Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 229

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 229

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 19 JANUARI 1979

Ekonomische

achtergronden

van Vietnam's

problemen

Vietnam wil ekonomisch niet afhanicelijk zijn van één grootmacht In een stuk van Van Aalderen en Joh. Blok in Ad Valvas van 12 januari werden in het kort een aantal feiten over de huidige situatie in Vietnam weerggeven. De vragen die in hun stuk werden opgeworpen willen enkele andere leden van de begeleidingskommissie VU voor Vietnam in enkele komende nummers van Ad Valvas trachten te beantwoorden. Uit het stuk van Van Aalderen en Blok bleek al dat de ekonomische situatie in Vietnam op dit ogenblik slecht is. Het is moeilijk uit de dagbladpers of de T.V. een gedetailleerd en min of meer volledig beeld van Vietnam's ekonomie te krijgen. Hieronder is geprobeerd vooral m.b.v. gegevens uit internationale bladen — zoals Le Monde, Far Eastern Economie Review en de New York Times — een beeld te schetsen van de ekonomische situatie in Vietnam. Dit beeld zal als achtergrond dienen voor volgende artikelen in Ad Valvas over het vluchtelingenprobleem en de relatie China-Vietnam-Cambodja, waarna afsluitend de begeleidingskommissie „VU voor Vietnam" zal duidelijk maken waarom zij vindt dat haar hulpprojekt moet blgven doorgaan. Om de huidige politieke ontwikkelingen in Vietnam te kunnen begrijpen is een goed inzicht in de ekonomische problematiek waarmee dit land wordt gekonfronteerd noodzakelijk. Daarbij moet niet vergeten worden dat Vietnam heeft gekozen voor een socialistisch ontwikkelingsmodel. Dit impliceert dat men tracht de rijkdom — of in dit geval de armoede — zo eerlijk mogelijk te verdelen, waarbij de overheid als taak heeft het ekonomische leven in grote lijnen te beheersen, zodat er voor partikuliere ondernemers in handel en industrie geen of slechts een bescheiden plaats is. Veel van de problemen zijn echter niet zozeer veroorzaakt door de keuze voor dit model, maar zijn vooral het gevolg van het wegvallen van de oorlogsekonomie, de ontwrichtingen van de ekonomie door de afgelopen oorlog, een reeks natuurrampen, het vertrek van vluchtelingen en het wegvallen van ekonomische en technische steun van China.

Jaap

Akkermans

gen wat betreft elementaire levensbehoeften veel beperkter zijn gebleven. Vroeger immers was Vietnam een rijstexporterend land, maar door de vernietigingsoorlog is een groot deel van de landbouwgronden niet meer in kuituur. Ongeveer 44% ervan is verwoest. Ver-

van de investeringen). Keuze voor een sterke ontwikkeling van de landbouw betekent dat een groot deel van de bevolking die gedurende de oorlog naar de steden is getrokken (10 miljoen op een bevolking van 26 miljoen in het Zuiden) terug zal moeten keren naar het platteland. Volgens de hoge kommissaris voor de vluchtelingen in Hanoi zou van deze 10 miljoen ongever de helft moeten terugkeren, wil Vietnam de eigen bevolking van >oedsel kunnen voorzien. Het nijpendst is het probleem weer voor Saigon. Men wil de bevolking van deze stad — in de oorlog gegroeid van 1 miljoen toi 4 miljoen — terugbrengen tot l i miljoen. Ter vergelijking: Hanoi heeft 750.000 inwoners. Tot nu toe zijn uit Saigon ruim 750.000 mensen vertrokken. Dit gaat niet zonder ekonomische pressie. Men wordt voor de keus gesteld óf het aanbod van een huisje en een stuk eigen of gezamenlijke grond op het platteland plus zes maanden gratis rijst te ak-

noodzaakt om behalve de grotere bedrijven die al direkt na de bevrijding onder staatsbeheer kwamen ook de kleinere handelaren, die in Saigon voor 95% van Chinese afkomst zijn uit te schakelen om zo de prijsopdrijving te elimineren. Tevens maakte de geldhervorming van april 1978 veel zwart verkregen kapitaal in één klap waardeloos. Dit uitschakelen van de kleinere handelaren gebeurde eerder dan oorspronkelijk de bedoeling was door de grote problemen met de zwarte markt. Daardoor is deze groep van handelaren brodeloos geworden met alle sociale gevolgen van dien. Praktijken die het daglicht niet kunnen verdragen beperken zich overigens niet tot het vrije marktcircuit. Volgens Jean Lacouture, een journalist van Le Monde die Vietnam goed kent en jarenlang verslag heeft gedaan van de ontwikkelingen tijdens de oorlog, wordt in het Zuiden van Vietnam op dit ogenblik ook „onder het

Konklusie

Dat Vietnam na 30 april 1975 gekonfronteerd werd met enorme ekonomische problemen moet een ieder duidelijk zijn. Door het vertrek van de Amerikanen is een grote toevloed van buitenlands kapitaal en goederen plotseling gestopt. Deze bedroeg zo'n 8 miljard dollar per jaar. De toevloed van buitenlands kapitaal hield niet alleen een markt van Westerse luxe-produkten in stand maar had ook een grote invloed in sociaal opzicht. Zonder dat buitenlandse kapitaal was bijvoorbeeld het prostitutiebedrijf ondenkbaar, waarin ruim een kwart miljoen prostituees betrokken waren. Binnen de Vietnamese ekonomie bestond er een klasse die qua levenspatroon en konsumptiepatroon volledig op het Westen georiënteerd was en daar ook volledig afhankelijk van was.

Uit dit overzicht van Vietnam's situatie blijkt overduidelijk dat Vietnam's ekonomische toestand op dit ogenblik slecht is. Sommigen hebben direkt na de bevrijding in 1975 een ekonomisch wonder verwacht Maar 30 jaar oorlog en het „terug het stenen tijdperk in bombarderen van een land" zullen voor Vietnam nog jaren te merken zijn. Veel van de huidige problemen waren in 1975 al te voorzien (zie b.v. Le Monde Diplomatique, 14 september 1975). Bovendien heeft het land nog extra tegenslagen gehad. Voor de hulpverlening aan Vietnam is tenslotte de volgende konklusie belangrijk: Vietnam heeft behoefte aan hulp uit Westerse landen en kreeg die ook tot nog toe in zekere mate. Willen we de Vietnamese burger een toekomst geven dan is het belangrijk dat we met die hulp doorgaan.

Drie d vier miljoen werkelozen Aan die toevloed van buitenlands kapitaal en Produkten is na de bevrijding een einde gekomen en de Vietnamese ekonomie moet nu weer op eigen benen staan. Van de ene dag op de andere ontstonden er 3 a 4 miljoen werkelozen. De inkomsten aan buitenlands kapitaal wa;en in 1977 teruggelopen tot 0,8 nsiilard dollar: zo'n 300 miljoen uit export en 500 miljoen aan buitenlandse ekonomische hulp en leningen (Bron: Neue Züricher Zeitung). Het overschot op de betalingsbalans is negatief door een import van rond 1 miljard dollar, waarvan alleen al 300 miljoen dollar voor aardolie en verder het grootste deel voor de aankoop van voedsel (januari 1978). Een recent rapport van de Wereldbank schat de noodzakelijke kapitaalsbehoefte van Vietnam in 1980 op 3,4 miljard dollar, terwijl de totale hulp de 1 miljard dollar niet zal overschrijden. De helft van die hulp komt uit socialistische landen, de mdere helft van Westerse landen. Deze gegevens illustreren hoe de Zuid-Vietnamese ekonomie in elkaar gestort is na het vertrek van de Amerikanen. Vanzelfsprekend heeft het oude handelscentrum Saigon hier het meest onder te leiden. Zou in Vietnam alleen maar de toestand van voor de oorlog zijn teruggekeerd dan zouden de gevol-

motieven, hebben door hun vlucht het land beroofd van veel van haar mensen met leidinggevende kapasiteiten. Hun vlucht naar de „vrijheid" is weliswaar begrijpelijk maar het betekent wel de vrijheid om de armoede van het volk niet te delen. Waarmee ik niet het probleem wil bagatelliseren van het plotseling afstand moeten doen van verworven bezit en mogelijkheden, zonder een snel perspektief op betere tijden. De Chinese vlucbtelingen uit het Noorden van Vietnam, die gevlucht zijn als gevolg van de spanningen China-Vietnam, hebben vooral een slag toegebracht aan de mijnbouw van steenkool en mineralen, waar velen van hen als arbeider werkten. Het konflikt tussen China en Vietnam heeft verder geleid tot het terugtrekken van alle Chinese technische hulp na 3 juli 1977. Veel van de hulpprojekten die voor de opbouw van het land van veel belang waren liggen nu stil. Zij kunnen vaak niet zonder meer door Russische technici worden overgenomen. Vietnam is in ekonomisch en technisch opzicht immer veel meer beïnvloed door China dan door de Russen en Russische technici zijn niet befaamd om hun flexibiliteit Nog belangrijker is dat Vietnam zijn ekonomische afhankelijkheid van Rusland — waar het nu noodgedwongen politiek sterk van afhankelijk is — niet wil vergroten. Vietnamese leiders achten de onafhankelijkheid van hun land het meest gediend door ekonomisch niet van één grootmacht afhankelijk te zijn. Om die reden wordt nu ook getracht ekonomische en technische hulp uit Westerse landen te krijgen. Westerse investeerders krijgen de garantie dat bedrijven gedurende 15 jaar niet genationaliseerd worden. Verder is Vietnam tegen de zin van Rusland lid geworden van organisaties als de Wereldbank naast zijn lidmaatschap van de Comecon. Met name voor de exploitatie van haar olierijkdom voor de kust zoekt Vietnam kontakt met Westerse maatschappijen.

(De auteur van dit artikel is lid van de begeleidingskommissie VU voor Vietnam)

Pais viert teugel

der hebben natuurrampen, eerst een periode van kou en droogte, later overvloedige regenval en overstromingen, een aantal jaren achtereen in Vietnam (met als in Laos, Bangla Desh en India) de opbrengst van de oogst sterk verminderd. In het oude Saigon is het kontrast tussen de oude relatieve luxe en de nieuwe ekonomische realiteit het grootst. Er is een voedselrantsoen ingesteld van 13 ä 20 kg rijst per persoon per maand. De eerste maanden na de bevrijding gold dit voor iedereen maar na een half jaar werd dit rantsoen voor degenen die weigerden mee te helpen aan het proces van wederopbouw verminderd. In de Vietnamese planekonomie ligt de nadruk op de ontwikkeling van de landbouw (35% van de investeringen) en van verschillende takken van industrie die voor de landbouw van direkt nut zijn (30%

septeren, of zelf via de zwarte markt in zijn levensonderhoud te voorzien. De aanvaarding van de taak op het platteland is zeker geen lichte opgave. De verwoeste landbouwgronden liggen nog vaak vol mijnen en blindgangers en het werk is zeer zwaar, zeker in de nieuwe ekonomische zones, waar veel land ontgonnen moet worden. Voor velen die aan een Westers leefpatroon gewend waren geraakt is deze opgave dan ook te zwaar gebleken.

Handelaren Het alternatief van de vrije zwarte markt was tot voor enkele maanden alleen reéel voor de oude elite die nog bezittingen had om te verkopen, want de prijzen op de zwarte markt waren tot meer dan het tienvoudige van de officiële gestegen. Daardoor werd de regering ge-

portret van Ho Chi Minh korruptie bedreven". Ook in de Vietnamese pers zelf verschijnen regelmatig cartoons die omkoperij en burokratie aan de kaak stellen. Dit soort praktijken is vooral in het zuiden moeilijk uit te roeien, maar het is de vraag of het huidige Vietnamese regime daarvoor verantwoordelijk gesteld kan worden, zoals vaak in de Westerse pers gesuggereerd wordt. De verandering van menselijTce gewoonten is nu eenmaal moeilijker dan het vervangen van een regering. Bovendien moet men niet vergeten dat Vietnam kampt met een groot gebrek aan middenkader. Velen van hen sneuvelden in de oorlog en de huidige vluchtelingen zijn voor het grootste deel juist uit de middenklasse afkomstig. De vluchtelingen uit het Zuiden, waarvan — zoals blijkt uit interviews — het merendeel vlucht vanwege ekonomische

Minister Pais van O W heeft ingestemd met het verzoek van de voorzitter van de afdeling voor de geschillen van bestuur van de Raad van State, mr. J. M. Kan om op dit moment nog niet de Algemene Maatregel van Bestuur in werking te laten treden op grond waarvan het CvB van de Universiteit van Amsterdam de vakgroepsbesturen aldaar overeenkomstig de WUB zou dienen samen te stellen. De UvA heeft de Kroon in 1978 gevraagd om op grond van het zogenaamde „experimenteerartikel" wat betreft de vakgroepssamenstelling te mogen afwijken van de WUB. Dit verzoek werd afgewezen. De UvA heeft de Raad van State om herziening van die beslissing gevraagd en wilde, hangende de definitieve beslissing, de status quo handhaven. Pais zag hierin geen brood, doch ging uiteindelijk op het verzoek van de eerder genoemde voorzitter in, „uit respect voor de Raad van State en mede gelet op de toezegging van die zijde dat de beslissing niet lang meer op zich zal laten wachten".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 229

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's