Ad Valvas 1978-1979 - pagina 315
•7
AD VALVAS — 9 MAART 1979
VU -hoogleraar
mr. J. A. Barman
op forum
over
vreemdelingenbeleid:
'Staatssekretaris doet 't verkeerd, kamerkommissie slikt 't en president rechtbank dekt 't' „De staatsselaetaris doet het verlceerd, de tweede kamer-Icommissie slilct het en de president van de rechtbanic dekt het". Tot deze konklusie kwam de VU-hoogleraar mr. J. A. Borman aan het eind van een forumdiskussie over het vreemdelingenbeleid waarbij hij voorzitter was op 26 februari jl. Deze diskussie was het slot van een cyclus over het vreemdelingenrecht zoals die door QBDBD „de juridische fakulteitsvereniging" in de maand februari was georganiseerd. In het forum hadden zitting mr. W. J. van Bennekom, bekend advocaat in vreemdelingenzaken, mr. M. J. van Emde Boas, werkzaam bij de directie vreemdelingenzaken van het ministerie van justitie, en mr. A. Kruyt, juridisch medewerker bij het Nederlands Centrum Buitenlanders (NYB) te Utrecht. Naast deze mensen hadden de twee kamerleden mevr. mr. I. HaasBerger en mevr. mr. A. Kappeyne van de Coppello, toegezegd in het forum te willen zitten en in te willen gaan op de zware kritiek die nogal eens te horen is op de rol van de Tweede Kamer ten aanzien van het vreemdelingenbeleid. Mevr. Haas-Berger was op het laatste moment evenwel door ziekte verhinderd te komen en mevr. Kappeyne van de Coppello, op dat moment voorzitter van de WD-Kamerfraktie, was haar toezegging eenvoudigweg vergeten, iets wat haar door de organisatoren uiterst kwalijk is genomen. In ieder geval bleef de parlementariërs heel wat kritiek bespaard. Mr. Van Bennekom ging in zijn inleiding in op de achterliggende motieven die naar zijn mening een rol spelen bij het beleid ten aanzien van vreemdelingen en de plaats die de rechtshulp inneemt bij de begeleiding van vreemdelingen: „Het vreemdelingenbeleid, zoals dat door het ministerie van justitie, de direktie vreemdelingenzaken en de plaatselijke vreemdelingendienst tot voor enkele jaren geleden werd uitgeoefend, in verreweg de meeste gevallen gesteund door de overgrote meerderheid van de Tweede Kamer, berustte in hoofdzaak op de kontradiktie dat vreemdelingen een noodzakelijk kwaad zijn. Vreemdelingen waren soms nodig uit ekonomische overwegingen, daarbij valt natuurlijk in de eerste plaats te denken aan de grote groep gastarbeiders die in de jaren zestig ons land is binnengekomen. Soms waren ze noodzakelijk uit juridische overwegingen: Te denken valt aan de verdragsverplichtingen die Nederland op zich heeft genomen in het kader van de EEG en in het kader van de onafhankelijkwording van Suriname. Soms waren ze ook noodzakelijk uit morele overwegingen. Hierbij valt vooral te denken aan vreemdelingen die vluchtelingen zijn of die behoren tot de zogenaamde zielige gevallen, gevallen van klemmende humanitaire aard. Maar kwaad bleven ze, tenminste dat is mijn stelling. Het bewijsmateriaal voor die stelling vind ik vooral in de gebrekkige opvang die vreemdelingen in veel gevallen in Nederland ten deel is gevallen. Daarnaast kunnen vreemdelingen slechts van een gebrekkige rechtsgang genieten. Tenslotte is het zo, dat de vreemdelingendiensten, de eerste instantie waar de vreemdeling met zijn problemen aan kan komen, in vrijwel geen enkel geval behoorlijk zijn toegerust voor het doen van het werk dat ze behoren te doen. Uit de kontradiktie „de vreemdeling is een noodzakelijk kwaad" vloeide enerzijds voort dat vreemdelingen buiten de poort bleven staan wanneer ze niet strikt noodzakelijk waren om een van de redenen die genoemd zijn. Anderzijds was het gevolg dat ze zo snel mogelijk weg moesten wanneer zij Nederland meer last dan voordeel begonnen te bezorgen. Hierbij valt te denken aan het feit dat wanneer een vreemdeling werkloos wordt hij er ernstig rekening mee moet houden dat hij zijn verblijfsvergunning verliest. Dit beeld „de vreemdeling als noodzakelijk kwaad" lijkt te gaan veranderen. Aanwijzingen hiervoor ''ind ik in het volgende. De werving van gastarbeiders is stopgezet. De legeung en het parlement zijn onwiihg om de regularisatieaffaire
Ben
Nijman
tot een behoorlijk eind te brengen en de resterende 200 regularisatieslachtoffers een verblijfsvergunning te geven. Bij de vreemdelingendiensten en bij het departement bestaat de toenemende neiging om een vergunning van beperkingen te voorzien. Steeds meer ingang vindt de praktijk van vreemdelingendiensten om geen belangenafweging meer toe te passen en te volstaan met de overweging dat de vreemdeling een vergunning kan worden geweigerd, waarbij dan
groot aantal punten onvoldoende geregeld: Een vreemdeling heeft in beginsel nog steeds slechts dan recht op een beroep op de Afdeling rechtspraak van de Raad van State, de onafhankelijke rechter, tegen een ongunstige beschikking van het ministerie als hij op het moment van die beschikking tenminste een jaar hoofdverblijf in Nederland had. (In een reaktie merkte mr Van Emde Boas op dat de bewindslieden hebben toegezegd dat deze jaarstermijn bij de Wet Uitbreiding Rechtsbescherming en Rechtsbijstand Vreemdelingen zal worden ingetrokken.) Een van de meest toegepaste daden van overheidsbeleid ten aanzien van vreemdelingen, het al dan niet verlenen van schorsende werking op grond van een ingesteld beroep, is in beginsel niet voor beroep vatbaar. (Het enig overgebleven rechtsmiddel is dan slechts een procedure in kort geding bij de president van de rechtbank.) Vreemdelingen die in verband met hun uitzetting in bewaring worden geno-
motivatie als je een studie moet gaan volgen. De Vreemdelingenwet zegt nu: Als binnen 6 maanden en in herziening binnen 3 maanden niet is beslist door de staatssecretaris, dan mag je aannemen dat je verzoek is geweigerd. Misschien moet dat wel worden omgedraaid, in die zin dat je dan van toewijzing kan uitgaan."
Slechts één beleidsverandering Na een vraag uit de zaal zei Van Emde Boas dat er ten aanzien van a.«!elverzoeken slechts één beleidsverandering door staatssekretaris Haars is te signaleren, n.1. bij asielverzoeken van Turkse christenen. De staatssekretaris heeft de Kamerkommissie voor justitie de volgende kriteria medegedeeld: „Degenen die persoonlijk leed met een schrijnend karakter hebben ondervonden komen voor toelating als asielgerechtigde in aanmerking. Heeft het leed geen schrijnend karakter, dan zal de beschikking afwijzend zijn;
De forumdiskussie. 'V.l.n.r. prof. mr. J. A. Borman (vrz.), mr. M. J. van Embde Boos, mr. A. Kruyt en mr. W. J. van Bennekom. automatisch de konklusie is dat deze ook moet worden geweigerd. Tenslotte bestaat een tendens om de toelating van vluchtelingen steeds meer te gaan quoteren, d.w.z. een van te voren vastgesteld aantal toe te laten.
men op grond van de Vreemdelingenwet, dia hier meestal geen enkel strafbaar feit hebben gepleegd, krijgen nauwelijks rechtsbijstand; rechtsbijstand die in gewone strafzaken wel wordt verleend. Dit is beschamend voor een staat die zich rechtsstaat noemt!"
'O nge oorlo o f de verwijderingswil'
Geen gelijke
We zijn beland in de overgangsfase naar afbraak van verkregen rechten, naar het terugdringen van wat men in Duitsland „Ueberfremdung" noemt. De afgelopen jaren waren de twee heetste hangijzers in het vreemdelingenbeleid de regularisatie-affaire en de wijzigingen in het vluchtelingenbeleid, die in het laatste jaar te zien zijn geweest. Op beide punten is de overgrote meerderheid van het parlement onmachtig of onwillig geweest iets fundamenteels te doen. We kunnen zo langzamerhand spreken van een ,.ongeoorloofde verwijderingswil". De rol van de rechtshulp is in dit hele gebeuren uiterst essentieel en tegelijkertijd uiterst marginaal. Weliswaar heeft de nieuwe Vreemdelingenwet, die nu ruim 10 jaar in werking is, veel verbeterd, juist op het punt van de rechtsmiddelen, zodat de rechtshulp meer mogelijkheden heeft om op effektieve wijze te kunnen werken aan de rechtsbescherming van vreemdelingen, maar tegelijkertijd zijn nog een te
tred
Mr. Van Emde Boas merkte in zijn inleiding op dat de groei van het justiële apparaat geen gelijke tred heeft gehouden met de exponentiële groei van het aantal te behandelen zaken. HiJ meende echter dat men liever termijnoverschrijding kan hebben dan onzorgvuldigheid, omdat een termijnoverschrijding niet ten nadele van een vreemdeling zou werken. Mr. Kruyt sprak dit met klem tegen: „Het is waar dat wanneer in herziening niet tijdig wordt beslist men beroep heeft bij de Raad van State en er dan ook schorsende werking is. Dit noemt men fiktieve weigering. De lange wachttijden zijn voor vreemdelingen echter psychisch vaak ruïneus. Ik wil hierover niet te dramatisch doen, maar ik heb toch in- mijn praktijk gevallen meegemaakt van hartinfarkten, maagkwalen en zelfmoorden. Mensen gingen er aan onderdoor dat ze maanden en maanden in onzekerheid waren of ze hier nou mochten blijven of niet. Het is vaak ongunstig voor je positie op de arbeidsmarkt en erg slecht voor de
een herzieningsverzoek mag in Nederland worden afgewacht Is er
Vervolg van pagina 1
Uilenstede ters werd bezet. De bezetting duurde tot het eind van de werkdag. De oproep van het aktiekomitee om de eenheden te bezetten werd massaal opgevolgd. Het aktiekomitee stelde „aki's" (anti-Kramer-installaties) aan de eenheden beschikbaar. Dat zijn „sleutel-proof' ijzerdraadjes die elke ongewenste binnenkomst van het huishoudelijk personeel onmogelijk moeten maken. Er waren nog tien eenheden te ontruimen. Op de bewonersvergadering van 1 maart deelde het aktiekomitee mee dat Kramer onverrichterzake op zijn schreden was teruggekeerd. I'et dagelijks bestuur^van de SSH dat vrijdag 2 maart weer bijeenkwam besloot de ontruimingsaktie met nóg een week op te schorten tot na de extra vergadering van het algemeen bestuur van de SSH. Deze vergadering vindt vandaag (9 maart) plaats. Het d.b. van de SSH had dit besluit genomen omdat „alleen op deze wijze het personeel voldoende beschermd kan worden tegen mogelijke gewelddadigheden van bewoners". In een brief aan de Uilenstedebewoners
geen of nauwelijks persoonlijk leed ondervonden, dan dient de aanvrager Nederland te verlaten." Van Bennekom vond deze kriteria in strijd met de principes van het asielen vreemdelingenbeleid, waarbij niet persoonlijk ondervonden leed, maar de vrees om leed te zullen ondervinden doorslaggevend moet zijn. Hij vond het beschamend dat de vaste kamerkommissie voor justitie een dergelijke ingrijpende beleidsverandering heeft geaksepteerd. Van Bennekom; „De wet van de grote getallen, de vraag naar de hoeveelheid vluchtelingen die men zich op de hals haalt, maakt blijkbaar op de Kamer meer indruk dan de noodzaak om vreemdelingen een goede rechtsbescherming te bieden." Tegen het verwijt dat het departement en de Tweede Kamer zich te veel laat leiden door de vrees voor een grote toeloop van asielzoekers had Van Emde Boas eigenlijk geen verweer. Vanuit de zaal werd gesteld dat de Vreemdelingenwet de evolutie in de rechtsbescherming niet heeft kunnen volgen: „Op andere gebieden van 't bestuursrecht is de beslissing over de al of niet schorsende werking van een ingesteld beroep met waarborgen omgeven, doordat de voorzitter van de afdeling rechtspraak van de Raad van State daarover een uitspraak doet. Het grote falen van de Vreemdelingenwet is dat die beslissing in vreemdelingenzaken door de administratie zelf wordt genomen. De president van de rechtbank, die nu in kort geding nogal eens te hulp moet schieten, is hiervoor niet de aangewezen persoon." Kruyt sloot zich aan bij deze opmerking: „Bovendien zijn sommige rechtbankpresidenten volstrekt inkompetent. Met name de Haagse president Blaauw slikt alles wat hem door het departement wordt voorgeschoteld en kan als zodanig een gevaar voor de rechtsstaat worden genoemd." Van Emde Boas gaf toe dat de mogelijkheid van een beoordeling door de voorzitter van de Afdeling Rechtspraak, bij uitstek deskundig in vreemdelingenzaken, een oplossing van het probleem zou kunnen zijn. QBDBD hoopt door deze cyclus de onbekendheid van veel mensen met het vreemdelingenrecht enigszins te hebben opgeheven (maar bovendien opnemen van dit rechtsgebied als keuzevak in het studieprogramma te hebben bevorderd). deelt het bestuur mee dat „het zijn ernstige verontwaardiging uitspreekt over op meerdere eenheden aangetroffen beledigende uitlatingen aan het adres van SSHmedewerkers, met name waar het opmerkingen betreft die doen herinneren aan situaties tijdens de Tweede Wereldoorlog". De naam SSH had namelijk bij enige impulsieve aktievoerders associaties gewekt aan een onfrisse organisatie uit die periode. Op één enkele eenheid werd een ontruimend personeelslid een pan naar het hoofd gesmeten. Advertentie
DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 714754 en 723366 Fil. W. de Zwijgerlaan ,101 Telefoon 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens waaronder: FORD - VW-SIMCA - OPEL NIEUWE )T26M3EN5TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten 10 procent korting
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's