Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 9

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 9

13 minuten leestijd

AD VALVAS — 1 SEPTEMBER 1978

9

Samenleving claimt meer greep op onderzoek nu aan omvang ervan paal en perk wordt gesteld Het onderzoeksklimaat op onze instellingen van wetenscliappeiyk on­ derwijs wordt er de laatste jaren niet beter op. In adviezen en nota's wordt gesproken over 'afbraak van goed onderzoek' en zelfs 'vernieti­ ging van kostbaar geestelqk kapitaal' en in diverse media wordt de staf gebroken over de voortgaande vergrijzing van het onderzoekerscorps, dat nauwelijks doorstroomt en onvoldoende dreigt te worden aangevuld. De enorme instroom van eerstejaars­studenten dwong bij een gelijkblijven van de middelen tot vergaande extensivering van het onderwijs (meer studenten per docent). Docenten aan wie het toch al vaak aan didac­ tische vaardigheden ontbreekt (er worden op dat punt nog steeds geen eisen gesteld) worden daardoor zo zwaar belast, dat ze nauwelijke meer aan onderzoek toekomen. Daar komt bg, dat nu ook van bovenaf gren­ zen zijn gesteld aan de beschikbare onderzoekscapaciteit. De voorgeno­ men spoed van minister Pais om te komen tot integratie van HO en HBO (zonder onderzoekstaak) en de beperking van de onderzoeksfunk­ tie van de doktoraalfase in zijn nota 'Hoger Onderwijs voor Velen' ma­ ken het perspectief voor het wetenschappelijk onderzoek nog somberder. Aan de andere kant wordt steeds luider de roep gehoord om beoordeling van het onderzoek, nu immers de middelen daarvoor sterker worden gereguleerd. Een kans wellicht voor de samenleving om nu eindelijk wat meer greep op het onderzoek te krijgen en invloed uit te oefenen op de keuze van te subsidiëren onderzoeksprojekten. Op dit moment overheerst echter nog somberheid, die zich tot ver­ schillende punten uitstrekt. In een recent advies gaf de Raad van ad­ vies voor het wetenschapsbeleid daar nog uiting van. De somberheid van de RAWB over het Nederlandse universitaire on­ derzoek richt zich niet alleen op het uitblijven van een heldere struktuur, waarbinnen dat zou moeten plaatsvinden maar ook op steeds slechter wordende kansen voor nieuwe onderzoeksinitiatie­ ven. In dat verband wijst de RAWB vooral op de vergrijzing van het wetenschappelijk corps en op het achterwege biyven van maatregelen om de mobiliteit on­ der het wetenschappelijk personeel te bevorderen. Deze zwakke mobi­ liteit vormt een zich versterkend verschijnsel. De sterk verminde­ rende doorstroming heeft namelijk tot gevolg, dat het incidentele loonaccrès voor deze groep (de jaarlijkse loonsverhogingen tenge­ volge van periodieken en 'automa­ tische' promoties) relatief hoog is. Volgens de RAWB ligt dit accrès rond de twee procent terwijl de overheid slechts een toeneming van één procent per jaar aan­ houdt. 'Op de lange duur moet dit wel tot gevolg hebben dat de per­ soneelsformatie moet inkrimpen, bijvoorbeeld door vrijkomende va­ catures niet te vervullen, wat dus opnieuw die toch al zwakke mobi­ liteit versterkt'. De RAWB meent, dat er te weinig aandacht wordt geschonken aan maatregelen om de 'uiterst schadelijke effecten van deze ontwikkelmg' te keren. Er is wein^ fantasie voor nodig om uit te denken welk effect hier bv. dreigt. Het is duidelijk, dat een ge­ ringe mobiliteit bij wp­ers niet be­ paald bevordelijk is voor het enta­ meren van nieuwe onderzoek. Ver­ grijzende onderzoekers zullen eer­ der geneigd ziJn op de bestaande onderzoeksactiviteiten, die zij zelf begonnen nog wat voort te bordu­ ren dan het veld te ruimen voor nieuwe initiatieven, die niet bin­ nen hun interesse­ en kennis­sfeer liggen. Die nieuwe Initiatieven zouden immers hun positie bedrei­ gen.

door Jaap

Kamerling

is en Pais' voorstellen al een kwantitatieve vooruitgang beteke­ nen. (In het jaarverslag van de RAWB van 1977 was er al op ge­ wezen, dat het CBS in 1973 het universitaire onderzoekspotentieel becijferd had op circa 5000 man­ jaren".)

'Papieren

garantie^

Het CvB van de Universiteit van Amsterdam liet echter in een reaktie op het departementale werkstuk duidelijk merken zelfs over het nu voorgestelde aantal van 5372 manjaren ernstige twij­ fels te koesteren. Het college ziet dit gereserveerde aantal manjaren als een 'papieren garantie' mede gelet op de wijze, waarop dat getal tot stand is gekomen. Het vreest, dat niet alleen de studentenaan­

tallen maar in de praktijk ook de onderzoeksruimte sluitstuk zijn in de intentionele toewijzing van Over de kwantitatieve grenzen, die middelen. Die vrees lijkt gerecht­ minister Pais wU stellen aan de vaardigd als men bedenkt, dat de onderzoekscapaciteit lijkt de universiteiten, die in het recente RAWB zich minder druk te ma­ verleden al veel aan extensivering ken. Bij de presentatie van het van het onderwijs hebben gedaan jaaradvies kon uit de mond van in de huidige plannen nog verder prof. Van Trier worden opgete­ zullen moeten extensiveren, maar kend, dat deze niet erg verontrust liefst met een derde. Dat betekent was over het voornemen van Pais een nóg hogere onderwijslast voor om in het kader van de planning de docenten, zodat die nog minder van de beschikbare middelen voor tijd zullen overhouden voor onder­ de uiüversiteiten tot 1983 de prio­ zoek. riteit te leggen bij het zoveel mo­ Die verhoging van de onderwijslast gelijk voorkomen van studenten 7 wordt duidelijk zichtbaar In de stops en daartoe waar nodig te be­ nieuwe normen, 'die Pais iieeft zuinigen op de föianciele ruimte vastgesteld voor de numerieke ver­ voOT het universitaire onderzoek. houding studenten­stafleden (de Reserveerde oudrStaatssecretaris zogenaamde ~ studeiiten­stäfica­ Klein in zijn Beleidsindicaties tot tio's). Over het algemeen zyn die 1983 nog 7600 manjaren voor het ratio's fors verhoogd. Bij biologie onderzoek. Pais is blijkens voorlo­ bijvoorbeeld gold tot op heden een pige departementale berekeningen gemiddelde van 1 staflid op 8.5 gaan zitten op 5372 manjaren hoe­ student. Dt moet worden: l,op 15. wel zijn nota 'Hoger onderwijs De verhogingen treffen vooral de voor velen' 6650 manjaren begroot. natuurwetenschappelijke en tech­ In elk geval blyft hij flink achter nische studierichtingen. De nieuwe bij het streven van Klem. Van normen komen minder hard aan Trier vindt dat niet erg omdat ' bij de literaire en sociaal­weten­ naar zijn mening 7600 veel te ruim schappelijke studies.

Minder dan

Klein

Kansen

voor VU

Voor de VU vallen overigens de laatste departementale berekenm­ gen nogal gunstig uit. De VU heeft in het verleden al zó sterk geëx­ tensiveerd (de VU was altijd nogal soepel bü de vaststelling van de to^estane studentenaantallen), dat de VU op dit moment nog maar zo'n tien procent hoeft te extensiveren tot 1983. In verband met die nadruk de afgelopen jaren op onderwijsextensivering mag de VU tot 1983 zijn onderzoekscapaci­ teit uitbreiden van 23 tot ongeveer 31 procent. De VU krijgt dus een aardige kans hier een achterstand in te halen. Iiandelijk bekeken blijft echter de toegestane uitbreiding van de on­ derzoekscapaciteit zeer beperkt. Zij mag tot 1983 met 7 procent stijgen. Wat ver beneden de door oud­ staatssecretaris Klein voorziene stijging van zo'n 30 procent is. Al voordat de laatste nieuwe bere­ kenii^en bekend werden liet de Academische Raad zich zeer be­ zorgd uit over het algemene beeld van het universitaire onderzoek. De ontwikkelingsplannen van de instellii^en voor HO signaleren dat nu al goed onderzoek wordt afgebroken, konstateerde de raad bij de vaststelling van zijn advies hierover op 12 mei. I n de toekomst zal die afbraak zich in versterkte mate voortzetten, zo vervolgt de raad. 'Dit verlies klemt te meer omdat het vele Jaren duurt om op­ nieuw een goed onderzoeksklimaat op te bouwen. Er is op zijn minst sprake van vernietiging van kost­ baar geestelijk kapitaal, wat het goed funktioneren van het weten­ schappelijk onderwijs in gevaar brengt.'

scherpe selektie tijdens de studie de studenten uitzeeft tot 'gradua­ tes' die mogen doorstuderen en imdei^raduates'. Pais probeert nu in zijn 'Hoger Onderwijs voor Ve­ len' het wetenschappelijk onder­ zoek te 'redden' door in de post­ doctorale opleiding voor de bolle­ bozen sterk de nadruk op onder­ zoekstratning te leggen. Een deel van de post­doctorale studenten krijgt tijdens het post­doctoraal een professionele voorbereiding op de beroepsuitoefening (vooral op het les geven), het andere deel zal zich in de post­doctorale fase 'meer expliciet kunnen richten op verdieping van kennis en onder­ zoek'.

'Onderzoek voor weinigen De minister stelt in dezelfde be­ leidsnota onomwonden, dat de aanraking van de studenten met het onderzoek In de doctoraal­op­ leiding "van beperkte omvang zal zijn'. Met zijn keuze voor het twee­ traps­model grijpt Pais terug op de voorstellen van prof. Posthu­ mus, als regeringskommissaris voor het HO in 1968 benoemd door oud­minister Veringa. In de Groe­ ne Amsterdammer van 19 juli werd onthuld dat Posthiunus de bouwstenen voor zijn voorstellen haalde uit een door de voorganger van Veringa, prof. I. A. Diepen­ horst, ons welbekend, ii^esteld "Wassenaars Overleg', waaraan o.a. de psycholoog en selektie­deskun­ dige prof. dr. A. D. de Groot deel­ nam. Bij dat "Wassenaars Overleg' scheen men het in elk geval over één ding eens te zijn: dat het met de academische studies in ons land korter, efficiënter en effectlevet moest kunnen. Al spoedig kwam daar nog bij: 'en goedkoper'. Het gezelschap moet op een gegeven moment gestemd hebben over het aantal studiejaren (doctoraal) voor de toekomst: daar kwam toen vier uit. Het kon het niet eens worden over de vraag of er nu een twee­fasen­model moest komen op amerlkaans­en­ gélse leest geschoeid of een tradi­ tioneel doctoraal nederlandse stijl maar dan korter en efficiënter. De kommissie­De Moor, in 1970 door minister Veringa ingesteld, die de regering moest gaan adviseren over de lange termijnplannii^ van het HO, bleef sindsdien op het twee­fasen­model hameren en naar nu blijkt, met sukses.

Verder dan

Posthumus

De kommissie­De Moor meent, dat onderzoekstraining beperkt dient te blijven tot de tweede fase. Pais drukt zich iets voorzichtiger uit maar ook zijn gedachten lijken in die richting te gaan. In elk geval gaat hü verder dan Posthumus, die vond, dat ook in de pré­docto­ rale fase 'onderwijs en onderzoek schering en Inslag van éénzelfde weefsel' moesten blijven.

Pais'

reddingsplan

Minister Pais, die ook wel beseft, dat het onderzoek de dupe dreigt te worden van de voortgaande ex­ tensivering, meent nu ter reddiäg van dit onderzoek de steen der wijzen gevonden te hebben in zijn recente voorstel tot invoering van het twee­fasen­model voor het ho­ ger onderwijs. Op vragen uit de Tweede Kamer over de bedreigde onderzoekscapaciteit gaf hij op 1 jimi als antwoord, dat hij in z'n beleidsnota Hc^er Onderwijs voor Velen zou aangeven 'welke wijzi­ gingen in de stjuktuur van het HO nQodzakelijk zijn om tstrukturele aantasting van ^e onderzoeksca­ paciteit op langere" termijn te voorkomen en de institutionele onderzoektaak Van de inStellingen van wetenschappelijk onderwijs te waarborgen'. Hij doelde daarmee duidelijk op het twee­fasen­model, een op an­ gelsaksische leest geschoeid mo­ del voor het HO, dat al vele jaren door de kommissie­De Moor, een door oud­minister Veringa in 1970 ingestelde advieskommissie voor het HO, wordt bepleit en dat via

ning in onderzoek, ziet het er niet zo rooskleurig uit voor het gehalte van de doctoraal­opleidingen aan onze universiteiten in de toekomst, als tenminste Pais' plannen door­ gang vinden. Veel faculteiten kwa­ men bü de herprogrammering op vijf jaar uit juist omdat zij on­ derwijs en onderzoek wel gerela­ teerd zien. Andere misschien om­ dat zij geen zekerheid hadden over voldoende onderzoekscapaciteit in de post­doctoraalopleiding. Het lijkt er een beetje op, dat Pais nu de faculteiten voor zijn vier­jarige studieduur wil winnen door hen het lokaas voor te houden van een post­doctoraal met rijke onder­ zoekmogelijkheden (voor slechts 40% van de studenten). Dat zou dan ten koste gaan van de kwali­ teit van de doctoraal­opleiding, die vrijwel zonder onderzoekstraining, een steeds schoolser karakter zal krijgen, zeker als de integratie met het HBO vastere vormen gaat aannemen. Een doctoraalopleiding die voor het merendeel van de stu­

Een stokpaardje, dat Pais ook van de kommissie­De Moor heeft over­ genomen is de integratie van ho­ ger onderwijs en hoger beroepson­ derwijs. Deze gedachte wordt na­ tuurlijk al Jaren met wisselend en­ thousiasme gekoesterd maar De Moor doet dat wel het hevigst en waarschijnlijk ook het langst en Pais blijkt nu ook weer erg In te zijn voor die integratie. In 'Hoger Onderwijs voor Velen' noemt hij een nauwere relatie tussen HBO en WO op korte termijn zeer ge­ wenst! Pais wü met die nauwere relatie komen tot een gedifferen­ tieerd hoger onderwijs met rjiime­ re keuzemogelykheden' voor de student dan binnen de afzonder­ lijke takken van hoger onderwijs. Hoewel hij vindt, dat de wezenlijke karakteristieken van beide vormen van hoger onderwijs tot hun recht moeten blijven komen, zal uit zo'n integratie het onderzoek bij het WO zeker niet sterker tevoorschijn komen omdat het HBO nu een­ maal geen onderzoekstaken kent. Als je ervan uitgaat, dat weten­ schappelijk onderwijs niet wel mo­ gelijk is zonder tegelükertijd trai­

denten (60%) als studie­afslui­ tende opleiding wordt weggelegd.

Meer

beoordeling

Een voordeel van de bezuinigingen op het WO door o.a. het aan ban­ den leggen van het onderzoek lijkt te liggen in de behoefte aan regu­ lering en dus beoordeling van het onderzoek, die daarmee verband hondt. Ook in de laatste voorstel­ len van de RWO­werkgroep wordt weer die behoefte aan meer beoor­ deling naar voren gebracht. Op zichzelf lijkt die ontwikkeling gunstig omdat er nog heel wat on­ derzoek gebeurt, waarvan het maatschappelijk nut nauwelijks is nagegaan, laat staan dat hier überhaupt maatschappelijk nut te meten valt. Ook brengt het ver­ schijnsel van de vergrijzing van het wetenschappelijk corps mee, dat eenmaal bestegen stokpaarden bereden blijven en weinig aan maatschappelijke prioriteiten ge­ toetste nieuwe initiatieven voor onderzoek worden ontwikkeld. Er valt ongetwijfeld wel wat dor hout te kappen als de hakbijl van de beoordeling wordt opgepakt. Op het onlangs in Utrecht gehouden congres over beoordeling van on­ derzoek bleek, hoe bang weten­ schappers hiervoor zijn. De roep om beoordeling, ook al wordt zij misschien voornamelijk ingegeven door bezuinigingsover­ wegingen, biedt de maatschappij in elk geval een kans zyn mvloed te vergroten op de besteding van overheidsgelden voor wetenschap­ pelijk onderzoek. Wil een onder­ zoeksprojekt kans hebben op sub­ sidiering, dan zal men het ook moeten verantwoorden naar de maatschappij toe, die immers het geld verschaft. Er zullen wegen moeten worden gezocht om de maatschappij de gelegenheid te geven onderzoeksinitiatieven op hun maatschappelijk nut te be­ oordelen. De beperking van de omvang van het onderzoek in de doctoraalfase van Pais' 'Hoger Onderwijs voor Velen' lijkt overigens niet ingege­ ven te zijn door het verlangen naar een grotere maatschappelijke beoordeling van onderzoek. De achtergrond van die beperking ligt meer in de wens om de toenemen­ de studentenstromen makkelijker te kunnen verwerken. Het is sterk de vraag of de minister de beteke­ nis van het zelf aan onderzoek doen als noodzakelijk onderdeel van een wetenschappelijke oplei­ ding wel voldoende inziet. Beperking dient dus niet voort te komen uit onderwaardering van onderzoek maar uit de behoefte aan een betere beoordeling en ver­ antwoording van onderzoek daar­ bij lettend op het onderwijskundig belang van onderzoek en het grote maatschappelijk belang van de juiste keuze van onderzoek. Stu­ ring van onderzoek zou daarom voorolp moeten staan als doel; dus niet kwantitatieve beperking. Daarbij is een betere verantwoor­ ding van onderzoek nodig en die kan misschien af en toe wel eens leiden tot kappen van dor hout. Het gaat er uiteindelijk om, dat het geld, dat de samenleving wil besteden aan onderzoek, zo goed mogelijk wordt besteed en voor die samenleving controleerbaar is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 9

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's