Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 205

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 205

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 15 DECEMBER 1978

9

ken zou een kontaktkommissie gevormd moeten worden, bestaande uit vertegenwoordigers van deze drie organen en met de politiek leider als voorzitter. Partij en fraktie zijn dan beter in staat de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor een kabinet, waarin hun partij vertegenwoordigd is. Afspraken vooraf tussen partijen over samenwerking en de bereidheid van regeringspartijen om een kabinet tot inzet van de verkiezingen te maken kunnen de nu moeizaam tot stand komende kabinetsformaties niet alleen sneller doen verlopen, maar ook meer recht laten doen aan de kiezers. Tot deze konklusie komt dr. A. K. Koekkoek (zie foto) in een maar liefst 666 pagina's tellend proefschrift waarop hij gisteren promoveerde tot doctor in de rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit. Het proefschrift "Partijleiders en Kabinetsformaties', waaraan Koekkoek zeven jaar heeft gewerkt, valt in twee delen uiteen. Het eerste gedeelte is een onderzoek naar de rol van partijleiders bij de kabinetsformatie in Engeland, West-Duitsland, België en Nederland. In het tweede gedeelte vergelijkt de auteur de vier parlementaire stelsels volgens de juridische methodologie van Dooyeweerd en van Eikema Hommes en komt hij tot zijn voorstellen voor een nadere vormgeving van het politiek leiderschap in Nederland.

^

^

^

OU mogelijk moeten zijn' Uw voornaamste kritiek op het Nederlandse systeem is het in de vorige eeuw onwikkelde en in 1938 in de grondwet vastgestelde dualisme tussen regering en parlement, u noemt het een verouderd principe. Wordt het echter niet juist in uw partij, het CDA, nog steeds voorgestaan? „Dat dualisme is maar een uitdrukking hoor! Het gaat om het zelfstandig en gescheiden van elkaar opereren van regering en parlement, maar ook van regering en partij. Zoals een kamerlid, dat minister wil worden het parlement moet verlaten moet een partijvoorzitter, die minister wil worden zijn funktie in de partij neerleggen. Dat maakt de band tussen de verschillende organen erg los en dat werkt door in hun taakvervulling, bijv. dat men een kabinet niet tot inzet van de verkiezingen durft te maken. Het is inderdaad zo dat het CDA, merkwaardigerwijs moet ik zeggen, dat dualisme nog steeds hanteert. Dat blijkt heel duidelijk uit het onlangs verschenen rapport over „Grondslag en politiek handelen". Daar staat een paragraaf in over de verhouding tussen regering en parlement en die is zo dualistisch als wat. Daarin herken je volledig de AR- en CHU-opvattingen; in katholieke kring is men nooit zo dualistisch geweest, integendeel, daar heeft men juist altijd de invloed van de partijen op het kabinet willen versterken. Het merkwaardige is overigens dat het rapport zich helemaal niet uitlaat over hoe het CDA de funktie van zichzelf ziet in de politiek, er wordt niet gesproken over de verhouding tussen partij en fraktie." Heeft het dualisme van het CDA iets te maken met de opvatting dat de overheid een door God gegeven gezag is? „Nou, dat is al een heel oude onderscheiding die in de tijd van Abraham Kuyper al niet meer verantwoord was. Kuyper zag de Staten-Generaal niet als staatsorgaan, maar als spreekbuis van het volk, dit in tegenstelling tot de overheid.

ïoikssoeweremïteit r r e ^ theorie' Maar die opvatting ging toen al niet meer op, omdat de Staten-Generaal onderdeel van de staat geworden was. Maar gedeeltelijk, vooral in ARkring, speelt die overheidsopvatting nog wel een rol, nl. in de afwijzing van de gedachte van de volkssoevereiniteit. Terecht omdat het volk niet soeverein is, je kunt je daar weinig bij voorstellen. Het volk is zo verschillend, niet ieder heeft bijv. kiesrecht, neem de gastarbeiders. Het goeie van de AR-staatsleer is de erkenning dat er een overheid moet zijn, of je het leuk vindt of niet en dat je die niet kunt funderen met een soort volkssoevereiniteit, omdat dat eigenlijk een iieéle theorie is." Is de gedachte van godssoevereinitcit, zoals die in AR-kring leeft, wel een reële theorie? „Ja, maar in die zin dat de oorsprong van al het geschapene in Gods hand ligt en dat hij zijn

schepping onderhoudt en dat er in principe verlossing is voor de schepping. Dat is een fundamenteel motief, een wezenlijke beweegreden waarom je dingen doet, voor wetenschapsbeoefenaars en voor politici. Maar ik zie niet in dat dat konsekwenties heeft voor de verhouding regering-parlement. Het enige verband dat er ligt is dat je in de schepping bepaalde strukturen hebt, dat je die moet proberen te ontdekken. Een van die strukturen is die van de staat en die probeer je zo goed mogelijk onder woorden te brengen en dan heb je de opdracht de staatsorganisatie zo rechtvaardig mogelijk te maken met vormgeving van een aantal principes, zoals demokratie. Maar een demokratie die niet overheersend mag zijn, want aan de andere kant heb je de gedachte van een rechtsstaat, die juist de burger tegen de macht van een meerderheid wil beschermen. Dus je kunt zeggen dat het tot stand brengen van die rechtvaardige orde een opdracht is die zeker te maken heeft met dat grondmotief waardoor je je laat leiden. Ik hoop dat ik enigszins duidelijk ben . . . " U verwijt de kommissie Cals/Donner, die zich bezig heeft gehouden met de grondwetsherziening, dat haar keuze voor handhaving van de onverenigbaarheid van het kamerlidmaatschap en ministerschap — dus een dualistisch standpunt — niet op harde argumenten is gebaseerd en deels voortkomt uit on-

bekendheid met het funktioneren in het buitenland. Kunt u deze bet Schuldigingen hard maken? „ledere vergelijking met het buitenland ontbreekt, terwijl in nagenoeg alle parlementaire demokratieën de funkties van minister en kamerlid verenigbaar zijn. Men kan het zich gewoon niet voorstellen dat ministers permanent in de kamer blijven zitten, terwijl het in andere landen als vanzelfsprekend wordt ervaren. Natuurlijk, er zijn praktische problemen. Een minister kan niet altijd in de Kamer aanwezig zijn. Maar hiervoor zijn oplossingen denkbaar, bijv. de mogelijkheid van het stemmen bij volmacht. Trouwens, we hebben toch ook kamerleden, die in het Europese Parlement zitten? Een ander bezwaar dat de kommissie noemt is dat een ministerkamerlid in tweestrijd kan komen als er een verschil in opvatting is tussen zijn regering en zijn geestverwante fraktie. In alle parlementaire stelsels gaat men echter uit van de kollektieve ministeriele verantwoordelijkheid, wat wil zeggen dat het kabinet naar buiten toe als eenheid optreedt en dat wanneer het nog geen beslissing genomen heeft, de ministers hun standpunt in de fraktie voorbehouden. De voordelen van regelmatig overleg tussen ministers en frakties zijn groot. Als parlementariër heb je dan de mogelijkheid om de regering rechtstreeks te bekritiseren en als minister heb je de gelegenheid

om je fraktie te overtuigen van je gelijk. De betere vormen van overleg zullen ertoe leiden dat een geestverwante fraktie een kabinet minder gauw naar huis zal sturen, een nacht van Schmelzer hoeft dan niet meer voor te komen." U stelt dat ministers, fraktie en organisatie van een regeringspartij de verantwoordelijkheid van de zittende kombinatie moeten aanvaarden. U spreekt zelfs van disciplinaire maatregelen tegen fraktieleden die het voortbestaan vati het kabinet in gevaar brengen. Betekent dit dat u bijv. het gedrag van de zgn. loyalisten in de huidige CDA-fraktie verwerpt en zou willen dat ze aangepakt werden bij oppositie tegen het kabinet Van Agt? „De ministers moeten zich natuurlijk onvoorwaardelijk achter het regeringsbeleid scharen, dat is duidelijk. Voor de fratkie is wel enige speelruimte, als de kritiek maar niet leidt tot de val van het kabinet. De verantwoordelijkheid van de Partij gaat nog weer minder ver. Die moet vooral op langere termijn denken.

beurt in de trant van: wat Koekkoek voorstelt, nou ja, dat is een autoritair stelsel dat misschien wel in Engeland en Duitsland kan, met sterke regeringsleiders, maar niet in ^ Nederland. Het woord „leiderschap" heeft een zware klank, maar op de dag van vandaag kan een politiek leider niet opereren op de manier van vroeger, bijv. zoals Colijn het deed, die in zijn fraktie bevelen uitdeelde aan de aanwezigen wat ze moesten doen. De tegenwoordige politieke leider is te afhankelijk van zijn specialisten die hem moeten informeren. Hij moet veel meer teamleider zijn, wat al moeilijk genoeg is." Waarom promoveert u aan de VU? „Daar is een historische verklaring voor. Toen ik over het onderwerp ben gaan denken was de band met de „alma mater" nog vrij sterk, ik was net afgestudeerd. Wanneer je een aantal jaren ergens anders werkt wordt die band wat minder, maar ja, de verwantschap met de VU is toch wel vrij sterk doordat de doelstelling van de VU mij nog steeds aanspreekt en ik waardeer het dat geprobeerd wordt om die

'FfakbeihMangf Nu wil ik geen repressief systeem in partij of fraktie invoeren, maar het moet wel mogelijk zijn maatregelen te treffen tegen leden van de fraktie of de partij die het voortbestaan van het kabinet werkelijk bedreigen. Nou geloof ik niet dat je kunt zeggen dat de CDAloyalisten het te bont gemaakt hebben. Je kunt het hen niet kwalijk nemen dat het akkoord met de PvdA vervangen werd door een akkoord met de VVD. Ze hebben toen gekozen voor een gedogende houding en de fraktie heeft dat aanvaard. De fraktie had natuurlijk „fraktiedwang" kunnen toepassen, dat wil zeggen het meerderheidsstandpunt aan de minderheid opleggen, maar de fraktie heeft drommels goed begrepen dat dit tot een splitsing had kunnen leiden. Pas ernstig wordt de situatie als fraktieleden steeds met de oppositie, in dit geval de PvdA, meestemmen. Dat zou niet meer van loyaliteit getuigen en dan kun je niet meer verwachten dat zulke mensen deel van de fraktie blijven uitmaken." Hoe ver moet die loyaliteit gaan? Stel dat een deel van de fraktie van mening is dat het kabinet te ver van het partijprogramma afkoerst, mag je dan van die fraktieleden verwachten dat ze nog loyaal zijn? „Ik kan me inderdaad voorstellen dat die situatie ontstaat, dat een aantal leden zeggen: wat het kabinet nu doet staat zo haaks op het program dat ook door onze leden van het kabinet onderschreven is, dat kunnen we niet meer voor onze verantwoording nemen. Maar zover hoeft het niet te komen als het overleg tussen kabinet en fraktie goed werkt. Ik wil het dan ook koppelen aan mijn voorstellen ter verbetering van dit kontakt, zoals een kontaktkommissie, waarin vertegenwoordigers van kabinet, fraktie en partij zitting hebben onder voorzitterschap van de politiek leider. Nu mist de minister nog de kanalen om greep te hebben op de fraktie en de fraktie om de minister te beïnvloeden." Maar als het zover komt stelt u het primaat van het regeringsbeleid? „Ja, dan ga ik ervan uit dat de partijen de verantwoordelijkheid voor een regering zoals die er zit op zich genomen hebben. Maar, nogmaals, ik denk dat zo'n situatie zich bij een goede overlegstruktuur niet hoeft voor te doen." Denkt u met uw proefschrift veranderingen te kunnen bewerkstelligen? „Wat ik voorstel zou je kunnen beschouwen als een ongevraagd advies aan partij-instanties om er alalthans eens over na te denken en ik hoop wel dat het enige diskussie teweeg zal brengen, maar ik maak me geen enkele illusie daarover. De diskussies van de jaren zestig hebben weinig effekt geoogst. Er is natuurlijk wel iets veranderd, bijv. het aanwijzen van nationale lijsttrekkers en soms van kandidaat-premiers, maar de zin voor grote veranderingen is ver te zoeken. Ik hoop wel dat als partijen op mijn proefschrift reageren dat niet ge-

In de visie van Koekkoek is een hechter verband tussen een geestverwante fraktie en een kabinet iets Wat een „nacht van Schmelzer" ('66) — zie foto — onwaarschijnlijk maakt: een kabinet zit vaster m het zadel. doelstelling te handhaven en daaraan inhoud te geven. Dat mis ik wel enigszins aan de Katholieke Hogeschool hier, al moet ik daar direkt bij aantekenen dat ik de hand in eigen boezem moet steken omdat ik nauwelijks heb deelgenomen aan de diskussies over confessionaliteit, die hier in Tilburg zijn geweest. Maar ik moet wel konstateren dat de gedachte om aan de katholieke signatuur inhoud te geven bij betrekkelijk weinig mensen aan de Katholieke Hogeschool leeft. Om het konkreet te maken: de hogeschoolraad, die zich moet uitspreken over de signatuur, is er in meerderheid voor om een rijksinstelling te worden; er waren maar een of twee leden die de oude situatie wilden handhaven. Een tweede reden waarom ik aan de VU wil promoveren is dat de wijsgerige grondslagen van Dooyeweerd en van Eikema Hommes nauw verbonden zijn met deze universiteit. Er wordt serieus geprobeerd aan het christelijk grondmotief inhoud te geven, ook op filosofisch gebied. Die filosofie is me altijd bezig blijven houden. Ik ben er voor mijn proefschrift weer eens grondig ingedoken, omdat ik op een aantal vragen stuitte die ik eigenlijk niet kon beantwoorden zonder een samenhangende theorie te ontwikkelen. Zo ben ik ertoe gekomen om aan de hand van die methodologie met name het begrip „parlementair stelsel" nog eens door te lichten. De filosofie van Dooyeweerd en van Eikema Hommes is heel belangrijk voor de verhouding tussen het staatsrecht en het interne partijrecht. Die filosofie is een poging om vanuit het christelijke grondmotief van schepping, zondeval en verlossing door Christus wetenschappelijk bezig te zijn. Een gebrekkige poging, maar 't is in elk geval een serieuze poging en in zoverre is het één van de blijken dat aan de VU serieus wordt geprobeerd om inhoud te geven aan het idee van een christelijke universiteit."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 205

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's