Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 501

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 501

14 minuten leestijd

AD VALVAS — 29 JUNI 1979

De VU en Satya Watjana Vervolg van pagina 7 komitee, zie A.V. van 15 juni jl.­ red.) stelt dat je eigenlijk moet sa­ menwerken met boerenorganisaties, vakbonden en andere basisbewegin­ gen, maar konstateert zelf al, dat die er niet zijn. In Zuid­Afrikä is er een georganiseerd verzet da(f je kunt steunen, daar functioneert een boy­ cot­strategie. Maar hoe kun je in Indonesië de massa's bereiken? Het is makkelijk om te zeggen dat je er helemaal niet moet werken, maar dan gebeurt er niets. Je moet de meest haalbare, werkbare tegen­ praktijk steunen". Verkuyl noemt drie redenen om samen te werken met S.W. De eer­ ste is 't schuldmotief voor ons kolo­ niale verleden, de tweede is solidari­ teit met de christelijke minderheid in Indonesië en de derde is hulp aan de kansarmen. Wat het „schuldmotief' betreft merkt professor Verkuyl op: „Ik zou het godgeklaagd vinden als we onze ex­koloniale gebieden zomaar verwaarloosden en er geen hand naar uitstaken en dat hoeft geen kritiekloze aanvaarding te zijn van alles wa er gebeurt. We zijn mede­ verantwoordelijk; we hebben die landen nooit opgevoed tot demo­ cratie". Riedstra over het „schuldmotief': „Het is geen rechtvaardiging van een fout beleid. Je kunt niet tot Sint Juttemis de Indonesische over­ heid steunen met boetedpening als argument". Bij Riedstra komt de ondersteuning van de massa in de eerste plaats: „Ik vind dajt dat juist ook voor een christelijke universi­ teit moet gelden: het is? trouwens tegelijkertijd een goede vorm van boetedoening". Voor Verkuyl is het gro^ verschil met Zuid­Afrika „dat daar een ideologie heerst die notSi bene in naam van het christendom wordt gepropageerd". „Dan moet je op het vinketouw springen en dan ben ik ook keihard", roept hij woedend uit, met zijn vuist op de tafel slaan­ de. Wat rustiger: „In ontwikkelings­ landen als Pakistan, Bangla Desh, China en Indonesië is het anders. Laten we daar van binnenuit pro­ beren heel zacht en mild invloed uit te oefenen". Dat het samenwerkingsverband met S.W. losstaat van de NUFFIC biedt volgens Riedstra de mogelijkheid er op de meest positieve manier in­ houd aan te geven vanuit onze doeleinden voor ontwikkelingssa­ menwerking. Hij oppert de sugges­ tie met VU­geld een „linkse" prak­ tijk binnen S.W. te ontwikkelen. Nu dingt S.W. teveel naar staatsop­ drachten, omdat die betaald wor­ den. Ze krijgt die inderdaad. Ried­ stra: „S.W. is daardoor afhankelijk van de staat en ze is dat al van buitenlandse bronnen. Dat is ook de oorzaak van haar ambivalentie. Ze wil tegelijkertijd kritisch bezig zijn en geaccepteerd worden door de overheid. Ik denk dat je een

keuze moet doen: alleen kritisch zijn en goed onderzoek doen ten behoeve van de massa en dan maar geen staatssubsidies". Brinkman is er niet bang voor dat S.W. haar particuliere karakter zal verliezen door staatssubsidiëring. Voor sommige fakulteiten is er de mogelijkheid van subsidie in het geval dat staatsuniversiteiten niet voldoende „manpower" leveren voor bepaalde maatschappelijke sectoren, zodat een beroep moet worden gedaan op particuliere in­ stellingen. „Alleen voor die be­ paalde fakulteiten, waarop de over­ heid dan een beroep doet, bestaat een kontrole op de effectus civilis, het niveau dat gevraagd wordt en waartegenover de subsidie staat. Dat is een redelijke handelsbalans." Moet S.W. ook gesteund worden omdat de christenen een minder­ heid vormen? Brinkman: „Ik zou samenwerking niet als steun willen aanduiden. Er zit ook een sterk stuk in van symmetrie: de positie van christenen in een minoriteitssituatie, dat is een buitengewoon leerzame zaak. Het is mogelijk de toekomst voor ons in Europa, voorzover dat al niet het geval is". Riedstra noemt een ander argu­ ment waarom de relatie tussen de VU en S.W. ook voor de VU heel leerzaam kan zijn: „Zij hebben veel meer ervaring in de ontwikkelings­ problematiek dan wij omdat ze er dagelijks in werken. Ze kunnen veel materiaal aandragen, bijv. over de dessa's". In het algemeen valt een grotere voorkeur te bespeuren, zo merken we bij onze gesprekspartners, voor samenwerking met Satya Watjana dan met de Gadjah Mada­universi­ teit in Jakarta. Zelfs Verkuyl zegt nooit enthousiast geweest te zijn voor steun aan de laatste instelling: „Mijn gedachte is dat de ideolo­ gische druk op staatsuniversiteiten groter is dan op particuliere uni­ versiteiten." De Gadjah Mada universiteit is een staatsuniversiteit en wel een van de vijf „ventres of excellence", die een voorbeeld voor de overige 35 staats­ universiteiten , moeten vormen. Riedstra hierover: „Aan deze vijf wordt het beste onderwijs gegeven, maar is ook de staatsinvloed het grootst. Er zijn veel dubbelfuncties, rectoren worden vaak minister. De bedoeling is dat deze universiteiten 'n spin ­ off effect hebben naar an­ dere universiteiten. Indonesische kritici spreken wel van de universi­ taire maffia van de vijf topuniver­ siteiten". G.M. is volgens hem ove­ rigens wel de minst elitaire van de vijf wat betreft de studentenbevol­ king, de universiteit is namelijk het meest verbonden met de regio. *) Tieleman is erg enthousiast over een vastere samenwerkingsrelatie met Satya Watjana. In zijn verslag van zijn oriëntatiebezoek schrijft hij: „De beide universiteiten zijn voor de hand liggende partners voor een samenwerkingsverband, gezien de achtergronden, doelstel­

Critiek op enquête VU­crèche Vervolg van pagina 2 opvangmogelijkheden voor hun kin­ deren niet aan de VU (kunnen) werken of studeren. Het ITSWO stelt dat hij deze groep kan schat­ ten door een vraag in de enquête. Maar die vraag kan hooguit diege­ nen bereikt hebben die er vanwege het ontbreken van de crèche mee ophielden, niet degenen die er niet eens aan konden beginnen. Dan de kosten, waar de opstellers er, plus royalistes que Ie roi, alvast van uitgaan dat een alleen nog maar voorgestelde verhoging er wel door zal komen. (Als hij komt wordt dit de duurste bedrijfscrèche van Amsterdam). Het ITSWO stelt hierover: „Alsof in de vragenlijst niet alle uitgangspunten die aan de kinderopvang op of nabij de VU­ campus ten grondslag liggen, met inbegrip van de te verwachten kos­ ten, aan het oordeel van betrokke­ nen worden onderworpen". Welnu, met het aan het oordeel van betrokkenen onderwerpen van die

kosten is het al even slecht gesteld als met de overige pretenties van deze uitspraak. Wie bijvoorbeeld van­ mening is dat de crèche voor studenten gratis zou moeten zijn, terwijl personeelsleden naar draag­ kracht moeten betalen, kan die, toch weinig extreme, opvatting met geen mogelijkheid onder de betref­ fende vraag kwijt.

Kinderen

meenemen?

In één (1) opzicht is het ITSWO ongehoord libertair. Men vraagt de geënquêteerde zomaar wanneer hij/ zij van plan is kinderen te nemen. Terwijl wij op katechisatie nog leerden dat christenen geen kinde­ ren nemen; zij wachten af, en ho­ pen ze te krijgen. P.S. Wij waren in eerste instantie weinig geneigd er een kwestie van te maken, maar de reaktie van De Jonge en Westra heeft ons geprovo­ ceerd. Wie zo weinig • discretie in het samenstellen van de enquête en zelfkritiek bij de uitvoering ervan kent, en zo verwaten op kritiek rea­ geert, die vraagt erom."

lingen en huidige oriëntatie van de beide instellingen." Samenwerken zou voor beide uni­ versiteiten voordelig kunnen zijn, zeker op het vakgebied van de so­ ciale wetenschappen incl. de ont­ wikkelingseconomie, aldus Tiele­ man. Volgens gezaghebbende woordvoer­ ders van zeer kritisch ingestelde groepen in Indonesië behoort, zo schrijft hij verder, S.W. tot de be­ trekkelijk kleine groep van instel­ lingen waar hoopgevende initiatie­ ven ontplooid worden in het hui­ dige Indonesië. Er gebeurt veel in het land wat voor het buitenland niet erg naar de oppervlakte komt, sterk overschaduwd als het is door de grote politieke lijn van het mo­ ment. S W. wil uitdrukkelijk een christe­ lijke universiteit zijn en doet daar alles voor. Tieleman merkte dat bij de economische en de landbouwfa­ kulteit en het sociaal­wetenschappe­ lijk instituut van S.W., waarop zijn bezoek gericht was. „Bij de keuze

en opzet van studie­ en onderwijs­ programma's wil men zich in sterke mate laten inspireren door de pro­ blemen die in de huidige situatie en de eigen omgeving centraal staan, zoals bijvoorbeeld de positie van de kleine boeren, de productie van voedselgewassen en het onder­ zoek naar uiteenlopende sociale en culturele aspecten van verande­ ringsprocessen die zich in het eth­ nisch zeer gevarieerde Indonesië. \oltrekken." Tijdens een van de gesprekken die Tieleman met de universiteitsleiding had kwam in dit verband de wens naar voren dat S.W. gerichte studie zou maken van de aan te nemen aanzienlijke invloed van de zeer grote buitenlandse ondernemingen. Volgens Tieleman tekent zoiets de intentie van S.W. om zich geënga­ geerd op te stellen. VAKANTIEWERK BOUTIQUE B OU B OU in Zandvoort vraagt

STUDENTES voor augustus. Min. 2 weken. Slaapgelegenheid aanwezig.

Tel. 023­243532.

Max. huurprijs particuliere

De maximale huurpngs van parti­ knliere kamers zal volgens het per 1 juli ingaande puntensysteem voor de huurberekening niet één maar twee klassen lager uitvallen dan oorspronkelijk de bedoeling was. Dit betekent een verschil, dat va­ rieert van plm. 27­97 gulden. De ons vorige nummer verandert iets. De onderste twee nullen worden overal streepjes. Verder is staat­ secretaris Brokx nu bereid tot over­ leg met de belangengroeperingen en ook om na evaluatie het systeem aan te passen. (Red.)

Afwijzing tweefasenstruictuur Pais Vervolg van pagina 1 aan tegen de toewijzing door de minister van de jaarlijkse beschik­ bare tweede­faseplaatsen: door het ontbreken van objektieve kriteria staan de instellingen hier in een zeer zwakke positie, ook al omdat zij tegen de beslissingen van de mi­ nister niet in beroep kunnen gaan. Zeer veel bezwaar heeft de VU te­ gen het hanteren van de noodzaak van studiefinanciering bij de bepa­ ling van de capaciteit van de twee­ de fase. Ook de bevoegdhedenverdeling tus­ sen de centrale overheid en de in­ stellingen moet het ontgelden. Niet alleen omdat deze de eigen beleids­ ruimte van de instellingen sterk be­ perkt maar ook omdat door de aan­ zienlijke centralisatie ondoelmatig­ heid in de hand wordt gewerkt. Tenslotte breekt de VU de staf over de gescheiden financiering voor de eerste en de tweede fase, die voor de beoogde veiligstelling van de tweede fase geen noodzakelijke voorwaarde is en flexibiliteit belem­ mert.

Arbeidsmarkt En dan de talrijke onduidelijkhe­ den, die de VU signaleert. Vraagtekens zet de VU bij de ziens­ wijze van de minister, dat de maat­ schappelijke waardering en de ar­ beidsmarkt zich aan de nieuwe ont­ wikkelingen, zullen aanpassen. Ook in het algemeen blijkt uit de Me­ morie van Toelichting zeer weinig aandacht voor de externe konse­ kwenties van de ingrijpende veran­ deringen die de minister voorstelt. Onduidelijk is voor de VU hoe het zit met de konkrete afstemming van de beoogde ontwikkeling in het wetenschappelijk onderwijs op de nog te entameren vernieuwingen in het hoger beroepsonderwijs. De mogelijkheden voor differentia­ tie van de doctorale fase, zowel ho­ rizontaal (door het aanbrengen van een herkenbare cesuur in de stu­ die) als vertikaal (afstudeerrichtin­ gen en varianten) zijn de VU ook niet duidelijk. En wat de inpassing van de boven­ bouwstudierichtingen in de nieuwe opzet van de doktorale fase betreft: zonder enige verlenging van cursus­ en inschrijvingsduur en/of zonder de mogelijkheid van een dubbele examenstudie lijkt dit niet goed mo­ gelijk.

Gevolgen

onduidelijk

Wat zijn, zo vraagt de VU zich ver­ der af, de gevolgen van de voorge­ stelde twee­fasenstruktuur voor de verdeling van onderwijs­ en onder­ zoektaken over het personeel, en voor de taakverdeling tussen we­ tenschappelijk en niet­wetenschap­ pelijk personeel. Onduidelijkheid bestaat er voorts over de criteria en procedures die zullen moeten dienen voor het goedkeuren van post­doctorale op­ leidingen en over de mogelijkheden

om voor wat betreft de lokatie van post­doctorale opleidingen tot een zwaartepuntenverdeling tussen de instellingen te komen. Tenslotte ligt er een waas van onduidelijkheid over de relatie tussen de (uitwer­ king en invoering van de) voorge­ stelde struktuur en het planning­ overleg en de meerjarenafspraken, en de formalisering van dit overleg en deze afspraken. De VU blijft, mede gezien de be­ zwaren en onduidelijkheden die kle­ ven aan de voorgestelde twee­fasen­ stniktuur voorstandster van de in­ voering van de herprogrammerings­ voorstellen met benutting en/of toe­ voeging van mogelijkheden tot bg­ sturing. Zij acht onvoldoende aan­ getoond, dat deze herprogarmme­ ringsvoorstellen, in combinatie met een verdere ontwikkeling en forma­ lisering van het stelsel van plan­ ning door middel van meerjaren­ afspraken, niet evenzeer of zelfs beter een oplossing bieden voor be­ staande problemen in het weten­ schappelijk onderwijs. In zijn kritiek op de grondgedachte van het voorontwerp betwijfelt de VU ernstig of het in de gedachte tweefasenstruktuur mogelijk zal zijn zodanige onderwijsprogramma's sa­ men te stellen, dat het onderwijs in de eerste fase (en in een deel van de tweede fase) nog wetenschappe­ lijk genoemd kan worden in de zin van de artikels 1 en 2 van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs. Al in het kommentaar op de HO­ W­nota was één van de hoofd­ punten van kritiek dat, gezien de aard van het WO, een beperking van de studie tot een voor velen geldend vierjarig curriculum onder­ wijskundig niet te rechtvaardigen valt. In de HOW­nota is een mini­ malistische interpretatie gegeven van wat „vorming tot zelfstandige beoefening der wetenschap" zou betekenen. Hierop is vanuit de in­ stellingen en de Academische Raad veel kritiek gekomen, tn de Memo­ rie van Toelichting jwordt op dit kommentaar nauwelijks ingegaan.

Onderzoek onontbeerlijk voor kwalifikatie In de Memorie van Toelichting wordt gesteld: „de afgestudeerde uit de eerste fase heeft minimaal de kennis en vaardigheden verworven die noodzakelijk zijn om in een leersituatie aan onderzoek te gaan deelnemen, terwijl de afgestudeer­ de uit de tweede fase zich de vaar­ digheden voor betrekkelijk zelfstan­ dige wetenschapsbeoefening eigen heeft gemaakt." De VU is evenwel van mening dat, uitgaande van het recht van de studenten op weten­ schappelijk onderwijs, een weten­ schappelijke opleiding iedere stu­ dent de gelegenheid moet kunnen bieden (in een leersituatie) zelfstan­ dig onderzoek te verrichten. Onder­ zoek is voor de wetenschappelijke kwalifikatie van de student onont­ beerlijk, omdat een afgestudeerde

in de latere loopbaan in staat moet zijn de vakwetenschappelijke ont­ wikkelingen bij te houden en een eventuele beroepspraktijk met enig onderzoek te ondersteunen. De sa­ menhang van onderwijs en onder­ zoek is derhalve — in alle stadia van de studie — een vereiste. De voorstelde twee­fasenstruktuur, ge­ kombineerd met de scheiding van de geldstromen voor het WO bete­ kent echter een scheiding van on­ derwijs­ en onderzoektaken. Een ander aspect van de wettelgke doelstelling, ni. het „voorbereiden tot het bekleden van maatschappe­ lijke betrekkingen", krggt van de minister een niet meer dan voorbij­ gaande belangstelling, zo meent de XXJ. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een opleiding, die noch een beroeps­ opleiding is, noch een wetenschap­ pelijke kwalificatie met zich brengt, de agestudeerde een kans zal ge­ ven een bijdrage te leveren tot het oplossen van maatschappelijke pro­ blemen. Op de arbeidsmarkt zal weinig ruimte zijn voor afgestu­ deerden van de eerste fase, vooral niet op gebieden waar overeenkom­ stige HBO­opleidingen bestaan. Ook het „bevorderen van maat­ schappelijk verantwoordelijkheids­ beseF' (art. 2 WWO) zal, wanneer het onderwijs in de toekomst, zoals gevreesd wordt, door toenemende selectie zal verschoolsen, een nau­ welijks haalbare doelstelling zijn. Studenten zullen steeds minder le­ ren een zelfstandige kritische hou­ ding te ontwikkelen t.o.v. de maat­ schappelijke processen waaraan ze deelnemen. Tot zover enkele gre­ pen uit het kommentaar van de VU op het voorontwerp van wet twee­ fasen­struktuur. Aan de hand van het door de uni­ versiteitsraad overgenomen kom­ mentaar zal het buro planning amendementen opstellen op het preadvies van de kommissie COV­ WO van de Academische Rad. Die zullen in de kommissie Klankbord AR worden besproken en vóór 20 augustus naar de AR worden op­ gestuurd. Zo nodig zullen sommige amendementen ook nog in de UR van eind augustus worden bespro­ ken en de AR wat later bereiken. Het kommentaar van het Breed Komitee tegen de HOW­nota zal niet meegestuurd worden naar Voorburg. De PKV pleitte daar te­ vergeefs voor. Wel zal het VU­ kommentaar naar de andere instel­ lingen worden opgestuurd. (J.K.)

Stellingen de vermelding „laatste rit" op tram of bus, diem bij voorkeur op de achterkant te worden aangebracht, (p. h. I. groenen­ boom, vu­a'dam). het niet bereiken van de numerus fixus bij de interfaculteit voor de lichamelijke opvoeding maakt het instellen van meer interfaculteiten op dit gebied onnodig. (p.g.a. versteeg, vu­a'dam).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 501

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's