Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 110

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 110

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 20 OKTOBER 1978

6

'Geschiedenis

van de Nederlandse

studentenbeweging

1963-1973'

Auteur Kijne laat unieke kans liggen om huidige studentenbe Binnen en buiten de studentenbeweging is de afgelopen maanden uitvoerig gediscussieerd over de organisatie en strategie van diezelfde studentenbeweging. Naar het zich Iaat aanzien is die discussie voorlopig niet uitgewoed. Nn verloopt een discussie des te amusanter wanneer de deelnemers niet worden gehinderd door feitenkennis. De icwaliteit van het gesprek daalt evenredig, dat spreekt Wie zich een oordeel aanmatigt over de problematiek van de huidige studentenbeweging, dient op de hoogte te zün van de (ontstaaiis-)gescliiedenis van de studentenbeweging. En daar ligt precies een van de grote handicaps van discussianten: ze zgn er zelf niet bijgeweest Wat dat betreft komt de uitgave van de „Geschiedenis van de Nederlandse Studentenbeweging 1963—1973" op het juiste moment. Een overzichtswerk van de studentenbeweging was tot nn toe niet voorhanden, en dat_ maakt een discussie over de te voeren politiek, de strategie en de organisatie voor niet-ingewgden moeilgk, zo niet onmogelgk. Juist de geschiedenis leert ons de zwaarte van de argumenten te schatten, constanten in een beweging te zien, en kan een basis vormen voor een vruchtbare discussie. Of Hugo Kijne er in geslaagd is een goede basis voor die discussie te leveren, valt nog te bezien, maar het idee om zijn scriptie voor een breder publiek bereikbaar te maken valt te waarderen. Kijne beperkt zich tot wat hijzelf „feitelijke geschiedsschrijving" noemt. Daarbij wordt slechts ten dele gebruik gemaakt van theoretische verklaringen. Het boek begint met een theoretische uiteenzet. ting over de wijze waarop wij de studentenbeweging binnen onze maatschappij — een kapitalistische — dienen te begrijpen. Hier blijkt dat een dergelijke pretentieuze aanpak een hachelijke onderneming is. Elke systematische verbinding tussen de geformuleerde theorie en de concrete geschiedsschrijving ontbreekt. De uitgever heeft dit kennelijk voorzien en besluit het voorwoord bij deze uitgave met de eufemistische stelling. „Of de auteur... er in geslaagd is de „spanningsverhouding tussen logisch-analytische en reèel historische geschiedsschrijving" te overbruggen, is een vraag die we ter af-

Eerste lezing ging over

doorPim Reintjan

Fortuyn

en

Schuring

sluiting van dit voorwoord graag ook aan de lezer meegeven."

Belangen

kapitaal

Het antwoord op die vraag is wat ons betreft een krachtig neen. Los van de eerder gesignaleerde spanningsverhouding zou de ontwikkelde theorie op zich zelf een waardevol inzicht kunnen bieden in het functioneren van onze maatschappij. Maar ook op dat punt komt de lezer bedrogen uit. Wat te denken van redeneringen als de volgende: Na de constatering dat het universitair onderwijs in toenemende mate ondergeschikt wordt gemaakt aan de belangen van de liapitaal-accumulatie, concludeert Kijne op grond van zijn theoretische analyse van het proces van kapitaal-accumulatie, dat het kapitaal er belang bij heeft de kosten die verbonden zijn aan die accumulatie zo laag mogelijk te houden. Tot die kosten wordt ook de vorming van academici gerekend.

Volgens Kijne betekent dit dat het streven naar bezuinigingen op het wetenschappelijk onderwijs rechtstreeks zijn terug te voeren op de belangen van het kapitaal. Er zijn nogal wat bedenkingen aan te voeren tegen dergelijke directe relaties tussen economische structuur en onderwijsbeleid. — Het doet geen enkel recht aan de gecompliceerde functie die de ideologie, juist in de Nederlandse samenleving met zijn sterk confessioneel stempel, vervult. Ook op de economische analyse valt af te dingen. „Het" kapitaal kan nauwelijks een empirische categorie worden genoemd. Bovendien is het in ons belastingstelsel bepaald niet zo dat het grootste deel van de rijksuitgaven rechtstreeks door de ondernemingen wordt opgebracht. Ons belastingstelsel is goeddeels gebaseerd op de loon- en inkomstenbelasting alsmede de BTW. Anders gezegd: de uitgaven voor het onderwijs drukken zeker niet rechtstreeks op de kosten voor de kapitaal-accumulatie.

dige waren-producerende maatschappij waarin de ruil van equivalenten centraal staat. Een dergelijke visie op de maatschappij impliceert een sterke hang naar democratische besluitvorming. De studenten, voortkomend uit een dergelijk milieu, treffen een autocratisch bestuurde universiteit aan waartegen zij in opstand komen. Ook hier weer de directe relatie tussen economische structuur (in dit geval de gedachte economische structuur, en het handelen van mensen. Basis-vooronderstelling is dat de middenklasse de productie beschouwt van het oogpunt van de eenvoudige waren-productie en de ruil op de markt ziet als een ruil van equivalenten. 2^1fs de kleine koffieboer in Brazilië weet dat je moet wachten met

Bomer, Van Nieuwstadt, Sips en Vlaar een belangrijke, maar ook heel persoonlijke rol hebben gespeeld in de studentenbeweging van de jaren zestig. Alleen voor studentenleider Ton Regtien wordt de nodige plaats ingeruimd. Het verhaal had zoveel aan levendigheid gewonnen, wanneer ook aan de petit histoire enige aandacht was geschonken.

Selectief De geschiedschrijving van die organisaties is selectief. Kijne verdedigt die selectie met de mededeling dat hü slechts voor die delen van de studentenbeweging heeft gekozen die een toonaangevende rol hebben gespeeld. Het is maar wat je onder toonaan-

Kleinburgerlijkheid Een tweede mislukte proeve van „zuivere" theorie is de verkort weergegeven redenering als zou een deel van het anti-autoritaire karakter van de studentenbeweging in het begin van de jaren zestig verklaard moeten worden uit het kleinburgerlijk bewustzijn van een groot deel van de actieve studentenpopulatie. In de loop van de jaren vijftig vindt een belangrijke toestroming van nieuw intellect plaats dat voor een groot deel afkomstig is uit de zogenaamde middenklasse. Die middenklasse wordt gekenmerkt door een ideologisch bewustzijn dat wordt bepaald door hun zicht op het productieproces, wat overeen zou kunnen komen met de eenvou-

demokratisering

l a a t je niet inpakken' motto lezingencyclus TAS-scheikunde Onder het motto „Laat je niet inpakken" is TAS-scheiknnde een lezingencyclus begonnen waarvan 22 september j.l. de eerste lezing werd gebonden door dr. P. Knijper, exvoorzitter van de UR. De lezing had als onderwerp de democratisering, de achtergronden ervan, maar ook de consequenties! Hieronder dr. Knijper aan het woord: „Een aantal jaren geleden is de WUB (Wet Universitaire Bestuurshervorming) ingevoerd n.a.v. onder andere studentenprotesten over de gang van zaken binnen de universiteiten. De WUB is gebaseerd op democratisering, doelmatigheid en zelfstandigheid. Democratisering kan men omschrijven als het meeweten, meespreken en meebeslissen (de laatste twee afhankelijk van deskundigheid), dus gewoon meedoen! Iedereen kan echter niet aan alles meedoen; dit zou gemakkelijk tot absurde toestanden leiden. Als voorbeeld kan dienen het meebeslissen van studenten over het wel of niet slagen voor hun tentamens. Met doelmatig wordt onderstreept dat alles wat er aan de VU gebeurt moet gericht zijn op het doel van de universiteit: Onderwijs en Onderzoek. Daarbij zijn de „Tassers" onmisbaar. De werksituatie mag echter niet alleen een kwestie van „arbeid-geld" zijn! Er dient gewerkt te worden met de instelling dat je het samen moet zien te rooien, dus met een gespreide verantwoordelijkheid. Als mea. zo'n instelling niet heeft is het raadzaam bij de VU weg te gaan. De zelfstandigheid is vastgelegd binnen bepaalde grenzen van de taak welke de universiteit heeft, zowel op financieel gebied alsook op het personele vlak.

subfaculteit) moet dienen die bestuurd moet worden. Het is zonder meer duidelijk dat er ten opzichte van vroeger winst is maar of het zo moet blijven als vandaag de dag gebruikelijk is, is de vraag. Ik vind, aldus dhr. Kuijder, dat het vanwege de grote hoeveelheid tijd die hiervoor nodig is niet zo kan blijven. Men kan zich zelfs afvragen wat er gebeurt als een groot deel van de raden wordt opgeheven; wordt er dan aan het doel van de universiteit voorbijgegaan, wordt het aantal promovendi minder, worden de resultaten minder? Als men mee wil doen aan dit proces moet wel de verantwoording worden gedragen, maar niet alleen door leden die in een raad e.d. zitting hebben. Ieder is verantwoordelijk! Als iemand wordt gekozen voor een raad betekent dit een taakverzwaring, niet alleen voor de gekozene, maar ook voor zijn direkte collega's. Het overnemen van een hoeveelheid werk om het bestuurswerk te doen moet als normaal worden beschouwd. Liefdewerk, dw.z. het 's avonds ook eens wat doen, het wel eens langer werken dan de normale tijd hoort er ook bij. De nieuweling in een raad doet er verstandig aan eerst eens te luisteren en beoordelen. Komt er een stemming en men denkt het probleem niet zelf te kunnen beoordelen win dan het advies in van iemand die meer deskundig is. Hierdoor kan „blanco" stemmen teruggebracht worden tot een uitzondering. Een ander belangrijk aspekt is dat men niet het eigen belang maar het belang van de eenheid (b.v.

Meer

doelmatigheid

De landelijke ontwikkeling echter geeft aan dat niet mag worden uitgesloten dat de democratisering iets zal worden teruggedraaid ten gunste van de doelmatigheidl" Na deze interessante lezing die hierboven uiteraard beknopt is weergegeven kon een stevige discussie niet uitblijven. Er werd gediscussieerd over enkele uitdrukkingen zoals „je hebt verantwoordelijkheidsgevoel als je 's nachts wakker ligt van de problemen", het verschil tussen leef- en doelgemeenschap, het vervangen van mensen door apparatuur, vergaderen, openheid en duidelijkheid van de informatie, het beoordelingsbeleid t.a.v. Tassers en de positie van de Tassers in de toekomst. Namens de TAS-raad scheikunde „U hoort nog van ons. Laat u niet inpakken" Jaap V. d. dessen, lid subfaculteitsraad (voor de TAS) scheikunde

het op de markt brengen van je waren als de prijzen stijgen. Zouden hoUandse boeren, tuinders, middenstanders zoiets anno 1960 niet hebben geweten? Wanneer die vraag bevestigend beantwoord kan worden zakt de zuivere theorie van Kijne als een kaartenhuis ineen.

Bloedeloos Uit bovengenoemde voorbeelden blijkt weer eens dat het niet erg zinvol is om bii een historisch onderzoek een theorie te ontwikkelen die gtheel los staat van empirische data. Het leidt slechts tot een bloedeloos schematisme. Dat blijkt ook wel door het gegeven dat Kijne bij de concrete geschiedsschijver nooit een expliciet beroep doet op zijn theoretisch kader. In dit verband valt een tweede bedenking te formuleren: de geschiedenis van de studentenbeweging wordt beschreven als een geschiedenis van louter organisaties. Dit past overigens in een structuralistische aanpak van de geschiedsschrijving. Zonder nu te willen terugvallen op de dikwijls te personalistische benadering in de klassieke wijze van geschiedsschrijving, doet een geschiedsschrijving zonder personen toch wat kaal aan. Temeer omdat mensen als Boekraad,

gevend verstaat, zoals blijkt uit de door Kijne gehanteerde plaatsbepaling van de diverse grondraden. Te nadrukkelijk wordt de rol van de Amsterdamse ASVA gememareerd. Ten onrechte, want zeker tot 1969 lag het zwaartepunt van de studentenbeweging, althans wat de ideologie-productie betreft, vrijwel geheel in Nijmegen. Waarom wordt dit niet erkend? Ook de andere grondraden komen er bekaaid af. Voor een tweetal universiteiten kunnen we dat uit eigen ervaring beoordelen. De activiteiten aan de RUG krijgen nauwelijks aandacht. Geen aandacht voor de vroege democratisering aan de sub-faculteit psychologie met z'n progressieve decaan Snijders, die bovendien in een voor de studentenbeweging belangrijke periode rector magnificus was. Geen aandacht voor de Groningse tussentijdse bestuursvorm. Nauwelijks aandacht voor het ontstaan en werk van de Thema Groep Noord Nederland. ,

VU

'vergeten'

l>e acties aan de Vr^e Universiteit Amsterdam waren kennelijk voor Kgne evenmin toonaangevend. Geen aandacht voor het aan de VU bijzonder sterke basisgroepenwerk. Al in 1969 waren daar basisgroe-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 110

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's