Ad Valvas 1978-1979 - pagina 135
11
AD VALVAS — 3 NOVEMBER 1978
Uiterlijk volgend jaar april moet die er zijn
Peijnenburg zegt beleidsnota over universitair onderzoelc toe Uiteriyk in april 1979 komt er een beleidsnota over het universitaire onderzoek. Minister Peijnenburg beeft dat vorige week maandag toegezegd in de vergadering van de vaste Kamerkommissie voor het wetenschapsbeleid, waarin het wetenschapsbudget voor 1979 werd besproken. De beleidsnota zal zicb niet beperken tot de struktuur van het onderzoek, maar zal een duideiyke visie moeten geven. De samenwerking tussen het universitaire en het buiten-universitairc onderzoek wordt bekeken, alsook de verdeling van de geldstromen. Verder komt ook de positie van de wetenschappelgk onderzoeker in beschouwing. Vragen als: in welke richting ontwikkelt zich de opleiding, hoe sluit het werk daarop aan, welke motivatie eisen de maatschappelijke vraagstukken, hoe staat het met de mobiliteit, enzovoort, zullen daarbij centraal staan. De nota komt tot stand in interdepartementaal overleg tussen Onderwijs en Wetenschappen, Landbouw, Financiën en Wetenschapsbeleid. Minister Peijnenburg was over het imvcrsitaire onderzoek aanzienlijk t^timistisi^er dan het kommissielid Dees ( W D ) , dat zijn bekende litanie aanhief over het „matig ontgonnen gi*ied" van het universitaire onderzoek en de noodzaak van een gedegen onderzoek naar de kwaliteiten daarvan. Ook de CDA-afgevaardigde Lansink had gevraagd naar het regeringsbeleid, gezien „de heroriëntatie waaraan het historisch gegroeid patroon van onderzoekinstituten toe is". De algemene beschouwingen rond het wetenschapsbudget kenmerkten zich afgelopen maandag door een bezorgde toon over wat de minister, ondanks zijn taakverruiming, met zijn wetenschapsbeleid kan bereiken. Vooral de socialist Voortman bereed met verve zijn stokpaard, dat de fundamentele zwakte van het wetenschapsbeleid is gelegen in het feit dat de „bulk" van het onderzoek buiten zijn greep blijft. Lukt het de bewindsman werkelijk zoiets als nationale onderzoekprogramma's op gang te houden? Zijn er organisatorisch-financieel resultaten te bespeuren? Presteert de minister bij het voorbereiden van de begrotingen der vakministers veel meer dan aan de telmachine te zitten? Heeftie wel voldoende oog voor de details? Voortman kon het in ieder geval uit het wetenschapsbudget niet halen. Zijn fraktiegenoot Klein noemde het een „primitieve hoop" in het wetenschapsbeleid op het bedrijfsleven te vertrouwen: „Wat goed is
Klein: „primitieve hoop" voor General Motors, is goed voor de Verenigde Staten. Het bedrijfsleven," zei Klein, „wordt primair bestuurd door externe faktoren. De centrale overheid moet het risiko van bepaalde research zelf op zich nemen. Als Peijnenburg denkt dat er een minister voor wetenschapsbeleid is benoemd, maakt hij zich er met een Jantje van Leiden af."
Selektief Volgens Klein is h«t funest dat in het beleid van de minister van ekonomische zaken geen spoor is terug te vinden van begrip voor deze eigen taak van de overheid. „Als we zo doorgaan, wordt de industrie trendzetter voor de maatschappelijke ontwikkeling." Het is al goed mis gelopen met de ontwikkeling van mikro-processors, waarin ons land naar de mening van Klein hopeloos achterop is geraakt. Hij bood, ter behandeling in de Kamer, een motie aan, waarin de regering wordt uitgenodigd binnen drie maande» voorstelien te
door Bert Kieboom (GUPD) doen over de toepassing op grote schaal van mikro-processors, met oog voor de gevolgen voor de werkgelegenheid. Ook de politieke geestgenoten van de minister spoorden hem aan zijn rechten te doen gelden in het spel met de vakminister. Beinema (CDA) achtte in een periode van selektieve ekonomische groei een wetenschapsbeleid dat aktief-selektief is, een dwingende noodzaak. Hij vroeg zich af of Peijnenburg wel mensen en tijd genoeg had om de verruiming van zijn opdracht volledig te kunnen benutten. Mertens (D'66) zei te hopen op een verdere uitbreiding van bevoegdheden, met in dit geval als lichtend voorbeeld West-Duitsland, waar de minister van wetenschapsbeleid stevig voorzien is van miljoenen. Het kommissielid vond het spijtig, dat in het Stimuleringsfonds maar 13 miljoen terecht is gekomen, in plaats van de aanvankelijk beoogde 30 miljoen. Dees ( W D ) roemde de faam van Peijnenburg als 'innovatieminister', maar hij merkte toch ook op dat moet worden voorkomen, dat het wetenschapsbeleid zich alleen op de technische wetenschapsbeoefening richt. De nieuwe relatie tussen wetenschap en samenleving maakt het wenselijk dat de diskussie zich niet alleen toespitst op sterk incidentele kwesties, zoals de reageerbuisbaby, het DNA-onderzoek en de ideeën van Buikhuisen. Het overheidsbeleid inzake de kontraktresearch van de universiteiten noemde hij weinig stimulerend. Verburgh (SGP) vroeg zich af of Nederland op andere gebieden dan de natte waterstaat nog wel een vernieuwende rol kan spelen. Sociale remmingen als gevolg van de weerstand die aktiegroepen bieden tegen bijvoorbeeld de kernenergie, beginnen volgens deze staatsman hun wrange vruchten af te werpen. Hij bepleitte betaald edukatief verlof voor bijspijkerkursussen aan degenen „die nu nog op irrationele gronden een afwerende houding demonstreren".
Afgeleide Op de vraag naar zijn visie op het wetenschapsbeleid antwoordde Peijnenburg, zijn doelstellingen te zien als een afgeleide van de maatschappelijke ontwikkeling. De kritiek is altijd dat de wetenschap te weinig op relevantie is gericht. Zijn ideeën over innovatie denkt hij te gebruiken om naar energie- en grondstofbesparende technieken te zoeken. Dat betekent volgens de bewindsman echter niet dat de aandacht voor andere dan innovatietechnieken verslapt is. Hij wil zich graag inzetten voor een integrale beleidsvisie. Wat de mikro-processors betreft, is de regering bezig een standpunt te bepalen. Peijnenburg wil zo spoedig mogelijk een groep deskundigen bijeen brengen, die ad hoc beslist, in de hoop op een brede publieke diskussie. Aan Beinema deelde de minister mee dat het departement bezig is „aan een betere bemanning". Hij zegde hem toe in de komende inno-
Peijnenburg: vrij optimistisch vatienota veel aandacht te zullen besteden aan de hulp aan middenen kleinbedrijf. In de diskussie over de technische innovatie zal ook de vakbeweging worden betrokken. Peijnenburg was het met Beinema eens dat een sterk gespreide wetenschapsvoorlichting van groot belang is. Om de bewindsman in zijn strijd daarvoor te schragen, kondigde het CDA-kommissielid aan de Tweede Kamer een motie te zullen voorleggen, die om een notitie vóór of in het wetenschapsbudget 1980 vraagt, als resultaat van de bezinning over dit onderwerp.
Hangijzer Mocht minister Peijnenburg gedacht hebben dat hij, na de tamelijk vriendelijke algemene beschouwingen met de vaste Kamerkommissie klaar was, dan kwam hij na de boterham toch nog bedrogen uit. Mertens en mevrouw GinjaarMaas ( W D ) staken de lont in het kruitvat, omdat zij allerminst gecharmeerd waren van de manier waarop de Stichting Onderzoek van het Onderwijs het in de begroting moet ontgelden. Deze stichting moet een veer laten van acht miljoen, waardoor behalve het onderzoek ook de werkgelegenheid in het gedrang dreigt te komen. „Is hier nog sprake van evenwichtig beleid?", zo vroeg Mertens zich af. „Heeft de minister de gevolgen wel overwogen", voegde mevrouw Ginjaar daar aan toe. Zij sprak het
• Op 4 november treedt in de Dominicuskerk aan Spuistraat 12 de Nicaraguaanse folkloristische muziekgroep Carlos Mejia Godoy y los de Palacaguina op. De groep vertelt in zijn liedjes over de levensomstandigheden van het onderdrukte Nicaraguaanse volk. Ook zal de Amsterdamse Blazerscompagnie optreden. • Op 7 november spreekt in het studentenhuis Aenstal voor studentes de heer L. Tiller, werkzaam bij het Jellinek centrum over „drugverslaving en alcoholisme". Aanvang 18.30 uur. Plaats Jan Luykenstraat 41. • Op donderdag 9 november om 1630 uur spreekt in het kader van het Studium Generale „Over schrijven, lezen en kijken" prof. dr. W. Hoogendoom over avantgardistisch toneel onder het motto: ,^<tt wankele teken". Prof. Hoogendoom is hoogleraar theaterwetenschappen aan de UvA. • Op 10 november spreekt voor de Amsterdamse Gesprekskring prof. ds. J. van Goudoever over „Religie buiten de kerk". Op Amsteldijk 58 om 20.15 uur. • Op 10 november vertoont het Feministisch-filmkollektief Cinemien in het Vrouwenhuis, Nieuwe Herengracht 95 de film „Not a pretty picture" van Martha Coolidge. Een speelfilm over verkrachting waarbij de spelers 'en regisseuses de scènes nu en dan onderbreken om te diskussiëren over hun eigen ervaringen tijdens het spelen van de scènes. • Op 11 november houdt de aktiegroep Man-Vrouw-Maatschappjj een manifestatie t.g.v. haar tienjarig bestaan. De dag staat in het teken van de herverdeling van bezigheden (betaald en onbetaald) over de seksen. Plaats: de zalen van Maresca? Veemarkthallen, J. P. Sartreweg 1-3 Utrecht. • Elke zondagavond organiseren de COC-vrouwen een dansavond voor vrouwen op het SchelUnkie aan Korte Leidsedwarsstraat 49 A. Van 21 tot 24 uur. Alle vrouwen welkom, (andere tijden zijn hiermee vervallen) • Het novembernummer van Oost Europa Verkenningen is dit keer geheel gewijd aan het thema „vrouwen". Veel plaats wordt ingeruimd voor een vergelijkende studie die een aantal vrouwen hebben verricht naar de situatie van de vrouw in zes europese landen. Aan de hand van een lange lijst vragen is voor Nederland, Zweden, Italië, de Sovjet Unie, Hongarije en de DDR nagegaan hoe het gesteld is met het huwelijk- en gezinsrecht, geboortenregeling, zwangerschapsmaatregelen, kinderopvang, vrouwenarbeid en de vrouw in het onderwijs. Duidelijk wordt hoezeer Nederland achterligt waar het gaat om voorzieningen voor vrouwen en de deelname van vrouwen aan het maatschappelijk leven. En dat is niet alleen een achterstand ten aanzien van de oosteuropese landen, maar ook ten opzichte van Zweden en zelfs Italië. Opmerkelijk is, dat in de onderzochte oosteuropese landen de wet-vooruitloopt op de praktijk, terwijl dit in de westeuroese landen eerder omgekeerd is (te denken valt bijvoorbeeld aan de abortuswetgeving in Nederland). In Oost Europa staan de voorzieningen voor vrouwen en de deelname van vrouwen aan het maatschappelijk leven, vergeleken met West Europa, op een hoog peil. Dit nummer van Oost Europa Verkenningen is te verkrijgen door f 1,1Q over te maken op gironummer 3754808 ten name van de Werkgroep Oost Europa Projekten, Parkstraat 9 te Utrecht onder vermelding van nummer 39. vermoeden uit dat het werk van de stichting wordt onderschat. Volgens Peijnenburg is de ombuiging van het budget voor de Stichting Onderzoek van het Onderwijs ingegeven door „een zekere onvrede over de resultaten van het verrichte onderzoek". Het zou nauwelijks gericht zijn geweest op de oplossing van de praktische problemen van het onderwijs. Op grond van een analyse van de aktiviteiten wil de regering beslissen over de toekomst van de stichting.
Met de vage woorden van „een zekere onvrede" toonde mevrouw Ginjaar zich niet tevreden. Mertens kwam daarop met een motie om het subsidie aan de stichting in nadere overweging te nemen. Op aanraden van Klein zal de kwestie nader worden besproken met de vaste Kamerkommissie voor onderwijs en wetenschappen. Ook met minister Pais moet worden gepraat, want die is tenslotte de eerst verantwoordelijke. (Vtr. u-blad) Wat betreft het plan van de Bond voor wetenschappelijke arbeiders (BWA) en het Verbond van wetenschappelijke onderzoekers (VWO) om te komen tot het oprichten van IMGO's, instituten voor maatschappelijk gericht onderzoek, die een bemiddelende rol zouden moeten spelen tussen de maatschappelijke vraag naar wetenschappelijk onderzoek aan de ene-kant en de wetenschappelijke instellingen aan de andere kant (waarvoor door BWA en VWO een subsidieaanvraag van 2 miljoen gulden bij minister Peijnenburg is ingediend) merkt de RAWB op, dat het moment voor „praktische maatregelen" zijns inziens nog niet is aangebroken, juist omdat nog onvoldoende inzicht in de problematiek van de verhouding wetenschap — „zwakke" groepen in de samenleving bestaat. Over dit concrete voorstel doet de RAWB in haar advies dan ook nog geen uitspraken.
RAWB wil onderzoekswensen van 'zwakke' groepen inventariseren Om na te gaan of resultaten van wetenschappelijk onderzoek gelijkelijk voor alle groeperingen in onze samenleving beschikbaar zijn, dan wel of er misschien sprake is van een situatie, waarin bepaalde „zwakke" groepen stelselmatig tekort komen in dat opzicht, verdient het aanbeveling, dat een inventarisatie wordt gemaakt van onderzoeksbehoeften bij een groot aantal maatschappelijke groeperingen en dat in een experimentele vorm (bijvoorbeeld via een wetenschapswinkel) een indruk wordt verkregen van de „potentiële" onderzoeksvraag. Aldus de aanbeveling van de Raad van advies voor een wetenschapsbeleid in een kortgeleden gepubliceerd advies onder de titel „Wetenschap voor zwakke groepen". In zijn advies constateert de RAWB een toenemende betrokkenheid van het wetenschappelijk onderzoek op het maatschappelijk gebeuren, hetgeen tot uiting komt in bijvoorbeeld de oprichting van wetenschapswinkels aan enkele universiteiten, maar ook in de onderzoeksprogramma's van vakgroepen en individuele onderzoekers. Een „verheugende" ontwikkeling, aldus de Raad, maar tegelijkertijd rijst de vraag of bepaalde maatschappelijke problemen niet minder aandacht krijgen dan gewenst. De RAWB heeft al in een eerder commentaar (op de discussienota Sectorraden van minister Trip) geconstateerd, dut niet alle deelbelangen in de samenleving „als rege!
even snel aan de oppervlakte komen". Dat komt omdat bepaalde groeperingen in de samenleving zeer wel in staat zijn om hun specifieke belangen naar voren te brengen, maar andere groepen (te denken valt bijvoorbeeld aan bejaarden of psychiatrische patiënten) daartoe veel minder of helemaal niet in staat zijn. Omdat hierover nog onvoldoende gegevens beschikbaar zijn, wil de RAWB een inventariserend onderzoek starten, aangevuld met een experiment, dat via een wetenschapswinkel loopt. De RAWB adviseert minister Peijnenburg voor dit onderzoek, dat ongeveer een half manjaar zal vergen, op korte termijn een bedrag van ruim SO.CKK) gulden vrij te maken.
(GUPD - Folia Civitatis)
Jw advertentie gaat naar 15.000
lezers toe
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's