Ad Valvas 1978-1979 - pagina 212
AD VALVAS — 15 DECEMBER 1978
16
man?^ Koningslaan 31-33, telefoon 718543, tst. 36.
hele periode komt dat neer op ƒ 2418,—). Netto: plm. f 12,50 resp. f 1950,—.
CvB komt bezetters Maagdenhuis tegemoet Het College van Bestuur van de UvA heeft aan kamervoorzitter Vondeling een brief geschreven, waarin het College zijn misnoegen uit over de handelswijze van minister Pais met betrekking tot de Maagdenhuisbezetting. „Pais heeft in strijd met de bedoeling van de W U B gehandeld, door geen toestemming te geven voor een experimentele samenstelling van de besturen van een zestal vakgroepen binnen de UvA". Het College vindt dat Pais de mogelijkheid om via het „experimenten-artikel" van de WUB af te wijken, te veel wil beperken. In een brief aan de U R schrijft het CvB dat het voornemens is te proberen om via de Raad van State alsnog toestemming te krijgen voor de door Pais afgewezen experimenteeraanvragen. D e bezetting is inmiddels opgeheven omdat de bezetters tevreden zijn met het feit dat het CvB zich nu
Chfö NbrpNK
inzet voor de experimenteeraanvragen en dat het bestuur „zich eindelijk politiek opstelt" door een brief aan Vondeling te schrijven.
Beperking
Minister Pais van O W wil het aantal dierproeven beperken. Suggesties hiertoe doet hij in een rapport aan het parlement dat betrekking heeft op het verrichten van dierproeven op universiteiten en hogescholen. Hieruit blijkt, dat jaarlijks tenminste 400.000 tot 500.000 dieren bij proeven zijn betrokken. Concreet stelt de minister zich voor om daar waar mogelijk dierproeven op practica te vervangen door films en video-opnamen. Daarnaast beveelt hij het gebruik van organen en bloed van slachtdieren aan en doet hij de suggestie om dierenverblijven en -laboratoria per instelling te centraliseren. Ook het toepassen van cel- en weefselkweektechnieken en electronische simulatie zijn in de ogen van de minister nuttige methoden om het aantal dierproeven te drukken. Tenslotte vindt Pais, dat aan gewetensbezwaarden de mogelijkheid moet worden geboden om vrijstelling te krijgen van het verrichten van dierproeven.
Bijzondere TOMATENSAUS Benodigdheden: 3 kleine blikjes tomaten puree, ^ Itr. water of bouillon (kan van een blokje), 0,25-0,30 gr. geraspte wortel, i ons geraspte kaas, 1 paprika (rood of groen), 4 tomaten, zout, peper, knoflook (poeder), tijm, origano (klemtoon "P „i"), kerriepoeder, paprikapoeder, tarwemeel (of iets dergelijks). De drie blikjes tomaten puree maak je open en de inhoud mik je in een pan. Je verdunt het met 't water of de bouillon. Vervolgens doe je er de geraspte wortel bij, de in stukjes gesneden paprika en tomaat en de geraspte kaas. N u gaan we 't kruiden, met zout (n b . als je geen water maar bouillonblokjes gebruikt, heb je minder zout nodig, omdat deze blokjes van zichzelf al vrij veel zout bevatten), peper (ik blijf zeggen: versgemalen j)eper is 't lekkerst), tijm, origano, kerriepoeder en paprikapoeder, en de klein gesneden of fijn geperste knoflook. Als liefhebster van knoflook doe ik er meestal 3 of 4 teentjes in,\maar met 1 of 2 kom je ook een heel eind. Met de origano (ook wel: oregano) moet je erg uitkijken, want dat wil erg snel overheersen. Een heel klein beetje is voldoende. I.p v. origano kun je ook marjolein nemen, origano is nl. een sterker smakende vorm van marjolein. Dit geheel brengen we dus lekker aan 't sudderen, laten 't een minuutje of 10, 15 zachtjes doorpruttelen terwijl we blijven roeren, en binden 't, indien nodig, met tarwemeel (of aardappelmeel e.d.). In deze saus kun je ook uitstekend gevulde paprika's laten gaar worden, als je niet in 't bezit van een oven bent. Van de paprika's haal je 't kapje af, verwijder netjes de zaden e.d. (die je door de saus kunt mikken) en vul ze met een mengsel \ a n gekruidt gehakt, champignons en geraspte kaas. Als je al de ingrediënten in de saus hebt gemikt en de saus 5 ä 10 minuten heeft opgestaan, kun je de paprika's erin doen en 't nu verkregen geheel ongeveer en half uurtje laten doorsudderen, onder af en toe roeren van de saus en omdraaien van de paprika's Dit kombineren m e t . . . mderdaad, rijst of spaghetti. (Zouden jullie 't nu toch doorkijgen')
dierproeven
dienst
Elke zondag worden er in de Keizersgrachtkerk. Keizersgracht 566, avonddiensten gehouden die om 19.00 uur beginnen. A.s. zondag 17 december preekt ds. E. Pijlman over de Samaritaanse vrouw. Het bijzondere van deze dienst is, dat de japanner Gyotsu Sato, vicevoorzitter van het internationaal vredesbureau, iets komt vertellen over het verzet in Japan tegen de kernbewapening.
Codeurs voor inhoudsanalyse gevraagd
nieuws
De vakgroep kommunikatiewetenschap vraagt voor een inhoudsanalyse van politiek nieuws in tien nederlandse dagbladen vijfentwintig codeurs voor de periode van 22 januari tot en met 2 maart 1979. Van de codeurs (studenten) wordt verwacht, dat zij inzicht hebben in de partijpolitieke verhoudingen, de nederlandse taal goed beheersen en zo mogelijk enige ervaring hebben met inhoudsanalyse. Verder dienen zij ter voorbereidmg een of twee instruktiemiddagen bij te worien en in de periode van 22 januari t/m 2 maart gedurende 22 dagen zeven uur per dag beschikbaar te zijn voor de analyse. D e voorkeur gaat uit naar doctoraal-studenten. De codeurs krijgen een vergoeding van ƒ 15,50 bruto per uur (voor de
Adjes SOCIËTEITSRUIMTEN TE HUUR Voor verenigingen, clubs e.d. nabij de Westerkerk. Bel voor inlichtingen tel.: 156837. \ K I E N D E N V A N PEG N A A R VITESSE De Stichting Vrienden van PEG bezoekt 20 december Uilenstede in verband met het optreden van VITESSE, (word ook vriend van PEG: min. ƒ 0,10 op giro 3618113 t.n.v. Vrienden van PEG).
Inlichtingen en aanmeldingen graag zo spoedig mogelijk bij drs. O. Scholten of mw. H. H. M. Loog-
Kommentaren
Nesko
Kerstzang
Het Nederlands Studenten Kamer Orkest (Nesko) zoekt twee bestuursleden, die bereid zijn zich samen met vijf mede-bestuursleden in te zetten voor een goed verloop van de tournee dat het Nesko in april 1979 zal maken. D e functies die nog openstaan zijn die van secretaresse-intern en perschef. De in het kader van het Nesko gemaakte onkosten worden vergoed. Belangstellenden worden gevraagd contact op te nemen met: Helene van der Veen, Noorderstationstraat 70, Groningen, tel. 050-132593.
Op donderdag 21 december wordt in de aula in het hoofdgebouw een Kerstzang georganiseerd van 13.30 tot 14.00 uur. Prof. F . G. Stam zal het orgel bespelen. Voorganger is universiteitspastor ds. S. A. Boonstra.
op RWO-rapport
M
op 18 december in Academische
Raad
Universiteiten voelen weinig voor uitbreiding tweede geldstroom De universitaire wereld is uitermate beducht haar greep op de financiering van bet onderzoek te zien verslappen. Zij ziet wel in dat meer licht geworpen moet worden in het „zwarte gat" dat de wetenschapsbeoefening in Nederland nog vormt — niemand weet hoeveel het kost, maar het zal wel heel veel zijn —, maar zij is toch niet bereid de eigen verantwoordelijkheid prijs te geven. Bij alle waardering die er is voor pogingen om meer struktuur te brengen in de organisatie en financiering van het onderzoek, en om een Raad voor het Wetenschappelijk Onderzoek (RWO) op de been te brengen, die een ruimer gebied bestrijkt dan de huidige, vooral exakt gerichte organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO), blijven de instellingen op hun hoede. Ziedaar enige algemene konklu.sies, die te trekken zijn uit de besprekingen in universiteits- en hogeschoolraden van een rapport dat de werkgroep RWO-overleg maakte over deze materie, en het daarop betrekking hebbende pre-advies van de Commissie Algemene Vraagstukken Wetenschappelijk Onderzoek, de GA VWO. H u n kommentaren zijn, als het goed is, intussen opgestuurd naar de Akademische Raad, die 18 december zijn standpunt zal bepalen. D e minister kan er daarna verder mee aan de slag. D e problematiek die werd aangesneden door de werkgroep R W O overleg, is erg gecompliceerd, maar laat zich toch wel in een paar hoofdpunten samenvatten. Voor het onderzoek bestaan drie zogenaamde geldstromen. D e eerste en verreweg grootste (voor 1978 rond 3161 miljoen gulden) gaat rechtstreeks naar de universiteiten en is behalve voor onderwijs ook voor onderzoek bestemd. D e tweede stroom bedraagt ongeveer drie procent van de eerste, loopt via Z W O en is voor de instellingen minder „vrij". D e derde geldstroom tenslotte komt via speciale opdrachten van de overheid of van particuliere instanties beschikbaar. Waar het nu organisatorisch o m gaat, is een verfijning van die geldstromen en de al genoemde verbreding binnen de RWO. Daarbij richt de werkgroep RWO-overleg zich duidelijk op de befaamde WUO-nota van 1976, waarin een werkgroep ad hoc van de Akademische Raad probeerde een organisatiestructuur voor de universitaire wetenschapsbeoefening te bedenken die democratischer was dan de eerdere GUO-nota. We WUO-nota legde een zwaar accent op de eigen verantwoordelijkheden van de instellingen, naast de belangen van het wetenschappelijk onderzoek. Reeds deze nota kwam tot de gevolgtrekking dat de basis van alle strukturen van universitair onderzoek- en wetenschapsbeleid gevormd dient te worden door werkgemeenschappen. De werkgroep RWO-overleg heeft binnen het bestek van maar liefst drie jaar geprobeerd de zeggenschap over het universitaire onderzoek te regelen en de dikwijls strijdige belangen met elkaar te verzoenen. Het resultaat daarvan is een werkstuk dat merkwaardig parallel loopt met de WUO-nota. Dat is geen eenvoudig karwei geweest en, gezien de reacties, zijn de instellingen er ook nu nog lang niet uit. In het huidige stadium van de besprekingen hebben de raden zich voornamelijk bezig gehouden met enige, soms kritische aantekeningen die de adviescommissie van de Akademische Raad, de CAVWO bij het rapport van de werkgroep heeft gemaakt.- Dit pre-advies stelt zich in grote lijnen van harte achter de ideeën van de WUO-nota en dus ook van de werkgroep. CAVWOvoorzitter dr. H. J. Vink noemt ïiet erg belangrijk dat organisatorisch „iedere duplicatie op basisniveau is vermeden. H o e ingewikkeld het soms ook lijkt, ze hebben ongeveer het uiterste gedaan om een zo een-
door Bert (GUPD)
Kieboom
voudig mogelijk systeem te ontwerpen." Vink vindt de RWO-nota niet te ingewikkeld: „Ze voegt geen enkel nieuw orgaan aan de bestaande toe, maar tracht steeds binnen de bestaande organisatiestrukturen te biijven; een erg belangrijk punt dat onvoldoende wordt gewaardeerd." Wel is Vink wat benauwd voor de uitgebreide adviesstruktuur die de EWO-werkgroep aan de tweedegeidstroomorganisatie heeft opgehangen. De raadsbesprekingen van de laatste weken lijken zijn vrees te bevestigen. Menig universitair bestuurder is vooral benauwd voor de beleidsadviesraden en -kommissies, die aan de organisatie zijn gehangen. Volgens het pre-advies worden de verzamelde werkgemeenschappen en werkgemeenschapscommissie — geheel in de lijn van de visie van de Akademische Raad — gezien als de gemeenschappelijke onderlaag van alle geldstroomorganisaties. Terecht stelt de werkgroep, dat de onderzoekers de eerst aangewezenen zijn om het voor hun gebied meest wenselijke model van werkgemeenschap te ontwikkelen. Noch de kritiek van de instellingen, noch die van de CAVWO geldt overigens zozeer die werkgemeenschappen, al constateert de CAVWO in een bij wijze van voorbeeld genoemd model „paternalistische trekjes". Vrij algemeen erkent men dat de gedachte in werkgemeenschappen figuren van diverse vakgroepen te verenigen, perspectieven biedt. Er zijn trouwens voorbeelden uit de exacte wetenschappen, waaruit blijkt dat beoordelingen en prioriteitstellingen in werkgemeenschappen naar ieders tevredenheid verlopen. Je schept dan de kwaliteit van onderzoeksprojecten die tegenwoordig nodig is om er een deel van het schaarse geld voor los te peuteren. Vink gelooft dat de alfa- en gammavakken hun specifieke problemen hebben, maar dat ook die oplosbaar moeten zijn. D e C A V W O noemt als bijkomend voordeel dat de werkgemeenschappen geen strikt universitair karakter hoeven te hebben. Het systeem van werkgemeenschappen moet flexibel van aard zijn. Van bovenaf zullen dan ook beslist geen scheidslijnen mogen worden getrokken die zich tot het basisniveau uittrekken.
Wat de CAVWO overigens wèl mist, zijn voorstellen voor het multi- en interdisciplinair onderzoek. Die heeft de werkgroep voor zich uitgeschoven en dat vindt de ARcommissie jammer. Op voorhand stelt de werkgroep voor de R W O in zijn afdelingen voornamelijk disciplinegewijs op te bouwen; de raad zou goed moeten aansluiten op de hoofdzakelijk disciplinegewijze indeling van universiteiten en secties. Maar je moet goed bedenken, zegt ie CAVWO, dat 'n niet té verwaarlozen deel van het universitaire onderzoek multiT of interdisciplinair van aard is en dat frontverleggend onderzoek zich op randgebieden afspeelt. Het rapport van de werkgroep RWO-overleg klopt wat de opvattingen over de eerste geldstroom betreft, aardig met de heersende gedachten hierover binnen de instellingen en de Akademische Raad. Ook de reeds ingeslagen weg naar een intern universitair wetenschapsen onderzoekbeleid, dat past in een nationaal wetenschapsbeleid, wordt door het rapport niet geblokkeerd. Anders staat het met de voorgestelde omvang van de tweede geldstroom, waartegen zowel in de instellingen als bij de GA VWO nogal wat bedenkingen bestaan. Het zou erop moeten neerkomen dat in plaats van drie procent van de eerste geldstroom straks tien procent naar de tweede geldstroom zou moeten gaan. D e bedoeling is duidelijk: er moet ruimte komen voor aanvullend, sterk op kwaliteit gericht onderzoek, dat snel inspringt op de ontwikkelingen. Als de tweede geldstroom meer dan drie keer zo groot wordt, betekent dat echter tevens dat het universitaire onderzoeksbeleid meer van buitenaf wordt gevoerd. De Utrechtse PSO-fractie is bovendien bang dat de scheiding^ tussen onderwijs en onderzoek erdoor kan toenemen. „Het lijkt alsof de nota „Hoger onderwijs voor velen" al is aangenomen," zo verluidde vorige week woensdag in de Utrechtse universiteitsraad, en dat is geen compliment, voor wie het standpunt van de studenten over Pais' geesteskind kent. Merkwaardig overigens, dat de oppositie tegen bepaalde aspecten van het RWO-rapport — niemand vindt het in alle opzichten een snertstuk — in Utrecht vooral gevoerd werd door studenten, terwijl in Groningen studenten van dezelfde progressieve structuur „de poging om tot een doelmatiger aanpak met voorkoming van doublures" juist huldigden, onder het motto: ,Je mag jezelf best eens kritisch bekijken". In Utrecht noemde het raadslid voor het wetenschappelijk personeel mevrouw prof. Hulst RWOrapport en pre-advies „goed geschreven stukken, géén luchtkastelen, een verademing na de brijige nota's die ministeries plegen te sturen," terwijl in Groningen prof. De Waard sprak over een „onwezenlijke, onwerkbare en desastreuze structuur: goede tijden voor de rasstructureerders." (Utrechts
universiteitsblad)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978
Ad Valvas | 504 Pagina's