Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 472

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 472

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 15 JUNI 1979

8

Promoveren als examen waarvoor

Het bijzondere van een promotie is dat het een examen is waarvoor je in de praktijk nooit zakt. Goed, er zitten weliswaar veiligheidskleppen ingebouwd in de procedure voor deze proeve, die nog een van de schaarse publieke examens is, maar als die niet hebben gewerkt is er niets wat de door de promovendus begeerde doctorstitel in de weg staat. Is hij eenmaal toegelaten tot de promotieplechtigheid, dan wordt de traditie niet meer doorbroken: hij krijgt dr. voor zijn naam. En de plechtigheid? Een decorum. Hoogleraren in toga, in stoet voortschrijdend, statige volzinnen, de pedel met staf die de verdediging van het proefschrift na een uur onverbiddelijk in keurig Latijn met het korte „hora est" afsluit. De laatste tijd is de promotie weer in diskussie. Bij de jaarwende was het de dichter-filosoof Eldert Willems die met zijn dissertatie aan de Universiteit van Amsterdam tegenstanders namaakbuUen deed uitreiken met de tekst: „Wilt u ook doctor in de wijsbegeerte worden? Maak dan een analyse van een door u zelf gemaakt gedicht. Het gedicht hoeft niet te rijmen en de analyse hoeft niet begrijpelijk te zijn..." En onlangs ging de benoeming van de politicus drs. Joop den Uyl in een promotiecommissie aan dezelfde UvA niet door, hoewel hij als deskundige op het gebied van de Limburgse mijnsluitingen wordt gezien, het onderwerp van het proefschrift van V. V. Moharir. Den Uyl was niet gepromoveerd en werkte ook niet bij een wetenschappelijke instelling, zo werd de afwijzing geargumenteerd. Aan de VU promoveerde drs. A. P. van den Bovenkamp tot doctor in de economie in maart en daar was ook niet iedereen het mee eens. Een werkstuk over het regionaal beleid in de Sovjetunie, Dr. Marius Broekmeyer van het Oost-Europa-instituut van de UvA greep de pen en schreef in Vrij Nederland: „domheid, zelfoverschatting, beunhazerij van de schrijver en grof plichtsverzuim van twee promotoren". (Zie ook elders op deze pagina). Volgens prof. dr. R. H. Rozendal, secretaris van het college van dekanen aan de VU, moet het niet helemaal uitgesloten worden geacht dat een promovendus er niet door komt. „Ik denk dat, wanneer iemand heel slecht zou verdedigen, wanneer zou blijken dat hij echt geen verstand heeft van het onderwerp waarop hij wenst te promoveren, dat men dan toch de zaak tegen zou houden. Maar er zijn zoveel garanties, dat dat in feite niet zo gauw gebeurt." (Zie ook het interview met hem elders op deze pag.)

Dr. Marius Broekmeyer

Kritiek en tegenkritiek bij een economische promotie aan de VU: het proefschrift van A.P. van den Bovenkamp over het regionaal beleid in de

Sovjetunie

'Beunhazerij' en 'plichtsverzuim promotoren' of een terechte doctorstitel?

„Als men een promotor vindt die het niet zo nauw neemt, dan is het beslist mogelijk om met een minimum aan kennis en inspanning en een maximum aan zelfoverschatting en brutaliteit de doctorstitel te verwerven" Aldus dr. Marius Broekmeyer, medewerker van het Oost-Europa instituut van de Universiteit van Amsterdam ruim een maand geleden in een pagina groot artikel in het weekblad Vrij Nederland. Aanleiding tot deze polemiserende opmerking vormde de promotie eind maart van drs. A. P. van den Bovenkamp (VU) op het proefschrift: „Regionaal beleid in de SowjetUnie. De ontwikkeling van Siberië bezien vanuit de heartland-hinterland theorie". In het artikel wordt de auteur van het proefschrift „domheid, zelfoverschatting en beunhazerij" verweten, terwijl „grof plichtsverzuim" het verwijt is dat Broekmeyer richt tot de twee promotoren, dr. F. Nijkamp en dr. H. J. Wagener. Onder de vele punten van kritiek die Broekmeyer in zijn artikel naar voren brengt en waarvan we er een aantal samengevat zullen weergeven behoort o.a. het door de schrijver van de dissertatie wegpoetsen van de mjjjoenen dwangarbeiders die ten tijde van Stalin werden ingezet bij het tot ontwikkeling brengen van Siberië. Het niet nader ingaan op deze massale deportaties brengt Broekmeyer ertoe Van den Bovenkamp te beschuldigen van „barbaarse desinteresse", en van een gebrek aan algemene ontwikkeling. In het bijzonder wordt hem verder gebrek aan enige kennis van de Sowjet-Unie verweten. Hoewel Broekmeyer in zijn artikel toegeeft dat hij niet kan beoordelen in hoeverre de in het proefschrift centraal staande theorieën van de geograaf Friedmann juist zijn weergegeven, acht hij zich wel in staat om te concluderen dat deze theorieën in ieder geval niet helder naar voren zijn gebracht. Voor wat betreft de typisch economische zaken acht Broekmeyer zich niet voldoende gekwalificeerd. Zijn kritiek hieromtrent hangt hij op aan wat door leden van de promotiecommissie tijdens de plechtigheid aan kritische vragen naar voren werd gebracht, en aan de verdediging die hierop volgde van de promovendus. Broekmeyer constateert dat deze in zijn antwoord op één vraag niet inging op de essentie van de kritiek en op een andere vraag moest toegeven: „Ik kan er geen antwoord op geven". Broekmeyer, die deze „pijnlijke woordenwisseling" aanhoorde kon zich niet aan de indruk onttrekken dat over het hoofd van de promovendus heen de economi-

Rob

In zijn artikel in VN stelde hij dat als een dissertatie al gedrukt is het oordeel van de promotiecommissie er niet meer toe doet. Daarom pleit hij voor een beoordeling van een proefschrift in een minder definitieve vorm, stencil of fotocopie, door een zeg tiental deskundigen vooraf. Die kunnen dan kanttekeningen maken, verbeteringen voorstellen, waarmee de promovendus zijn voordeel kan doen. Zo kan er een redelijk tot goed manuscript

Meerhof

sehe faculteit enkele „rake wetenschappelijke oorvijgen" uitdeelde die zelf de „enormiteiten niet uit het proefschrift had weten te halen".

Het vlijmende artikel van Broekmeyer kreeg geen enkele reactie van de kant van bijvoorbeeld de kersverse doctor Van den Bovenkamp of diens promotoren Nij-

Reglement De wettelijke basis van het promoveren wordt gevormd door de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs, de Wet Universitaire Bestuurshervorming en door het Academisch Statuut. Daarnaast beschikken de verschillende universiteiten over een meer gedetailleerde en aan het eigen karakter van de instelling aangepaste regeling: het promotiereglement. Blijkens dit reglement behoort het tot de taak van het college van dekanen toe te zien op de promotieprocedure. Het is, wanneer men rekening houdt met de steeds verdergaande specialisatie, niet verwonderlijk dat het reglement erin vooiziet dat het college als zodanig zich niet bezighoudt met de inhoud van het proefschrift. Voor deze kwalitatieve beoordeling benoemt het college een promotiecommissie, in principe bestaande uit de in de desbetreffende faculteit benoemde hoogleraren en lectoren. Ook de uiteindelijke beoordeling, die plaatsvindt na de openbare verdediging, wordt door het college van dekanen doorgaans overgelaten aan een commissie bestaande uit vijf vertegenwoordigers van de promotiecommissie, samen met de promotor (tevens fungerend als secretaris), de co-promotor en/ of de co-referent. Wat betreft de kwaliteit van het proefschrift wordt in het promotiereglement slechts één eis gesteld, namelijk dat het „de bekwaamheid van de promovendus tot de zelfstandige beoefening van de wetenschap" duidelijk aan moet tonen. De enige andere zinsnede die doelt op de inhoud van het proefschrift betreft een beperking. Het proefschrift en de stellingen „mogen niets bevatten, wat is contra Deum aut bonos mores of strijdig is met de doelstellingen der universiteit of met de openbare orde". De overige artikelen regelen voornamelijk procedurele zaken, zoals het voorschrift om, voordat het proefschrift vermenigvuldigd woidt, een titelpagina te zenden aan de pedel, zodat de rector het voorgestelde titelblad kan goedkeuren De vorm en indeling van het titelblad zijn namelijk aan strikte voorschriften gebonden.

Plechtigheid

Op de VU heeft men daarvoor kamp en Wagener en co-referent prof. F. de Roos. Tenminste niet in VN. Vrij Nederland is niet het geeigende medium voor het voeren van een wetenschappelijke discussie over regionale economie, zegt prof Nijkamp ons. Indien er daarom iets blijft liggen: „Het zij zo. Beledigingen hoeven niet altijd te worden weersproken." Volgens Nijkamp is er intern wel uitvoerig gereageerd op het artikel van Broekmeyer. Tachtig punten zette Van den Bovenkamp op een rijtje en, zegt Nijkamp, het grootste deel ervan is een weerlegging van wat Broekmeyer schreef. Een paar maal slechts moest worden toegegeven dat de kritiek van de OostEuropa-deskundige terecht was Nijkamp: „Zeker niet meer dan zo'n vijf procent van het totaal" „Emotionele vooringenomenheid, onzorgvuldige lezing en verdraaiing van feitelijke zaken." Dat is wat prof. Nijkamp aan Broekmeyer verwijt. De namen van de bij het proefschrift betrokkenen en de VU zijn er ten onrechte door in diskie-

nodig

Volgens Broekmeyer moet het promoveren weer ter diskussie worden gesteld. In de eerste plaats zal „uit wetenschappelijke sanitaire redenen" gesignaleerd dienen te worden of een studie goed, redelijk of beneden elk peil is afgerond. En het instituut promoveren zelf? Tegenover ons zegt hij niet zover te willen gaan dat het maar moet worden afgeschaft. Promoveren is, zegt hij, een goede manier voor wetenschappers om aan te tonen dat ze in staat zijn zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te doen. Wel vindt hij dat de procedure meer waarborgen tegen slechte proefschriften zal moeten bieden in de toekomst.

'Beledigingen'

Meerhof

De promotieplechtigheid. Een strak en formeel geheel, waarbij niets aan het toeval wordt overgelaten.

De rest van zijn kritiek richt Broekmeyer op het ontbreken van een voorwoord, waarin een uiteenzetting wordt gegeven over de gebruikte methode die bij het onderzoek is gevolgd. Verder gaat hij nogal uitvoerig in op volgens hem bij bronverwijzingen gemaakte fouten, het „gappen" uit westerse artikelen, de gebrekkige kennis van het Russisch, een vergelijkbare kennis van het Engels en het niet op de hoogte zijn van het functioneren van de staatsinstellingen in de Sowjet-Unie.

Meer waarborgen

ontstaan, dat pas daarna in druk zal mogen verschijnen. Als dat gebeurd is zou eerst de doctorsbul in een formele promotieplechtigheid mogen worden uitgereikt.

Rob

Prof. dr. P. Nijkamp

Vervolg op pagina 11

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's

Ad Valvas 1978-1979 - pagina 472

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1978

Ad Valvas | 504 Pagina's