Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 187

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 187

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 8 DECEMBER 1978

Alternatief

Ambtenaren

Aktiecomité

VU teleurgesteld

over 'meer

werk-plan'

'Werkgroep Doelstelling stelt slechts liefdadigheidsaktie voor' Het Alternatief Ambtenaren Aktiecomité op de VU is teleurgesteld over liet voorstel van de Werkgroep Doelstelling door vrijwillige salarisvermindering extra arbeidsplaatsen op de universiteit te scheppen. Wat hier wordt voorgesteld is volgens het comité slechts een liefdadigheidsaktie. Daarmee wordt de eigenlijke vraag of de huidige op de VU toegepaste salarisschalen zich wel laten rijmen met de christelijke doelstelling van de universiteit ontweken. Met klem vraagt het comité daarom het moderamen van de universiteitsraad het werljgroepvoorstel (zie A.V. 1 dec.) niet te volgen, maar de raad „een plan voor te leggen dat voorziet in de behoefte aan gezamenlijke bezinning van de hele universitaire gemeenschap op de vraag of wij niet toe moeten naar andere salarisschalen.".

'Wél denken aan herziening salarisschalen' In zijn directe reactie op het vorige week door de Werkgroep Doelstelling gedane voorstel zegt het AAAcomité: „Het gaat de universiteit o.i. niet aan hoe de VU-werknemers hun inkomen wensen te besteden. Dat is geen zaak waar de doelstelling van de VU iets mee te maken heeft. Wel is de Vrije Universiteit, waarvan wij allen deel uit maken, verantwoordelijk voor de hier gehanteerde salarisschalen en deze verantwoordelijkheid dient o.i. getoetst te worden aan de doelstelling van onze universiteit." Het comité waardeert het ondubbelzinnige „ja" van de werkgroep op zijn vraag of de problematiek van de aan de VU bestaande salarisverhoudingen een zaak is die mei de doelstelling te maken heeft. Maar het voorstel dat de werkgroep deed is „strijdig met dit positieve antwoord". Volgens het voorstel van de Werkgroep Doelstelling kan dat antwoord niet „allen-overtuigend" zijn, omdat „de ervaring leert dat anderen, die zich eveneens door de doelstelling der universiteit geïnspireerd weten, op dit punt tot andere conclusies komen". Het Alternatief Ambtenaren Aktiecomité op de VU heeft, zo schrijft het, dergelijke ervaringen niet. „Maar mocht dit zo zijn, dan onderstreept dit slechts de noodzaak van gezamenlijke bezinning," aldus het comité. Het schrijft verder: „Nog nooit is er aan de VU sprake geweest van enige bezinning over het onderwerp salarisverhoudingen. Stilzwij-

gend werden regelingen overgenomen die elders tot stand kwamen en waarvan de eerste verdediger aan de VU zich nog moet aandienen." Wat volgens het comité wel is te bespeuren aan de universiteit is dat men er niet gerust op is of de salarisverhoudingen in overeenstemming zijn met wat de doelstelling voorstaat.

Ook kinderen

Zoals bekend kan de VU als bijzondere universiteit tot op zekere hoogte haar eigen salarisschalen vaststellen. De Werkgroep Doelstelling voelt er in zijn voorstel echter niet voor een stuk inkomensnivellering te realiseren door te adviseren de nu geldende schalen te herzien. Volgens de werkgroep moet iedereen, met name de hoogstbetaalden, voor zichzelf weten of hij wat van zijn inkomen wil inleveren om meer werkgelegenheid te scheppen. Dus inkomensnivellering op basis van vrijwilligheid. En omdat er volgens de werkgroep velen zijn die daaraan in principe mee willen doen, vindt het een practische aanpak beter dan uitvoerige principiële discussie, waar het het Alternatief Ambtenaren Aktiecomité in eerste instantie om te doen is. (J.v.d.V.)

VU-studenten

komen in

aanmerking

Werkgroep kinderopvang op VU kan nu aan de slag gaan De werkgroep die het CvB heeft ingesteld om te adviseren over eventuele voorziengen op de VU voor kinderopvang van VU-personeel zal in zijn onderzoek ook de vraag betrekken in hoeverre kinderen van VU-studenten van zo'n voorziening gebruik zouden kunnen maken. De werkgroep zal bestaan uit twee potentiële ouders-gebruikers, medewerkers van de diensten Personeelszaken, Financieel-Economische Zaken, GITM, Pers en Voorlichting, een waarnemer namens de UR-kommissie PZ terwijl ook de initiatiefgroep Kresj aan de VU is gevraagd een afgevaardigde te leveren. Het CvB vindt, dat de kwestie van de kinderopvang opnieuw moet worden bekeken omdat maatschappelijke ontwikkelingen en signalen vanuit de universiteit daartoe aanleiding geven. Ook in de universiteitsraad waren die signalen al gegeven. Er ligt nu een motie van de PKV, die op 19 december in de raad aan de orde komt. Het CvB heeft de werkgroep kinderopvang al een aantal taken meegegeven. De PKV stelde daarom dinsdag in de raad voor met de vaststelling van die taken nog even te wachten totdat de raad daarover beeft gediskussieerd. De studentenfiaktie vond namelijk de eerste taak, die de werkgroep heeft meegekregen, het nagaan van de behoefte aan kinderopvang, nogal overbodig. Ook wp-er Bergsma vroeg zich af of deze taak nu wel zo nodig is.

Hij wilde meer de nadruk leggen op het onderzoek naar de mogelijkheden. CvB-voorzitter Van Nes bracht daartegen in, dat de werkgroep dan weer twee weken zou moeten wachten en ook de VUSO voelde weinig voor opschorting van de werkzaamheden van de groep. \'an Nes adviseerde om nu eerst maar eens af te wachten. De zaak moest eerst eens goed bestudeerd worden. In 1971/'72 was dat ook al eens gedaan en toen was eruit gekomen, dat het niet kon. Toen was er de mogelijkheid van subsidiering. Nu is dat nog maar de vraag. Hij betwijfelde sterk of de werkgroep al vóór 19 december klaar is maar

Universitaire autonomie I In de universiteitsraad is onlangs een discussie gewijd aan het rapport van de werkgroep RWO-overleg. Dit rapport poogt een nadere uitwerking te geven aan denkbeelden over de oiganisatiestruktuur van het (inter)universitaire onderzoeksbeleid en aan de manier waarop onderzoek moet worden gefinancierd. Eén thema in deze discussie betrof de autonomie van de universiteit, van vakgroep en (sub)faculteit, welke door de komende ontwikkeling onder druk komt te staan. Doordat andere organen dan vakgroep en (sub)faculteit beoordelingsfunkties gaan uitoefenen en middelen kunnen toewijzen nemen zij immers een stuk van die autonomie af. Hoewel het autonomie-argument zinvol is, zal het onvoldoende blijken om de zelfstandigheid van faculteiten en vakgroepen te handhaven. De uitbouw van wetenschaps- en onderzoeksbeleid is grotendeels een burokratiseringsproces. De strijd in zo'n proces centreert zich altijd rond vragen betreffende competentie en autonomie. In die strijd poogt een ieder deze voor zichzelf zo groot mogelijk te maken. Het idee dat autonomie-argumenten op zich over-

door Martin

Hetebrij

tuigend zouden zijn kunnen we daarom beter vergeten. Het zou eerder opvallen, wanneer we er geen gebruik van maakten. In de universiteitsraadsdiscussie stelde de wp-vertegenwoordiger Knol dan ook terecht dat we argumenten moeten hebben, die meer fundamenteel de positie van de universiteit en van de wetenschap in de samenleving betreffen. Mijns inziens moeten we de vraag om autonomie van het onderzoek en onderzoeksbeleid in vakgroepen en (sub)faculteiten rechtvaardigen. Voor die rechtvaardiging zullen we ons moeten baseren op een visie op de wetenschap, op de wijze waarop deze zich ontwikkelt en op de kondities die daarvoor van belang zijn. We zullen dan gebruik moeten maken van wetenschapstheoretische argumenten.

Eén argument ten gunste van autonomie kunnen we zoeken in het belang ervan voor de ontwikkeling van de wetenschap op langere termijn.

Ik ga er van uit dat we ook in de wetenschap de meeste dingen nog niet weten en dat daarvoor, als het überhaupt mogelijk is, nog vele eeuwen studie en onderzoek nodig zijn. Om een ontwikkeling in zo'n richting mogelijk te maken moet de wetenschap het vermogen bewarerj, om nieuwe denkbeelden, theorieën en methoden op te nemen en oude steeds opnieuw kritisch te bezien.

Dit vermogen is groter naarmate er binnen de wetenschap meer mogelijkheden bestaan tot een rationele discussie. Zo'n discussie wordt niet gekenmerkt door eerbied voor macht en voor personen in gevestigde posities en door angst om eigen ideeën te uiten. Zij wordt niet bepaald door dat wat de deskundigheid gebiedt. Zo'n discussie betreft de eerlijke en open uitwisseling van argumenten, die op hun eigen waarde, en nergens anders op, worden beoordeeld. Zo'n discussie, mijns inziens een wezenlijk element van de wetenschap, is nooit ten volle verwezenlijkbaar. We zijn echter wel in staat om hem zo nu en dan in zekere mate te verwerkelijken. We zijn ook in staat om de kondities te bepalen waarin een rationele discussie meer, en waarin ze minder goed gedijt.

Bezetting subfaculteit invloed studenten in

PA W tegen verkleining vakgroepbesturen

Bezetterseisen deels ingewilligd

De bezetting van de subfaculteit pedagogische en andragogische wetenschappen aan de VU, die vorige week woensdag begon is de vrijdag daarop al weer opgeheven. Dit gebeurde nadat de subfaculteitsraad bad besloten het voorstel van het dagelgks bestuur van de subfaculteit om de Kleinse WUB onverkort in te voeren niet over te nemen. Zoals bekend houdt de Kleinse WUB (genoemd naar de oud-staatssecretaris) een door het parlement aanvaarde verandering van de WUB in, die neer komt op een verkleining van de invloed van de studenten in vakgroepsbesturen. Wel bleef daarbij de mogelijkheid bestaan een beroep te doen op het experimenteerartikel van de WUB als men de oude samenstelling van de vakgroepsbesturen gehandhaafd wilde zien. Na urenlang vergaderen kwam vorige week vrijdag het dagelijks bestuur terug op haar voorstel en werd een motie aangenomen, die gedeeltelijk inging op de eisen van de bezetters. De vakgroepen, die een experiment willen aanvragen krijgen daarvoor in principe de ruimte. Dit geldt in ieder geval voor de vakgroep andragologie/ sociale pedagogie, die een goed onderbouwde aanvraag al heeft klaar liggen. In de tyd, dat een experimenteer-aanvraag loopt wordt niet tussentijds de Kleinse WUB ingevoerd (een concessie waar de Maagdenhuisbezetters nog steeds voor vechten). Dit laatste is een uitspraak tegen de richtlijnen van minister Pais en van het college van bestuur van de VU in. Op de foto een beeld van de subfaculteitsraadsvergadering, die i.v.m. de bezetting in het hoofdgebouw plaats vond. (J.K.)

zegde toe, dat er in elk geval in januari een interim-rapport komt. De raad stelde zich vervolgens achter het PKV-voorstel zodat de werkgroep nu al kan beginnen. De werkgroep heeft van het CvB de taak gekregen om de behoefte aan kinderopvang na te gaan op dit moment én per 1 september 1979. Het laatste omdat potentiële gebruikers voor dit studiejaar zelf al voorzieningen hebben getroffen. Daarbij wordt gelet op aantallen, leeftijden en wenselijke dagen en tijden van opvang. Ook wordt de vorm onderzocht, die de kinderopvang zou moeten hebben, rekening

Als we het universitaire onderzoek inkapselen binnen een hiërarchisch geordend, gebjirokratiseerd systeem van wetenschapsbeleid en onderzoeksbeleid, dan tasten we de kontities aan voor het ontstaan van een rationele discussie. In een burokratie worden de regels van het wetenschappelijk spel te veel van boven af bepaald. In een burokratie gaan status en positie bepalen welke de invloed van argumenten zijn. In een burokratie gaan moeilijk aantastbare kriteria, ook als ze ter discussie hoorden te staan een doorslag-

gevende rol spelen bij de sturing van onderzoek. In een burokratie wordt kortom de ruimte voor een rationele discussie meer nog dan nu al het geval is verkleind tot wat van boven af „op de agenda" mag staan. De inperking van de wetenschappelijke discussie is misschien zinvol wanneer het gaat om een toegepast onderzoek ten dienste van bepaalde beleidsvoerders die aan bepaalde en beperkte problemen aandacht gesteld willen zien. Dat type wetenschapsbeoefening vindt terecht veel plaats

houdend met gemeentelijke voorschriften, de benodigde en beschikbare ruimte en de uitkomsten van het onderzoek. Daarnaast worden de financieringsmogelijkheden (op basis van een kostendekkend financieringssysteem) en juridische struktuur onderzocht. Bij het eerste rekening houdend met eventuele gemeentelijke subsidie en de (on)mogelijkheid van financiering uit VUgelden. Bij het tweede moet rekening worden gehouden met de mogelijke wettelijke aansprakelijkheid van de VU, rij ksvoorsch riften en gemeentelijke verordeningen. (J.K.)

en wordt volop gefinancierd via de tweede en derde geldstroom. Ergens in de samenleving dient er toch een instantie te zijn, waarin de rationele discussie volop verwerkelijkt kan worden, en waarin een groeikern blijft bestaan, die de basis is voor verdergaande ontwikkelingen in de wetenschap. Zo'n instantie kan de universiteit zijn, en daarbinnen de vakgroep en de subfaculteit. Daarvoor is het dan wel nodig dat ze niet smoren in een uniformerend systeem.

Het pleidooi voor autonomie voor vakgroep en (sub)faculteit kan worden gevoerd met meer argumenten. Het hiergenoemde heeft als voordeel dat relaties met wetenschapstheorie aangegeven kunnen worden. Het argument leidt niet tot een pleidooi voor hernieuwde isolering van de universiteit voorzover dat het geval is geweest. Een rationele discussie vereist openheid en de verplichting tot verantwoording van plannen, van de uitvoering ervan, en van het resultaat. Een goede beargumentering van de noodzaak tot autonomie levert ook de noodzaak tot verantwoording naar buiten de universiteit. (Tweede en laatste deel volgt)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 187

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's