Ad Valvas 1978-1979 - pagina 366
2
L.Bijlmer,
AD VALVAS — 6 APRIL 1979
onderwijscoördinator
PAW:
'Pais moet universiteiten wél aan liet werk zetten' De heer L. Bijlmer, onderwijscoördinator van PAW en kandidaat voor de TAS bij de komende VR-verkiezingen schrijft ons: „In een van de laatste nummers van Ad Valvas — 23 maart j.1. — is een artikel verschenen van de DAK-fraktie in de universiteitsraad over de plannen van minister Pais m.b.t. het hoger o;iderwys. De schrijvers spraken o.a. de wens uit dat op zeer korte termijn de diskussie over deze plannen in heel de universiteit op gang zou komen. En inderdaad kan niet worden ontkend, dat de ideeën van deze bewindsman enige diskussie noodzakelijk maken. Maar daar het DAK-artikel op een aantal punten geluiden ventileert, die in de komende maanden waarschijnlijk in toenemende mate — handtekeningenakties, moties, demonstraties, aktiekomitees, bezettingen etc, etc.!! — naar voren zullen worden gebracht, is er alle aanleiding niet alleen de aandacht op Pais te richten, maar tevens na te gaan op welke wyze de DAK-fraktie de problemen in het hoger onderwqs stelt en van oplossingen voorziet. Voor alle duidelijkheid stel ik u, lezer, hierbij tevens op de hoogte van het feit dat ik mQ kandidaat heb gesteld voor een TAS-zetel van de universiteitsraad. Helemaal waardenvrij is mgn bgdrage aan deze diskussie dan ook niet. Iedereen die in de afgelopen jaren betrokken is geweest bij de herprogrammeringswerkzaamheden zal waarschijnlijk met mij de opvatting delen, dat invoering van een tweefasenmodel ä la Pais in eerste instantie geen bijdrage zal leveren tot het levensgeluk van diegenen, die zich daarmee bezig moeten gaan houden. Mocht men indertijd de dans zijn ontsprongen en zo niet op persoonlijke ervaringen kunnen bogen, dan is lezing van het eindrapport van de Commissie voor de Bestuurshervorming ex art. 56 WUB — de zgn. kommissie Polak — in deze uiterst leerzaam. Op grond van de ervaringen met de herprogrammering en de opbouw van een fakultair en universitair onderzoeksbeleid stelt de kommissie onomwonden, dat de huidige bestuursstruktuur niet toereikend kan worden geacht m.b.t. het doorvoeren van omvangrijke vernieuwingen. Letterlijk wordt gesteld „dat uit het verloop van beide grootscheepse operaties tenminste de konklusie kan worden getrokken, dat het de fakulteiten en de universiteiten als geheel ontbreekt aan bestuurskracht om een antwoord te geven op de nieuwe maatschappelijke uitdagingen ten aanzien van de universitaire taakuitoefening".
lijk, maar tegen de achtergrond van de bevindingen van de kommissie Polak m.b.t. de ondoelmatigheid van de universitaire bestuursstruktuur en de weerstanden, die invoering van een tweefasenmodel binnen de universitaire wereld al hebben opgeroepen, ligt in ieder geval één konklusie voor de hand: de minister is een onverbeterlijke optimist. Nu ben ik zelf — zoals uit het voorgaande misschien al enigermate duidelijk is geworden — in veel mindere mate met deze prettige karaktereigenschap gezegend. Voor mij blijft een snelle en verantwoorde invoering van het tweefasenmodel — dit laatste dan vooral in relatie met de vigerende bestuursstruktuur — een zaak, die onvermijdelijk tot grote spanningen in de werksituatie van velen aanleiding zal geven.
De minister en de herprogrammering
Eerlijkheidshalve moet worden gesteld, dat de minister m.b.t. de mogelijkheden van een snelle en verantwoorde invoering van de tweefasenstruktuur naast zijn zonnige kijk op het — universitaire — leven in ieder geval ook één argument hanteert. In de memorie van toeDat het rapport van de kommissie lichting stelt hij, dat bij het werken binnen de universiteit de nodige aan de tweefasenstruktuur „kan kritische reakties zou oproepen viel worden voortgebouwd op veel van te verwachten, maar dat ook een de reeds verrichte herprogrammeminister van onderwijs de strekking ringsarbeid". Een nadere beschouvan het betoog van Polak c.s. vol- wing van dit argument leidt echter ledig zou negeren is toch wel op- onvermijdelijk tot de konklusie, dat merkelijk. Lezing van het rapport ook hier weer de wens van de behad hem tot de nodige voorzichtig- windsman de vader van de gedachheid dienen te manen m.b.t. zijn te is geweest en dat hij opgewekt plannen. Niets blijkt echter minder voorbij gaat aan de beoordeling waar te zijn. Uit de brief aan de van de ingediende herprogrammevoorzitter van de Akademische ringsvoorstellen zoals hij die in zijn Raad d.d. 12 maart j.1. blijkt zon- brief aan de" Akademische Raad neklaar, dat de minister naar een d.d. 31 januari 1978 zelf indertijd snelle verwezenlijking van de be- heeft gegeven. oogde tweefasenstruktuur streeft. Hoe snel blijkt uit het tijdschema: Na de obligate vermelding van zijn september 1980 moeten de studen- waardering m.b.t. het vele verrichte werk en de goede bedoelingen ten kunnen beginnen aan de propedeuse nieuwe stijl. Maar het moet staan de bijlagen van deze brief niet alleen snel, maar ook verant- verder bol van de kritiek. Op bijna alle beoordelingspunten bleken vele woord gaan: „in goed en intensief voorstellen toen niet te voldoen overleg met alle betrokkenen". ^yelke voorstellen zijne excellentie aan de wettelijke eisen m.b.t. een zich hierbij maakt is mij niet duide- selektieve propedeuse, een goede toelatingsregeling voor het researchjaar, een duidelijke horizontale differentiatie, een vierjarige kursusduur en duidelijke, afgewogen eindtermen etc. etc. Hij zette dan ook vraagtekens bij de vernieuwing van het universitaire onderwijs, zoals die uit de herprogrammeringsvoorstellen zou moeten blijken. Hij heeft zich toen tevens de vraag gesteld op welke wijze de voorgestelde verbeteringen en vernieuwinDe ASVU organiseert op dinsdag 8 gen in de programma's waren gemei a.s. een zaalvoetbaltoernooi in komen. In dit verband was hem opgevallen „dat de globale opsomde sporthal Uilenstede, aanvang ± ming van de vakken in de recente 10.00 uur. Inschrijving voor dit toernooi kan studiegidsen en de eveneens globale geschieden tot en met 1 mei a.s. opsomming in de programmavoor16.00 uur op het sportcentrum stellen veelal slechts geringe verUilenstede (maandag t/m vrijdag schillen vertonen". tussen 09.15 en 16.15 uur). Er zal' Hij verbond hieraan de konklusie zowel per team als individueel wor- „dat wellicht een gedeelte van de vernieuwing en van de verbeterinden ingeschreven. Voorwaarden: a) deelname kan ge- gen bestaan uit een verzwaring van schieden door VU-studenten die het oude onderwijsprogramma". nog géén kompetitie/zaalvoetbal bij Mede op grond van mijn eigen erde ASVU spelen; b) inschrijfgeld varingen zal ik de laatste zijn deze konklusies te bestrijden, maar hoe ƒ 2,— per individuele opgave of ƒ 15,— per team; c) borgsom: per iemand een jaar later kan beweren, team ƒ 25,—, per individu f 5,— dat „voortgebouwd kan worden op (e.e.a. om opkomst te waarborgen; veel van de reeds verrichte herprorestitutie na afloop van het toer- grammeringsarbeid" is mij dan ten nooi. Bij niet opkomen vervalt de ene male een raadsel. Maar misschien heeft de minister naast een restitutie.).
Zaalvoetbaltoernooi
opgewekte natuur ook geen last van een goed geheugen en is deze kombinatie van eigenschappen wellicht zelfs een voorwaarde om als minister te kunnen funktioneren. Voor mij staat in ieder geval vast dat veel herprogrammeringsvoorstellen om redenen, die ook door de minister worden onderkend, nauwelijks aanknopingspunten bieden ten behoeve van een snelle invoering van de tweefasenstruktuur. De belangrijkste beslissingen "^Sfaarop de wet herstrukturering wetenschappelijk onderwijs heeft aangestuurd — o.a. een betere horizontale differentiatie van de programma's — hebben de universiteiten ontweken. De mogelökheid tot verlenging van de voorgestelde kursusduur van 4 tot 5 jaar is de ontsnappingsroute geweest, die de universiteiten massaal hebben gekozen. Binnen een 4jarig eerste fase is deze escape definitief afgesneden en zal blijken, dat zaken als een brede algemene vorming, een hoogwaardige onderzoekskwalifik'atie en een goede beroepsvoorbereiding niet binnen 4 jaar vallen te realiseren.
De oplossingen het DAK
van
Vooral uit mijn laatste opmerkingen zal al wel zijn gebleken, dat kritische noties naar het adres van de minister niet noodzakelijkerwijs hoeven samen te vallen met veel waardering voor het universitaire onderwijsbeleid. En hier ligt dan ook een niet onbelangrijk verschil tussen mijn optiek en de visie van de DAK fraktie, zoals die naar voren komt in het al eerder gememoreerde artikel. Alleen de titel van dit artikel doet al het ergste vermoeden: „minister Pais zet universiteiten onnodig aan het werk". Maar ook de konklusies van het artikel geven te denken. Het DAK blijkt in te stemmen met Pais voorzover het gaat om het signaleren van „een aantal problemen van het wetenschappelijk onderwijs". Voor de oplossingen van de minister echter geen goed woord, want Pais „heeft niet aannemelijk gemaakt dat ze via de voorgestelde tweefasenstruktuur zullen verdwijnen". Welke oplossingen ziet het DAK dan m.b.t. de problemen van het wetenschappelijk onderwijs? Het antwoord op deze vraag verdient letterlijk te worden aangehaald. „Tegelijkertijd rijst het vermoeden dat zijn ingrijpen in de struktuur van het W.O. in veel opzichten overbodig is, zeker zolang niet vaststaat dat met een kombinatie van invoering van de herprogrammeringsvoorstellen en planning via het stelsel van meerjarenafspraken niet eveneens de instroom van alle aspirant-studenten, en de omvang en kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek kunnen worden gegarandeerd".
DAK en Pais vallen dezelfde kuil
in
En even verder wordt het artikel besloten met de opmerking dat „de problemen waarmee het wetenschappelijk onderwijs te stellen heeft, niet verdoezeld moeten worden: aan schijnoplossingen voor die problemen heeft de universiteit echter geen behoefte". Wie zal niet van harte instemmen met deze laatste opmerking. Plaatsen we deze opmerking echter naast het eerste citaat, dan wordt echter al snel duidelijk, dat het DAK in dezelfde kuil valt, waarin naar eigen zeggen ook minister Pais is gevallen: ook het DAK verdoezelt de problemen van het wetenschappelijk onderwijs en biedt slechts schijnoplossingen. Het punt waar het in deze om gaat is de waarde van de herprogrammeringsvoorstellen ten behoeve van de vernieuwing van het universitaire onderwijs. Opmerkelijk is op de eerste plaats het eerherstel, dat zowel het DAK als de minister aan de door beide partijen indertijd verguisde herprogrammeringsvoorstellen doen toekomen. Helaas moet de bijdrage van deze voorstellen aan
de vernieuwing van het universitaire onderwijs echter betrekkelijk laag worden ingeschat. Een aantal overwegingen is al genoemd; het betrof zaken, waarover ook de minister nog vorig jaar van mening was, dat de voorstellen te kort schoten. Afzonderlijke vermelding verdient hier nog de budgettaire problematiek rond de herprogrammeringsvoorstellen. Het ontbreken van duidelijke verbindingslijnen tussen de inhoudelijke herprogrammering en de financiële konsekwenties is achteraf gesproken een dwaze zaak geweest. Hierdoor werd o.a. de realisatie van de beoogde bezuiniging al k priori geblokkeerd en waren de fakulteiten niet in staat de budgettaire konsekwenties van hun plannen te overzien. In samenhang met de algehele weerzin tegen alle herprogrammeringswerk heeft dit er toe bijgedragen, dat alle aandacht — en dus ook alle geld — is besteed aan de lopende programma's,
Kantinemedewerkster gevraagd De faculteit der geneeskunde zoekt voor de centrale inwendige dienst (de kantine) een medewerkster voor het uitvoeren van alle voorkomende kantinewerkzaamheden (vac. nr. 205-809). Per abuis stond er in AV van vorige week als salaris vermeld ƒ 2880,—. Dit moet zijn: ƒ 1880,— bruto per maand, bij volledige werktijd, afhankelijk van leeftijd, opleiding en ervaring. Zie voor de rest in de vorige AV. Inlichtingen 020-5482720.
die in veel gevallen qua kursusduur werden ingekort, maar qua onderwijsvoorzieningen nog werden uitgebreid. Door deze gang van zaken is de beoogde vernieuwing van het wetenschappelijk onderwijs in de meeste voorstellen beperkt gebleven tot een „verdikking" van de lopende programma's, die bij uitvoering nog duurder uitkomt ook. Tegen de achtergrond van de financiële nullijn voor het wetenschappelijk onderwijs zou invoering van de herprogrammeringsvoorstellen in veel gevallen onvermijdelijk met zich mee brengen, dat er toch weer over de programma's gepraat zou moeten worden vanwege de budgettaire implikaties.
'Integrale invoering van veel herprogrammeringsvoorstellen onmogelijk' In feite is in het kader van de meerjarenafspraken al een begin gemaakt met deze diskussie door zelfs al m.b.t. de lopende programma's in een aantal gevallen over extensivering te gaan praten. Ik zal de laatste zijn om te pretenderen, dat ik alle konsekwenties van de aan de gang zijnde ontwikkelingen zou kunnen overzien, maar één ding staat toch wel vast: integrale invoering van veel herprogrammeringsvoorstellen is onmogelijk! Maar als dit zo is, laten we daar dan eerlijk over zijn en geen tegenstellingen suggereren waar ze in feite niet — meer — liggen. Als het DAK toch deze koers wil blijven verdedigen onderstreept ze wederom de visie van de kommissie Polak op de universitaire bestuurskracht. „De huidige bestuurspraktijk wordt te veel gekenmerkt door konserverende tendensen en doet de vraag rijzen of de universiteiten door dit kader dan toch nog in ivoren torens huizen". Geen leuk verwijt als men progressiviteit hoog in het vaandel draagt.
Wat te doen Wat betekenen voorgaande opmerkingen nu in konkreto voor de opstelling van de universiteiten t.o.v. de plannen van Pais? Eén mogelijkheid valt naar mijn smaak zonder meer af: integrale afwijzing zonder meer. Zo'n houding zal de toch al sterk geslonken maatschappelijke geloofwaardigheid van de universiteiten nog verder aantasten en Pais alleen maar in de kaart spelen m.b.t. de volledige doorvoering van zijn plannen. Het valt overigens niet te ontkennen, dat deze opstelling de nodige zelfbeheersing van de kant van de universiteiten vraagt. Vanuit gevestigde opvattingen kunnen de plannen van Pais op een aantal punten vrij gemakkelijk worden bestreden. Naast de eerder genoemde punten, hier nog een voorbeeld ter toelichting. Velen — ook de DAK fraktie — zijn gevallen over de suggestie, dat een doktoraaldiploma nieuwe stijl gelijkwaardig zou zgn aan de huidige doktoraaldiploma's. Ook in de recent verschenen memorie van toelichting bij het wetsontwerp wordt deze suggestie volgehouden: immers bevoegdheden en
literatuur blgven gelijk. Uit de hele opzet van de eerste fase blgkt echter zonneklaar, dat aan een type opleiding wordt gedacht, dat in sterke mate — vooral m.b.t. de onderzoekskwalifikatie — zal afwgken van de gangbare opleidingen. Het zou de duidelijkheid van de plannen ten goede zgn gekomen als deze wgziging aanleiding zon zijn geweest tot invoering van een andere literatuur. Om redenen van
Vervolg op pagina 14
Redaktie-adres: De Boelelaan 1105 of Postbus 7161 Amsterdam, telefoon 020-5484330. B.g.g. 5482671. Redaktle: Jan van der Veen (hoofdredakteur), Jaap Kamerling, Mathrlde van Amstel (redaktle-assistente).
Medewerkers:
Warner Bruins Slot, Bart t>/luysson, Hans de Boer, Cok de Zwart, Rob Meerhof, Hans Schumacher, Martin Hetebrij, Simon Kooistra, Gert van Vulpen en (niet-red.) Dienst Pers en Voorlichting. Fotografen: Mark van Dorp (AVC), Eduard de Kam, Peter Wolters (AVC). Tekenaars: Frans Vera, Rob Razoux Schultz. Advertenties: J. G. Duyker, Oostvierdeparten 50, 8392 XT Boijl. Telefoon 05612-541 Adjes: Max. 30 woorden. Kosten f 6,— Opgave voor maandag 10 uur kamer 1 D-08 VU-hoofdgebouw. Kontante betaling. Alleen voor VU-personeel en -studenten. Produktie: Randstad Handelsdrukkerij, Aalsmeer (Perscombinatie). G.U.P.D. De redaktie werkt met alle andere universiteits- en hogeschoolbladen, op dat van de Nijmeegse universiteit na, samen in de stichting Gemeenschappelijke Universitaire Persdienst (GUPD). Kopij, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) uiterlijk maandagmorgen 10 uur binnen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's