Ad Valvas 1978-1979 - pagina 447
AD VALVAS — 1 JUNI 1979
De periode Janssens: opbouw van een tolerant abortusbeleid ,Jk heb mg nooit kunnen voorstellen dat ik problemen met het ziekenhuisbestuur en de ziekenhuisdirektie zou kunnen krqgen over het abortusbeleid. Wel met goedwillende niet-medici van het verder besturende en leidende kader van de Vrije Universiteit. Die problemen ontstaan vooral bij niet-medici gemakkelijk omdat zij de zaak van de abortus arte provocatus niet zo van alle kanten kunnen bekijken als de medicus en zich te zeer alleen maar door emoties laten leiden. Tot mqn spijt moet ik zeggen dat juist vele leidinggevende mensen op bet christelijke erf soms zo'n progressief beleid voorstonden, dat ik daarvan schrok. Ik dacht, die hebben helemaal niet door waar het om gaat. Die erg ruime opvatting kwam je ook tegen bij artsen en dominees, die dan indroeve situaties waarin ongewenst zwangere vrouwen verkeerden aan je voorlegden. Ze hadden niet door dat het om twee zaken gaat. De beschermwaardigheid van de vrucht en de beschermwaardigheid van de vrouw. Dat is de konfliktsituatie waar de medicus mee te maken heeft. Daarin moet hij samen met anderen een oplossing zien te vinden. De oplossing kan nooit zonder meer zijn: abortus ja, omdat de vrouw erom vraagt." Dat zegt prof. dr. J. Janssens, voorganger van de twee hoogleraren J G. Stolk en N. F. Th. Arts die begin vorig jaar zijn plaats innamen op de afdeling verloskunde en gynaecologie in het VU-ziekenhuis. Hij wekt de indruk veleer te hebben moeten voorkomen dat er in het ziekenhuis een naar zijn idee te ruime abortuspraktijk ging ontslaan dan dat hij als een verlichte geest voor zijn „abortus nee, tenzij" — gedragslijn heeft moeten vechten.* Het klimaat voor een gematigde toepassing van abortus-ingrepen was algemeen gesproken kennelijk aanwezig, toen hij daar in 1969 als afdelingshoofd mee begon. Opmerkelijk was dat, want het VUziekenhuis was daarmee een van de eerote ziekenhuizen in ons land waar werd geaborteerd ! laarlijks werden tot de komst van de nieuwe hoogleraren gemiddeld 25 abortussen verricht. Op medische en vooral ook sociale indicatie. Het ene jaar waren het er meer dan het andere. In 1972 waren het er bijvoorbeeld 42. In 1974 elf ,Ik heb nooit om toestemming gevraagd over wat ik wel of niet mocht doen. Wel heb ik direktie en bestuur steeds uitvoerig ingelicht omtrent mijn opvatting ten deze. Dat werd voor honderd procent geaccepteerd." „Ik heb de zaak van de abortus arte provocatus nooit ongenuanceerd bekeken. Nooit zwart-wit in de zin van het mag wel of het mag niet Dat is naar mijn mening overeenkomstig het Evangelie. Dat kent ook niet alleen maar zwart of wit. De bijbelse Tien Geboden zijn geen „absolutistische" geboden. ,.Gij zult met doden" evenals het „Gij zult niet stelen". „Want David nam van de toonbroden omdat hij hongerig was, terwijl iedereen wist dat hl] ze niet mocht nemen. Maar' dat IS hem niet kwalijk genomen. Het <*ordt integendeel zelfs als een goede daad in de bijbel beschreven." „Ik stelde mij persoonlijk verantwoordelijk voor de vrouwen in de nood die naar het ziekenhuis kwamen Ik verrichtte ook zelf de handelingen. Ook medewerkers deden dat, tenzij ze er bezwaar tegen hadden of twijfelden." „Degenen die door arbortus-ingrepen te doen in gewetensnood zouden raken, waren vrij om er niet aan mee te werken. Wel heb ik hen steeds heel in het bijzonder uitgenodigd om zich te konfronteren met de nood van de ongewenst zwangere vrouw en de besprekingen die daarover door het abortusteam werden gevoerd bij te wonen. Om te vermijden dat ze zouden volstaan met te zeggen: aborteren mag niet. Dus zonder dat ze wisten over welke situatie ze dat „het mag niet" hadden uitgesproken." „Dat gold voor iedereen. Ook voor degenen binnen de verpleegkundige staf die het er moeilijk mee hadden Het was dus een open zaak voor artsen, studenten, verpleegkundigen in het ziekenhuis." De lijn-Janssens was geen direktieve code die tegenstanders van abortus geen gewetensruimte liet, waardoor moeilijkheden voor de hand lagen. Dat zoiets gemakkelijker wordt geaccepteerd, omdat het individuele
Jan van der
Veen
opvattingen in hoge mate ongerept laat, was al in 1968 gebleken toen een commissie, waarvan prof. Janssens rapporteur was, aan de Nederlandse Gynaecologische Vereniging een nota over het abortusvraagstuk uitbracht. Daarin was de zaak ook niet behandeld alsof er een voor iedereen gelijke oplossing voor zou kunnen bestaan. De nota kreeg algemene waardering in de vereniging. Janssens: „Daarna is de kwestie nooit meer duidelijk ter diskussie gesteld. Er is een zodanig groot verschil van mening over binnen de vereniging dat men nooit tot een eensluidend standpunt van dé Nederlandse Vereniging van Gynaecologen zal kunnen geraken."
'Ik bepaalde
beleid'
Er waren er in het VU-ziekenhuis die abortus afwezen, maar er wa-
ren er ook nogal wat die veel progressiever dan prof. Janssens dachten. De laatsten hadden ook de vrijheid om zo te denken als zg deden, maar als het assistenten van hem waren „hadden ze wel te maken met het feit dat ik mij voor het al dan niet toepassen van abortus verantwoordelijk voelde. £n dat dus het beleid door mij werd bepaald. Niet door iemand anders." Uiteindelijk besliste hij zelf of zijn vervanger of de ingreep zou worden gedaan. Daarbij geadviseerd door een deskundig team (medisch-maatschappelijk, klinisch psycholoog of psychiater, huisarts, eventueel, orgaanspecialist en belangstellende stafleden, verpleegkundigen en studenten. Problemen verwachtte Janssens niet. „Omdat ik op één lijn zat met de bestuurders." Als hij ze wel zou hebben gehad, zou hij „om de tafel zijn gaan zitten om te proberen de mensen te overtuigen". „Ik kan mij niet voorstellen dat ik op die manier niet zou zijn geslaagd, omdat mijn overwegingen, naar ik meen, alleszins redelijk waren" In april 1973 legde prof. Janssens het zo gegroeide abortusbeleid in een negentiental stellingen aan bestuur en direktie van het ziekenhuis, die daarom hadden gevraagd, voor: „De beschermingswaardigheid van zowel de zwangere vrouw als ook de vrucht is uitgangspunt van de besluitvorming over een eventuele abortus arte provocatus". (Stelling 5). „Abortus arte provocatus is slechts gerechtvaardigd in uitzonderingssituaties; nimmer zal daarbij alleen maar de wens (eis) van de vrouw en het beroep op „baas in eigen
Over de tijd sinds het vertrek van prof.
Prof. Janssens
buik" of „het is uiteindelijk mijn eigen verantwoordelijkheid" de arts tot handelen kunnen doen overgaan. De arts heeft de plicht om in samenwerking met anderen zorgvuldig na te gaan of in het gegeven geval al of niet bij hem vrijmoedigheid kan bestaan voor het afbreken
van zwangerschap; daarbij zullen én de beschermwaardigheid van de vrucht én de bedreigde existentie van de vrouw, het echtpaar of het
Vervolg op pagina 13
Janssens
'Creëer een aparte abortus-afdeling' De initiator van bet gematigde abortusbeleid aan de VU, prof. Janssens vertrok in 1977 naar de Groningse rijksuniversiteit. Na een kort „interregnum" van dr. J. T. Braaksma als waarnemend afdelingshoofd maakten voorjaar 1978 de hoogleraar dr. J. G. Stolk, gewezen lector te Ngmegen, en dr. N. F. Th. Arts, die huisarts in Doetinchem was geweest, hun entree. Stolk voor de gynaecologie, Arts voor de verloskunde. Prof. Stolk werd afdelingshoofd en de verantwoordelijke man tegenover het ziekenhuisbestuur. Al voor zijn benoeming had hij in een brief aan de benoemingscommissie geschreven dat hij zich niet zou willen inlaten met de abortusproblematiek. Hoewel hij vroeger als Arnhems gynaecoloog had geaborteerd, vond hij dat „gespecialiseerde klinieken" daar meer de aangewezen instanties voor waren. Prof. Arts zou zich met abortus bezighouden, welk gebied trouwens ook onder verloskunde valt. Fn toen begon de ellende. De roomskatholieke prof. Arts, apert tegenstander van abortus, trok meteen na zijn binnenkomst ten strijde tegen de ziekenhuisspecialisten die
Jan van der
Prof. L.A.M.
Stolte
Veen
het milde beleid-Janssens wilden voortzetten. Daarbij gedekt door afdelingshoofd Stolk. Nog slechts eenmaal werd er het afgelopen jaar een abortus-ingreep gedaan. Zelfs vruchtwaterpuncties (om aangeboren afwijkingen bij het kindje na te gaan) waren taboe. Op wens van Arts verplichtte Stolk alle specialisten vorig jaar november diens standpunt te volgen: niet meer aborteren. De meesie specialisten van de afdeling protesteerden onder aanvoering van chef de clinique dr. Jan Kleinhout bij het ziekenhuisbestuur, dat hen gelijk gaf. Het trof medio januari een voorlopige regeling, waarbij de verantwoordelijkheid voor het abortusbeleid van beide hoogleraren vandaan werd gehaald en doorgeschoven werd naar Kleinhout c.s. onder supervisie van de waarnemend medisch direkteur prof. dr. F. G. Bouman. De abortus-ingreep werd weer toegepast. Begin mei spande prof. Arts „zijn" kort geding aan omdat hij vond dat het ziekenhuisbestuur in zijn beleid had ingegrepen. De rechter moest dan maar uitmaken wie het voor het zeggen heeft in het ziekenhuis.
Paard van
K^- W
Troje?
Had men met Arts het paard van Troje binnengehaald? Stolk: „Men is niet diligent genoeg geweest. Men heeft niet doorgehad
Prof. Arts (r.) met zijn advocaat mr. Smits dat wat nu gebeurd is ging komen. Men had het kunnen weten. Als je iemand benoemt, kan je zeker weten wat de gevolgen zijn. In de benoemingscommissie zaten maar heel weinig tegenstanders van abortus. De enige was eigenigk pi of. Van Bemmel." Kleinhout: „De kern van alles is of één man bevoegd kan zijn om in zaken als het abortusbeleid, waarbij medische én humanitaire argumenten een rol spelen, voor •anderen te denken. Ik vind van niet.
Als van tevoren, vóór de benoeming van Arts, met de afdeling was gesproken door hem, zou het probleem naar voren zijn gekomen. Hij had dan gezegd: ik wil niet dat er langer wordt geaborteerd. Fn wij hadden dan gezegd: wij vinden dat dat wel moet kunnen blijven gebeuren. Dan had meteen al zonder dat de rechter er aan te pas had hoeven komen de zaak op scherp gestaan.
' Vervolg op pagina 16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's