op donderdagavond 23 november om 20.00 uur organiseert de gespreksgroep homofilie op de VU zijn tweede open avond van dit seizoen. Het thema van de avond: Hoe confronteer je de maatschappij met je homosexualiteit? Vragen komen aan de orde als: wanneer zeg je „het" of laat je blijken, dat je homo bent. Plaats: hoofdgebouw VU, kamer OA-42. • Op donderdag 23 november om 20.00 uur vindt er een voorlichtingsavond over vrouwenpraatgroepen plaats op Nieuwe Herengracht 95. Op deze avond zullen ook praatgroepen gevormd worden. • Van 21 t/m 24 november is er op de VU in het kader van de Unicaweek van de sectie experimentele instrumentenbouw van het Mikron een expositie van instrumenten en apparaten voor het w.etenschappelijk onderzoek. Inl. 5483711. om de sociale positie van de student te waarborgen. Hoewel hij net als de andere collega-kamerleden voelde voor een andere studiefinanciering, die sterk op de onafhankelijkheid van de ouders is gebaseerd hield hij op de meest uitgesproken wijze de studenten vooral bij de immateriële voorzieningen de hand boven het hoofd. Volgens Dees

'CvB blij met aktie AAA-comitê' Vervolg van pagina 1 natuurlijk niet zo'n moeilijke zaak. Veel moeilijker is het om die adhesie zo te beschrijven dat die ook VI at uithaalt, want er zitten nogal wat voetangels en klemmen aan in technisch opzicht." „Wij hebben bijvoorbeeld in de staf van onze subfakulteit psychologie, een jaar of drie geleden geloof ik, het voorstel geopperd om een tiende van de personeelsformatie (een halve dag, red.) voor een aantal jaren af te staan. Toen bleek dat er op 't gebied van de pensioenregeling en dergelijke heel ingewikkelde dingen aan de hand waren. In dit geval gaat het erom of je contractueel iets moet gaan veranderen of dat je salaris inlevert in de vorm van een schenking of gift. Dat is uiteraard een zaak van personeelszaken. Wij zullen moeten proberen onze formuleringen zo te kiezen dat er iets mee kan worden gedaan. Of het idee kans van slagen heeft is moeilijk te zeggen. In mijn subfakulteit zal daar overigens positief op worden gereageerd."

Bevorderaar Het college van bestuur was blij met de aktie van het AAA-comité VU, aldus CvB-voorzitter Van Nes. Kort voor het uitbrengen van het bcstuursverslag — bij de opening van het academisch jaar — klopte het comité bij hem aan. „Ik heb toen gezegd dat wij met belangstelling de initiatieven van het comité op de VU volgen. Wij menen dat initiatieven vanuit die hoek beter op hun plaats zijn dan van de

kant van het college van bestuur. Wij hebben geen initiatief meer nu. Wij zijn initiator bevorderaar geworden." Het mislukken van het overleg met de vakbonden in de Commissie van Overleg begin dit jaar „heeft bij ons langzamerhand de overtuiging doen groeien dat het beter was dat het college van bestuur niet het initiatief nam. Dat wij het plan van het meermansproject in praktijk zouden brengen, daar zijn wij van af geraakt. De mogelijkheid bestaat namelijk dat verantwoordelijkheden en misschien ook wel bevoegdheden worden vermengd als je het plan als college van bestuur zou doorzetten".

Verschil Vraag aan de heer Van Nes of hij geen verschil ziet tussen het meermansplan en het idee van het AAAcomité. Het streven naar inkomensnivellering wordt in het bcstuursverslag 1977 niet expliciet genoemd. ,,Dat is een nuanceverschil. Het AAA-comité legt daar wat meer de nadruk op." Maar „het hoofdpunt van overeenkomst" is volgens hem dat er bij beide meer arbeidsplaatsen uitrollen. En verder heeft het AAA-comité „heel expliciet de doelstelling van de VU erbij gehaald. Dat zat er bij ons natuurlijk ook wel achter, maar wat minder expliciet. Wij zijn altijd sober in het hanteren van het doelstellingsargument, omdat je je dan gauw kwetsbaar opstelt, hoewel er situaties zijn waarin wij het wel doen". Volgens de heer Van Noord van het AAA-comité VU is er sprake

hebben studenten nog steeds behoefte aan specifieke studentenvoorzieningen. Voorzieningen, ook als zij niet aan onderwijs gebonden zijn, blijven daarom naar zijn oordeel hard nodig. Een voor het grootste gedeelte herhalen van oude standpunten zo kan men dit kongres wel zo ongeveer typeren. (Utrechts universiteitsblad) van meer dan alleen maar een nuanceverschil. „Bij ons speelt de inkomensnivellering een grote rol. Het gaat ons daarbij om een principiële diskussie binnen de VU als christelijke universiteit." ^

Overschot personeelsbudget Het personeelsbudget vertoont een respectabel overschot dit jaar en hier en daar hoor je stemmen die zeggen: „Laten ze die 3,2 miljoen gulden maar aanspreken in plaats van ons te gaan korten." Van Nes daarover: ,Het zijn twee zaken die volstrekt los van elkaar staan. We hebben natuurlijk een overschot en je mag er dankbaar voor zijn en hopen dat je dat geld goed kunt gaan gebruiken. Maar dat overschot is heel incidenteel, terwijl de situatie waarin er veel werklozen zijn veel langer zal duren. En bovendien zien we veel zinvol werk aan de VU waarvoor we geen mensen hebben omdat er onvoldoende geld voor beschikbaar wordt gesteld. Daarom zeggen we: wij moeten met elkaar proberen daar wat aan te doen." Tot slot de namen van degenen die de brief van het AAA-comité aan de universiteitsraad onderschreven: J. H. T. H. Andriessen, Joh. Blok, M. D. Bremmer, J. Bijlenga, H. A. J. Coppens, P. J. D. Drenth, H. G. Eijgenhuijsen, J. P. de Groot, T. M. Gilhuis, E. J. Jansen, J. de Hoogh, J. D. P. Kasper, S. R. C. van Kempen, H. Linnemann, M. A. Maurice, D. C. Mulder, A. van Noord, E. H. van Olst, A. A. Olsthoorn, J. B. Opschoor, S. W. F. van der Ploeg, C. A. van Peursen, D. M. Schenkeveld, P. L. Schram, H. Schreuder, N. A. Schuman, W. F. van Stegeren, J. Verkuyl (inmiddels met emeritaat), H. Visser, J. B. Vos, H. J. W. Weyland, O. K. Zijlstra, N. Bleichrodt, J. L. ten Broek, J. W. Copius Peereboom, P. Ester en B. van Kaam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 159

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's