Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 379

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 379

11 minuten leestijd

15

AD VALVAS — 6 APRIL 1979

Centrale Interfaculteit: over een verkeerd beeld naar buiten gesproken De studenten filosofie Huib Maass, Liesbeth Ransdorp, Jan van der Wal en Jos van Hofslot schrijven ons het volgende: „Het artiliel van Gert van Vulpen, dat op 9 maart jl. in Ad Valvas verscheen, is naar onze mening een duidelijk voorbeeld van eenzijdigheid. By deze eerste zinsnede als is de nodige verduidelijking gewenst. Over wie gaat dat: onze mening? Een aantal eerstejaars en aan aantal voorstudie-studenten wijsbegeerte, bet artikel gelezen hebbend, vonden het beeld, dat daar geschetst werd van de CIF (Centrale Interfaculteit) toch wel wat al te zeer belicht van één kant. Komen we direkt aan het punt van die eenzijdigheid: Wie bepaalt eigenlijk het beeld van een faculteit? Drie mensen? Het wetenschappelgk personeel? De studenten? Of zijn wjj dat allemaal? Het leek ons zinvol om het beeld, dat gegeven werd in het bovengenoemde artikel aan te vullen tot een wat genuanceerder geheel, immers: de visie van de studenten ontbrak er alleen al aan. Vandaar dus. Vooropgesteld zij, dat het betoog over het gehannes met het doelstellingsreglement historisch wel juist zal zijn weergegeven. Vragen rijzen echter daarna. Of je nu wel of niet de doelstelling wilt onderschrijven, is eigen verantwoordelijkheid. „Wij staan als filosofen ook veel dichter bij problemen van (Ie doelstelling" (citaat van prof. Van Riessen). Dit is zeker waar en daaruit kan je dan weer verklaren dat „het effekt van de doelstelling op andere faculteiten niet zo gezien wordt" (opnieuw prof. Van Riessen). Men is er daar kennelijk niet zo mee bezig, maar toch zegt Van Riessen ,alhoewel zeer velen het met ons eens zijn". Tja, wie zijn dat dan: „ons"? En hoeveel is: „zeer velen"? Is daar wei eens naar gevraagd? Hoe weet prof. Van Riessen dat „zeer velen" het met „ons" eens zijn, terwijl daar toch het effekt toch niet zo gezien werd van die doelstelling?

Te ver Hoewel er onder de studenten best waardering is voor de enorme konsekwentheid waarmee prof. Van Riessen zijn filosofie verdedigt, lijkt het ons wat overdreven om aan te nemen, dat hij dan maar zonder meer gelijk heeft (alhoewel: gelijk heeft hij, maar dan voorlopig uitsluitend binnen de door hem aangehangen calvinistische filosofie). Prof. Van Riessen zegt vaker dingen die bij nogal wat studenten in het verkeerde keelgat schieten en dat mag ook best wel, maar zijn denkwijze als beeld naar buiten brengen van onze CIF gaat ons te ver. Wat moet je met zijn uitspraak: „Je moet dan de konsekwenties trekken en stoppen met deze bizondere universiteit"? Is de enige taak van deze universiteit dan: het uitdragen van zijn bizondere karakter? Is er niet zoiets als: wetenschappelijk onderzoek doen, wetenschappelijk onderwijs verzorgen? Ook drs. Geertsema zegt, dat „de primaire zaak is van onze CIF om Advertentie

<s><s>

met onze studentenpas komt u over de minimum loongrens

De Werkbank I UITZENDBURO Kinkerstraat 2 -Amsterdam Tel. 020-162121

de verantwoordelijkheid te hebben t.o.v. het fungeren van de doelstelling binnen de eigen faculteit". Een in onze ogen niet geheel juiste voorstelling van de taken van de CIF. Veel meer ruimte biedend voor een bredere taak van de CIF geeft mevr. drs. Brüggeman met haar uitspraak, dat we in feite een gewone faculteit zijn tussen alle andere faculteiten. Dat is volgens ons dan ook precies, wat we behoren te zijn. Daarbij mag (wat ons betreft misschien zelfs: moet) het bizondere karakter van de VU tot uitdrukking komen in bestudering van tevens dat bizondere karakter, zondei echter aan andere visies voorbij te gaan. Dit laatste nu is een trekje, dat bij enkele docenten maar al te duidelijk zichtbaar is: zij verzorgen hun colleges (en citeren vrijwel) uitsluitend vanuit voornamelijk literatuur, door henzelf geschreven. Als mevr. Brüggemann zegt, dat de WdW (Wijsbegeerte der Wetsidee) niet meer als een soort dogmatiek de nadruk heeft, dan lijkt het ons een goede zaak dit in ieder geval na te streven. Alleen: dit gebeurt niet altijd. Ook Geertsema vindt het vanzelfsprekend, dat de CIF niemand bindt en kan binden aan een wijsgerige opvatting waaraan hij direkt toevoegt: „ik heb de laatste tijd niet de indruk dat de WdW hier eenzijdig naar buiten wordt gebracht". We zouden hem gaarne willen uitnodigen aanwezig te zijn bij de colleges van prof. Van Riessen en prof. Troost! De uitspraak van mevr. Brüggemann, dat er in de WdW bepaalde zinnige dingen worden gezegd, waarmee je uit de voeten kan, lijkt ons een waarheid als een koe. Dat geldt voor bijna iedere filosofie en dat houdt dan o.i. in, dat je méér dient te bestuderen dan uitsluitend vanuit de WdW. En nogmaals: dat gebeurt niet bij iedere docent die aan de CIF doceert. Een naar onze mening ernstige zaak!

Vacuum Fen doorn in ons oog was het gedeelte waarin gesproken wordt over het kontakt tussen de diverse geledingen. Geertsema: „Het kontakt tussen docenten en docenten-studenten is altijd benadrukt". Mevr. Brüggemann: „Het is hier een kleine faculteit. Daardoor zijn de kontakten veelvuldiger". Dit is naar onze mening in flagrante tegenspraak met de werkelijke situatie. De huidige eerstejaars en voorstudie-studenten hebben nauwelijks of geen kontakt met elkaar behalve de puur zakelijke: nl. tijdens de college-uren. Van kontakten tussen docenten en studenten blijkt al helehaal niets, die zijn er nagenoeg niet. Fr zijn zelden studenten in zo'n enorm vacuüm gevallen als na het aanvangen van hun studie aan de CIF. (Een reden waarom een aantal van ons hier daadwerkelijk iets aan wil doen). Het is dan ook een volkomen valse voorstelling van zaken, dat er aan onze CIF zo veel onderling kontakt zou zijn. In de praktijk blijkt niets minder waar te zijn! Als mevr. Brüggemann nog spreekt over een harmoniemodel, dan vragen wij ons wel af: een harmonie tussen wie? Daar zijn de studenten zeker niet bij betrokken! Enfin, vervreemding alom.

Uitsmijter Heel illustratief was de uitsmijter van prof. Van Riessen aan het ein-

de van het artikel. Wij citeren: „Je moet de studenten bijbrengen, dat waar ze filosofie studeren, ze in aanraking komen met filosofieën waar ze het niet mee eens zijn". Prima, juichen wij, dat snappen we en aksepteren we zeker. Verder: „Je bent hier aan de VU aan een christelijke universiteit en daar heb je rekening mee te houden, zeg je tegen de studenten". Prima, dat snappen we ook en dat aksepteren we eveneens. De meesten van ons zijn misschien wel juist om deze reden naar de VU gekomen. Maar nu: „En ook, wanneer je het daar niet mee eens bent, moet je maar ergens anders filosofie gaan studeren". Wij vinden het ongelooflijk, dat anno 1979 nog een dergelijke mening uitgedragen kan worden. We zijn er toch wel een beetje nieuwsgierig naar hoe prof. Van Riessen het volgende probleem denkt op te lossen: een filosofiestudent wordt door het bureau plaatsing eerstejaars studenten geplaatst aan de VU, omdat zijn keuzeplaats Nijmegen vol zit. Moet deze student ook maar opdonderen? Hoeveel studenten wil prof. Van Riessen eigenlijk wegjagen? Net zo veel, tot hij alleen nog maar studenten overhoudt die het met hem eens zijn? Wij menen hierover nu verder maar het zwijgen te moeten bewaren. Uit het artikel is gebleken, dat vele docenten en wm'ers geen of nauwelijks besef hebben van wat er leeft onder de studenten. Het zou best eens de moeite waard blijken eens van gedachten te wisselen met deze geleding. Je weet maar nooit wat er dan overblijft-van je aanvankelijke mening over het funktioneren van de WdW en de harmonie in de CIF. Wij willen met deze reaktie een aantal dingen bereiken. [n de eerste plaats een wat betrouwbaarder beeld geven van hoe de diverse geledingen van de CIF denken over deze CIF. In de tweede plaats willen we wat openbreken op het gebied van de kommunikatie binnen de CIF. Naast andere mogelijkheden (die zeker niet ongebruikt zullen blijven) was het artikel van 9 maart een duidelijk handvat. Tenslotte willen we duidelijk afstand nemen van de uitlatingen van prof. Van Riessen over de wijze waarop volgens zijn visie studenten hier filosofie dienen te bestuderen. Zulke uitspraken horen niet thuis op een universiteit, ook niet binnen een christelijke universiteit.

* Op vrgdag 6 april spreekt Maarten Ploeger voor de Amsterdamse Gesprekskring over: „De aanval op het „ik" van de mens". Plaats: Amsteldijk 58 om 20.15 uur. * Het feministisch filmcollectief „Cinemien" vertoont op 6 april om 2030 uur de film: „Die Macht der Männer ist die Geduld der Frauen" van Christina Perincioli. Plaats: het Vrouwenhuis, Nieuwe Herengracht 95. * Op 8 april, Palmzondag, wordt er in de Ronde Lutherse Kerk een koffieconcert gehouden. Henk van Ulsen zal bij die gelegenheid voorlezen uit het boek Prediker. Adriaan Valk speelt altsaxofoon. Aanvang: 11.00 uur. * Het Internationaal Stndiecentrum voor de Vrouw organiseert in de maanden april t/m juni konversatiecursussen Spaans en Italiaans voor beginners. Sterk gereduceerde prijzen. Inlichtingen: J. W. Brouwersplein 17, 1071 LM Amsterdam. Tel. 020-761437. * Op 20 april spreekt mr. A. W. P. Letschert voor de Amsterdamse Gesprekskring over: „Gaan mens en dier ten onder?". Aanvang 20.15 uur. * The British Council vertoont op 24 april de film „Far from the Madding Crowd". Aanvang: 20.00 uur op Keizersgracht 343. * Donderdag 26 april wordt er weer een infoavond militaire zaken gehouden. Organisatoren zijn: de Bond voor Dienstplichtigen, de VVDM en de Vereniging Dienstweigeraars. Op deze avond wordt een zo breed mogelijk beeld geschetst van de dienstplicht. Zowel het dienstweigeren als het in dienst gaan komt aan de orde. Voorts wordt de film „Scènes uit een soldatenleven" vertoond. Iedereen is welkom om 20.00 uur in het KWJgebouw, Celebesstraat 61 te Amsterdam. * Op 27 april vertelt Satya Singh Khalsa de Amsterdamse Gesprekskring meer over: „De Europese Sikhs, de mensen met de witte tulbanden en de witte kleren". Aanvang: 20.15 uur. * In het Tropenmuseum, Linnaeussfraat 2, wordt tot en met 4 juni de tentoonstelling „Reizend door Oost-Indië, prenten uit de negentiende eeuw" gehouden. Openingstijden: maandag tot en met zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur en op zon- en feestdagen van 12.00 tot 17.00 uur.

ra

Uw advertentie is goed voor vijftienduizend lezers van Ad Valvas

D. Drost neemt afscheid bij scheikunde Uit de scheikunde-gemeenschap ontvingen wij het volgende bericht: Donderdag 19 april 1979 neemt de heer D. Drost afscheid van de scheikundegemeenschap en de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Na vele jaren gewerkt te hebben in het Juliana Ziekenhuis, kwam hg om precies te zijn, per 1 april 1961 als timmerman in dienst van de subfaculteit Scheikunde aan de De Lairessestraat. Hij volgde de heer Leive, die op 70-iarige leeftijd met pensioen ging, op. De werkplaats (voor zover je dit een werkplaats kon noemen) was toen nog op de vierde verdieping, naast de glasinstrumentmakerij. Het „machinepark" bestond uit een cirkelzaagje (de doe het zelver heeft tegenwoordig een betere) en een schaafvlaktebank, die in het houten aanbouwsel op het balkon aan de andere kant van de glasinstrumentmakerij stond. Maar al vrij snel kwam er een nieuwe cirkelzaag. Als er lange stukken gezaagd moesten worden stonden het raam en de deur naar de gang open. Na het bestuur overtuigd te hebben van de noodzaak, kon in 1964 een nieuwe ruimte betrokken worden, die vele malen groter was, en wel op de begane grond NB.10. fcr zijn weinig medewerkers, die niet op enige wijze een beroep deden op de heer Drost, en bovendien altijd tot volle tevredenheid geholpen werden. Iedereen had blijkbaar grote waardering voor het natuurprodukt „hout". Ook hoog-

leraren schroomden niet de timmerman advies te vragen, als het even kon lieten ze dit advies dan ook uitvoeren. Zelf was hij vaak te bescheiden om iemand iets te vragen, al is dit in de loop der jaren wel iets gewijzigd. Hij beheerst zijn vak tot in de finesses, iets wat tegenwoordig niet zoveel meer voorkomt. Zijn kreatieve gave, o.a. beeldhouwwerk, tekenen, schilderen is nog te bewonderen in het door hem ontworpen en gemaakte wapen van het scheikundig laboratorium. Bovendien werd bij vele gelegenheden gebruik gemaakt van zijn sierlijke handschrift. Naast zijn werk heeft de heer Drost grote belangstelling voor de hedendaagse sociale problemen, de natuur, het milieu, het kerkelijk leven, de homeopathie. Met het vertrek van de heer Drost wordt een tijdperk afgesloten, waar wij met een zekere weemoed op terug zien, temeer daar het vertrek uit de De Lairessestraat nu binnen

De heer D. Drost afzienbare tijd een feit zal zijn. Een nieuw leven, anders, maar zeker zo druk, voor iemand met veel hobby's, staat voor de deur. Wij wensen de heer Drost, met vrouw en kinderen nog vele gelukkige jaren in een goede gezondheid toe. De afscheidreceptie zal 19 aprU a.s., s middags om 15.00 uur in de tuinzaal van het natuurkundig laboratorium, De Boelelaan 1081, gehouden worden. Alle bekenden zijn van harte welkom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 379

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's