Ad Valvas 1978-1979 - pagina 458
AD VALVAS — 8 JUNI 1979
2
Tweehonderd Arameërs kloppen op onze deur „Wij zijn geen gastarbeiders. Er bestaan onder de Nederlanders vele misverstanden over ons. We hebben een Turks paspoort, maar we zijn in ethnische zin geen Turken. We hebben de St. Jan ook niet bezet, zoals velen denken. We zijn vluchttlingen, die asielrecht hebben aangevraagd, zodra we de Nederlandse grens passeerden. We zijn Arameërs, spreken het Aramees, de taal, die ook door Jezus werd gesproken en zijn vanaf het jaar 38 christenen, nu voor het merendeel behorend tot de Syrisch-Orthodoxe kerk. Goede Vrijdag is voor ons een belangrijke heilige dag. Het is dan ook niet voor niets, dat we op die dag onze toevlucht hebben gezocht in de St. Jan. We stonden met de rug tegen de muur. Twintig van ons hadden na een langdurige procedure een uitwijzingsbevel gekregen. Om elf uur op de avond voorafgaande aan Goede Vrijdag kwamen we ineens tot het besluit om te vluchten in een kerk. We herinnerden ons, dat in de periode van het Oude Testament Joden in moeilijkheden dat ook deden, d.w.z- bescherming zoeken in de tempel. We kozen Den Bosch, niet omdat we die stad kenden, integendeel, we wisten niet eens dat hier een kathedraal is. We hadden gehoord dat in deze stad een bisschop zetelt, en in onze traditie is een bisschop een hoge, invloedrijke geestelijke leider. En zo kochten we allen op de vroege ochtend van Goede Vrijdag een treinkaartje naar Den Bosch." Aan het woord zijn christenen uit Oost-Turkije in de St. Jan, die ik bezoek om meer te weten te komen van hun motieven voor hun wanhoopsdaad. Ze behoren tot een volk van ongeveer 2.3 miljoen mensen. Ongeveer 2 miljoen leeft in India, de zgn. Thomaschristenen. De overigen wonen verspreid in Syrië, Libanon, Irak, Egypte, Amerika, Duitsland, Zweden en Australië. In het uiterste Zuid-oosten van Turkije tussen de rivieren de Euphraat en de Tigris, waar ze sinds mensenheugenis hebben gewoond en een bloeiende cultuur hebben gehad met vele steden, wonen in enkele dorpen nog 20.000 van hen. De Arameërs zeggen af te stammen van Aram, een van de zonen van Noach, en zijn van oudsher een vreedzaam volk van dichters en schrijvers. Assur, een broer van Aram, heeft een meer oorlogzuchtig volk voortgebracht, nl. de Assyriers. Onder invloed van het opkomende, nationalistische getinte radicalisme in het MiddenOosten heeft zich vanuit Irak onder enkele jongeren het idee postgevat zich niet langer Arameërs, maar Assyriers te noemen. In Nederland is dat onder de Arameërs niet of nauwelijks het geval, maar bijv. wel in Zweden, waar enkele duizenden van hen de laatste jaren niet om religieuze, maar om politieke redenen asiel hebben verkregen. De religie en de politiek spelen echter beiden een rol in de onderdrukking en vervolging van deze christenen. Tijdens het Romeinse Rijk zijn ze vanaf Nero tot Diocletianus door verschillende keizers om hun geloof vervolgd. In de 13e en 14e eeuw zijn de meeste van hun kloosters en kerken verwoest door de Tartaren en de Timoerlang. In meer recente jaren zijn vooral 1895, 1914 en 1974 zeer bittere jaren voor hen. Vóór 1914 voelden de Arameërs zich ondanks hun tweederangs positie in het islamitische Turkse rijk, nog redelijk sterk. De Koerden waren nog
niet zo ver naar het westen opgedrongen, in het noorden woonden op niet zo'n grote afstand de Armeniërs, ook christenen met een vrij hoge cultuur en als Arameërs waren zij vrij welvarend. Je kon al reizend in hun gebied meteen zien of het een moslemof christendorp betrof. De Turkse heilige oorlog tegen de Armeniërs in de periode van 1914-1918, in een tijd dus, dat de wereld met zichzelf bezig was, kostte van 1^ miljoen Syrische Orthodoxe Arameërs het leven. Van het eerst zo talrijke volk der Arameërs waren toen in Turkije nog slechts 60.000 overgebleven. Europa werd een beetje wakker. In het verdrag van Lausanne in 1923 tussen o.a. Engeland, Frankrijk, Italië, Roemenië en Turkije werd bepaald dat de laatste de culturele en religieuze rechten van minderheden zal respecteren. In het verdrag werden echter alleen de Joden, de Armeniërs en de chris-
geven. Lange tijd durfde geen van hen zich te vertonen op straat, omdat ze overal onder het uitroepen van de scheldnaam „hond" voor aardsbisschop Makarios werden lastiggevallen. Een christen doden is 'geen zonde, zo heet het, en ook is er de bekende uitspraak, dat de dood van één moslem door een onrein mens, d.w.z. een christen, met de dood van tien christenen moet worden gewroken. De Cyprus-periode is echter niet de enige. Na de slachtpartij tijdens wereldoorlog I zijn de Koerden in grote aantallen het gebied van de Arameërs binnengedrongen. Met hen werden extra onderdrukkende feodale structuren geïntroduceerd. Sindsdien zijn de christenen nl. in een positie van horigheid beland tegenover de Agva. Dat zijn Koerdische locale machthebbers, meestal grootgrondbezitters, die over een gro_ot aantal gewapende dienaren beschikken.
Te gast
lill^^
„Te gast" is een tot nu toe onrgelmatig verschijnende rubriek waarin mensen uit de wereld van het wetenschappelijk onderwijs al dan niet op verzoek van de redactie hun mening geven over aktuele zaken waarin zij thuis zijn. Aktuele zaken vatten wij op als feiten en ontwikkelingen die zich op het terrein van het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek alsmede in de samenleving van vandaag voordoen.
Deze week dr. Hans Feddema, wet. hfd. med. niet-westerse sociologie VU, over de Nederlandse benaring „waarin vluchtelingen slechts via onze bril worden bekeken en niet als mensen vanuit de eigen culturele en politieke situatie". Tweehonderd Arameërs hebben geweldloos gevraagd om bier te mogen blijven. „Hoe lang moet bet nog duren, dat het Nederlandse volk hen recht verschaft?"
telijke Grieken, en niet de Syrisch Orthodoxe Arameërs als minderheden erkend. De Turkse minister van Onderwijs, Ugur, verwees volgens het Turkse dagblad de Hurriyet van 28 september 1978, naar dat verdrag om het ingrijpen van de autoriteiten te rechtvaardigen, toen ontdekt werd dat in het klooster van Deyr-El-Zafaran kinderen in het Aramees in de Syrisch-Orthodoxe godsdienst werden onderwezen. De Arameërs mogen, ook in hun kerken — die overigens niet mogen worden uitgebreid noch gerenoveerd — geen collectief onderwijs geven, zelfs niet in hun godsdienst. Op de Turkse scholen worden ze door de leraren vaak zo geslagen, dat ze meestal voortijdig de lagere school verlaten. Volhouden ondanks alles heeft ook daarom nauwelijks zin, omdat een middelbare of universitaire opleiding weinig of geen perspectief biedt, gezien het feit, dat de Syrisch Orthodoxe Arameërs van alle staatsambten zijn uitgesloten. Zelfs een positie als straatveger of als postbode is voor hen taboe.
Object van gewelddaden
i
Afgezien van deze officiële religieuze en economische discriminatie, zijn de Arameërs de laatste jaren weer in hoge mate het object van gewelddaden en vijandschap van de zijde van hun omgeving. De Cyprus-kwestie speelt daarbij een rol. Sinds 1974 hebben de Arameërs volledig de moed opge-
De horigheid aan de Aga betekent in dit geval niet alleen schatplichtigheid, herendiensten en het geven van geschenken, maar ook het ondergaan van geweld en willekeur via diefstal, onteigening, bruidroof en doodslag. Bij de bruidroof moet men ook bedenken dat in Oost Turkije de mannen een bruidsprijs moeten betalen, variërend van f 5.000,— tot f 40.000,— al naar gelang de schoonheid en de status van de betreffende vrouw. Behalve de Aga, die het nogal eens gemunt hebben op een extra mooie vrouw van de Arameers, trekken ook vaak arme Koerden de christendorpen in om met behulp van gewapende vrienden met geweld een vrouw te bemachtigen voor wie ze geen bruidsprijs hoeven te betalen. De Koerden, aan wier willekeur de Arameërs nu zijn overgeleverd, zijn in Turkije ook zelf een gediscrimineerde minderheid. Er is de laatste tijd spreke van een oplevend Turks nationalisme. De Turken nemen zelf in het Midden-Oosten een zekere uitzonderingspositie in, in de zin dal ze geen Arabieren zijn. Mogelijk is dat een oorzaak voor hun nationalisme en hun agressie tegenover minderheden. In elk geval is er in Turkije een opkomende fascistische beweging, die ook reeds in het parlement vertegenwoordigd is via de M.H.P., de Miliiyetci Halk Partisi, en bovendien de terreurorganisatie Grijze Wolven in het leven heeft geroepen. Zoals de fanatieke en machtige moslempartij, de M.S.P., de Milli Selamet Par-
tisi, als slogan heeft: „Alleen Moslims in Turkije", zo heeft de beweging rondom de M.H.P. en de Grijze Wolven als adagium: „Turkije alleen voor de Turken". De christenen hebben het van beide groepen zwaar te verduren, niet alleen op het platteland, maar juist ook in de steden (zie o.a. het rapport Carfager), maar de M.H.P. en de Grijze Wolven richten zich id. tegen de Koerden, die dat op hun beurt weer afreageren op de christenen in hun omgeving. Dat laatste heeft ook te maken met de ontwikkelingen in Iran. De Koerden, die in Turkije 8 miljoen mensen tellen, hebben daardoor nieuwe hoop gekregen op een eigen staat, die dan gevormd zou kunnen worden uit delen van Iran, Irak, Syrië en heel Oost-Turkije. En dan moeten de christenen weg, want de ideeën van bijv. de M.S.P. over een zuiver islamitische staat spreken hen zeer aan. Dit alles en ook het politiek geladen islamitisch reveil in het algemeen in het MiddenOosten maakt dat de SyrischOrthodoxe Arameërs nu dus van meerdere kanten in de hoek zitten waar de slagen vallen. De druk is zo groot geworden en de situatie zo uitzichtloos, dat voor hen slechts één vorm van protest lijkt te zijn overgebleven, nl. die van de vlucht. Zweden heeft reeds 12.000 van hen opgenomen, Duitsland 10.000 en Australië 3.000. En wat doet Nederland? Twee keerj- nl. in juni 1976 en in maart 1977, wordt een collectieve verblijfsvergunning gegeven, samen voor ongeveer 400 Arameërs, maar steeds op zulk een wijze, dat niet het probleem wordt erkend. En in maart 1977 wordt tevens besloten de zaak van de Arameërs voortaan alleen op individuele basis te bekijken. Het gevolg is lange procedures, er in resulterend, dat bijv. een zoon wel asiel krijgt en de vader niet of andersom. Niet alleen een Nederlands juridisch foefje om de zaak niet structureel te hoeven aanpakken, maar ook een vorm van typisch westerse ethnocentrisch handelen. Immers, een beetje cultureel-antropologische kennis had tot het inzicht kunnen brengen, dat men in Turkije zulke kwesties niet individueel beziet, dat daar nog tradities van bloedwraak heersen, dat een hele groep of een heel dorp aansprakelijk kan worden gesteld en dat in elk geval geen onderscheid wordt gemaakt tussen gezinsleden. Door iemand asiel te verlenen en zijn broer uit te wijzen, al of niet op grond van het absurde discriminerende criterium van „persoonlijk ondervonden schrijnend leed" van 21 februari 1979, betekent een absoluut zekere vogelvrijverklaring voor de laatstgenoemde. De openlijke missie van drie kamerleden heeft ook weinig zin. Immers, de achtergebleven christenen in Turkije ondervinden nu reeds wraak voor de aktie in de St. Jan, laat staan wanneer ze iets zouden loslaten aan een officiële buitenlandse delegatie en dan nog wel via tolken. Uit alles blijkt een benadering, waarin de vluchtelingen slechts via onze bril worden bekeken en niet als mensen vanuit de eigen culturele en politieke situatie. Dat komt ook naar voren uit de vele klachten over kontaktambtenaren en toegewezen advocaten. Nederland heeft een toelatingsnorm van slechts 750 vluchtelingen per jaar en steekt daarbij schril af tegen-
over de ons omringende landen. We beijveren ons terecht voor de rechten van de mens in andere landen van de wereld. En wat doen we, nu er een kans is om in eigen land daadwerkelijk iets te doen? We gaan voor de christenen uit Turkije een extra drempel inbouwen via het discriminerende criterium van 19 februari 1979. En dat terwijl de Raad van State op 18 augustus 1978 heeft uitgesproken, dat er in Turkije voor de christenen een situatie van vervolging heerst. Tweehonderd Arameërs in een koude kathedraal kloppen op onze deur. Ze kunnen niet meer terug. Ze doen op geweldloze wijze een beroep op ons. Hoe lang moet het nog duren, dat het Nederlandse volk hen recht verschaft? (Adhesiebetuigingen en/of het aanbieden van steun graag via het Aktiecentrum, Papenhulst 3a, Den Bosch)
'Enquête crèche zal een vertekend beeld geven' Wantje Fritschy, werkzaam aan de VU, schrijft ons het volgende: „Onlangs vond ik op mijn bureau een oproep om mee te doen aan een enquête over de plannen voor een crèche op de VU. Het deed me genoegen om t e bemerken hoe hard aan deze plannen gewerkt was en in hoever gevorderd stadiura ze reeds waren. De opzet van de enquête stelde me echter enigszins teleur. D e voorbereidingscie. probeert blijkbaar op alle mogelijke manieren te vermijden om haar activiteiten voor een crèche op de V U mede het karakter van politieke activiteiten te geven. De enquête wekt in haar opzet de indruk, dat het de cie. niet om het principe gaat, dat het voor mannen en vrouwen mogelijk moet zijn om een baan te hebben én kinderen te hebben, er wordt gesuggereerd, dat het er alleen om gaat de „reële behoefte" aan een crèche te peilen. Vandaar alle mogelijke voorzorgsmaatregelen om te vermijden, dat anderen dan eventuele belanghebbenden de vragenlijsten gaan invullen. (?) Het motief van de cie. is wellicht, dat zij met een zo weinig mogelijk „vertroebeld" beeld van de behoefte aan een crèche sterker staat bij het CvB. Nergens blijkt echter, dat de cie. zich ervan bewust is, dat een op een dergelijke wijze verkregen beeld al bij voorbaat vertekend is. Degenen die behoefte gehad zouden hebben aan een crèche op ' V U werken er immers waarschijnlijk niet, of hebben hun studie al op moeten geven, juist omdat die crèche er niet was. De behoefte die de cie. op deze wijze peilt is dan ófwel die van hele bijzondere, wellicht navrante, uitzonderingsgevallen, ófwel varA diegenen, bij wie de behoefte aan een crèche op de V U in feite nog niet erg sterk is, anders zouden ze er immers niet kunnen werken. Als de cie. haar doel wil bereiken zal ze m.i. niet moeten aarzelen om ook principiële argumenten een rol te laten spelen. Een louter pragmatische benadering doet in dit geval op een onverantwoorde manier afbreuk aan het te bereiken doel. Juist bij een aldus opgezette enquête moet onvermijdelijk een vertekend beeld ontstaan van de reële behoefte aan een crèche. Misschien zou iedereen die principieel voorstander is van een crèche aan de VU, ook al heeft hij of zij deze zelf niet nodig, dit alsnog aan de cie, kenbaar moeten maken."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's