Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 455

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 455

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 1 JUNI 1979

Prof. Diepenhorst

15

mijmert

na over de verschijning

van 'Het blinkend

spoor'

'Met kriterium "openbare aanstoot" ware in tijd na de oorlog meer te bereilcen geweest' Een blinkend spoor. Beeld van een eeuw geschiedenis der Vereniging voor Wetenschap­ pelijk Onderwijs op Gerefor­ meerde Grondslag 1879­1979 door dr. J. Roelink, Kampen 1979. De schrijver van Vijfenzeven­ tig jaar Vrije Universiteit 1880­1955, Kampen 1955, heeft vierentwintig jaar na zijn vorige gedenkboek een nieuw laten verschijnen, nu iets meer op de Vereniging waarvan de Vrije Universiteit uitgaat dan op de academie zelf gericht, maar met gelijke bedoeling: het vastleggen van wat er zich zo al rond Kuyper's stichting vanaf 1880 afspeelde. Er is ook verder enig verschil. Het eerste boek is toegespitst op meelevende belangstellenden, die wat erg aangepast werden benaderd, daarentegen zijn op­ zet en stijl van het laatste boek, ofschoon weer gericht op een breed publiek, toch anders; de auteur mikt zonder ooit in de geleerdheid te ver­ vallen, iets hoger. Dit werk, fraaier geïllustreerd dan het vorige, neemt ook meer af­ stand, is met name voor het verder terugliggend verleden kritischer — Fabius en Kuy­ per houden vaak wat „opge­ schroefde" redevoeringen (19) — wenst eigentijds te zijn en mag beslist als zodanig ge­ slaagd worden genoemd. Dit wil niet zeggen dat er nu beslist zoals hier gebeurt, had moeten worden geschreven. In Nijmegen, de tweede bijzon­ dere universiteit van ons land is men er in 1973 bij het vijf­ tigjarig bestaan anders tegen­ aan gegaan. Het toen versche­ nen „Katholieke Universiteit Nijmegen. Een documenten­ boek, Bilthoven 1973", bemän­ telt bij de toelichting op de stukken geen enkel ding. Voor het beoogde doel is de „zach­ te" oplossing die dr. Roelink koos om strijdpunten te be­ handelen, stellig beter. Wat hij schrijft, stoot niemand af. Hij voert eerder een voortdurend pleidooi om de universiteit te blijven steunen in weerwil van moeilijkheden die af en toe re­ zen. Terwijl de tekst van 1955 zich wel eens op de rand van goede smaak en soberheid bevond, zelfs volgens toenmalige maat­ staven — de interviews waren al te huiselijk gezellig en een enkele beschrijving lichtelijk pathetisch — is thans de so­ berte redelijk, moge het dan wat kras zijn over de „mach­ tige rector prof. Fabius" (124) of de „geniale dwarsligger' prof. F. S. Gerbrandy (72) te spreken.

Tucht Dr. Roelink heeft allen, die het met de Vrije Universiteit goed menen, een hart onder de riem gestoken. Hij wordt niet moe duidelijk te maken, wat wij in een, vergeleken met het einde van de vorige eeuw of ook geplaatst tegenover de periode tussen de twee wereld­ oorlogen, totaal veranderde tijd leven. Er deden zich grote wijzigingen in de algemene geestesgesteldheid voor. „Vroe­ ger was er een vrij straffe oefe­ ning van de academische tucht ten opzichte van de studen­ ten; heden met het gebruik van de pil is — aldus de au­ teur — een nieuwe ethische situatie ontstaan welke ook een nieuwe benadering vraagt.

Vandaag wordt er anders over geweld en verzet gedacht, al ontdekt onze geschiedschrijver in dr. Kuyper's paneelzagerij al een voorbode van huidige radicaliteit. Gaf tenslotte in 1896 Kuyper grootmoedig toe dat zelfs een oude vrouw lid van de Vereniging kon wezen, en werd in 1905 onder protest de eerste meisjes­student in­ geschreven, de emancipatie voltrok zich niettemin, zij het langzaam, op onstuitbare wij­ ze. Geen functie binnen de Vrije Universiteit is thans voor vrouwen, het vermeend zwak­ ke geslacht, onbereikbaar en prof. Roelink juicht dit toe. Toch draagt dit boek niet in alle opzichten bij tot de ver­ heldering, juist vanwege de vriendelijkheid, welke het ademt. Vermelding krijgt uit­ voerig en bevredigend de sub­ sidieregeling, welke sedert 1970 de vroeger hersenschim­ mig geachte 100% bedraagt. Aandacht wordt ook gegeven aan de aantallen studenten die in 1975 de 12.000 naderen en aan hun kerkelijke samenstel­ ling. De statistische gegevens op bladzijde 138 — waarbij waarschijnlijk een kolom is weggevallen — wijzen uit dat bij de studenten in 1965 het percentage Gereformeerd­sy­ nodaal 61,7, het percentage Nederlands hervormd 20,2, het percentage Rooms­katho­ liek 16 en het percentage Geen godsdienst 5,9 bedroeg; voor 1975 luidden deze cijfers 30,3%; 18,9%; 16% en 29,7%; sedertdien zijn ze nog weer ge­ wijzigd: de stand in '78 was 27,2%; 17%; 18,5% en 34,6%. Echter over mogelijke gevol­ gen van deze feitelijke ontwik­ keling wordt niet uitvoerig ge­ handeld. De destijdse hoogle­ raar F. } . Verdam ziet zich vrij aangehaald (130) als hij er op wijst dat „wie hamert op de stelling dat wie de midde­ len levert (de Vereniging) zeg­ genschap heeft, moet beseffen dat de stelling bij 98i% sub­ sidie behoorlijk aan waarde heeft ingeboet". Het hier op­ duikend probleem dat, nu de staatssteun 100% beloopt nog aan scherpte heeft gewonnen, blijft onbesproken behoudens een de moeilijkheid registre­ rende opmerking (73). Spijtig is dat de slotsom van het derde hoofdstuk, die be­ slist van grote betekenis is: „Van de doelstelling en van de bereidverklaring is geen letter teruggenomen; van dit gebon­ denheidstandpunt is de Vereni­ ging geen pas teruggegaan" in het geleverde betoog zelf geen steun vindt. Frof. Roelink acht zelf deze kwestie heel belang­ rijk. Hij heeft het over „het hete hangijzer van de grond­ slag' dat hij even verder „rood gloeiend" noemt (31). Elders schrijft hij in een merkwaar­ dige, tegenwoordig hand over hand toenemende spelling over „de hete brei" van de gebon­ denheid, waar men als theolo­ gische faculteit in de eerste jaren der universiteit omheen liep (38). Men zou dus van hem een bijzonder scherp beeld mogen verwachten. Echter daarin ziet de lezer zich teleurgesteld. Tekenend is dat de in de regel zo heldere redeneertrant hier onduidelijk wordt. Wat moet men aan met een zin (31): „Tengevolge van ingrijpende veranderingen in de structuur van Vereniging en Vrije Universiteit is er in die

veranderde structuren niet al­ leen sprake van binding aan de grondslag maar ook van een zekere binding aan de doelstelling van de universi­ teit"? Neemt prof. Roelink tussen binding aan de grond­ slag en binding aan de doel­ stelling verschil aan? Waar hij van 't gebondenheids­ standpunt oude en nieuwe stijl gewaagt (45) wekt hij ten on­ rechte de indruk dat voorheen de studenten iets moesten on­ dertekenen. Tevens lijkt het wel of tegenwoordig ten op­ zichte van bestuurders en pro­ fessoren volstaan wordt. met een beroep op hun verant­ woordelijkheid; dit is ten aan­ zien van de bestuurders der Vereniging en leden van het college van bestuur zowel als wat de hoogleraren betreft niet juist: het instemmen met de doelstelling is steeds vereist met de uitzondering dat voor professoren de mogelijkheid van dispensatie aanwezig is. Misverstand werkt de verdere

zitting nemen lieden die de ongedeelde verklaring afleg­ gen: „ik stem in dan wel ik ben bereid naar vermogen me­ de te werken" en die tegelijk blijkens hun voorafgaand op­ treden onmogelijk kunnen in­ stemmen of mede werken in de geest van de doelstelling: zij zijn blijkens hun uitingen, hun doen en laten scepticist, humanist, absolutist op een het evangelie weersprekende wijze. Natuurlijk moet men nooit bepaalde gevaren over­ drijven. Het is evenwel ook verkeerd ze te onderschatten; de auteur zelf gewaagt — het is veelbetekenend — van het penetreren van communisten in bepaalde bestuursorganen der universiteit (22) zonder er verder over uit te weiden; ik kan mij daarnaast nog pene­ treren van andere aard voor­ stellen. In dit verband bevredigt even­ min het relaas over de demo­ cratisering. De vele „anders­

Te gast „Tc gast" is een tot nu toe on­ rgelmatig verschijnende ru­ briek waarin mensen uit de wereld van het wetenschappe­ lijk onderwijs al dan niet op verzoek van de redactie hun mening geven over aktuele za­ ken waarin zij thuis zijn. Ak­ tuele zaken vatten wij op als feiten en ontwikkelingen die zich op het terrein van het we­ tenschappelijk onderwijs en onderzoek alsmede in de sa­ menleving van vandaag voor­ doen. Deze week bevat onze rubriek „Te Gast" een ingezonden stuk van prof. mr. I. A. Diepenhorst, hoogleraar algemene staatsleer aan de juridische faculteit. In een wat verlate reaktie op het boek „Het blinkend spoor" dat prof. Roelink ter gelegenheid van het honderd­ jarig bestaan van de Vereniging schreef, mijmert de hooggeleerde na over het verleden.

voorstelling van zaken (46) over de doelstelling: „En in de vinnige strijd van de laatste ja­ ren was daarbij de kernvraag of instemming met de doel­ stelling dan wel de bereidver­ klaring naar vermogen in de geest van de doelstelling mee te werken, al dan niet aange­ vuld moest worden met een nadere bepaling, waarbij groe­ pen om hun politieke partij­ keuze zouden worden uitgeslo­ ten". Men heeft in de eerste plaats in 1972 door een elastieke „onsplitsbare" formule voor leden van de universiteitsraad de zaken vertroebeld. Bij „in­ stemming met de doelstelling dan wel bereidverklaring naar vermogen in de geest van deze doelstelling mee te werken" — weet niemand meer of er in­ stemming dan wel bereidver­ klaring is. Voorts heeft men dezelfde formule later vol­ doende verklaard voor facul­ teitsbestuurders, van wie vroe­ ger als ze niet reeds instem­ ming hadden betuigd, deze in­ stemming nadrukkelijk werd verlangd. In de derde plaats gaat het in genen dele om een uitsluiting van groepen vanwege hun po­ litieke partijkeuze slechts: het gaat er om of men in de uni­ versiteitsraad of in het facul­ teitsbestuur als leden zal laten

denkende studenten" moeten naturlijk niet monddood wor­ den gemaakt. Was het inmid­ dels goed een aanpassing hij de Wet Universitaire Bestuurs­ hervorming te aanvaarden, waarin een geledingenstelsel met bijbehorende vertegen­ woordiging in dier voege werd overgenomen dat op de in­ houd van de leerstof, op de methode van onderricht als­ ook wat aangaat de waarde­ ring van de studieresultaten door de leerlingen en oneven­ redige grote invloed kan wor­ den geoefend? Levendigheid, zelfstandigheid, buitennissig­ heid moeten er in de studen­ tenwereld zijn. Men kan ze zelfs op prijs stellen want wie op zijn negentiende volgzaam is, loopt de kans voor zijn ne­ genendertigste jaar reactionair te zijn. Maar zal men daarom alles laten passeren? Moet men zich vleien met de hoop dat bij een grote meningsverscheidenheid allen die tot de universitaire gemeenschap behoren in de geest der doelstelling zullen te werk gaan?

Katholieken Ook de nieuwe organisatie der Vereniging roept, zij het in een ander opzicht, bezwaar wakker. Zonder er te zeer de nadruk

op te leggen stel ik vast dat de voorstelling als zou vandaag de democratie bij de Vereni­ ging groter zijn dan voorheen (73) niet op werkelijkheid be­ rust. Voor beïnvloeding van bovenaf — men noemt dit ma­ nipulatie — is veel meer gele­ genheid dan voorheen. De provinciale vergaderingen ko­ men niet aan de bepaling van een algemeen beleid toe en de ledenraad is, gesteld dat hij over kennis van zaken be­ schikte, gebrekkig in de gele­ genheid een koers uit te zetten. Jammer vind ik dat prof. Roe­ link over de positie van ka­ tholieken alles in het onzekere laat. De Vereniging plaatst zich blijkens de naam nog steeds op de grondslag der ge­ reformeerde beginselen. Tege­ lijk worden in toenemende ma­ te katholieken die bereid zijn de doelstelling voor hun reke­ ning te nemen, tot hoogleraar of lector benoemd en zij wij­ den zich met grote inzet aan hun taak. Hoe oordeelt inmid­ dels de auteur over mogelijk straks vrijwel uit evenveel pro­ testanten als katholieken sa­ mengestelde faculteiten? Wat is zijn mening over een tegenwoordig nogal eens aan­ getroffen onderschrijving van de doelstelling vergezeld van de verklaring dat er geen be­ hoefte is om zich bij enige kerk aan te sluiten? Het wil mij voorkomen dat dit aller­ sympathiekste gedenkboek af en toe een te blijmoedig ka­ rakter draagt.

Teugels

strakker

Soms rust alle kritiek en wordt het historisch bestand der din­ gen gelaten voor wat het is. De toenmalige curatoren heb­ ben — daarin door een aantal hoogleraren gesteund — een enkele maal de weg van de minste weerstand bewandeld. Zo hadden zij terwille van in­ nerlijke eenheid en uiterlijke overtuigingskracht der univer­ siteit de teugel ten opzichte van de hoogleraar Hepp strak­ ker moeten houden. In het na­ oorlogse tijdvak ware met be­ hulp van het kriterium „open­ bare aanstoot", wat er ook te­ gen in gebracht moge worden, meer te bereiken geweest. Ie­ dere scherpslijperij is uit den boze, echter zelfs de schijn van laksheid is evenmin aan­ vaardbaar. Waartoe aan deze dingen voorbijgegaan? Inmiddels mag de lof veruit overheersen. Frof. Roelink heeft zijn opdracht met toe­ wijding, kennis van zaken en lenigheid van geest vervuld. Ten bewijze daarvan dat ik zijn arbeid grondig heb door­ genomen moge een viertal kleinigheden dienen — zij zul­ len mijn leermeester prof. Nauta genoegen doen — ; vooreerst 1967 moet 1937 we­ zen op pagina 44; vervolgens had de aanduiding van de theologische faculteit van de universiteit van Farijs wel wat nauwkeuriger kunnen zijn (113); op bladzijde 87 is na giften vefgeten legaten te ver­ melden; '„afzwakken" is onzui­ ver Nederlands (32). Alles bij­ een genomen vormt het een opmerkelijke prestatie van een ervaren historicus om de uni­ versiteit waaraan hij met zo­ veel eer verbonden was door zulk een levendig en verant­ woord geschrift voor vergetel­ heid te vrijwaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 455

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's