Ad Valvas 1978-1979 - pagina 378
AD VALVAS — 6 A P R I . 1979
14
''Exp'ëriMêhtén
g^óèdgèkèurd""""'"
Raad SKW wil niet kiezen voor maximale medezeggenschap Namens de studentenfraktie Theo van Tilburg ons:
in de subfaculteitsraad
van SKW
schrijft
„Maandag 26 maart j.1. werd met de grootst mogelijke meerderheid van stemmen een voorziening in het reglement Sociaal Kulturele Wetenschappen goedgekeurd waardoor de vakgroep Sociologie van de Hulpverlening kan voortgaan met het niet-maken van een onderscheid tussen staf in vaste dienst en tijdelijke staf. Het bestuur van de vakgroep funktioneert al jaren op die basis, dit tot grote tevredenheid van alle betrokkenen. Tevens besloot de raad om — indien deze voorziening niet geaksepteerd zou worden — direkt over te gaan tot een aanvraag voor toepassing van artikel 55 van de Wet Universitaire Bestuurshervorming, het experimenteerartikel. Ook de positie van de experimenteeraanvraag van de vakgroep Methoden Technieken kwam ter sprake. Deze aanvraag probeert al jarenlang hindernissen als de kommissie reglementen van de Universiteitsraad en het Kollege van Dekanen te passeren, maar nog steeds tevergeefs. Unaniem werd het bestuur opgedragen om ook voor M T een voorziening in het reglement aan te brengen en om te ijveren voor toekenning van de aanvraag. Voor de behandeling van de experimenten had het bestuur zich in alle bochten moeten wringen om haar voorstel te verdedigen om studenten te wippen uit vakgroepsbesturen. Het voorstel was tot stand gekomen met behulp van prof. J. Oostenbrink, niet alleen de jurist van de subfakulteit, maar ook nog lid van de universitaire stuurgroep die de evaluatie van de WUB (analoog aan de kommissie Polak) begeleidt. D e kern van het betoog in het Oostenbrinkse bestuursvoorstel was dat „dient te worden volstaan met het aanbrengen van die wijzigingen die noodzakelijk zijn. Het gaat op dit moment niet om de evaluatie van de WUB 1970 e.d.". Alsof voor de wijzigingen die ingevoerd werden bij de verlenging van de werkingsduur van de WUB niet een bepaald soort evaluatie was geschied, en niet de beste! Echter de reglementen op de subfakulteit SKW waren al zo slecht samengesteld dat het mogelijk was zelfs' binnen de Kleinse WUB de „demokratisering, het zoveel mogelijk bevorderen van de zeggenschap der geledingen" (volgens de memorie van toelichting één van de drie doelstellingen van de WUB) te verbeteren. D e studentenfraktie diende een amendement op het bestuursvoorstel in om de maximale uitwisselbaarheid van zetels van de geledingen die de minderheid in het vakgroepsbestuur uitmaken (wetenschappelijk personeel in tijdelijke dienst, studenten en technies- administratief personeel) mogelijk te maken. Omdat SKW vrij weinig staf in tijdelijke dienst heeft zou dit tevens voorkomen dat zetels in het vakgroepsbestuur voor langere tijd vakant blijven. Overigens zou SKW zich met deze reglementen geenszins in een uitzonderingspositie plaatsen: vele andere (sub)fakulteiten hebben deze bepaling in hun reglementen. Het bestuur verdedigde handhaving van de oude situatie (uitwisselbaarheid van slechts één zetel tussen de geledingen van het tijdelijke w.p. en de studenten) met een beroep op de status quo. Onder druk van vragen uit de raad moest het bestuur wel toegeven dat de reglementsaanpassing geen technische kwestie was, maar dat het een politieke keuze was hoe de minderheid van het vakgroepsbestuur samengesteld
De eerdere argumentatie dat het bestuursvoorstel een „noodzakelijke" wijziging was werd dus maar gelaten voor wat die was: waardeloos. Dat het bestuur na het beroep op de status quo geen inhoudelijke argumentatie meer had werd nog eens extra geaksentueerd door een staflid die wenste mede te delen dat men op de twaalfde verdieping — ook met een meerderheid van zetels voor de vaste staf — zeker niet blij zou zijn met meer zetels voor studenten. Met deze machtspolitieke overwegingen in de achterzak ging de raad niet mee
met de studentenargumentatie voor een maximale medezeggenschap, iets waarvan alleen studenten maar ook w.p. in tijdelijke dienst zou kunnen profiteren. Zo werd het amendement van studenten met 7 tegen 7 stemmen verworpen. Nadat eerder een „kompromis" van de nestor in de raad, inhoudende een voorstel om de studenten pas uit een vakgroepsbestuur te zetten als hun zittingstermijn verstreken was, weggehoond was, kon een tussenvoorstel waarop in ieder geval op korte termijn geen studenten gewipt zouden worden meer steun krijgen. Dooi verzet van de studentenfraktie behaalde ook dat voorstel niet de 2/3 meerderheid die nodig is voor reglementswijziging. Gevolg van een en ander is dat de Universiteitsraad een reglement zal moeten opleggen, waarbij zij de kans krijgt om meer tegemoet te komen aan de doelstellingen van de WUB dan de raad SKW; dit kan door ons amendement in het reglement te verwerken." Naschrift redaktie: De heer Van Cuilenburg van het subfakulteitshestuur bevestigde tegenover ons, dat het bestuur de huidige situatie (de beperkte uitwisselbaarheid) wil kontinueren. De diskussie hierover vijf jaar geleden is heel zinvol gevoerd en wij kunnen onze tijd wel beter besteden. Er zou anders trouwens een brede diskussie moeten plaatsvinden in alle geledingen en het is nog maar de vraag hoe die zou aflopen. Het bestuur en de meerderheid van de raad zijn tevreden met de huidige situatie.
'Ruim 3.000 hoger geschoolde verpleegkundigen extra nodig' De werkgroep Universitaire Opleiding van Verpleegkundigen, een door het ministerie van volksgezondheid in het leven geroepen werkgroep, schat dat er op het totaal van ruim 100.000 verplegenden in Nederland behoefte is aan onge-
Peter Luyten
vcrkooptechnische aard is dit waarschijnlijk nagelaten. D e truc is echter veel te doorzichtig om niet te worden doorzien en aan de universiteiten — met inbegrip van de Akademische Raad — wordt zo weer ruimschoots gelegenheid geboden om zich af te zetten tegen de pogingen van de minister de kwaliteit van het wetenschappelijk onderwijs te ondermijnen. Toch gaat deze kritiek naar mijn idee voorbij aan het punt waar het in feite om gaat; namelijk de vraag of het noodzakelijk/wenselijk is alle studenten een hoogwaardige onderzoekskwalifikatie te geven. Zowel de arbeidsmarkt als veel studenten kijken daar wat anders tegen aan, dan de eindtermen van veel herprogrammeringsvoorstellen doen vermoeden. Dit voorbeeld zou nog met verschillende andere kunnen worden uitgebreid. Het bestek van dit artikel laat dit echter niet toe. Waar het dan steeds weer om gaat is de wijze waarop de plannen van Pais worden benaderd. Gebeurt dit vanuit de opvatting dat de huidige opleidingen heilig zijn en in feite geen grote veranderingen behoeven of heeft men een open oog voor de problemen waar het hele hoger onderwijs — inklusief de hogere beroepsopleidingen — in terecht zijn gekomen en waarvoor alleen nog strukturele veranderingen m.b.t. het hele hoger onderwijs soulaas kunnen bieden. Vanuit dit laatste gezichtspunt valt
PKV:
Universiteitsraad voerde terecht anti-stops-beleid Peter Luyten, UR-lid voor de PKV, schijft ons het volgende: „De VU delegatie naar de Akademische Raad heeft een opstelling gekozen zoals dat hoort voor een instelling die als stelregel hanteert dat er naar gestreefd dient te worden het aantal stops zo klein mogelijk te houden. In de vergadering van de AR van vorige week vrijdag stemde zij slechts voor een studentenstop bij geneeskunde, biologie, tandheelkunde, lichamelijke opvoeding en rechten. Verder koos ze voor het standpunt om bij de niet „harde" fixusrichtingen, zoals bijv. rechten, de uiteindelijke toelating niet op 100% maar op 105% van de uiteindelijke kapaciteit te stellen. pen. Van hun kant lag het voorstel 'Als het aan het kollege van bestuur om konsekwent voor een fixus te gelegen had was het anders gelostemmen als de landelijke prognose van het aantal aankomende eerstejaars voor een studierichting hoger was dan 105% van de door de insiellingen opgegeven totale kapaciteit. Bovendien zou het fixusgetal dan op 100% van die kapaciteit gesteld moeten worden voor alle stuhet oordeel over invoering van een dierichtingen met een stop. tvt eefasenmodel voor het W.O. heel De meerderheid van de Universianders uit, dan bij een optiek, waarteitsraad was evenwel wijzer. Zelfs in de eigen opleidingen en de eigen de noodzaak van een stop bij rechtiaditie steeds voorop staan. Het zal ten werd ter diskussie gesteld. Hier duidelijk zijn dat mijn voorkeur uitwas de diskrepantie tussen Studengaat naar het tweede gezichtspunt tenprognose en kapaciteit bijzonder en dat invoering van een tweefagioot. Daar stond dan wel tegensenstruktuur in ieder geval de moeiover dat van de 4470 studenten die te van het overwegen en zelfs het volgens dezelfde prognose zich afproberen waard is. gelopen september als eerstejaars zouden moeten aanmelden er uitOp één punt stuiten de plannen van eindelijk 4049 kwamen opdagen. Pais m.i. echter op onoverkomenDe fakulteit der rechtsgeleerdheid lijke problemen. Invoering van de aan de VU stond dan ook op het propedeuse nieuwe stijl in 1980 is standpunt dat er geen fixus voor om redenen die ik heb genoemd t echten diende te komen. De UR onmogelijk. Op dit punt moeten de besliste anders. Met 16 tegen 13 universiteiten zich naar mijn oorwerd besloten dat de AR delegatie deel hard opstellen. Er kunnen goevoor een stop zou stemmen, echter de argumenten worden aangedramet voordat een uiterste poging gegen bij de onderbouwing van dit daan zou zijn met de andere instelstandpunt. Niet 1980 maar 1981 lingen alsnog naar een oplossing te moet als jaar van invoering worden zoeken. Dit resulteerde uiteindelijk gekozen. in de ondersteuning van het voorste' van de Universiteit van Amsterdam om de minister om extra midKonklusie delen te vragen ter voorkoming van In het begin van dit artikel heb ik een stop bij m.n. rechten. Op zich al aangegeven, dat niemand binnen een begrijpelijk voorstel als je bede universiteit blij hoeft uit te kijseft dat het door de minister sterk ken naar invoering van de tweegepousseerde planningssysteem van fasenstruktuur. Er zijn te veel aanmeerjarenafspraken leidt tot een wijzingen, die erop duiden, dat innumerus fixus bij nota bene één voering van dit model weer allervan de „goedkoopste" studierichtinlei zaken overhoop zal halen, waargen, rechten. Saillant detail, de over nu tenminste intern weer enige \ USO stemde in meerderheid voor (schijn)consensus bestaat. Aan de een fixus bij deze studierichting. andere kant kunnen de universiteiten een aantal fundamentele beslissingen niet blijven ontwijken of Daarnaast werd in de UR gestemd met behulp van ad hoc oplossingen over de vraag of er een stop zou verdoezelen. Eén ding staat bij dit moeten komen voor de zgn. overalles wel vast: een rustig werkkliflow richtingen. Op grond van de maat zal velen ook in de komende eerste voorkeurs aanmeldingen zou jaren nog niet beschoren zijn." voor deze richtingen geen stop hoe-
Pais en de universiteiten Ven?olf; van pagina 2
van de
veer 3.000 universitair opgeleiden. Maar volgens de Centrale Raad voor de Volksgezondheid zijn er nog zoveel onzekerheden, dat ramingen voorshands geen zin hebben. In een conceptadvies dat maandag op de vergadering van de
raad aan de orde komt distantieert hij zich dan ook nadrukkelijk van de ramingen van de werkgroep. Een wetenschappelijke opleiding voor elke verpleegkundige is volgens het concept-advies „noch noodzakelijk, noch gewenst". (ANT)
ven worden ingesteld. Echter, een fixus bij rechten zou het totaal aantal aanmeldingen voor deze richtingen omhoog schroeven waardoor alsnog een stop voor deze richtingen overwogen werd. Over een drietal van deze richtingen was de raad het snel in meerderheid eens. Voor psychologie, frans en kunstgeschiedenis was geen stop nodig. Bij de vierde overflow richting, geschiedenis, lag dit iets moeilijker. Uiteindelijk stemden 20 leden tegen een stop en 9 voor, waaronder alweer de VUSO. Of een fixus uiteindelijk op 100 of op 105% van de kapaciteit voor een aantal studierichtingen gesteld moest worden was een volgend beslispunt. De reden om een fixus op 105% te stellen was ingegeven door het ervaringsfeit dat de niet harde fixi, waarvoor deze 105% precies bedoeld was, achteraf gezien nooit geheel „volliepen". Hierdoor blijft ieder jaar een aantal plaatsen in studierichtingen met een fixus onbezet. De raad koos met 17 om 12 voor de 105%. Ontroerend was het om te zien hoe de VUSO hier voor 100% stemde met de sluitende argumentatie dat 100% toch maar 100% was. Tenslotte moest de raad een beslissing nemen over de eerstejaarsinstroom bij medicijnen. Er lag een voorstel van de PKV om deze op 285 eerstejaars vast te stellen. Het voorstel van het kollege van bestuur, in overleg met het bestuur van de medische fakulteit, was om de instroom op 260 te bepalen De fakulteitsraad had zich nog niet over deze kwestie beraden, zodat het vreemde feit zich voordeed dat de Universiteitsraad zijn beslissing op grond van verouderde gegevens uit 1977 moest nemen. Het voorstel om de instroom op 285 te bepalen ging ervan uit dat de fakulteit met een geringe inspanning in staat geacht moest worden de klinische kapaciteit in het vijfde en zesde studiejaar zodanig op te hogen dat een instroom van 285 verantwoord is. Zonder dat op de verdere argumentatie om het voorstel van 285 te steunen werd ingegaan besloot de raad met 14 tegen 13 (!) in september 260 eerstejaars toe te laten De VUSO, het wordt eentonig, stak geen poot uit om 25 studenten aan een plaats bij medicijnen te helpen Al met al kunnen we stellen dat de raad zich voor een groot deel uitsprak voor een aktief antistops beleid. En voor alle duidelijkheid, nu weten we tenminste zeker dat de S van VUSO nooit voor studende S van VUSO nooit voor „studenten" kan staan maar eerder voor „stops" of zoiets dergeliiks."-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's