Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 415

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 415

12 minuten leestijd

AD VALVAS — 11 MEI 1979

Centraal Instituut

3

voor Toetsontwikkeling

(CITO) stelde advies op

Seiectievoorstellen Wiegersma lijken politiek nauwelijks haalbaar Een universitair toelatingsexamen kan niet het enige criterium vormen wanneer het erom gaat studenten te selecteren voor studierichtingen met een beperkte opnamecapaciteit waarvoor een numerus fixus is ingesteld. Hoewel zo'n landelijk vergelijkend toelatingsexamen toetstechnisch mogelijk is, moet zeker de komende paar jaar zowel het schoolonderzoek als de gemiddelde uitslag van het centraal schriftelijk examen volwaardig meetellen bij bepaling van de geschiktheid van een aspirant-student voor studierichtingen met een studentenstop. Dit is de kern van een advies dat het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (CITO) heeft opgesteld naar aanleiding van voorstellen van de bekende selectie-werkgroep-Wiegersma (Werkgroep selectie in verband met de Machtigingswet inschrijving studenten), die de minister vorig jaar in een advies over de lotingsprobleraatiek de suggestie van zo'n toelatingsexamen aan de hand deed. Dit CITO-advies is of wordt een dezer dagen vrijgegeven door het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, waar het overigens medio februari reeds arriveerde. De Partij van de Arbeid liet al snel na het verschijnen van het rapportWiegersma weten er helemaal niets in te zien (oud-staatssecretaris dr. G. Klein: „een rat-race op de middelbare scholen zal 't gevolg zijn"). Het CDA heeft minister Pais kortgeleden zes kamervragen gesteld, waarin het van de bewindsman wil weten „op grond van welke overwegingen hij de ontwikkeling van studietoetsen noodzakelijk acht" en wanneer hij nu eindelijk „zijn beleidsvoornemens met betrekking tot de selectieproblematiek" aan de Tweede Kamer bekend zal maken. Verder willen de christen-democraten antwoord van Pais op de vraag of diens verzoek aan het CITO te adviseren over de mogelijkheden van studietoetsen met ingang van 1980 „niet vooruitloopt op de uitkomst van het gemeen overleg tussen regering en Staten-Generaal terzake van de toelatingsselectie". Reeds eerder werd bekend dat onderwijsspecialisten binnen het CDA zich verzetten tegen zo'n studietoets. CDA-woordvoerder drs. G. v. Leijenhorst liet, door Folia Civitatis om commentaar gevraagd, nu weten „zwaar weer" voor minister Pais te zien wanneer deze vasthoudt aan de invoering van een landelijk vergelijkend toelatingsexamen. Van Leijenhorst's voorzichtige taxatie is dat een meerderheid binnen het CDA daar niet voor in de markt is, terwijl reeds lang bekend is dat ook de PvdA-fractie geen voorstander is van dit plan. Hoewel Van Leijenhorst de interne gang van zaken op het departement niet al te best zegt te kennen, meent hij dat onderwijsstaatssecretaris K. de Jong Ozn. (zelf afkomstig uit het onderwijsveld: hij was tot 1974 rector van een scholengemeenschap) „wel wat meer bij Pais had mogen aanlopen over deze problematiek, omdat hij de waarde van het schoolonderzoek toch moet kennen". Prof. dr. S. Wiegersma cum suis adviseerden vorig jaar namelijk dit schoolonderzoek te laten vallen bij selectie voor het wetenschappelijk onderwijs. Voor studierichtingen «met een stop zou éénderde van de beschikbare plaatsen moeten toevallen aan hen die een 7 ä 7^ of meer gemiddeld hadden behaald bij het centraal schriftelijk eindexamen; éénderde van de resterende plaatsen moeten beschikbaar worden gesteld voor gegadigden met de hoogste cijfers van het universitair toelatingsexamen waar alles nu om draait, terwijl het dan nog overblijvende deel van de te vergeven studieplaatsen via het systeem van ongewogen loting zou moeten worden Advertentie

DIKS Autoverhuur bv V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). Telefoon 714754 en 723366 , .- Fil. W. de Zwijgerlaan 101 Telefoon 183767 • 400,nieuwe luxe- en bestelwagens ' waaronder: FORD - VW - SIMCA - OPEL> NIEUWE MERCEDES VRACHTWAGENS , TOT 26 M3 EN 5 TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten 10 procent korting

verdeeld. Voordeel volgens de commissie-Wiegersma: een doorzichtig en duidelijk systeem. Als VWO-leerlmg zou je je eerst kunnen concentreren op het behalen van een zo gunstig mogelijk eindexamenresultaat, lukt dat niet dan is er altijd nog de mogelijkheid om deel te nemen aan het vrijwillige toelatingsexamen en classificeert men zich ook daar niet in de hoogste regionen, dan is er nog altijd de mogelijkheid om mee te loten, aldus in zeer ruw geschetste hoofdlijnen de achterliggende gedachte die de commissie-Wiegersma in haar advies ontvouwde.

Kritiek Flauwekul, zei men al snel in het onderwijsveld: zo „vrijwillig" wordt die toets niet, bovendien is de loting slechts beperkt tot éénderde van de studieplaatsen en verder zouden deze voorstellen weleens kunnen uitdraaien op een prestatieslag in het voorbereidend onderwijs. Ligt bij de gewone loting de kans op het mogen volgen van een universitaire studie bij een gemiddeld eindexamen tussen de 7J en 8 op zo'n zeventig procent, bij het Wiegersma-voorstel wordt die kans maximaal, namelijk 100 procent. Bij de critici hebben zich afgelopen week (behalve rector magnificus prof. dr. D. J. Kuenen) ook de gezamenlijke onderwijsresearchers (verenigd in de Contactgroep Research Wetenschappelijk Onderwijs) gevoegd. In een rapport, getiteld „Loo^ om oud ijzer", constateren ze dat het voorstel van de commissie-Wiegersma „in zijn effecten weinig verschilt van de gewogen loting" wanneer het aantal gegadigden weinig groter is dan het aantal beschikbare studieplaatsen.

Verwarring Rond het CITO-rapport over het advies van de commissie-Wiegersma is de afgelopen maanden nogal wat verwarring ontstaan, die voor een deel voortvloeit uit het feit dat een concept-rapport van dit Arnhemse instituut al begin maart in de publiciteit verscheen. In dat concept werd de selectieproblematiek in vrij algemeen verband behandeld, waarbij de voorstellen van de commissie-Wiegersma als één van de vele mogelijke selectievarianten waren opgevoerd. Vanuit een zogeheten „Klankbordgroep" (bestaande uit een aantal deskundigen op dit terrein als prof. dr. P. J. Thung, dr. P. J. D. Drenth, hoogleraar Arbeids- en organisatiepsychologie van de VU, prof. A. D. de Groot, psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam en vertegenwoordigers van de onderwijsinspectie en het ministerie van onderwijs en wetenschappen) werd het CITO echter zeer nadrukkelijk verzocht om een uitvoerig en vooral technisch rapport over de mogelijkheden van hetgeen de commissie-Wiegersma voorstond. Enigszins merkwaardig mag het overigens heten dat in deze Klankbordgroep ook Wiegersma zelf zitting had, die — als lid van die groep — dus mede zijn stem had over de richting van een CITO-advies over voorstellen die in een commissie onder zijn voorzitterschap waren opgesteld. Ronduit opmerkelijk is het voorts te vernemen dat dezelfde Wiegersma voorzitter

een dergelijke toets studenten al of niet geschikt te verklaren voor het volgen van een universitaire studierichting waarvoor een stop geldt. Er kan met dat toelatingsexamen worden begonnen, maar dan zal nader onderzoek moeten uitwijzen in hoeverre de behaalde cijfers oök inderdaad wat zeggen over de kwaliteiten van de aspirant-student. In afwachting van dat verdere onderzoek moeten de cijfergemiddelden van zowel het schoolonderzo'.k als het centraal schriftelijk eindexamen over alle vakken nog meetellen. Waarmee we zijn aangeland bij de laatste complicatie die het CITO signaleert: het eventueel in te stellen examen betreft alleen de

vakken natuur- en scheikunde op VWO-niveau en het is nog maar zeer de vraag of kennis én inzicht in die vakken voldoende zegt over geschiktheid voor een universitaire studie. „Wat de moeilijkheid van een toets mag zijn om eerlijk te kunnen definiëren naar geschiktheid voor een studie, is ons voorlopig nog niet goed duidelijk," zegt projectcoördinator Broekman van het CITO, en hij voegt er in alle duidelijkheid aan toe: „Je kunt natuurlijk zonder moeite een veel te ingewikkelde toets maken, dan valt iedereen af. Nou, wat moet je dan?" (Folia Civitatis, Mare; GUPD)

Onderwijsonderzoekers CRWO zien ooic weinig in andere toelating

Prof. S. Wiegersma is van het CITO-bestuur, onder auspiciën van welk bestuur de eindverantwoordelijkheid valt voor hetgeen daar de deur uit gaat. „Eigenlijk een uiterst bedenkelijke kwestie," zo zegt Ben Wilbrink, stafmedewerker van het Amsterdamse Centrum voor Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderwijs (COWO). „Als direct betrokkene is Wiegersma op die manier in staat om een op zich wetenschappelijke klus die aan het CITO is uitbesteed in een bepaalde richting te sturen en dat keur ik af," aldus Wilbrink. Bij het CITO heeft men er iets minder moeite mee. Directeur Solberg: ,,'t Is nu eenmaal een probleem dat je maar met een beperkt kringetje deskundigen op dit terrein zit in dit land. Maar ik kan me wel voorstellen dat men van buiten zegt, gut gut, kan dat nou niet anders." Een van de medewerkers aan het CITOrapport voegt er nog aan toe te vinden dat het „gelukkiger zou zijn als Wiegersma niet in het CITObestuur zou zitten" en dat „de zaken inderdaad eigenlijk beter gescheiden zouden moeten zijn".

Advies Vooralsnog ligt er nu bij minister Pais echter een advies op tafel waarin voorstellen van de commissie-Wiegersma vooral op hun toetstechnische merites tegen het licht gehouden zijn. Conclusie: het is mogelijk om bij een universitair toelatingsexamen zowel kennis als — meer dan bij het huidige eindexamen het geval is — inzicht te peilen. Maar de onzekerheden die er bij gebrek aan ervaring met zo'n toets nog bestaan zijn zo groot dat het de komende jaren weinig verantwoord is om louter op basis van

Zoals wellicht bekend mag worden verondersteld acht het huidige kabinet het onaanvaardbaar, dat loting fungeert als toelatingsmechanisme voor studierichtingen met een beperkte opnamecapaciteit. Met andere woorden: er moet — volgens minister A. Pais van onderwijs en wetenschappen en de Werkgroep selectie in verband met de Machtigingswet inschrijving Studenten — bekend als Commissie-Wiegersma — worden gestreefd naar inhoudelijke criteria voor de toelating tot instelling voor hoger onderwijs. Het in juni vorig jaar verschenen rapport van deze Commissie-Wiegersma, dat de van tevoren door de minister gedicteerde uitkomst op hachelijke wijze van argumentatie voorzag, heeft inmiddels stormen van protest doen opwaaien. Onlangs nog verscheen er een commentaar van de Contactgroep Research Wetenschappelijk Onderwijs (CRWO), het landelijk samenwerkingsorgaan van de centra voor onderzoek van het wetenschappelijk onderwijs op instellingsniveau, over de selectieproblematiek in het algemeen en de nota-Wiegersma in het bgzonder. De CRWO-nota, getiteld Loot om oud ijzer, vergelijkt het huidige stelsel van gewogen loting met het door de Commissie-Wiegersma voorgestelde systeem. Dat systeem gaat uit van de directe toekenning van circa tweederde van de beschikbare plaatsen op grond van geleverde plaatsen op het v.w.o.-eindexamen of een nieuw te ontwikkelen toelatingstoets; het overige derde deel wordt via ongewogen loting vergeven aan diegenen die met te lage resultaten uit de bus kwamen. Conclusie: als het aantal gegadigden voor een studie weinig groter is dan het aantal beschikbare plaatsen verschilt het voorstel-Wiegersma in zijn effecten weinig van de gewogen loting. Immers, in dat geval worden kandidaten met (zeer) goede cijfers ook bij de huidige regeling direct toegelaten. Als het aantal gegadigden veel groter is dan het aantal plaatsen, leidt het voorstel-Wiegersma tot een scherpe censuur tussen kandidaten met gemiddeld 7,5 of hoger (c.q. de geslaagden voor de nieuwe toelatingstoets) en de overigen. In tussenliggende gevallen is het verschil tussen beide regelingen, dat de kandidaten met een gemiddeld eindcijfer rond 7,5 op grond van kleine verschillen in prestatie een relatief groot verschil in gevolgen (wel of niet direct toegelaten worden) ondergaan, terwijl die consequenties bij de gewogen loting minder ver uiteen liggen. Verder tekenen de onderwijsresearchers bezwaar aan tegen het gevolg van het Wiegersma-plan, dat kandidaten met een deficiënt vakkenpakket (voor niet-insiders: een pakket waaraan één of meer voor de vervolgopleiding vereiste vakken ontbreekt) een kleinere toela-

Herinschrijving 1979/1980 Voor een ongestoorde voortgang in uw studie, delen wij u thans reeds de voor u belangrijkste data en te verrichten handelingen in de procedure van herinschrijving voor het studiejaar 1979/1980 mede. Houdt bq het maken van vakantieplannen met deze data en handelingen rekening. Vrijdag 30 juni 1979: De uiterlijke datum waarop uw herinschrijvingsformulier met één pasfoto in ons bezit moet zijn. Dinsdag 1 augustus 1979: De uiterlijke datum waarop de door u verschuldigde bedragen aan kollege- en inschrijvingsgelden moeten zijn ontvangen. Het herinschrijvingsformulier wordt verstuurd naar het studieadres, zoals bekend bij het Bureau Studentenadministratie op 12 mei 1979. Voorzover u op de bovengenoemde data niet aanwezig bent, zorg dan dat iemand anders deze handelingen voor u kan verrichten. Bureau Studentenadministratie

Hans

Slootweg

tingskans wordt geboden dan onder het bestaande toelatingsregime. Dat tast de principièle volwaardigheid van het VWO-diploma aan, op grond van welk getuigschrift men immers krachtens de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs toegelaten behoort te worden tot een universitaire studie. Voorts hekelt het rapport „Loot om oud ijzer" het uitgangspunt van de commissie-Wiegersma dat toelating tot studies met een numerus fixus louter een selectieprobleem met zich meebrengt: „in de praktijk gaat het hier om een plaatsingsprobleem", reden waarom toelating tot deze studies „afhankelijk van gemiddelde eindexamencijfers op zich geen doelmatiger gebruik van ondeswijsvoorzieningen in het wetenschappelijk onderwijs als geheel oplevert". De onderwijsresearchers willen vasthouden aan het systeem van gewogen loting, ook al houden ze een „uitgesproken voorkeur voor de ongewogen loting". Dit omdat in de voorstellen van de commisie-Wiegersma „geen goede redenen te vinden zijn om de huidige gebrekkige regeling voor toelating tot „gesloten" studierichtingen te vervangen door de minstens even gebrekkige voorgestelde regeling".

Rendement De voorstellen van de commissieWiegersma beogen een meer doelmatig gebruik van het' wetenschappelijk onderwijs. Ervan uitgaande, dat het mogelijk zou zijn om een optimale selectie te creëren, betoogt de CRWO echter, dat de rendementswinst in de „gesloten" studierichtingen op zijn hoogst marginaal zou zijn. Daarnaast betekent een eventuele rendementstwist in een gesloten studierichting bovendien een evenredige rendementsdaling in de rest van het wetenschappelijk onderwijs. Immers, de meeste kandidaten die niet worden toegelaten gaan een andere wetenschappelijke studie volgen, waarvoor zij geen proeve van bekwaamheid hebben afgelegd. Het hele probleem is in feite hierin gelegen, dat de minister, en met hem de commissie-Wiegersma, ervan uitgaat dat de toelating tot numerus-fixus-studies een selectieprobleem inhoudt, in plaats van een allocatie- of plaatsingsprobleem. De voorgestelde selectie is echter geen selectie voor het hoger onderwijs in het algemeen (want het vwo-diploma geeft nog steeds recht op het volgen van alle wetenschappelijk onderwijs), maar slechts een selectie voor het volgen van de studierichting van eigen voorkeur. (Mare, GUPD)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 415

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's