Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 473

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 473

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 15 JUNI 1979

t zakt laatste tijd weer in disJcussie twee zalen beschikbaar: de aula en de universiteitsraadzaal. Volgens een voor promovendi bestemde informatiefolder hebben beide zalen hun bijzondere kenmerken: in de aula, die plaats biedt aan ruim 1000 genodigden en bezoekers vindt de promotie „op de meest stijlvolle wijze plaats, waarbij zowel de aanwezigheid van paranymfen alswel de kleding aan bepaalde regels zijn onderworpen"; in de UR-zaal, plaats biedend aan ongeveer 160 mensen vindt de promotie in „een minder gedwongen sfeer plaats" waardoor deze zaal „een eigen bekoring" heeft. In deze zaal is bovendien de aanwezigheid van paranymfen niet verplicht. Op hetzelfde informatievel komt een aantal kledingvoorschriften voor. Van de promovendus en de paranymfen wordt verwacht dat zij zich hullen in een rokkostuum met een zwart vest, waarbij natuurlijk de witte strik niet vergeten mag worden. De promovendi van het vrouwelijk geslacht zijn voor wat betreft hun kledmg iets vrijer, van hen wordt verwacht dat zij „iets feestelijks" aantrekken. Voor mensen die bezwaar hebben tegen het dragen van de voorgeschreven kleding bestaat de mogelijkheid bij de rector ontheffing te vragen van het kledingvoorschrift. Voordat de openbare promotieplechtigheid begint vindt er een korte besloten bijeenkomst plaats die geopend wordt met bijbellezen, waarna men de laatste voorbereidingen treft alvorens men de stoet in een voorgeschreven volgorde formeert. In optocht schrijdt men dan naar de openbare bijeenkomst. De promotieplechtigheid wordt over het algemeen door de dekaan van de desbetreffende faculteit geopend, waarna de promovendus het formulier voor de verdediging voorleest. Bij een aantal faculteiten is het gebruikelijk een beperkte tijd te reserveren voor bevriende oppositie. Dat wil zeggen dat er vragen gesteld worden waarop de promovendus is voorbereid. Hierdoor kan hij de ergste zenuwen de baas worden. Nadat na verloop van een uur de pedel het „hora est" heeft geroepen verlaten de leden van de door het college van dekanen voor het begin van de bijeenkomst benoemde beoordelingscommissie alsmede de promovendus, geflankeerd door zijn eventuele paranymfen, de zaal. De commissie gaat zich dan formeel beraden over het al dan niet toekennen van de graad van doctor en het judicium plus het al of niet toekennen van het predikaat „cum laude" (Inmiddels wacht de promovendus in gezelschap van zijn paranymfen in het speciaal voor hem gereserveerde kamertje af.)

^

Meestal duurt het niet zo lang •— vijf tot tien minuten — voordat men in optocht de zaal weer binnentreedt. Soms gebeurt het echter dat de hoogleraren naar aanleiding van de verdediging in discussie geraken, waardoor de promovendus langer dan normaal moet zitten „zweten". Wanneer de promotor de vaste promotieformule eenmaal heeft uitgesproken krijgt de verse doctor nog even het woord. Hij draait dan zijn eerder voorgelezen formulier voor de verdediging om en vindt daar dan het „formulier na de verdediging", dat hij vervolgens voordraagt. De taak van de paranymfen is tweeledig: zij zijn de promovendus tot geestelijke steun en zij delen, wanneer althans de promotie in de aula plaatsvindt, de proefschriften uit.

Minder

promoties

Het gaat niet goed met de promotie. Wanneer men de statistieken bekijkt blijkt het aantal gepromoveerden, uitgedrukt in het aantal afgestudeerden in 15 jaar gehalveerd te zijn. In 1960 was^ dit percentage 1 6 % , terwijl het in 1975 was gedaald tot 7 % .

Prof. R.H. Rozendal,

Lees Ad Valvas en leef mee

Prof. dr. R. H.

secretaris college van

Rozendal

dekanen:

'Promotie-onderzoek wordt in toekomstig beleid belangrijk' Iemand die min of meer bij alle promoties betrokken is, is de secretaris van het college van dekanen. Aan de V U is dat prof. dr. R. H . Rozendal op dit moment. Met hem hebben wij een gesprek over de weg die naar de doctorstitel leidt. Niet altijd hoeft de promovendus een doorwrochte studie met een regen aan voetnoten te schrijven. Tegenwoordig kan hij ook de eindstreep halen op een artikelenreeks. Prof. Rozendal meent dat het instituut promoveren zijn zin blijft behouden. Het promotieonderzoek wordt belangrijk in het toekomstige beleid, zegt hij. Planmatige opzet, kontrole door vakgenoten, kwaliteitsbevordering, een tijdslimiet. Het proefschrift is dan voor de promovendus de bekroning. Hij kan zeggen: „Dit kan ik." Volgens artikel 12 van het promotiereglement moet de promotor zijn goedkeuring verlenen aan het proefschrift, is het al eens voorgekomen dat een promotor deze goedkeuring weigerde? „Dat is beslist al eens gebeurd. Het gebeurt echter heel zelden en in zo'n geval wordt het meestal wel een wat ingewikkeld gesprek tussen promotor en promovendus, waarbij vaak het bureau van de rector, de rector zelf helpt. (...) Meestal wordt het voordat het formeel voor de commissie komt gespreksonderwerp tussen promotor, promovendus, en bijvoorbeeld de rector of de conrector." Er is nog nooit een conflict uit voortgevloeid? „Althans geen openlijke conflicten. Bij de V U niet, elders zijn wel eens wat dingen voorgekomen, die dingen komen zelden in de openbaarheid."

Ad Valvas wordt gelezen

Absoluut gezien valt de schade nogal mee, maar de groei lijkt er toch wel uit te zijn. Werd in het studiejaar 1930/'31 ten gerieve van 241 promovendi de promotieformule uitgesproken, 35 jaar later, in 1965/'66 werd 440 maal een promotieplechtigheid met goed gevolg afgesloten. Sinds het studiejaar 1972/ '73 behalen jaarlijks iets meer dan 700 afgestudeerden de doctorstitel. In 1975/'76 was dit aantal 709. Er blijkt dus een zich consoliderende groep van afgestudeerden te bestaan die het nog steeds de moeite waard vindt zichzelf en de directe omgeving jarenlang te belasten teneinde de doctorstitel te verwerven. Misschien dat die zware belasting de oorzaak is van een andere negatieve ontwikkeling die men met betrekking tot het promoveren kan constateren: de steeds langere duur van het promotieonderzoek. Promoveerde men vroeger meestal na een jaar of vier, nu kan men constateren dat promovendi vaak zes jaar of meer nodig hebben om hun onderzoek af te ronden. Daarnaast lijkt een toenemend aantal mensen hun promotieonderzoek niet af te maken, hetgeen een verspilling kan betekenen van veel menselijke energie en van onderzoeksruimte.

Het drukken van zo'n proefschrift voor de promotie zelf legt natuurlijk wel een hypotheek op het hele proces; dat beïnvloedt waarschijnlijk ook de beoordeling'^ „Ja, dus je moet eigenlijk proberen om de feitelijke procedure zo te laten lopen dat het manuscript door promotor en co-promotor is goedgekeurd voordat je het naar de drukker brengt. Formeel zit het een beetje anders in elkaar, formeel zou je het proefschrift naar de promotor moeten brengen, die het dan goed of af kan keuren en zelfs bij goedkeuring is het formeel nog mogelijk dat de commissie na een openbare vergadering een promotie zou tegenhouden. Maar in de praktijk gebeurt het nooit zo. Als promotor en promovendus verstandig zijn zorgen ze ervoor dat de zaak

Rob

Meerhof

grondig genoeg bekeken is voordat men naar de drukker gaat."

Zekerheid Maar dan is er altijd een zekerheid dat promotie plaats zal vinden? „Dat betekent het praktisch wel. Een promotor moet wel heel slecht werk afleveren willen zijn collegae daarna nog zeggen: je hebt een geweldige fout gemaakt. Ik denk ook dat het garanderen dat er meer dan een man naar kijkt, een promotor en een co-promotor of een promotor en een co-referent een aantal zekerheden in deze procedure brengt." Formeel is het zo dat men zich in geval van onenigheid wendt tot de commissie. Is het ook wel eens voorgekomen dat de commissie als zodanig heeft bemiddeld? „Bij mijn weten niet, er wordt wel eens bemiddeld, door de rector, maar dan komt het nog niet bij de commissie, dat is nog eeïi spel tussen de twee begeleiders en de promovendus en dat kan nog best aanleiding geven tot een goed proefschrift. Het is natuurlijk het prettigst wanneer zo'n verschil van mening zo vroeg mogelijk wordt uitgesproken en geprobeerd wordt tot een oplossing te komen. Dat betekent soms bijvoorbeeld dat een promovendus een hoofdstuk herschrijft." Het predikaat „cum laude", wie neemt meestal het initiatief om dit aan te vragen? „Voor zover ik heb meegemaakt was het de promotor, maar het

hoeft niet, het kan ook best één van de c o n u n i ^ e l e d e n zijn cf de co-promotor of co-referent... Ik denk bovendien dat de besluitvorming moeilijk te achterhalen is omdat die plaats vindt in besloten vergadering, viraarvan het notuleren een marginaal karakter draagt." In welk opzicht? „Niet erg inhoudelijk, er is een betrekkelijke standaardformulering waarmee de zaak wordt genotuleerd. Dus als j e in de notulen een bepaald besluit vindt dan is h e t niet zo duidelijk hoe dat per persoon gegaan is. ik heb het zelf maar één keer meegemaakt dat sommige mensen over cum laude dachten en het gesprek liep zo dat een paar mensen van de commissie daar geargumenteerde bezwaren tegen hadden en toen is het zelfs niet eens formeel tot een voorstel gekomen. Ik denk dat een heieboel van deze dingen o p een tamelijk informele manier voorfoesproken worden."

Het nut van de plechtigheid Wat is nu nog het nut van de plechtigheid, nu het nooit gebeurt dat een kandidaat wordt afgewezen? „Het kan in theorie en wat dat be treft heeft het toch wel zin denk ik. I e praat wel eens vaker over dit soort dingen en dan hoor je wel eens een soort redenering van: „stel nou dat een promovendus, niet aan de universiteit werkend, een externe promovendus, stel dat daar een malversatie bij plaats vindt, dat kan. Als het niet onder je ogen gebeurt heb je geen garantie. D e promovendus zou kunnen pronken met andermans veren of iets dergelijks. Dan valt die door de mand bij J e verdediging. Maar dat is ook weer iets heel uitzonderlijks, waarvan ik me nauwelijks kan voorstellen dat in de huidige situatie zoiets zou gebeuren. Ik denk toch dat wanneer iemand heel slecht zou verdedigen... dat men dan toch de zaak tegen zou houden, m a a r het is met zoveel garanties omgeven dat het in feite niet zo gauw gebeurt."

Het zou natuurlijk wel een afgang zijn?! „ I a , dat is het aardige van publiek, publieke examens hebben natuurlijk een beetje hetzelfde karakter. luist omdat er publiek is (...) is er een enorm stuk veiligheid ingebouwd. D a t wordt meestal genoemd als verdediging van zo'n plechtigheid, die o p een hoop mensen tegenwoorfiïg overkomt als een spelletje. Aan de andere kant zijn er ook mensen ilie z e ^ e n : die spelletjes zijn zo leuk... en dat vind ik eigenlijk ook wel." Aan bêta-faculteiten promoveren relatief meer mensen. ,Jnderdaad is traditioneel het percentage afgestudeerden dat gaat promoveren niet aan alle faculteiten even groot en met name in de bêta-faculteiten is dit het geval. Ik denk dat dat ligt aan de hoge organisatiegraad van hun onderzoek, aan de vrij ruime financiering die ze hebben uit de tweede geldstroom. Men heeft een lange traditie van goed georganiseerd onderzoek waaraan de studenten ook al tijdens hun doctoraalfase kunnen meedoen. Z e kunnen dus heel goed selecteren o p bekwaamheid als onderzoeker. Het hele proces loopt zo gesmeerd dat wanneer deze mensen klaar zijn en ze gaan door in een project van een vakgroep dat men dan meestal ook succes heeft binnen vier jaar."

Waarom, minder promoties? De laatste tijd daalt relatief gezien de promotiegraad, wat kunnen hiervan de oorzaken zijn? ,4Iet kan voor een deel liggen aan het feit dat de middelen niet gelijkmatig meegroeien, personele middelen met name, met het aantal studenten. Er zijn gewoon niet voldoende promotieplaatsen. Aan de andere kant is er een beetje sprake van een vraag en aanbodsituatie. Ik kan m e ook voorstellen dat e r een groot aantal studenten naar de uni-

Vervolg op pag. 16

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 473

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's