Ad Valvas 1978-1979 - pagina 147
11
AD VALVAS — 10 NOVEMBER 1978
Achttien studentenstops te verwachten in 79-'80 In het komende studiejaar 1979-1980 dient er rekening mee gehouden te worden dat er voor minimaal 18 studierichtingen in het wetenschappelijk onderwgs een studentenstop zal moeten worden ingesteld, tenminste 6 méér dan de 12 die zijn overeengekomen in de onlangs tussen het merendeel der universiteiten en hogescholen enerzijds en het ministerie van Onderwijs en wetenschappen anderzijds gemaakte zgn. Meerjarenafspraken voor de periode 1979-1983. Dat blgkt uit een vergelijking van een zeer recente prognose van het aantal te verwachten eerstejaarsstudenten in 1979/1980 met de in die meerjarenafspraken vastgelegde opnamecapaciteit voor eerstejaarsstudenten in dat studiejaar. De raming, die nog een voorlopig karakter draagt en ook nog niet door het departement van OW als juist is geaccepteerd, is vervaardigd door de zogeheten Taakgroep studentenramingen, waarin deskundigen uit de universitaire wereld en het departement van OW, tezamen met leden afkomstig uit het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Centraal planbureau (CPB), zijn verenigd. Deze nieuwste gegevens hebben twee weken geleden reeds een rol gespeeld in de discussie binnen de Academische raad (het overlegorgaan van universiteiten en hogescholen) over de vraag wat nog de rol kan zijn van de Academische raad in de jaarlijkse vaststelling van de opnamecapaciteiten voor eerstejaarsstudenten en het daaruit voortvloeiende advies van de AR aan de minister van Onderwijs en wetenschappen over het aantal in te stellen studentenstops, nu in het kader van de meergenoemde meerjaienafspraken reeds concrete en gedetailleerde afspraken zijn gemaakt over de aantallen op te nemen eerstejaars in 1979. De Dagelijkse raad, het „dagelijks bestuur" van de Academische raad heeft inmiddels besloten eind deze maand met vertegenwoordigers van de Colleges van bestuur rond de tafel te gaan zitten om zich gezamenlijk te beraden over de in het komende jaar te volgen lijn. De vraag hoe de bevoegdheden, die de universiteiten in het verband van de Academische raad door de flachtigingswet inschrijving studenten (de wettelijke basis voor het mstellen van studentenstops — red.) zijn verleend, zich verhouden tot de maximum afspraken die door 10 van de dertien universiteiten en hogescholen met het departement van OW zijn gemaakt over de taken en financiële middelen voor de periode 1979-1983, is aan de orde gesteld in het pas verschenen Evaluatierapport 1978 van de Commissie Capaciteitsproblematiek van de Academische raad. Deze commissie is belast met de voorbereiding van de besluitvorming binnen de Academische raad over de telkenjare vast te stellen opnamecapaciteit voor eerstejaarsstudenten en het daaraan gekoppelde advies aan de minister van OW over de in te stellen studentenstops. In dat evaluatierapport, dat handelt over de voor het nu pas begonnen studiejaar 1978/1979 gevolgde procedures tot vaststelling van de opnamecapaciteit en de studentenstops, wordt opgemerkt, dat de recent ondertekende meerjarenafspraken voortaan het kader vormen, waarbinnen de Academische raad haar adviezen inzake de opnamecapaciteit en de in te stellen studentenstops zal moeten opstellen. Die concrete beslissingen hoeven, zo betoogt de Commissie, overigens niet rechtstreeks voort te vloeien uit de gemaakte meerjarenafspraken. „Immers, de aanmeldingen voor het komende studiejaar leveren de nieuwe gegevens op vfoor de belangstellingsprognose. Denkbaar is, dat mede op grond 'an de meest recente belangstellingsprognoses een andere conclusie zal moeten worden getrokken omtrent de noodzaak van een toelatingsbeperking en omtrent de verdeling van eerstejaarsstudenten over de belrokken instellingen."
Deur in 't slot Fen opmerking, die te beschouwen is als een poging de deur open te houden voor de universiteiten om in het overleg binnen de Academische raad aan de hand van de meest recente vooraanmeldingscijfers tot een concreet advies te komen over de voor 1970 1980 in te stellen studentenstops. Die deur IS namelijk vrijwel in het slot gegooid door een aantal' „bedingen" in de meerjarenafspraken. Zo hebben de instellingen, die de meerJdienafspraken hebben ondertekend, zich verplicht hun vertegenwoor-
door Gerbrand (GUPD)
Feenstra.
digers in de Academische raad op te dragen „zoveel mogelijk" de aantallen eerstejaars voor 1979, zoals die in de meerjarenafspraken zijn vermeld, in acht te nemen. Bovendien hebben zij zich verplicht „zich in het kader van de uitvoering van de Machtigingswet inschrijving studenten te onthouden van alles wat voor zusterinstellingen zou kunnen leiden tot andere aantallen eerstejaarsstudenten dan in de meerjarenafspraken van elk van deze instelling is voorzien". Een en ander betekent, dat de mogelijkheden voor onderling overleg tussen de instellingen over de op te nemen aantallen eerstejaars in ]079 (bijv. het verhogen van de opnamecapaciteit bij bepaalde instellingen, om daarmee een stop te voorkomen, dan wel het onderling verschuiven van de op te nemen eerstejaars) door de meerjarenafspraken vrijwel onmogelijk zijn gemaakt. Met andere woorden: de in de meerjarenafspraken vervatte studentenstops (in 1979 voor 12 studierichtingen) zijn tevens de stops, die de instellingen onontkoombaar aan de minister van OW zullen moeten adviseren. Voor de Universiteit van Amsterdam vormde onder andere deze consequentie van de meerjarenafspraken aanleiding om niet tot het ondertekenen ervan over te gaan. In een brief van 25 september aan minister Pais schrijft het Amsterdamse College van bestuur dat de meerjarenafspraken de aantallen op te nemen eerstejaars voor 5 jaar fixeren, een fixatie, die nog is versterkt door het bovenvermelde beding, dat de instellingen zich zullen onthouden van alles wat voor andere instellingen leidt tot andere aantallen eerstejaars dan in de meerjarenafspraken zijn vastgelegd. „De weg die U in dezen volgt," zo schreef het College aan minister Pais, „betekent niet alleen dat de instellingen de facto afstand doen van de mogelijkheden die de Machtigingswet hen uitdrukkelijk biedt, maar ook, dat de flexibiliteit per studierichting, die, gegeven de onzekerheden die aan prognoses eigen zijn, dringend gewenst i s . . . . gaat verdwijnen."
Secretaresse In het Evaluatierapport van de Commissie Capaciteitsproblematiek worden de gevolgen van de meerjarenafspraken voor de rol van de Academische raad in het vaststellen van de opnamecapaciteit en de studentenstops als volgt onder woorden gebracht: „De minister zal dus in beginsel moeten instemmen met een numerus fixus voor elke studierichting waari'oor de landelijke belangstellingsprognose hoger is dan het totaal van de in de meerjarenafspraken vermeldde aantallen eerstejaarsstudenten. Voorstellen tot een toelatingsbeperking op basis van dat totaal zullen geen nadere argumenten behoeven . . ." Of, zoals in de bespreking van deze passage uit het evaluatierapport in de vergadering van de Dagelijkse raad van de AR op 23 oktober wat snierend werd opgemerkt: „Een secretaresse kan het werk doen." De Commissie Capaciteitsproblematiek geeft echter aan, dat naast deze opstelling — waarbij de instellingen de meerjarenafspraken strikt volgen — een andere opstel-
ling denkbaar is, waarbij niet volstaan wordt met de „minimumregeling volgens de meerjarenafspraken" maar gestreefd wordt naar die vorm van onderling overleg, zoals die tot nu toe gebruikelijk was in de Academische raad. Daarbij wordt nagegaan of stops voor bepaalde studierichtingen niet kunnen worden voorkomen doordat iedere betrokken instelling zich verklaart nét iets meer studenten op te nemen dan aanvankelijk opgegeven, een procedure, die het afgelopen jaar leidde tot het reduceren van het aanvankelijk verwachte aantal stops van 16 tot het uiteindelijke aantal van 11, dat voor dit studiejaar uit de bus is gerold.
3000 eerstejaars
meer
Inmiddels is echter in een ander verband duidelijk geworden dat de universiteiten en hogescholen in beginsel niet bereid zijn deze door de Commissie Capaciteitsproblematiek aangewezen alternatieve weg te volgen. In een bespreking, die de Permanente planningscommissie (PPC) van de Academische raad op 27 oktober aan het evaluatierapport van de Commissie Capaciteitsproblematiek wijdde, werd duidelijk, dat de instellingen zich strikt wensen te houden aan de in de meerjarenafspraken vastgelegde aantallen eerstejaarsstudenten. Bij deze discussies speelde de eerdergenoemde recente prognose van de Taakgroep studentenramingen over de Ie verwachte aantallen eerstejaarsstudenten in 1979 een belangrijke rol. Deze Taakgroep is in opdracht van de Adviesgroep planning (AGP), de departementale werkgroep die de planning van taken en middelen voor de universiteiten moet voorbereiden en begeleiden, onlangs aan het werk getogen om nieuwe ramingen te vervaardigen, die ingebracht zullen worden in de zgn. eerste bijstellingsronde van de meerjarenafspraken. Ieder jaar worden de meerjarenafspraken namelijk aan de hand van recente gegevens bijgesteld, een procedure, die dit jaar voor de eerste maal zal plaatsvinden. Een eerste, nog voorlopige, berekening van de Taakgroep, die inmiddels officieus bekend is geworden (de prognose zal half november definitief aan het departement worden overhandigd) komt tot de conclusie, dat voor het studiejaar 1979/1980 op ongeveer 3000 eerstejaarsstudenten méér gerekend zal moeten worden dan het aantal van ruim 26.000, waar in de meerjarenafspraken voor 1979 van is uitgegaan. Gelet op de geschatte verdeling van de belangstelling van eerstejaars over de diverse studierichtingen leidt deze prognose tot de conclusie dat, als de instellingen vasthouden aan de in de meerjarenafspraken vastgelegde aantal eerstejaars, er geen 12 studentenstops zoals afgesproken, maar ten minste 18 zullen moeten worden ingesteld. In de discussie in de PPC over het voorstel van de Commissie Capaciteitsproblematiek om in een bestuurlijk overleg tussen vertegenwoordigers van de Colleges van bestuur een gedragslijn te bepalen over hoe te handelen, als de prognoses voor de eerstejaarsaantallen in 1979 afwijken van de meerjarenafspraken, werd nu al uitgesproken, dat de instellingen zich strikt willen houden aan de meerjarenafspraken, ook als dat leidt tot meer dan de overeengekomen 12 stops. Daardoor zou de verantwoordelijkheid voor het hanteren van de „nullijn" tot 1983 voor het wetenschappelijk onderwijs daar komen te liggen, waar hij hoort, bij minister Pais, c.q. het parlement. De universiteiten kunnen niet doorgaan met het indikken van het onderwijs of met het opofferen van een stuk onderzoeksruimte, zo werd gesteld. De voorzitter van de PPC, dr. H. Schamhardt (lid van het College van bestuur van de Rijksuniversiteit Utrecht) zei vorige week in nog wat duidelijker bewoordingen, dat het vasthouden van de instellingen aan de meerjarenafspra-
ken „de enige manier is om de zwarte piet aan de kant van de minister te krijgen". „De liefde kan met van één kant komen", aldus Schamhardt. „Als minister Pais niet meer studentenstops wil, zoals hij meermalen heeft verklaard dan zal hij nu over de brug moeten komen. Wij moeten voorkomen, datjn de meerjarenafspraken, waar al een stuk rek in gebracht is, een bezuiniging van zo'n 20 procent, nog meer rek wordt aangebracht. Dan zouden de instellingen hun geloofwaardigheid verliezen. Zouden we proberen die 6 extra studentenstops, die er nu waarschijnlijk uitrollen, weg te werken, door nog meer studenten op te nemen dan nu is afgesproken, dan zou dat een hele knotse indruk maken", aldus Schamhardt in wat hij noemt een persoonlijke visie op de problematiek. 18 studentenstops in 1979 zijn naar zijn mening voor de instellingen onaanvaardbaar. Schamhardt wees er ook op, dat één van de doelstellingen van de meerjarenafspraken, het geleidelijk aan terugbrengen van het aantal studentenstops van in 1978 nog 12 tot in 1983 nog een zevental, in gevaar komt, mochten de recente prognoses van de Taakgroep studentenramingen juist blijken te zijn.
Prematuur Van de zijde van het departement van Onderwijs en wetenschappen is er in een reactie op de recente prognose van de Taakgroep op gewezen, dat deze raming nog niet
door het departement als juist is erkend. De voorzitter van de Adviesgroep Planning, de heer Hoffnian, verklaarde desgevraagd, dat er inmiddels wel over de prognose van de Taakgroep is gesproken. Naar de mening van de AGP was deze prognose echter enigszins eenzijdig. De Taakgroep is daarom gevraagd voor half november met een raming te komen, waarin de verschillende factoren, die van invloed zijn bij de opstelling van een belangstellingsprognose, wat vollediger zijn verwerkt. De conclusie, dat er in 1979 18 studentenstops dreigen, zoals in kringen van de AR op basis van de voorlopige prognose wordt aangenomen, achtte Hoffman in dat verband enigszins „prematuur". De definitieve prognose van de Taakgroep studentenramingen zal in december door de AGP worden verwerkt om omstreeks half januari in een eerste overleg over de bijstelling van de meerjarenafspraken in het verband van het Planningsoverlegorgaan (POO) een rol te kunnen spelen. De universiteitsen hogeschoolbestuurders hebben dan inmiddels een eerste overleg over de problematiek van studentenstops, opnamecapaciteiten, meerjarenafspraken en nieuwe prognoses ruimschoots achter de rug. Eind deze maand zullen zij onder leiding van de voorzitter van de Academische raad, prof. dr. G. Brenninkmeijer, deze problematiek bespreken, aldus heeft de Dagelijkse raad van de AR op 23 oktober besloten. Het dagelijks bestuur van de AR gaf daarmee gevolg aan het voorstel van de Commissie Capaciteitsproblematiek in haar Evaluatierapport 1978, om op korte termijn een dergelijk overleg te entameren „in dezelfde bestuurlijke sfeer als waarin de meerjarenafspraken door de instellingen worden voorbereid". (Folia Civitatis) liiiKillllil tTipii>> mUillikS) iUlUUUÜ j f f i E
Kmuommiiaiiu • Op dinsdagavond 14 november zal om 20.00 uur in het sociaal-kultureel centrum De Populier de film „Equal pay today or tomorrow" gedraaid worden. Deze film over de positie van vrouwen in de Britse vakbonden, wordt gedraaid in het kader van het vrouwenprogramma, dat dit seizoen in De Populier plaats vindt. Plaats: Nieuwe Herengracht 93. • Woensdagavond 15 november organiseert het vrouwenoverleg geschiedenis aan de VU een avond over vrouwengeschiedenis, voor iedereen toegankelijk. Met o.a. de film union maids, spreekster van het vrouwenoverleg, spreekster uva. Na afloop borrelen. Plaats: vlvu-zaal aan de Keizersgracht 489, aanvang 8 uur. • ledere woensdagavond worden er om 20.00 uur in het Vrouwenhuis aan Nieuwe Herengracht 95 diskussieavonden gehouden. Op 15 november is het onderwerp „Gelijke rechten voor de vrouw bij huwelqk en samenwonen?" • Op donderdag 16 november om 1630 uur de eerste lezing in een serie van drie over „Vrouwenstudies" in zaal KC-07 in het hoofdgebouw VU aan de De Boelelaan. Onder auspiciën van het Studium Generale. Wopkeline Scholten van de Projektgroep Vrouwenarbeid in Groningen spreekt over „Vrouwen en mannen, gelijke kansen op werk, voor gelijke beloning?" • Vrijdag 17 november a.s. wordt in de Waalse Kerk te Amsterdam (O.Z. Achterburgwal) een concert gegeven waar wereldlijke, Engelse muziek van rond 1600 wordt uitgevoerd. De uitvoerenden zijn: An English Toye (als instrumentaal ensemble). Cappella Amsterdam (als vocaal ensemble) en David James, alto, één van de winnaars van het Vocalistenconcours in Den Bosch van dit jaar. Het concert begint om 20.15 uur. • Op 17 november spreekt bij de Amsterdamse Gesprekskring op Amsteldijk 58 om 20.15 uur mevrouw W. W. Mulder over „Eenzaamheid". Mevr. Mulder is gediplomeerd huwelijksconsulente. • Op 17 en 18 november houdt de internationale school voor wijsbegeerte een conferentie over „Equality in the modem world". Spr. is prof. dr. J. R. Lucas uit Oxford. Inl. 033-15020. Opgave tot 13 november. • Het komitee Wij Vrouwen Eisen organiseert op 18 november een landelijke manifestatie in de Jaap Edenhal aan de Radioweg te Amsterdam. Doel van de manifestatie is de eisen van het komitee nog eens extra onder de aandacht te brengen met het oog op de nieuwe abortuswetgeving. De eisen: abortus uit het wetboek van strafrecht, abortus in het ziekenfondspakket en de vrouw beslist. Het motto voor deze dag: abortus vrij, geen invoering van een drie-maanden-grens (vrouw beslist) en geen stop van de abortushulpverlening aan buitenlandse vrouwen. De manifestatie begint om 11 uur (zaal open vanaf 10.30). Kinderopvang aanwezig. Tel. 071140465 's avonds. Kaarten ä ƒ 3,— schriftelijk te bestellen bij landelijk secretariaat Wij Vrouwen Eisen, postbus 1147 te Leiden door overmaking op giro 3750263. • Op maandag 20 november om 16.30 uur spreekt op het Studium Generale de regisseur Erik Vos over „Is de tekst heilig" in het kader van de cyclus „Over schrijven, lezen en kijken". • Op 21 november belegt het Humanistisch Verbond om 20.00 uur een open diskussieavond over het tema „Kreativiteit". Inleider: Caspar Vogel. Plaats: Leidsegracht 92 sous.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's