Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 335

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 335

13 minuten leestijd

AD VALVAS — 23 MAART 1979

Büro vooral op kunstminnende

vakantieganger

georiënteerd

VU-studenten richten soort uHzendburo voor studenten kunstgeschiedenis op „Gaat u deze zomervakantie naar Bourgondië of naar de Provence en bent u van plan de Romaanse beeldende kunst of de architektuur in deze streken te gaan bewonderen? Of bezoekt u de Italiaanse kunststad bij uitstek Florence om daar de juweeltjes van renaissancekunst in ogenschouw te gaan nemen? Dan feliciteren wij u met deze keus van bestemming en wensen wij u een plezierige vakantie. Maar misschien raakt u gedesoriënteerd door de veelheid van kunsthistorische bezienswaardigheden in deze plaatsen en ziet u door de bomen het bos niet meer. Denkt u dat dit het geval zal zyn, dan raden wij u aan voordat u vertrekt een kursus te gaan volgen waarin op deskundige wijze stijlbesprekingen van de architektuur en de beeldende kunst gegeven worden, de geschiedenis van de streek uit de doeken wordt gedaan en praktische tips over musea, kerken etc. verschaft worden zodat u zich meer kunt inleven in de verschillende kultuuruitingen, die u op uw vakantiebestemming kunt aantreffen." Dit zou een wervende tekst kunnen zijn voor een van de eerste aktiviteiten van een nieuw fenomeen: het Kunsthistories Büro, afgekort tot KHB. Een opmerkelijk initiatief van twee studenten kunstgeschiedenis aan de VU: de vierdejaars student Jos Smit en Dick Verroen, die in zijn derde jaar zit. Met deze laatste spraken wij over een nieuw gat in de markt dat het energieke duo denkt aan te boren. Dick vertelt over de voorgeschiedenis: „We zaten vorig jaar allebei in het bestuur van onze fakulteitsvereniging. De samenwerking verliep leuk. We dachten: we gaan er iets mee doen. Toen kwamen we op een idee. Aan de ene kant heb je studenten die vierde of vijfde jaars zijn en al heel wat van kunstgeschiedenis afweten maar die moeten wachten tot ze afgestudeerd zijn om hun kennis aan de man te brengen. Als je iets wil bijverdienen moet je borden gaan wassen of iets dergelijks. Aan de andere kant zijn er mensen die geïnteresseerd zijn in kunstgeschiedenis maar over weinig toegangswegen beschikken om in de kunsthistorie te duiken, ^toeken erover zijn meestal in het Engels en vaak zeer gespecialiseerd. Er zijn weinig populaire kunsthistorische boeken en die zijn vaak veel te uit-

beeld een groep mensen die Florence bezoeken en onder de indruk raken van de architektonische schoonheid maar niet goed weten wat daarmee aan te vangen. Als ze thuis komen kunnen ze er een boek over kopen. Maar het zou veel beter zijn als ze zich vantevoren goed voorbereiden." Die voorbereiding meent het Kunsthistories buro nu te kunnen geven in de vorm van kursussen. Voor dit jaar staan er drie op het programma die in de laatste week van april starten. De keuze is gevallen op het Romaans van Bourgondië en de Provence en de Renaissance in Florence. Elke kursus bestaat uit vier lezingen die de streekgeschiedenis, de beeldende kunst en de bouwkunst van de drie vakantiebestemmingen tot onderwerp hebben. Eerst zijn er beginnerskursussen en

sen te gaan geven maar deze uit te besteden aan studiegenoten. Hun rol moet worden gezien als die van manager. Dick: „Ik zit zelf nog maar in het derde jaar. Deze markt lijkt ons geschikt voor meer gevorderde studenten. Je kunt ons beschouwen als een soort uitzendbureau voor studenten kunstgeschiedenis. Voor de aanstaande kursussen hebben we zes studiegenoten aangetrokken die we zoals het ons nu toe lijkt zullen honoreren met een vergoeding van vijfhonderd gulden voor het geven van een volledige kursus". Dick verzekert ons dat het idee van het KHB enorm is aangeslagen bij hun studiegenoten. (Er zijn ongeveer 150 studenten kunstgeschiedenis aan de VU.) „Het overgrote deel wil er graag aan meewerken. Je moet natuurlijk vermijden dat je bij het grote aanbod aan vriendjespolitiek doet. Maar we hebben het voordeel dat we met zijn tweeën zijn en met elkaar kunnen overleggen wie de meest geschikte figuren voor welk onderwerp zijn. Er zijn er ook een paar die vinden ons kapitalistisch maar die heb je altijd. Ook onze docenten zijn wild enthousiast. Onze prof Van Swichem kwam meteen aandragen met een lijst van adressen die we zouden kunnen gebruiken. Ons idee past namelijk prima in zijn straatje. Hij heeft ons er altijd op gewezen: Jongens, doe wat in de praktijk met die kunstgeschiedenis en blijf niet in die boeken hakken". Het voor studenten kunsthistorie opvallend zakelijk ingestelde duo

heeft naast het organiseren van kursussen nog veel meer pijlen op zijn boog, zo kunnen we opmaken uit hun eerste folder. Het organiseren eu inrichten van tentoonstellingen is een volgende aktiviteit die het Kunsthistories buro viil gaan ontplooien. Dick hierover: „Deze aktiviteit verkeert nog in een stadium van ontwikkeling. We zijn bezig met het aanschrijven van hotels en bedrijven die mogelijk exposities willen organiseren. Vaak moeten ze hiervoor een staflid aantrekken of er één vrij voor maken. In veel gevallen weten deze er niet zoveel van. Wij wijzen hen dan op de mogelijkheid dat er studenten zijn die deze

'Beter dan borden wassen als bijverdienste' zaken op een deskundige wijze kunnen regelen en de kunstwerken ergens vandaan kunnen halen. We kunnen thema-exposities organiseren naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van een hotel of een of ander regionale aangelegenheid. Een afgestudeerde kunsthistoricus maakt zijn handen daaraan meestal niet vuil maar studenten willen het graag doen." Een andere dienstverlening die het KHB in de toekomst denkt te kunnen verlenen is het katalogiseren van partikuliere kollekties. Dick: „We denken hierbij aan partikulieren die hun verzameling beschre-

ven willen zien, bijvoorbeeld voor verzekeringsdoeleinden. Voor studenten is het leuk werk en nuttig 1 voor hun studie. Een drs. kunstgeschiedenis is hiervoor meestal niet te bereiken doordat hij voor een instituut werkt of hij is niet te betalen." Ook denken Jos en Dick aan het geven van partikuliere rondleidingen op het gebied van de beeldende kunst en de architektuur. Als Hilterman een reisgezelschap begeleidt op een trip naar Mongolië en Jan van Hillo een groep wegwijs maakt in de rimboe van Peru, ligt er dan op dit terrein geen taak weggelegd voor hun kunsthistorisch uitzendbureau? Dick: „Wij zijn geen reisbureau. Dat mogen we ook niet doen; anders vallen we in een andere kategorie. Wat we wel van plan zijn is met reisbureau's te gaan samenwerken. We sluiten niet uit dat we op den duur iemand bijvoorbeeld in Florence gaan neerzetten die met een kunsthistorische reis gaat meedoen". Is het idee van een kunsthistorisch bureau uniek te noemen en kunnen we spreken van het ei van Columbus? Dick: „We dachten dat we de eersten in Nederland waren totdat we er drie weken geleden achter kwamen dat er in Amsterdam ook nog een Kunsthistorisch Centrum bestaat. Maar we willen hier niets mee te maken hebben want je kunt je erdoor laten beïnvloeden. Op het eerste gezicht zitten we op een ander plan. We gaan onze eigen weg en doen net of ze niet bestaan." Intussen hebben diverse media al belangstelling getoond voor het geestelijk produkt van Jos en Dick. Het Parool, Tros-radio en Radio Stad Amsterdam zijn erop ingesprongen. Dick: „Iedereen vindt het een te gek idee. Het zijn nu voor ons drukke tijden. Soms zouden we dertig uur per dag willen hebben. Ik organiseer graag dingen maar ik weet niet of ik na mijn afstuderen hiermee tot mijn 65e zal doorgaan. Het zal voor mij geen levensbedrijf worden al sluit ik het niet helemaal uit".

'Standpunt Arts is dat van bisschop Gijsen' Vervolg van pagina 1

Dick Verroen, een van de twee studenten-oprichters van het Kunsthistorisch Buro. gebreid. We kwamen toen op de gedachte om die twee groepen aan elkaar te „linken" door middel van een organisatorische eenheid, een soort intermediair. Dat is nu ons bureau geworden".

De start In november van het vorige jaar besloten ze tot de oprichting van het KHB. Jos had nog een kamer vrij boven zijn woning aan de Plantage Muidergracht 53. Die hebben ze nu ingericht als kantoorruimte en het ligt in de bedoeling dat daar de administratie gehuisvest wordt. Een telex hebben ze al en het bureau staat onder firmanaam ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hun eerste aktiviteiten richten zich op het vakantiegaande publiek dat belangstelling heeft voor kunsthistorische onderwerpen. Dick: „We zijn er niet voor mensen die drie weken op een strand in Spanje gaan liggen. Maar er bestaat een groeiende tendens om tijdens de vakantie te genieten van ter plaatse aanwezige kunst. Er is bijvoor-

later in eind mei kursussen voor gevorderden. Het kursusgeld bedraagt ' voor de vier lezingen honderd gulden. De lezingen zullen ongeveer twee uur in beslag nemen, gevolgd door de mogelijkheid vragen te stellen, zo lezen we in de folder van het KHB. Niet onvermeld dient te blijven dat gratis koffie geserveerd wordt. Intussen hebben Jos en Dick al een advertentiecampagne gestart in diverse landelijke dagbladen die al een aantal aspirant-kursisten heeft opgeleverd. Dick schat dat het aantal deelnemers 45 per kursus moet bedragen om de zaak rendabel te houden. Het ligt in de bedoeling de lezingen op een gepaste plaats te houden. De kursus Florence vindt hoogst waarschijnlijk plaats in het Italiaans Cultureel Instituut. Over de „Franse" kursussen zijn de twee in onderhandeling met het Maison Descartes. Bovendien zullen lichtbeelden de lezingen verlevendigen. Dick draait er niet omheen dat er voor het Kunsthistories buro een aardige grijpstuiver in het verschiet kan liggen. Hij en Jos zijn zelf trouwens niet van plan de cursus-

worden de twee hoogleraren in hun gewetensoordelen ontzien. Het zou kunnen zijn dat prof. Stolk zich met de regeling van het AZVU-bestuur akkoord verklaart. Van prof. Arts lijkt dat echter niet te verwachten. Toen we hem om een reaktie vroegen, volstond hij met te zeggen: „Daar wil ik liever nog niets over loslaten, omdat de dingen anders worden vertroebeld. De zaak is nog in diskussie. Ik ben nu alleen. Prof. Stolk is op vakantie. Daarom vind ik het onverstandig nu al opmerkingen daarover te maken. Op zichzelf vind ik het al belangrijk voor de buitenwereld dat men weet dat de zaak in bespreking is." Hij hoopt op korte termijn met het AZVU-bestuur te gaan praten en na terugkomst van prof. Stolk tot een afronding te komen. Het AZVU-bestuur heeft nog geen definitief standpunt over het abortusbeleid bepaald. Inmiddels is bekend dat bestuursvoorzitter J. Lanser meent dat de mogelijkheid om de abortus-ingreep in bepaalde gevallen te verrichten moet blijven bestaan. Secretaris van het bestuur, mr. H. Hoogenkamp: „We zijn wel van plan op zeker moment met een definitieve uitspraak te komen. Maar op welk moment, dat kan ik beslist niet zeggen nog. Het kan zijn dat er nu eerst een periode van rustig nadenken door verschillende kanten aanbreekt." Zal de voorlopige regeling olie op de golven hebben gebracht? Dat lijkt de vraag. De genoemde richtlijnen van de commissie medische ethiek vormen een voorstel aan het bestuur, dat ze nog steeds in behandeling heeft. 7e werden twee jaar geleden in het voorlichtingsblad van het ziekenhuis „Op de Hoogte" gepubliceerd. Reakties leverden ze niet op toen. Dat was niet zo vreemd, want ze gaven op papier aan wat de praktijk was: „In de situatie van klaarblijkelijke nood kan de abortus provocatus een hulp zijn, die de medicus als verantwoordelijk helper kan hanteren." „Ik kan mij persoonlijk, en ik denk

de andere collegae ook in de uitvoering van de richtlijnen uitstekend vinden," aldus dr. Kleinhout. Sprekend over de verschillende opvattingen over de abortusproblematiek onder de AZVU-specialisten in verband met de christelijke doelstelling van VU en AZVU, zegt hij: „Wij vieren beleven de geboden zoals „Gij zult niet doden" op een andere manier dan anderen dat doen. Wij vinden dat het gebod van de liefde alles overheerst." „Het standpunt van Arts komt overeen met of lijkt erg veel op dat van bisschop Gijsen. Gijsen zegt dat je het ongeboren leven niet mag doden en dat je die mening als christen of als katholiek onder geen beding mag prijsgeven voor binnen de maatschappij heersende opvattingen. Als een breekpunt voor alles. Ook al moeten er kabinetten voor vallen.. Behalve op het punt van de abortus provocatus heb ik overigens een uitstekende verstandhouding met Arts." De hele kwestie werd vorige week naar buiten gebracht door een aantal medische studenten van de Vrouwengroep aan de fakulteit en de faculteitsvereninging MFVU. Toen prof. Arts afgelopen vrijdagmiddag zijn inaugurele oratie hield (waarin overigens de abortusproblematiek niet figureerde), deelden zij aan de entree van de aula in het hoofdgebouw een pamflet uit waarin zij vooral de ontwikkeling sinds vorig jaar mei afkeuren. „De laatste tijd zijn zelfs de vruchtwaterpuncties (om te onderzoeken of een kindje aangeboren afwijkingen heeft, red.) op de VU stilgezet; onder meer omdat de hoogleraren de evt. konsekwentie — nl. abortus — niet aanvaardbaar vinden." „Hoe is het mogelijk geweest dat deze twee hoogleraren benoemd zijn geworden?" vragen de studenten zich af. Er waren meerdere kandidaten. Het kan zijn, zeggen ze, dat de kwestie van de abortus provocatus helemaal niet aan de orde is geweest in de sollicitatiegesprekken. Maar dat vinden ze dan wel „een vreemde zaak voor zo'n belangrijk punt".

Ook kan het zijn dat dat wel zo is geweest en dat de opvattingen over dit punt zelfs een rol bij de selektie hebben gespeeld. „Een argument voor de laatste versie is, dat zowel de secretaris van de benoemingscommissie als de externe adviseur namens de vakgroep aperte tegenstanders van abortus waren." Als direkte aanleiding voor het pamflet noemen de medische studenten de verhalen van een aantal vrouwen bij wie abortus in het AZVU is geweigerd, die hun ter ore zijn gekomen. De studenten vrezen dat studenten en student-artsen aan de VU straks zullen worden opgeleid in een klimaat waarin abortus provocatus als verwerpelijk wordt beschouwd en er ook geen onderwijs meer over abortus wordt gegeven. De studenten schrijven verder in hun pamflet: „Volgens het wetsontwerp van de ministers Ginjaar en De Ruiter mogen abortussen na 13 weken niet meer in een abortuskliniek, maar alleen in een ziekenhuis worden verricht. De situatie in het AZVU toont anders wel schrijnend aan dat vrouwen in nood hier niet bepaald in goede handen zijn. Dit geldt ook meer in het algemeen voor ziekenhuizen; voor de vrouw blijven als onzekere faktoren aanwezig: hoe de arts bij wie ze terechtkomt over abortus denkt, hoe het omringend personeel over abortus denkt, of ze al dan niet wordt doorverwezen (in de wet is geen verwijsplicht opgenomen), vrouwen kunnen met hun verzoek ook weken aan het lijntje gehouden worden; als een abortus dan wordt afgewezen, kan dat de vrouw in een situatie brengen waarin ze haast gedwongen wordt het ongewenste kind te krijgen, omdat ze erg laat is om nog ergens anders terecht te kunnen. Het is meer in het belang van de vrouw wanneer huisartsen vrouwen gelijk doorverwijzen naar een plaats waar ze zeker geholpen kan worden (meestal een abortuskliniek) ook na 13 weken."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 335

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's