Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 215

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 215

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 12 JANUARI 1979

Animo

studenten

nog niet erg groot door slechte beeldvorming

in

verleden

VU-projekt in Botswana helpt handje hij opheffing tekort aan hevoegde leraren Op een foto zie je een jonge zwarte inwoner van Botswana in zuidelijk Afrika poseren voor de grashut van zijn ouders. Hy is student. De twee weken vakantie die hij heeft besteedt hij aan een bezoek aan zijn geboortedorp in de Kalahariwoestijn. Vanuit de Botswaanse hoofdstad Gaberone, waar de enige universiteit van het land ligt die hem gedurende zijn studietijd onderdak in een hostel verschaft, reisde hg er vijf dagen lang voor om er te komen. Met nog eens vijf dagen mee voor de terugreis blijven er vier dagen over voor thuis... Een sprekend voorbeeld van de primitieve omstandigheden waarin het ontwikkelingsland Botswana verkeert. Of dat nog heel erg lang zal blijven duren? De regering van het land, zo groot als Frankrijk en met een miljoen inwoners, streeft ernaar de ontwikkeling met behulp van vijfjarenplannen zo snel en zo efficiënt mogeIgk op gang te brengen. Een van de voornaamste oriëntatiepunten daarin is het onderwijs. Omstreeks 1990 zal het beroep dat Botswana nu nog in ruime mate op buitenlandse technici en andere deskundigen moet doen tot een minimum kunnen zijn teruggebracht, als men kans heeft gezien om voldoende eigen landgenoten op te leiden. Botswana, dat leeft van veeteelt en mijnbouw, mist vooral eigen deskundigen in de exacte wetenschappen („science"). De meeste leerlingen die van de middelbare school afkomen en „science" wiUen gaan studeren, zgn niet klaar voor de universiteit. Al twee jaar helpt de V U met geld van de NUFFIC een handje om via een bijscholingskursus van een half jaar meer studenten naar de „faculty of science" te krijgen. Dat verloopt succesvol: vele tientallen studenten meer leverde dat al op. En op de universiteit in Gaberone, in samenwerking waarmee het projekt („pre-entry science course") werd opgezet, is men tevreden. Als de vijf jaren die voor het projekt zijn uitgetrokken om zgn, zou er best nog eens een nieuwe projektperiode op kunnen volgen. Tot het niet meer nodig is en Botswana zichzelf kan bedruipen. Een gesprek met dr. Gerard Thijs, een van de docenten (natuurkunde) die door de V U naar Gaberone is uitgezonden. Hij was even terug in Amsterdam. „Ja, een verder liggend doel dan het aantal studenten voor de „faculty of science" te vergroten is het aantal lokale leraren „science" te verhogen. Op dit moment zijn het in het middelbaar onderwijs voornamelijk buitenlanders die in de exacte vakken lesgeven. N a de onafhankelijkheid van Botswana (in 1966 werd het sinds 1885 bestaande Britse protectoraat Beetsjoeanaland de onafhankelijke demokratische republiek Botswana, red.) moest het onderwijs op alle niveaus van de grond komen. Voor het

Dr. Gerard Thijs, docent natuurkunde in het projekt VU-Botswana, met wie wij een interview hadden.

Jan van der

Veen

middelbaar onderwijs waren toen veel leerkrachten nodig, maar die waren er niet. Tot op dat moment waren het Engelsen, Zuidafrikanen en Rhodesièrs geweest die dit onderwijs verzorgden, voorzover dat in het land zelf werd gedaan Botswana is nooit een land geweest waar je onderwijs kon volgen, het had geen traditie. De besten trokken naar het buitenland voor hun studie..." Er zouden meer „science"-studenten moeten kiezen voor het leraarschap na hun universitaire studie De filosofie daarachter is dat je het leraarschap ziet als een motor die je op gang brengt door stimulansen via de bijscholingskursus en die daarna zelf het werk verder doet. „Ik denk dat dit een behoorlijke kans van slagen heeft, hoewel het er de afgelopen twee jaar nog niet zo gunstig uitzag. De studenten moeten immers ook nog leraar willen worden. En dat willen ze heel vaak niet, ondanks dat de salariëring de laatste tijd beter is geworden. Het leraarschap staat er niet zo best op Waarschijnlijk omdat de studenten zelf slechte leraren hebben gehad, wat te verklaren is uit de exponentiele groei van het onderwijs sinds de onafhankelijkheid: men werd gekonfronteerd met een groot tekort aan bevoegde leerkrachten. Slechte beeldvorming dus." „We hebben nu voorstellen gedaan om te bereiken dat meer studenten

Colleges in de open lucht zijn geen uitzondering het land.

"Onderwijs sleutel voor ontwikkeling'

op de Botswaanse

Een Botswaanse student voor de grashut van zijn ouders in de Kalahariwoestijn. Het kontrast met zijn studieverblijf in de hostel op de universiteitscampus in Gaberone is gioot. Botswana is een land in ontwikkeling. uiteindelijk leraar worden. Tot dusver hebben we steeds studenten die de kursus volgden bij de universiteit aanbevolen voor de „faculty of science" of voor de „faculty of education", afdeling „science". De eerste geeft de mogelijkheid om te worden opgeleid voor dokter, ingenieur etc. en tot eerstegraads leraar. De tweede leidt alleen op tot tweedegraads leraar (onderbouw middelbare school). Daarmee waren de carrièremogelijkheden meteen vastgelegd." „Van de 29 kursisten die wij dit jaar ('78, red.) voor de „faculty of education" aanbevolen hebben, hebben er maar vijf het aanbod om leraar te worden opgepakt De meesten vluchtten weg naar de „faculty of humanities" om een taal, sociale wetenschappen of economie te gaan studeren Dat is natuurlijk doodzonde, want ze hadden zes maanden, intensieve training in „science" gehad en waren daarvoor geselekteerd. Een nadeel is ook dat de opleiding aan de „faculty of education", afdeling „science", alleen een diploma en geen graad oplevert." „We hebben nu voorgesteld om de besiissing voor de „faculty of

universiteit

in Gaberone,

de hoofdstad

"'"'" ."mjiüT""!""""'

van

science" of „faculty of education" uit te stellen tot aan het eind van het eerste studiejaar. We hebben het idee dat we zo meer studenten in de „science"-stroom kunnen houden. Als ze dan dus wat langer in dat circuit hebben gezeten, zullen ze minder gauw omzwaaien. D e studenten zijn dan bovendien rijper waarschijnlijk. Aan het begin weten ze vaak niet wat beroepen als ingenieur behelzen, maar willen ze zoiets worden omdat hun dat hogere verwachtingsmogelijkheden geeft." De voorstellen lijken goed te zijn ontvangen. De projektverantwoordelijke in Botswana zelf, „deputyrector" prof. Makurane, een man die gezien zijn funktie gemakkelijk toegang heeft tot instanties als de „bursary-committee" (elke student krijgt een beurs) en wiens stem niet onbelangrijk is, wekte bijvoorbeeld de indruk dat hij het allemaal een goede zaak vond in het kader van de beurzenpolitiek „Je zou het verlenen van een beurs voor verdere studie kunnen uitstellen tot aan het eind van het eerste jaar om de studenten in de fakulteit te houden," zegt Gerard Thijs. Momenteel gaat het erom of ook de betrokken fakulteiten bereid zullen zijn om een gezamenlijk eerste jaar op te zetten. Tot dusver zijn er twee programma's, het ene meer gericht op-Wologie en medicijnen, het andere meer op wiskunde en fysica. Gerard Thijs en de zijnen hopen dat die bereidheid er is, want de samenvoeging tot één programma is niet zo simpel.

'Weglopen

voorkomen'

Wat de projektgroep ook graag wil is dat studenten die voor de „preentry science course" zijn uitverkoren niet halverwege met de kursus ophouden omdat ze inmiddels ook geselekteerd zijn voor de zg. Maharuapula-school, een partikuliere eliteschool waar ook kinderen van buitenlanders na de middelbare school naar toe kunnen gaan om er een uitstekende „advanced-level"studie te doen (vergelijkbaar met een jaar universiteit). Middelbare scholieren kunnen na hun opleiding naar de universiteit of naar de Maharuapula als ze verder willen studeren. N a de Maharuapula-opleiding vertrekken de meeste studenten naar het buitenland voor een vervolg-studie. Ze

„In een snel veranderende maatschappij als de Botswaanse is onderwijs een sleutel voor ontwikkeling." Dit staat te tezen in het nationale ontwikkelingsplan 1976—1981 van het land. Dat men er veel voor over heeft om in de toekomst op eigen benen te kunnen staan blijkt uit het feit dat de vaste jaarlasten voor onderwijs in deze periode tot bijna een kwart van het totale overheidsbudget zullen stijgen. De Botswaanse overheid ziet in dat het nog een lange weg is die moet worden afgelegd. Ondanks het vele geld dat in onderwijs wordt gestoken wordt nog maar gedeeltelijk in de eerstkomende jaren aan de vraag naar eigen goed opgeleide beroepskrachten en technici beantwoord. Door de stormachtige groei van het leerlingenaanbod bereikt het tekort aan eigen opgeleide onderwijzers in het basisonderwijs dit jaar een piek van 2000 (er zijn er ongeveer 4700 nodig op een totaal van plm. 147.000 leerlingen). Door de overheidsinspanning zal dit tekort geleidelijk aan worden weggewerkt. Het aantal eigen Botswaanse leraren in het middelbaar onderwijs is niet alleen nog gering, ook is het aantal dat een opleiding tot leraar heeft ontvangen erg beperkt. In totaal zijn er voor de ongeveer 9000 tot 10.000 leerlingen 570 leraren nodig dit jaar. Slechts 246 van hen zullen Botswana zijn. De rest van de leraren bestaat uit buitenlanders (omliggende landen, Engelsen, Amerikanen, Europese kontinent). Aan de universiteit van Botswana studeren circa 600 studenten bij een docentenstaf van ongeveer 80. Het aantal studenten dat een graad haalt zal dit jaar plm. 120 zijn. (Eigenlijk moet men spreken van de Botswana-campus van de universiteit van Botswana en Swaziland. Sinds oktober 1975 bestaat dit samenwerkingsverband. Voordien hoorde Lesotho daar ook bij, maar in dit nabuurland besloot men zelfstandig verder te gaan. Na 1980 zullen Botswana en Swaziland langzaamaan losser van elkaar gaan optreden, al blijft men wel samenwerken.)

volgen de opleiding omdat men in het buitenland doorgaans het „Alevel" als vereiste stelt. „Dat men wegloopt willen we voorkomen," aldus Gerard Thijs. „We vinden dat iedereen die voor de kursus „pre-entry science" wordt geselekteerd niet ook nog eens voor de Maharuapula kan worden geselekteerd. Dus daarvoor moeten we kontakt onderhouden met die school. Ik denk dat die opleiding daar het beter doet dan die aan de universiteit als je let op de leeftijd van de studenten, die in die fase vaak duidelijk behoefte hebben aan begeleiding." „Op de universiteit hangt het erg af van de docent hoe er onderwijs wordt gegeven. De begeleiding is soms niet al te best, soms wordt er erg akademisch les gegeven en wordt er niet verteld welke boeken men gebruikt of worden geen dik-

Vervolg op pagina 6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 215

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's