Ad Valvas 1978-1979 - pagina 327
7
AD VALVAS — 16 MAART 1979
VoUemans en De Heer: 'Machtsuitoefening door het menselijk lichaam heen'
werkt tegenwoordig
VoUemans en De Heer waren niet verrast door dit verhaal. Ze vonden dat het toch nog teveel in beelden was vervat en te weinig geënt op de machtsmechanismen, die werkzaam zijn en waarin het gebouw een rol speelt. Een aanklacht tegen alleen het gebouw zagen ze als weinig zinvol. In dezelfde soort gebouwen worden verschillende types studenten gekweekt, de theoloog en de chemicus. Aan het gebouw zelf Ugt het niet zozeer. Het beantwoordt aan de types studenten die worden gemaakt. De architektuur is opgenomen in de keten van disciplinering van de hele universiteit, zoals die weer aangesloten is op de machtsmechanismen, die werkzaam zijn in de maatschappij. Het gebouw vervult een instrumentele funktie in de hele disciplinering Het geeft aangrijpingspunten om achter bepaalde machtsmechanismen te komen. Niet het gebouw zelf beknot gedrag maar het is instrument daarin. Om dat te o n ^ r kennen moet je kijken naar de manier waarop je wordt gedwongen je te bewegen door het gebouw, de loop- en kijkroutes in het gebouw, de indeUng ervan.
dwars
Hirchitectuur die bijdraagt tot dressuur Vroeger werd de macht nifgeoefend door despoten, die wetten stelden en ~ grenzen voor het gedrag aangaven. Macht, die zij vaak ontleenden aan een hogere macht. Deze „transcendente" machtsuitoefening heeft plaats gemaakt voor de meer immanente machtuitoefening van vandaag, die niet van bovenaf grenzen stelt maar dwars door het menselijk lichaam gaat via allerlei gedragsbeinvloedende machtsmechanismen. Met name de moderne architectuur huisvest dergelijke machtsmechanismen. Toegepast op de VU en zijn moderne behuizing: de macht I^un je niet meer zozeer situeren bij de hoogleraar of rector-magnificus, die haar vroeger openlijk uitoefende, zij is direct werkzaam via bijvoorbeeld de architectonische vormgeving van het hoofdgebouw, waar je wordt gedwongen op een bepaalde manier elkaar te ontmoeten. Geplande „menselijkheid" wordt dat ook wel genoemd. Dat was ongeveer de strekking van het verhaal, dat Kees VoUemans en Jan de Heer, beide werkzaam op de Delftse TH bij de afdeling Bouwkunde, vorige week hielden op uitnodiging van de werkgroep Kunst en Politiek van het ACC. Het provocerende duo bleek een groot deel van de avond net op een wat andere golflengte te zitten dan de zaal en de avond had dan ook een wat onbevredigend slot; ze eindigde in een soort aporie of zoals door de heren aan het begin van de avond reeds voorzegd: een dead end. De studenten konden wel uit de voeten met het geïntroduceerde nieuwe machtsbegrip maar met het produkt van de hele universitaire machtsmachinerie (inclusief de architektonische huisvesting daarvan) „de student-substantie" wisten ze geen raad. Was dat nu het alternatief voor de in aktivisten-kring nog steeds gebezigde karakterisering van de student als „loonafhankelijke" („we hebben geen betere term")? Een karakterisering die het Delftse duo nogal irriteerde zó zelfs, dat een boze Jan de Heer op een gegeven moment uitriep „er schijt aan te hebben". Een hantering van dat begrip zou zeker op dit moment de diskussie blokkeren. Waarmee de aanwezige ACC-ers en SRVU-studenten nu eens een koekje van eigen deeg kregen gepresenteerd: hun tegenpraktijk beantwoord met een andere tegenpraktijk. Terug naar de „ontmythologisering
Jaap
Kamerling
van de macht", zoals die in de architektuur naar voren komt. De werkgroep Kunst en Politiek had een poging gedaan de begrippenkaders van VoUemans en De Heer toe te passen op het hoofdgebouw met behulp van een diaserie. Het gebouw moet je dan niet meer zoals de traditionele kunsthistorikus doet beschrijven in termen van taal, tekens en beelden, dus als sematisch systeem. Je moet het bekijken in termen van disciplinering, dressuur en normalisering. Een fraai voorbeeld van hoe je een gebouw als het VU-hoofdgebouw dan niet moet bekijken las ik vorige week in Vrij Nederland. Jonkvrouwe Wttewaal van Stoetwegen („de freule") had de Bijlmer-bajes geopend en op de vraag of dit nu het ideaal was, dat de freule voor ogen stond had zij geantwoord:
Gedwongen
Kees VoUemans (sigaret in de hand) en Jan de Heer (de vingers opeen), het „irritante" duo, dat verwarring stichtte en aan het denken zette. bleek de gevangenis typisch „in beelden" geduid te hebben. Voor de moderne machtsmechanismen, die hier kunnen werken, had ze geen oog. VoUemans daarentegen zou waarschijnlijk gewezen hebben
'Hoofdgebouw als vorm van disciplinering' „Al die kritiek is onzin. Het is een paradijs daar. Ze mogen er alleen niet uit. Ik ben er geweest en zo mooi is het bij mij thuis niet. Het is kortom erg luxe". De freule
op het elektronische beveiligingssysteem van het gebouw, de strenge visitatie van gevangenen na het bezoek, in het kader van de efficiency vervallen kontakten van gevangenen onderling en met de bewakers en het ontbreken van een fatsoenUjk luchtverversingssysteem.
ken om zo efficient mogelijk te kunnen serveren. Omdat deze punten niet noden tot een langer verwijl dan een kwartiertje praat je alleen even over de dingen, die met de studie te maken hebbeiL Tussen de gescheiden ruimtes voor studenten en wp-ers zijn zogenaamde zitjes gesitueerd. Bedoeld als ontmoetingspunt. Maar er zit bijna nooit iemand want het zit daar niet makkeUjk en er is in de buurt geen koffie te krijgen. Geplande menseUjkheid werkt niet. De ongezelligheid van zitjes en koffiepunten en de niet tot spontaniteit en ontmoeting uitdagende indeling van het gebouw leiden ertoe, dat de studie en het studentenleven los van elkaar zijn komen te staan. Op de VU kom je om te werken, niet om te ontmoeten.
kontakt
Het nog teveel analyseren in beelden bleek volgens VoUemans uit de visuele benadering van het ACCverhaal. Ontmoetingen worden nog teveel gekoppeld aan bijvoorbeeld het slecht ogen van ontmoetingspunten. Maar het gaat hier niet om voorstellingen maar om keiharde dwangvormen, die door de techniek worden geproduceerd. Die technische dwang moet je niet vangen in bewustzijnscategorieen. De zaak is niet op te lossen met het ideologie-begrip. Iemand die in dit gebouw funktioneert wordt niet in eerste instantie onderworpen aan reglementen, wetten en voorstellingen. De regulering loopt heel anders: via de manier waarop je wordt gedwongen kontakt te maken, je van het ene naar het andere segment te bewegen. (Je zou daarbij ook kunnen denken aan de technische dwang van het luchtbehandelingssysteem op de VU. Je wordt bijvoorbeeld gedwongen de manier waarop je je kleedt aan te passen aan het binnenklimaat in het gebouw, 's Zomers bijvoorbeeld is het erg koel (koeler dan buiten) in het hoofdgebouw zodat je het aantrekken van lekker
Vervolg op pagina 12
De ACX>-werkgroep bleek minder verblind dan de freule. Toen de VU-sfndenten nog gehaisvest waren in de herenhuizen aan de Van Eegfaenstraat werden ze opgeleid tot een geprivilegieeFde elite. Nu ze in hef hoofdgebouw ziften worden ze mede door de bcowkimdige opzet daarvan gedisciplineerd tof de loonafhankelgke van straks om zich zo snel mogeiipc in te voegen in de wereld van de aibeid. Studeren en doceren zijn beroepen geworden, die je van 9 tof 5 nitoefenf, een efficiënte voorbereiding voor die latere invoeging. De mlmfelijke indeling van de universitaire geboawen weiU mee aan die discipiinering. Kreeg Je vroeger mug college in de kamer van de hoogleraar, nn krijg je college in grote collegezalen en wordt er een massaprodukf afgeleverd. Veel studenten hebben hetzelfde vakkenpakket. De ruimtes, waarin de student zich doorgaans bevindt (collegezalen, koffienitschenl^nnten etc.) zijn ruimtelijk gescheiden van de kamers van het WP terwijl vroeger tussen hoogleraren en studenten die vaak ook nog nit hetzelfde milieu kwamen zowel in sociaal als ruimtelijk oprächt weinig abfand bestond.
Koffieuitschenkpunten De mensa is een bedrijfskantine geworden waar je snel even eet omdat het er niet gezellig is en het eten niet lekker. Ook de koffieuitschenkpunten stimuleren niet tot een lang verblijf. De stoelen zijn hard en zitten vastgeschroefd zodat je niet even kan bijschuiven of in een kring kan zitten. Met de koffiejuffrouw kun je moeiüjk kommuniceren want die gaat schuil achter het koffieapparaat Naast de „baUe" staan (drang)hek-
AÊÊÊMIKW
en
VoUemans en De Heer, Bét sprekersduo van deze avond is werkzaam op de afdeling bouwkunde van de TH te Delft. Kees VoUemans is voor heel oude VU-studenten geen onbekende. In 1965 kwam hij samen met de kunsthistoricus Rookmaker, die op de VU de studierichting kunstgeschiedenis zou gaan opzetten, vanuit Leiden hierheen. Sindsdien zijn VoUemans' opvattingen over kunstgeschiedenis fundamenteel gewijzigd. Op dit moment is VoUemans in bepaalde progressieve en kunstgeschiedeniskringen geen onbekende. Hij introduceerde en begeleidde teksten van Benjamin, Antal en Tafuri en legde daarmee de basis voor een meer gefundeerd kunst- en architectuurdebat. Een debat waarin de verhouding tussen historisch onderzoek en kunstkritiek centraal staat. De konstruktie van een wetenschappeUjk begrippenapparaat als een mogeUjk alternatief voor de huidige kunstgeschiedenis ziet hij niet zitten. Het zoeken naar een „juiste" wetenschappelijke methode is door VoUemans opgegeven. Zijn methodologische „ongrijpbaarheid" is waarschijnlijk de verklaring voor de geirriteerdheid, waarmee het nieuwe geïnstitutionaliseerde engagement van een maatschappelijk relevante kunst- en architectuurgeschiedenis op VoUemans reageert. In zijn geschriften komen drie lijnen samen: de analyse van de ar-
chitectutfr als taal, als semantisch systeem in de linguïstische traditie die teruggaat op De Saussure's semiologie, de analytiek van de eenheid van macht en weten Qe pouvoirsavoir, Foucault) en de analyse van de architectuur als intellectuele arbeid (ontleend aan Italiaans marxistisch onderzoek). Dit samengaan van zeer uiteenlopende analyse-modellen maken het mogelijk aan te geven hoe de architectuur ingezet wordt voor nieuwe en sociale taken zoals planning, stratenuitleg, inspectie- en politiecontrole. Ook geeft het aan welke rol (ideologisch of zuiver kompositorisch) de architect speelt bij de invoeging van de architectonische discipline in de grote stedelijke instituties van de „bourgeoisie". VoUemans tracht de architectuur te lezen als „tekens van de macht", „macht over lichamen". Karakteristiek voor de disciplinaire machtswerkingen: het veelvuldig penetreren in de menselijke licbamen via gedrag, gebaren, ervaringen, verlangens), de technische omvorming van de lichamen tot heviger (gezond, schoon, vruchtbaar, redelijk en planmatig, efficiënt en normaal) funktionerende Subjekten en hun alomtegenwoordig en steeds wijzigend strategisch en taktisch circuleren. Niet alleen VoUemans' (anti-)theorie maar ook zijn hele optreden zelf betekent een volstrekte tegenpraktijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's