Ad Valvas 1978-1979 - pagina 499
'wmm
maring voor planmatiger opzet in augustus lop UR-agenda
ersiteit Satya Watjana inwerkingsrelatie voor van samenwerfciiig en de gebieden waarop die in konkrete projelcten vorm zullen moeten krggen. De rector van Satya Watjana, dr. Sutamo, was deze week in het kader van dit alles bij de YU op bezoek (voor een interview met hem zie pagina 5). De „Letter of Intent is te beschouwen als het voorportaal van een latere samenwerkingsovereenkomst, waarop als het ware een voorschot wordt genomen. De terreinen waarvoor aan samenwerking wordt gedacht zijn economie (met een mogelijke sterke koppeling aan het onderzoeksinstituut LPIS van Satya Watjana) en de „basic sciences", exacte vakken zoals natuurkunde. Op deze pagina's een beeld van Satya Watjana, haar plaats in de Indonesische samenleving en de relatie met haar donors. Het zijn trouwens vooral de armen die transmigreren. De rijken zijn vaak teveel gebonden aan hun lap grond". De opvatting van Verkuyl dat er op Java geen grootgrondbezit is bestempelt Riedstra tot „onzin". „Je hebt er weliswaar geen grootgrondbezit in de omvang die in Zuid-Amerika voorkomt, maar het grondbezit loopt er toch uiteen van ééntiende tot vijf hectare", aldus Riedstra. „Trouwens", vervolgt hij, „je kunt niet ontkennen dat er grootgrondbezit is geweest, want tussen 1960 en 1965 is de grond herverdeeld. Na '65 valt weer een toenemende polarisatie in het grondbezit te konstateren". Volgens Verkuyl is er op Java sprake van een „eindeloze versnippering van de grond". Het hoofdprobleem is echter, zegt hij, „de bevolkingsdruk op het platteland". De bovengenoemde rurale ontwikkeling is echter niet alleen onderzoeksobjekt van het LPIS. Satya Watjana heeft enige tijd geleden besloten dit thema tot een van de concentratiepunten van haar programma's te maken, waarbij met name aan die van de economische en de landbouwfakulteit kan worden gedacht naast het LPIS. Volgens drs. Henk Tieleman, een bedrijfseconoom die als speciaal belangstellingsgebied de ontwikkelingseconomie heeft en aan de VU daarvoor een inleidend blokcoUege verzorgt, zijn argumenten daarvoor: de locatie van S.W. op het platteland van Midden-Java, de wens om de studenten een bruikbaar studiepakket mee te geven en om als universiteit dienstbaar te kunnen zijn aan het werk van de kerken op Java en in de buitengewesten. Tieleman schrijft dit in een verslag van een oriëntatiebezoek dat hij begin dit jaar aan S.W. bracht
een plnralistische samenleving aanvaard."
Verkuyl vindt overigens dat het pluralistische karakter momenteel onder Suharto gevaar loopt. In VUmagazine van mei jl. heeft hij een artikel geschreven over de bedreiging van godsdienstvrijheid door twee decreten van het ministerie van godsdienstzaken die in zijn visie de moslimse gemeenschap tot een beschermde en gesloten wil maken. In het eerste decreet staat bijv. „dat het niet geoorloofd is bepaalde godsdienstige overtuigingen te verbreiden, indien zij gericht zijn op een persoon en/of personen die reeds een andere godsdienst belijden". Het tweede stelt de personele en financiële steun voor religieuze instellingen vanuit het buitenland onder de kontrole van het ministerie van godsdienstzaken en eist de vervanging van buitenlandse krachten door Indonesische binnen twee jaar. Tot nu toe is in de praktijk overigens geen gevolg gegeven aan de twee decreten. „Zulke decreten kunnen echter fungeren als slapende lawines die in tijden van crisis kunnen gaan rollen," schrijft prof. Verkuyl in VU-magazine. „Het is daarom te hopen dat het aan christenen en aan moderate moslims lukt om deze bepalingen opgeheven te krijgen." De christenen vormen een volstrekte minoriteit in de Indonesische samenleving, die voor negentig procent tot de islam behoort. Om even bij dit punt te blijven stilstaan: Brinkman (CvB) zegt: „Ik denk dat de christenen in Indonesië verre van onbezorgd zijn over de ontwikkeling. U moet bedenken dat zij gezien de getalsverhouding niet veel invloed hebben." Bootsma (hervormde zending) denkt Drs. H. J. Brinkman, portefeuille- er aanzienlijk optimistischer over. Er houder ontwikkelingssamenwerking bestaat volgens hem geen bijzondein het college van bestuur, be- re reden tot ongerustheid. „Het schouwt de rurale ontwikkeling als blijkt dat christenen steeds hebben het grootste probleem in Indonesië. meegedaan aan de politieke en ecoAlle ontwikkelingslanden, dus ook nomische opbouw van Indonesië en de Indonesische zien dat volgens zich konden handhaven, ook als ze hem ook wel in, maar de vraag is: kritisch waren." wat doe je eraan en hoe pak je dat Over de kwantitatieve overheersing van de moslims maakt hij zich geen aan? Brinkman: ,Jn Satya Watjana zit zorgen. „Dat is alleen maar op pamen er met zijn neus boven op en pier". Hij geeft toe dat er een alis men ermee bezig. In haar oplei- gemene golf van de islam-revival dingsprofiel blijkt duidelijke ge- gaande is, maar dat is over de hele richtheid op onderwijs voor de di- wereld en niet alleen in Indonesië. rekte werksituatie op het platte- De recente discussies in Indonesië land." Hij noemt de opleiding van over vrijheid van godsdienst zijn lagere overheidsambtenaren, lera- volgens hem niet nieuw. „Die waren, onderzoeksaktiviteiten. En ver- ren er tien en twintig jaar geleden der: „Satya Watjana heeft nogal ook". wat extra-murale aktiviteiten, zoals Volgens Riedstra is de positie van scholing voor mensen uit de omge- de christenen in Indonesië niet zo ving, uit het onderwijs, en kerke- slecht, al verklaart hij dat voor een groot deel juist aan de hulp uit het lijke werkers." buitenland voor hun onderwijs. Hoe groot is de invloed van de Pan- „Onderwijs is nu eenmaal een kriU Sila, de officiële staatsideologie, terium voor de positie die je in de »p de universiteit van S.W.? S.W. maatschappij gaat innemen" zegt -fccpteert de PS volgens Verknyl hij. „De christenen vormen een 3s „maatschappelgke werkelijkheid minderheid, maar niet een onder"> aarbinnen men zich wil oriënteren drukte". op de christelijke grondgedachte". Een interessante visie wordt geuit De PS is volgens hem zoals Sukar- door drs. Henk Tieleman: „De pono het noemde een „modus viven- litieke zwakte van het regiem vandf' waarbinnen de religieuze, natio- daag veroorzaakt dat de positie van nalistisdie en socialistische stromin- de christenen in Indonesië wat bedreigd wordt. Die politieke zwakte gen zichzelf kunnen zijn. heeft zich vertaald in het toch wel Verkuyl: „Sukarno heeft van Sun mikken op de grote aantallen en het Yat-Sen, stichter van de Chinese geld, op de islam en de Arabische Republiek, de eerste drie principes wereld. Dat heeft geleid tot de onovergenomen sociale rechtvaardig- bekookte decreten. De Raad van iwid, nationalisme en demokratie. Kerken heeft erover gepraat met het daarboven komt het humanisme en ministerie en de decreten worden j äärboven de religieuze dimensie, uu langzamerhand zo ruim uitgeet geloof in de al-ene Godheid. legd dat ze bijna ongeschreven hadVan binnenuit was het een vondst, den kunnen blgven". Het is nu een3;aerzijds een afwijzing van de dog- maal de Indonesische stijl, zo vermatisch-mandstische samenleving, klaart hij, om niet terug te komen andeizgds van de moslim-staat. Sn- op genomen besluiten, maar ze van i>amo heeft met andere woprden, binnen uit te ,hoUen.
Terug naar de invloed van de Pantja Sila op de universiteit S.W. Niek van der Burgt, universiteitsraadslid voor de PKV en lid van de commissie buitenlandbeleid, onderstreept de repressieve funktie van deze staatsideologie. Hij meent dat de Pantja Sila wordt gebruikt om orde en rust in het land te handhaven. Hij betreurt het dan ook dat de PS naast de bijbel als tweede uitgangspunt door de universiteit is gekozen. Vanuit zijn visie is het om die reden minder verbazingwekkend dat S.W. in opdracht van het Nationaal Bureau voor Defensie en Veiligheid onderzoek verricht op terreinen als de Pantja Sila, ideologie versus geloof, nationale opvoeding etc, een
Een beeld van het bibliotheekgebouw van Satya Watjana. Voor het gebouw een weerstation, omgeven door een afrastering. van de taken die Satya Watjana kortgeleden op zich heeft genomen. Riedstra stelt dat je de P.S. heel progressief en heel reactionair kunt hanteren. Riedstra: „De overheid gebruikt de P.S. om bepaalde ideeen te weren, zoals van de communistische partij, en ze probeert bovendien een moslimstaat zoals in Iran te voorkomen. De vooruitstrevende studenten van de Universitas Indonesia bijvoorbeeld gebruiken de P.S. om de corruptie te bestrijden („sociale rechtvaardigheid"). De christelijke universiteiten gebruiken de P.S. („Het geloof in de al-ene God") tegen de moslim-over-
heersing en om hun eigen identiteit eraan te ontlenen. Bij S.W. wordt het accent zowel op het christelijke karakter als op de sociale rechtvaardigheid gelegd". Hoe wordt er gedacht over de nn voorgenomen meer omlqnde samenwerldng met Satya Watjana? Riedstra staat ambivalent tegenover een samenwerkingsverband met S. W. vanwege het politieke systeem en de vraag welke positie S.W. daarbinnen inneemt. Hij zegt: „NeUeke van Klooster (van het Indonesië-
Vervolg op pagina
Het studentenverzet sinds '65... Na de omwenteling van 1965, die Suharto uiteindelijk als president aan de macht bracht zijn tienduizenden docenten en studenten vermoord, gearresteerd of ontslagen, als gevolg van (anticommunistische) zuiveringen. Vele universiteiten werden gesloten. Uitvoerders van de zuiveringen op de universiteiten waren leden van de zgn. KAMI-beweging. een rechtse organisatie van studenten. Volgens de Volkskrant (5 aug. '70) verloor de Gadjah Mada-universiteit 30% van de staf en werden 2000 studenten verwijderd. Ook aan de SW gingen de zuiveringen niet voorbij. Volgens de conrectoren in een schrijven van 14 juli '66 waren 249 van de 1117 studenten van de SW verwijderd omdat ze rechtstreeks of niet rechtstreeks met de communistische PKI waren verbonden. De rol van de toenmalige rector en eredoctor van de VU, Notohamidjojo, daarbij is onduidelijk. Volgens de SRVU (in de door haar in 1972 uitgegeven „Indonesiè-krant) had de in Semarang (Midden-Java) wonende journalist S. Jasa verklaard dat Notohamidjojo meegewerkt had aan de zuiveringen: Verkuyl bestempelt deze beschuldiging tot „onzin": Volgens hem ging het om agitatoren die publiekelijk bekend waren. In die trant wordt ook geredeneerd door de schrijvers van een speciaal VU-buUetin naar aanleiding van het eredoctoraat van Notohamidjojo in '72. Over de zuiveringen staat er: „Het al of niet meewerken hieraan door de leiders van de universiteit had hierop geen invloed. Die medewerking werd niet gevraagd doch geeist en moest worden gegeven." De onder verantwoordelijkheid van het Bureau Pers en Voorlichting uitgegeven publikatie, die één onafgebroken loftuiting aan het adres van Notohamidjojo genoemd mag worden, vermeldt niets te moeten hebben van een protestactie tegen de verlening van het eredoctoraat aan de oprichter van SW ,.door een groepje studenten, zich noemende SRVU". Zij vervolgt: ,.Het is ons duidelijk, dat Notohamidjojo hier slachtoffer is geworden van de manipulatie
van dat studentengroepje, dat opzettelijk een conflictsituatie wil scheppen om daardoor op goedkope manier in de publiciteit te kunnen komen. Hier kunnen wij duidelijk zien de ironie en de hypocrisie van de „democratie" die de protesterende studenten propageren. Zelf zijn zij echter misschien weei het slachtoffer van individuele manipulaties. Want het is een onloochenbaar feit, dat de protestactie gesteund wordt door slechts een klein deel van de VU-studenten, dat er niet voor terugdeinst om met fascitische methoden, zoals verdachtmakingen en manipulaties, hun mening aan anderen op te leggen."
Opleving De regeringsniaatregelen tegen de progressieve studenten, docenten en hun organisaties hebben niet kunnen voorkomen dat studentenprotesten in de zeventiger jaren weer opleefden. Ook studenten die aanvankelijk achter het bewind stonden gingen de straat op om te protesteren tegen de toenemende buitenlandse investeringen, die niet ten goede kwamen aan de arme massa's en tegen de enorme corruptie. Op 15 januari 1974 culmineerde dit in grote betogingen n.a.v. de komst van de Japanse premier Tanaka waarbij 11 doden en tientallen gewonden vielen. Volgens de Leidse brochure „Teiug van weggeweest" waren de rellen aangezet door van militaire zijde betaalde onruststokers. De onlusten waren in elk geval aanleiding voor een aantal beperkende maatregelen. Bij ministerieel besluit werden politieke activiteiten voor studenten verboden, voor groepsbijeenkomsten moest voortaan toestemming worden gevraagd. Om de studenten voor apathie te behoeden werd het onderwijs in de Pantja Sila verplicht gesteld, aldus de Leidse brochure. In de loop van 1977 liet de regering Suharto de teugels weer wat vieren totdat de studentenprotesten weer heviger werden. Tussen januari en maart 1978 werden volgens Amnesty International meer dan 800 studenten gearresteerd
wegens de protesten tegen de herverkiezing van Suharto als president (zonder tegenkandidaat) en tegen de corruptie waarbij ook leden van het kabinet zouden zijn betrokken. Een aantal universiteiten werd door militairen bezet. Siebe Riedstra, student-assistent bij het Indonesië-projekt van dr. Peter Idenbuig (Internationale betrekkingen) hierover: ,JDe kntiek van de studenten op Suharto overschrijdt net d« toelaatbare marges. De regering is bang dat die overslaat naar andere groepen." De meeste van de toen opgepakte studenten zijn inmiddels weer vrijgelaten. Tegen pim. twaalf van hen wordt momenteel een proces gevoerd. Informatie hierover wordt door de Indonesische kranten niet of nauwelijks verstrekt, volgens Indonesië-koördinator Annette Vos van Amnesty „omdat ze opdracht van regeringswege hebben gekregen er geen of weinig aandacht aan te wijden. De studenten maken nu zelf gestencilde verslagen. De twaalf worden aangeklaagd o.g.v. de zgn. ,Jiaat-zaai-wetten", nota bene nog door de Nederlanders ingesteld". Volgens Annette Vos zijn inmiddels al straffen geëist van vijf tot acht jaar wegens het ,.zaaien" van „haat" middels artikelen en uitspraken. „Belachelijk hoge straffen," vindt zij. In hoeverre studenten van SW bij de laatste opstanden ï^n betrokken is niet bekend al zullen het er niet veel ajn volgens Riedstra. „Het studentenprotest kwam vooral van andere universiteiten, hoewel studenten van de SW wel participeerden in het landelijk over van studentenraden," zegt hij. Volgens Riedstra zijn bij de laatste opstanden niet veel studenten van SW betrokken geweest Dit landelijk overleg is nu vervangen door een meer door de overheid gekontroleerd ..Orgaan ter Coördinatie van Studentenzaken." Van de staatsuniversiteiten heeft alleen de als progressief bekend staande Technische Hogeschool van Bandung geweigerd hierin te participeren. (S.K.; J.v.d.V.)
9
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's