Ad Valvas 1978-1979 - pagina 371
AD VALVAS — 6 APRIL 1979
Werkgroep
doelstelling
in herziene
nota aan
universiteitsraad:
Bezinningscentrum moet niet direict al zware organisatiestruirtuur krijgen Niet direct al een loodzware bestuursstniktuur voor een te creëren bezinningscentrum maar eerst maar eens een voorlopig bestuur, dat in die voorlopige vorm door de werkgroep doelstelling wordt gevormd. Binnen een jaar na de start van het centrum komt dit dan met een uitgewerkt voorstel voor een meer definitieve organisatiestruktuur. Dat is de voornaamste wijziging in de voorstellen van de werkgroep doelstelling voor het opzetten van een bezinningscentrum op de VU. een centrum, dat bedoeld is om de doelstelling van de VU nader gestalte te geven. In de universiteitsraad van 20 februari was stevige kritiek geuit op aanvankelijk nogal zwaar opgezette organisatiestruktuur van dit centrum. De werkgroep doelstelling vindt nu, dat een te ingewikkelde zware struktuur rondom een aktiviteit die nog geheel aan haar begin staat eerder belemmerend dan bevorderend kan werken. Eerst moet er maar eens wat ervaring worden opgedaan met zo'n centrum voordat het tot een meer definitieve organisatiestruktuur komt. De werkgroep schrijft dit in een herziene nota aan de universiteitsraad. Zelf heeft de werkgroep, zo schrijft ze, weiiiig gelegenheid om systematisch bezig te zijn met bezinning op de konsekwenties van de doelstelling op het gebied van onderzoek en onderwijs. De werkgroep komt immers zelf steeds weer voor nieuwe aktuele soms acute vragen te staan. De WD meent, dat die bezinning op de konsekwenties van de doelstelling als belangrijk deel van haar taak pas tot zijn recht komt als hiervoor een speciaal georganiseerd en geëquipeerd bezinningscentrum wordt ingesteld. De noodzaak van zo'n bezinningscentrum ligt volgens haar in het feit, dat subfaculteiten en vakgroepen wel verondersteld mogen worden op positieve wijze met de relatie tussen hun werk en de doelstelling van de VU bezig te zijn maar dat hiervan vaak om allerlei redenen weinig terecht komt. Een centrum van waaruit de belangstelling /oor deze zaak stelselmatig wordt »estimuleerd kan een goed middel lijn om die relatie te verdiepen.
voor anderen zou kunnen vormen maar dat het wel de relatie met de doelstelling by anderen aan de orde stelt. Het centrum zal ook een rol kunnen spelen bij het doorspelen van vragen die van binnen of van buiten de universitaire gemeenschap aan de universiteit worden voorgelegd. Meestal zal dan gezocht moeten worden naar de mogelijkheid om vanuit het aanwezige bestand van mensen op de universiteit met die
Gespreksvoering, werkoverleg etc.
vragen bezig te zijn (via werkgroepen, gespreksgroepen etc). In sommige gevallen kan er een beroep worden gedaan op de beleidsruimte onderzoek voor extra formatieplaatsen, aanvragen, die dan natuurlijk op hun mérites beoordeeld worden. Ook zal op dit punt moeten worden nagegaan welke relatie met een te vormen wetenschapswinkel gelegd moet worden, zo staat in de herziene nota te lezen. Het bezinningscentrum zal zich verder vanzelfsprekend niet van te voren kunnen binden aan een bepaalde visie op de relatie wetenschapsbeoefening en doelstelling. De bedoeling is juist het gesprek hierover op gang te brengen en daartoe moet het centrum zich naar alle kanten (binnen en buiten de universiteit) open stellen. Tot zijn taken rekent het centrum
vergadertechniek, >
Serie kursussen voor personeel van de VU uitgebreid Ook dit jaar wordt voor personeelsleden van de VU weer een serie kursussen georganiseerd over de onderwerpen gespreksvoering, vergadertechniek, werkoverleg, schriftelijk rapporteren, efficiënt lezen en (voor docenten) doceren. Daarnaast staan een aantal kursussen computergebruik bij de Stichting Academisch Rekencentrum Amsterdam (SARA) op stapel. De kursussen zfln van korte duur. De eerste starten in april. Het aantal deelnemers per kursus is beperkt. De kursussn, die door deskundigen worden verzorgd, worden tijdens werkuren gegeven.
GEEN ALIBI
Nieuw is dat de kursus(sen) werkoverleg, die vorig jaar alleen voor de algemene diensten werden gegeven nu ook op de fakulteiten zullen kunnen plaatsvinden. Verder is er nu behalve de kursus schriftelijk rapporteren voor speciaal hogere beleids- en staffunktionarissen ook een dergelijke kursus voor het middelbare niveau.
Daarbü moet vooropstaan, dat het bezinningscentrum niet zelf op onderzoek zal uitgaan en zo een alibi
De data voor de kursussen werkoverleg en doceren („basiskursus voor docenten") zijn nog niet be-
kend. Voor de overige kursussen zijn als data gepland: Gespreksvoering: Ie kursus: 11, 23 april, 4 mei, 6 juni; 2e kursus: 11, 18, 25 september, 30 oktober; 3e kursus: 8, 15, 22 oktober, 28 november. Deze kursus is bestemd voor personeelsleden die veel gesprekken voeren, bijv. bestuurders, docenten, afdelingschefs, stafmedewerkers. Vergadertechniek: Ie kursus: 3, 9, 16 mei; 2e kursus: 12, 19, 26 september; 3e kursus: 2, 9, 16 oktober.
'SSGZ wordt in voortbestaan bedreigd' Eric Le Gras schrijft ons als lid van de RSA het volgende: „De studentengezondheidszorg in Nederland is gebrekkig geregeld. Al jaren gaan er stemmen op, dat de mogelijkheid geopend moet worden voor .studenten om zich bij een ziekenfonds te verzekeren. Zo lang dat nog niet het geval is blijft het behelpen met speciale studentenverzekeringen. Eén van die verzekeringen is de SSGZ, een onafhankelijke Stichting, met in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigers van studentenorganisaties en welzijnsdeskundigen van de universiteiten. Deze SSGZ wordt nu in z'n voortbestaan bedreigd. Nevenstaand artikel poogt de situatie te analyseren. Het is twijfelachtig of de SSGZ, momenteel met zo'n 37.000 verzeiferden de grootste studentenverzekering in Nederland, in z'n huidige vorm kan blijven voortbestaan. SSGZ verzekert ongeveer een derde van de Nederlandse studenten, de helft is verzekerd via de ouders, zo'n 15% zit in het ziekenfonds en de rest is onder dak bij andere studentenverzekeringen. En dan zijn er ook nog degenen die helemaal niet verzekerd zijn. Er dreigt bij de SSGZ een belangrijke premiestijging, die eigenlijk het komende studiejaar al doorgevoerd had moeten worden. Op de "ergadering van het Algemeen Bestuur van de SSGZ die onlangs in Utrecht gehouden werd kwamen voorstellen ter tafel die neerkwamen op een premiestijging van ƒ 375,— naar ƒ 480,— voor de ziektekostenverzekering. Deze stijging van zo'n 25% zou, naar werd gevreesd, een belangrijke daling van het aantal verzekerden met zich meebrengen, wat weer tot verdere premiestijging zou leiden enz. enz. Het Algemeen Bestuur besloot dan ook om genoegen te nemen met een stijging van 10% tot ƒ 410,—. Daarmee blijft de SSGZ waar-
schijnlijk een goede concurrent van de overige studentenverzekeringen. Ondertussen moet het gat tussen de genoemde ƒ 480,— en de ƒ 410,— worden gedicht. Dit tekort van rond de 2 miljoen gulden wordt uit eigen middelen bijgepast, nl. uit de reserve. Deze reserve bedraagt echter zo'n 2 miljoen gulden en volgend jaar zal een sterke premiestijging nauwelijks meer vermeden kunnen worden. De SSGZ dreigt zich dan uit de markt te prijzen. Bovendien eist de overheid (de Verzekeringskamer om precies te zijn) dat een zelfstandig verzekeraar een dergelijke reserve in stand houdt om in noodgevallen wat achter de hand te hebben. Gevolg zal waarschijnlijk zijn, dat de SSGZ afhankelijker gaat worden van de Nationale Nederlanden, die momenteel als herverzekeraar voor de SSGZ optreedt. De SSGZ heeft nl. te weinig kapitaal om het risico alleen te dragen en moet zich herverzekeren. Momenteel doet de N.N. dat voor 100% en op vrij gunstige voorwaarden, waarbij de N.N. er de afgelopen 2 jaar zo'n 1 miljoen gulden per jaar bij inschoot. In het komende jaar zal N.N. echter niet langer zo'n verlies-
gevende regeling accepteren en op de nullijn gaan zitten. Een andere oorzaak voor de financiële problemen waar de SSGZ mee zit, is gelegen in het soepele acceptatie- en uitbetalingsbeleid. Elke student jonger dan 27 jaar kan zich in de eerste maand van het studiejaar bij SSGZ verzekeren, zonder dat er enige keuring plaatsvindt. Niemand wordt uitgesloten, er worden geen speciale voorwaarden gesteld wanneer er zich studenten aanmelden die niet geheel vrij van klachten zijn en die dus «en verhoogd risico met zich meebrengen. Dit is het solidariteitsbeginsel; overigens geen uniek kenmerk van de SSGZ. Andere studentenverzekeringen staan ook open voor iedere student, mits deze zich op tijd aanmeldt. De OHRA, een tamelijk goedkope studentenverzekering, hanteert wel een vragenlijst, op grond waarvan selectie wordt uitgevoerd. In voorgaande jaren was er sprake van een periode van drie maanden, waarin iedere student zich vrij kon inschrijven. De SSGZ heeft deze periode met ingang van dit jaar bekort, omdat bleek, dat studenten die niet zonder meer bij andere verzekeraars geaccepteerd werden alsnog bij de SSGZ aanklopten. Het gaat daarbij dan wel om geringe aantallen, maar ook om de groep die de hoogste kosten met zich meebrengt.
Soepel Hoewel dergelijke zaken nooit hard zijn te maken, bestaat ook de in-
-behalve onderzoek en onderwijs en vorming nu ook de voortzetting van de inmiddels al een traditie geworden „vieringen". De taakstelling op de gebieden van onderzoek en onderwijs/vorming is verder ook wat bijgesteld (ons intrigeren in dit verband de „scharnierbegrippen", die de WD als onderzoeksvraag introduceert J.K.). Om goed van start te komen en een evaluatie van het bezinningscentrum mogelijk te maken lijkt het de WD nodig te mikken op een aanvankelijke periode van vier jaar, dit met het oog op het aantrekken van een capabel uitvoerend secretaris. De voortgang van het werk kan via verslaggeving elk jaar geëvalueerd worden. Na vier jaar zou een beslissing moeten vallen over het af of niet continueren van het bezinningscentrum. (/. K.) De kursus is bestemd voor de vergaderaars, zoals raadsleden, bestuurders, leden van overlegorganen en projectgroepen. Schriftelijk rapporteren: (I) 2, 7, 14 mei; (II) Ie kursus: 26 april, 3, 10, 17 mei; 2e kursus: 20, 27 september, 4, 11 oktober. Kursus I is bestemd voor hogere funktionarissen; kursus II voor het middelbare niveau. Efficiënt lezen: 24, 25 april, 1, 8, 15, 18, 22 mei. Deze kursus is bestemd voor medewerkers die veel en complexe schriftelijke informatie moeten doorwerken, bijv. wetenschappelijk personeel, beleidsen staffunktionarissen en leden van raden en besturen. De kursus werkoverleg wordt gegeven om de ontwikkeling van deze overlegvorm, die zich de afgelopen jaren op diverse plaatsen heeft voorgedaan, te bevorderen, uitgaande van de verwachting dat die zich zal voortzetten. Deze kursus is bestemd voor alle personeelsleden die hun vaardigheden op dit punt willen vergroten. De basiskursus voor docenten is op touw gezet om de onderwijsvaardigheden van docenten te vergrodruk dat SSGZ soepel optreedt. Er wordt vlot uitbetaald en de reglementen, die nog wel enige speelruimte bieden, worden op een voor de verzekerde niet onvoordelige wijze uitgelegd. Ook dat kost geld, maar is in de ogen van de welzijnswerkers aan de universiteiten juist een belangrijk voordeel. Juist in de lage-risicogroep die studenten vormen, dient men het voor elkaar op te nemen. De belangrijkste oorzaak van de snelle kostenstijging is echter gelegen in de kostenontwikkeling in de gezondheidszorg, iets wat natuurlijk voor alle verzekeraars opgaat. Zelfs de premiestijging van SSGZ tot ƒ 480,— die dus niet doorgaat, zou zijn goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, en toestemming voor een dergelijke g«Bte prijsverhoging wordt alleen gjegeven wanneer er een economische noodzaak aan te wijzen is. Wanneer andere verzekeringen met een geringe stijging van de premie genoegen nemen kan worden aangenomen dat dat uit concurrentieoverwegingen gebeurt en in mindere mate op grond van reële kostenprognoses. Verzekeringsmaatschappijen zijn geïnteresseerd in studenten. Niet omdat ze tijdens hun studie zoveel geld in het laatje brengen, maar wel omdat er nogal veel toekomstige academici tussen zitten en daar valt wel aan te verdienen. De SSGZ, een stichting voortgekomen vanuit de universiteiten in een tijd dat er voor studenten helemaal niets was is daarbij een hinderlijk obstakel. Hoewel het speculaties blijven, bestaat de indruk dat momenteel verschillende studentenverzekeringen hun prijzen te laag houden, om de SSGZ eruit te werken. Omdat de SSGZ over minder kapitaal beschikt dan de andere verzekeraars, wordt ze gedwongen om af te haken in de prijzenslag en dreigt ze een langzame dood tegemoet te
Contactraad Bureau Universiteit vervangt CRAD
Er zal een Contactraad Bureau Universiteit worden ingesteld. Deze nieuwe raad vervangt de ter ziele gegane Contactraad Algemene Dienst (CRAD). Dit heeft het college van bestuur besloten op voorstel van de werkgroep democratisering algemene diensten. De nieuwe raad, waarin de diensten en bureaus vertegenwoordigd zullen zijn, krijgt als taak: het bespreken van algemene problemen die het bureau van de universiteit raken met de mogelijkheid daarover advies uit te brengen en het evalueren van het dienst- en werkoverleg. De Contactraad Bureau Universiteit zal negen leden tellen, t.w. drie vertegenwoordigers uit de coördinatievergadering diensthoofden (van wie er een als voorzitter optreedt), een vertegenwoordiger uit elk van de diensten FEZ, IBD, GITM en PZ en tenslotte twee vertegenwoordigers uit de overige diensten en bureaus. De zittingsduur van de raad is twee jaar. Voor de twee vertegenwoordigers Uit de overige diensten en bureaus /ijn deze week verkiezingen gehouden. De uitslag was bij het sluiten van dit nummer nog niet bekend. (Red.)
ten. In de kursus kunnen docenten hun onderwijsstijl toetsen aan onderwijskundige inzichten en ervaring. Aan de kursussen zijn geen kosten verbonden, behalve aan die in het computergebruik bij SARA (variërend van ƒ 7,50-/ 10,— excl. documentatie). Voor de kursussen computergebruik SARA kan men inlichtingen verkrijgen en zich opgeven via tel. (548) 54 32. Voor de basiskursus voor docenten luidt het telefoonnummer: (548) 36 42. Voor alle overige kursussen is dat: tel. (548) 43 88. Voor de in april beginnende kursussen is het tenslotte zaak zich tijdig op te geven als men daarvoor voelt. (Red.) gaan. Dit zou, gezien de toch al gebrekkige gezondheidszorg onder studenten, om verschillende redenen te betreuren zijn.
Solidariteit Ten eerste is er het al genoemde soepele acceptatie- en uitkeringsbeleid, gegrond op solidariteit. Ten tweede is de SSGZ een stichting met een bestuur dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de universiteiten, zowel studenten als personeel. Een zekere controle op het beleid is daarmee mogelijk. Tenslotte valt te vrezen, dat wanneer SSGZ eenmaal van het toneel is verdwenen, de andere verzekeraars hun prijzen zullen gaan aanpassen, d.w.z. verhogen. Er zijn verschillende mogelijkheden voor de toekomst. Als er niets gebeurt, zal SSGZ niet lang meer te leven hebben. Het meest waarschijnlijke is, dat er een regeling komt, waarbij SSGZ onder gunstige voorwaarden onderdak kan blijven bij de N.N., echter wel met een grotere invloed van dit bedrijf in de Stichting. Wat er dan gaat gebeuren moet nog worden afgewacht. Een andere mogelijkheid, is dat de Universiteiten en overheid zich beter bewust worden van de verantwoordelijkheid die ze hebben t.a.v. de gezondheidszorg voor studenten. In feite steunen de universiteiten de SSGZ al, niet voor niets zitten er vertegenwoordigers van alle Universiteiten in het Algemeen Bestuur. Het zou alleen maar logisch zijn, wanneer de Universiteiten zich dan ook eventuele financiële problemen aan zouden trekken. Dat kan inhouden, dat er in Den Haag op steun voor de SSGZ wordt aangedrongen of dat er uit eigen middelen gesubsidieerd wordt, zodat de SSGZ in de huidige vorm kan blijven voortbestaan."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's