Ad Valvas 1978-1979 - pagina 340
AD VALVAS — 23 MAART 1979 Het grote aanmeldings en plaafsingscircus heeft zijn tenten weer op de campus opgezet. Het belooft wederom een spectaculaire en wervelende show te worden. Het hoogtepunt is gepland in de zomermaanden. Velen zullen dan vol spanning en ademloos kijken naar de verrichtingen van de trapezewerkers, dat wil zeggen de plaatsingscommissies. Het voorberei dende, meer subtielere werk is dan echter al verricht. De intro van de muzikanten: aanmelding van de a.s. eerstejaarsstudenten en het goochel nunimer: het overleg binnen en tussen de universiteiten over de vaststel ling van de opnamecapaciteiten van de verschillende instellingen. Het wachten is nu op de paardendressuur: het advies van de Academische Raad aan de minister (eind maart) en het clownsnummer: het definitieve be sluit van de minister „tot vaststelling van het aantal studenten" (uiterlijk 1 juni). In de maand januari is er door de pers veel aandacht besteed aan het teruglopen van de aanmeldingscij fers. De stand die het Centraal Bu reau Aanmelding en Plaatsing (CBAP) doorgaf was: 33.410 aan meldingen. In vergelijking met fe bruari 1978, toen zich 35.017 a.s. eerstejaarsstudenten hadden aange meld, een verschil van 1500 „kop pen". Mr. A. van der Sluis, studen tendecaan aan de VU en lid van de Commissie van Beroep: „Dit aan tal zal deze maand februari ook niet hebben opgeleverd. Het is in derdaad te verwachten dat de to tale oogst geringer zal zijn dan het jaar daarvoor. Het is misschien wat boud om te zeggen dat het niet sig nificant is, maar het is niet erg Vorig jaar waren het er inderdaad meer, maar verder dan deze con statering kom je niet. Ie hebt nog geen analyse van het verschijnsel". De heer Van der Sluis geeft een paar mogelijke oorzaken: „Welis waar behoor je je vóór 1 december te melden. Maar het is zo langza merhand bekend dat wanneer je je een paar maanden later aanmeldt er nog niets aan de hand is. Het kan zijn dat men wat zorgelozer is geworden". Als andere mogelijke oorzaak geeft hij het afnemen van een zekere bezorgdheid: „Een ver schijnsel van de afgelopen jaren is, dat honderden aanmelders niet daadwerkelijk doorzetten. Tallozen wilden bijvoorbeeld naar de so ciale academie, maar lieten zich en passant ook inschrijven op een uni versiteit. Want stel je voor dat je niet op de sociale academie kwam. Het is heel goed mogelijk dat die bezorgdheid wat is afgeomen: dan zijn er nu minder „loze" aanmel dingen".
Cok de
Zwart
kocht". „Ie sudderde daar rijp voor een mooie baan met een passend salaris", aldus de heer Van der Sluis, die vervolgt: „Langzamer hand hoort men echter dat er ook onder academici werkloosheid heerst. De vraag komt dan op of het wel de moeite waard is om zes, zeven jaar te studeren om tenslotte
ook bij een uitkering terecht te ko men. Het is dus mogelijk dat iets van dat optimisme is verdwenen". Achteraf bezien blijken de berich ten in de pers niet zo alarmerend te zijn als werd gesuggereerd. Er is eerder sprake van een zekere sta biliteit van het aantal aanmeldin gen. De aantallen schommelden tussen de 33.000 en 35.000 belang stellenden. Overigens wijst de heer Van der Sluis op de geringe predic ticve waarde van deze getallen met betrekking tot het aantal eer stejaarsstudenten, die daadwerke lijk in september „opkomen". De
OA
•?J"^
zich
Veel tweede voorkeurstudenten vormen probleem voor de VU Dinsdag buigt de Universiteitsraad zich over de problematiek van de a.s. eerstejaarsstudenten. Zij zal dan de opnamecapaciteit van de studierich tingen vaststellen en tevens instructies opstellen voor de mensen die de VU in de Academische Raad (AR) vertegenwoordigen. De AR zal in een vergadering op 30 maart een advies aan de minister moeten formuleren met betrekking tot het instellen van plaatsingscommissies en numeri fixi. Het Bureau Planning, Onderwijs en Onderzoek heeft zich de afgelo pen tijd intensief beziggehou den met de voorbereidingen van de door de UR te nemen besluiten. Het Bureau heeft de aanmeldings cijfers, die door het Centraal Bu reau Aanmelding en Plaatsing ter beschikking zijn gesteld gekonfron teerd met de opnamecapaciteit van de verschillende studierichtingen, zoals deze zijn bepaald in de meer jarenafspraak (mja). Aan de hand van de prognoses heeft het voor stellen voor wijziging van de op namecapaciteiten gedaan. De eer stejaarsaantallen in de meerjaren afspraak zijn immers niet per defi nitie de maximale opnamecapaci teiten. Het is mogelijk om binnen het financiële kader van de mja door middel van herverdeling van formatieplaatsen de capaciteit van verschillende studierichtingen te verhogen. Uit cijfers van het CBAP blijkt dat de belangstelling voor de VU zich stabiliseert. De VU neemt 8% van het totaal aantal aangemelde studenten voor haar rekening (2774). In vergelijking met vorig jaar is dit een stijging van 0,1%. Toen meldden zich 2766 a.s. stu denten zich aan met de VU als universiteit van hun eerste voor
verschillen zijn aanzienlijk, zoals uit bijgaande staat blijkt.
Machtigingswet Het tweede deel van de jaren zes tig gaf een sterke groei te zien in de aantallen mensen die weten schappelijk onderwijs wilden vol gen. De uitbreiding van de moge lijkheden om aan deze vraag te vol doen hield in sommige studierich tingen echter hiermee geen gelijke tred. Hierdoor werd het noodzake lijk om noodmaatregelen van tijde lijke aard te treffen, hetgeen resul
^
^
keur. Dit betekent dat de belang stelling voor de VU weer gelijk is aan die van vóór 1968. Tengevolge van het zogenaamde „Maagden huiseffect" mocht de VU zich in het begin van de jaren zeventig in een wat grotere populariteit ver heugen. Zij nam toen enige tijd een 10% van het aantal eerste voor keurstemmen voor haar rekening Per studierichting varieert de be langstelling voor de VU soms in belangrijke mate. Het aantal be langstellenden en het aandeel van de VU in het landelijk totaal ne men weer toe in de studierichtin gen godgeleerdheid, wiskunde, na tuurkunde, geologie, klassieke ta len, actuariële wetenschappen en econometrie. Een afname in de be langstelling voor de VU in het lan delijk totaal valt te konstateren in de studies fysische geografie, en gels, geschiedenis, pedagogische en andragogische wetenschappen (PAW) culturele antropologie en sociale geografie. Voor de eerstge noemde vier studierichtingen was vorig jaar een numerus fixus van kracht, waarvoor ook landelijk de belangstelling afnam. Een verminderde belangstelling voor de genoemde fixusrichtingen en de sociale richtingen ging ge
paard met een toename in de be langstelling voor met name rechts geleerdheid en economie. Vooral de aantallen a.s studenten die zich hebben aangemeld voor rechtsge leerdheid zijn opvallend. Er bestaat tussen de prognoses en de lande lijke opnamecapaciteit een discre pantie van 23%. De VU heeft zich bereid verklaard haar opnameca paciteit te verhogen met meer dan 23%: van 235 naar 300 plaatsen. Ook de UvA heeft gezegd haar ca paciteit te willen verhogen; van 570 naar 670 plaatsen. Desondanks lijkt een fixus onvermijdelijk, aangezien de andere universiteiten waar schijnlijk geen verhogingen zullen toestaan. Het voorstel van het College van Bestuur (CvB) aan de UR met be trekking tot verhoging dan wel ver laging van de opnamecapaciteit van de verschillende studierichtin gen ziet er als volgt uit: In de al pha richtingen een verhoging voor rechten, duits, klassieke talen, wijs begeerte. Een verlaging van de ca paciteit wordt voorgesteld voor godgeleerdheid, nederlands en se mitische talen. Voor de overige studies blijft de capaciteit gelijk. In de bètarichting een verhoging voor natuurkunde, geologie en wis kunde en een verlaging voor schei kunde, fysische geografie en bio logie. In de gammawetenschappen: een capaciteitsvergroting voor po liticologie en economie en een ver laging voor PAW, culturele antro pologie en nietwesterse sociologie en sociale geografie. En tot slot een
verhoging van de capaciteit bij ge neeskunde en lichamelijke opvoe ding. Hierdoor is de VU in staat om die studenten, die de VU als eerste voorkeur hebben opgegeven op te nemen, terwijl ook de opname van een niet gering aantal tweedevoor keurstudenten tot de mogelijkhe den behoort.
Plaats belangrijker studierichting
dan
In het algemeen wordt het plaatsen van tweede voorkeurstudenten als problematisch ervaren. Vooral op de VU komt het dikwijls voor dat studierichtingen niet „vollopen" met eerste voorkeurstudenten. Door middel van het plaatsingsmechanis me wordt de niet benutte capaciteit dan opgevuld met studenten die de VU als hun tweede keuze hebben opgegeven. Vorig jaar is er in de UR op gewezen dat veel van deze tweede voorkeurstudenten niet van hun plaatsingsbewijs gebruik ma ken. Hieruit kan men opmaken dat stu denten zich moeilijk door de be staande plaatsingsprocedure laten „sturen" en dat de stad dikwijls van doorslaggevender belang is dan de studierichting. Die tweede voorkeurstudenten die wèl komen opdagen vormen vaak een specifiek probleem voor de be treffende fakulteiten. Het afvalper centage onder hen ligt vrij hoog, terwijl ook hun studieresultaten minder zijn. Hoewel deze uitspra
sociale geografie ca/nws paw nederlands rechten psychologie
teerde in een Machtingswet, die in 1972 van kracht werd. Deze Mach tigingswet, die dus in 1972 noodza kelijk was voor het treffen van tij delijke noodmaatregelen, is nog steeds van kracht en geeft de minis ter het recht voor bepaalde studie richtingen plaatsingscommissies in te stellen en voor andere numeri fixi vast te stellen. De minister neemt deze toelatings beslissing uiterlijk 1 juni, na advies van de Academische Raad te heb ben ingewonnen. Het advies van de Academische Raad wordt op 30 maart vastgesteld. De besluitvor ming daar vindt in sterke mate plaats aan de hand van het advies van de Commissie Capaciteitspro blematiek (CCP) een subcommissie van de Permanente Planningscom missie (PPC) Dit advies is geba seerd op een totaal overzicht van de opnamecapaciteit van de ver schillende universiteiten en progno ses van de aantallen eerste jaarsstu denten per studierichting. De prognoses worden door het CCP opgesteld aan de hand van de vooraanmeldingsgegevens, beschik baar gesteld door het Centraal Bu reau Aanmelding en Plaatsing, aan gevuld met ervaringscijfers van de afgelopen drie jaren. Zo verkrijgt men een raming van de reële be langstelling volgens eerste voor keuren. Deze raming wordt vervol gens vermeerderd met de te ver wachten „overflow". Herman Schoon, lid van de CCP over deze „overflow": „Het is dat gene wat als gevolg van een nu inems fixus niet geplaatst kan wor den in de studierichting van eerste voorkeur. Men wordt dan geplaatst bij de studies van tweede voorkeur. Dit verschijnsel geeft een soort do minosteeneffect. Wanneer we bij voorbeeld naar biologie fcyken, zien we dat op grond van eerste voor keur voor deze studie eigenlijk geen numerus fixus nodig is. Door de .,overfIow" uit de medische rich tingen echter wél. De stop wordt
ü
voor de VU stabiliseert
en plaatsingscircus
Toeloop bij rechten veroL
'^^•i^M
Wellicht is er nog een andere oor zaak. In de loop van de jaren zestig groeide het volksgeloof: „Als je doorstoot naar het wetenschappe lijk onderwijs, dan is je kostje ge
Belangstelling
Aanmeldings
ken niet op empirisch onderzoek berusten, bestaat deze indruk in ieder geval.
Bezwaarschriften Dat de VU veel tweede keusstu denten heeft blijkt wel uit het aan tal bezwaarschriften dat vorig jaar tegen plaatsing op de VU werd in gediend. In het jaarverslag over 1978/1979 van de Centrale Com missie Aanmelding en Plaatsing (CCAP) is een totaal overwicht van het aantal bezwaarschriften opge nomen. Hieruit blijkt dat er vorig jaar 725 bezwaarschriften zijn in gediend. Hiervan waren er 213 ge richt tegen plaatsing op de VU. Dit betekent dat de VU evenals het jaar daarvoor het hoogste aantal bezwaarschriften had (29% van het totaal, met de UvA als goede twee de, 186 bezwaarschriften (=26%)). Het aantal ingediende bezwaar schriften blijkt het hoogst te zijn in studierichtingen met een hoge tweede voorkeur: zie tabel. Naar de motieven op grond waar van een a.s. student een bepaalde universiteit verkiest boven een ande re is tot nu toe geen onderzoek ge daan. In een notitie aan het Colle ge van Bestuur schrijft het Bureau POO dan ook: „Het lijkt ons zin nig om vanuit een, via onderzoek te verweven beter zicht op motie ven voor voor en afkeur van stu denten in overleg met de fakultei ten verdere stappen (...) te bezien." Bmnen het College van Bestuur wordt inderdaad gedacht aan het instellen van een dergelijk ondei zoek. C( . de Z.j
— 61% (land.: — 53% (land.: — 37% (land.: — 29% (land.: — 21% (land.: — 17% (land.:
53; 30; 152; 34; 127; 63;
VU: VU: VU: VU: VU: VU:
33) 16) 56) 10) 27) 11)
k^ter
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's